18

De lampen sprongen aan, fel en verblindend en direct. Puller en Knox knipperden om hun ogen hieraan te laten wennen en wachtten toen tot de deur werd geopend en het lichaam op een metalen plaat naar buiten rolde.

De lijkschouwer van het leger was een man van in de vijftig. Hij had grijs haar, een slank lichaam en grote, gespierde handen. Hij leek een beetje humeurig, omdat hij dankzij Pullers telefoontje uit bed had moeten komen, zich had moeten aankleden en hiernaartoe had moeten komen.

Met een van die handen hield hij een klembord vast en met zijn andere hand trok hij het laken weg. Nu zagen ze een lange man van in de dertig, met kort haar, een slank lichaam en geen gezichtsbeharing. Puller zag de Y-vormige incisie in de borst van de man en de hechtingen waarmee deze grote snee, nadat alle organen netjes in de borstholte waren gestopt, was dichtgenaaid.

‘Doodsoorzaak?’ vroeg Puller.

De lijkschouwer wees naar de onderkant van zijn nek. ‘In lekentaal, een gebroken nek.’

‘Oorzaak?’ vroeg Puller.

‘Iemand heeft zijn nek gebroken.’

‘Dus hij is niet op zijn hoofd gevallen?’

‘Nee. Het was geen compressiewond waarbij de wervels op elkaar zijn gedrukt zoals je met een dergelijke val zou associëren. Ook was het geen wond die je ziet als iemand is opgehangen waardoor de wervels uit elkaar worden getrokken. Hieruit blijkt dat de nek horizontaal is gebroken.’

Puller werd erg nieuwsgierig na deze uitspraak. ‘Horizontaal?’ Hij hief zijn handen en deed net alsof hij een hoofd vastpakte, daarna trok hij een hand naar rechts en een hand naar links. ‘Op deze manier?’

De lijkschouwer dacht hierover na. ‘Ja, zo ongeveer. Hoe weet u dat?’

‘Nog meer wonden?’

‘Ik heb niets kunnen vinden en ik heb heel lang gezocht.’

Puller keek naar het lijk en bekeek elke vierkante centimeter, van hoofd tot voeten. Hij bukte zich en bekeek de onderarmen nog een tweede keer. ‘Wat zijn dit, denkt u?’ vroeg hij.

De lijkschouwer keek naar de plekken waar Puller naar wees. Daar zaten lichte sneetjes in de huid. Ze waren uniform en hadden een gelijkmatige tussenruimte. ‘Die heb ik gezien. Ze zijn misschien veroorzaakt door een kledingstuk of door iets anders wat hij droeg. Of hij is vastgebonden geweest, hoewel ik niet goed weet hoe dat mogelijk was, want hij was niet vastgebonden toen hij in die cel werd gevonden.’

‘Wat voor kleren droeg hij?’

‘Spijkerbroek, shirt met lange mouwen en canvas bootschoenen.’

‘In die kleren is hij dus een zwaarbeveiligde militaire gevangenis binnengelopen?’ zei Knox. ‘U maakt een grapje zeker?’

‘Het is mijn taak om het lichaam te onderzoeken en een rapport op te stellen over de oorzaak, het tijdstip en de wijze waarop de dood is ingetreden,’ antwoordde de lijkschouwer terwijl hij een geeuw onderdrukte. ‘Jullie mogen Sherlock Holmes spelen.’

‘En wat was het tijdstip van overlijden?’ vroeg Puller.

‘Ze belden me direct nadat ze het lichaam hadden gevonden. Hij was hoogstens twee uur dood.’

‘Is hij al geïdentificeerd?’ vroeg Puller.

‘De vingerafdruk- en gezichtsherkenningsdatabases hebben niets opgeleverd, wat meestal wel zo is als iemand in het leger zit. Ik heb ook een gebitsfoto en een dna-monster genomen. Die worden opgestuurd naar afdil in Dover,’ zei hij, waarmee hij verwees naar het Armed Forces dna Identification Lab.

Puller zei: ‘Kunt u vragen om stat-service? Anders duurt het misschien weken. Zelfs met een spoedbehandeling duurt het één tot vier dagen.’

‘Zal ik doen. Maar ze hebben een grote achterstand.’

‘Niet zo groot als toen we nog volop in Afghanistan en Irak zaten,’ zei Knox.

‘Nee, gelukkig niet,’ zei de lijkschouwer.

‘Mag ik de andere kant zien?’ vroeg Puller en hij wees naar de dode man.

Hij hielp de lijkschouwer het lichaam om te draaien. Weer begon Puller bovenaan en ging langzaam door naar beneden. En weer bukte hij zich, deze keer toen hij bij de kuiten was. De sporen waren amper te zien, maar hij zag er drie, met dezelfde onderlinge afstand.

‘Hebt u deze ook gezien?’ vroeg hij.

De lijkschouwer bukte zich en gebruikte een zaklamp met een vergrootglas eraan. Hij wees naar een vage lijn. ‘Ik dacht dat die ene misschien door de rand van zijn sok was veroorzaakt. Maar die andere twee heb ik niet gezien,’ zei hij op gekwelde toon. ‘Waarschijnlijk omdat zijn benen erg behaard zijn. U hebt kennelijk goede ogen.’

Puller ging rechtop staan. ‘Ik zag ze omdat ik ernaar op zoek was. Door wat ik op zijn onderarmen heb gezien.’ Hij hielp de lijkschouwer het lichaam in de oorspronkelijke positie terug te rollen.

‘Wat bedoel je?’ vroeg Knox.

Puller gaf geen antwoord, maar keek naar de lijkschouwer. ‘Geeft u een seintje zodra u weet wie dit is? Hij lijkt een militair, maar hoeft dat niet te zijn. Vooral niet als hij niet in de databases zit.’

De lijkschouwer knikte.

Puller keek nog eens naar de dode man, nu naar zijn gezicht. ‘Hij lijkt Oost-Europees. Kaaklijn, neus, wangen, voorhoofd.’ Hij tilde een van de handen op. ‘Eelt, dik op het puntje van zijn rechterwijsvinger.’

Knox keek ook van dichtbij naar die vinger. ‘Door frictie met een trekker?’

Puller knikte. ‘Misschien. Mag ik het gebit zien?’

De lijkschouwer gebruikte een instrument om de mond te openen en de lippen omhoog te brengen.

Puller keek in de mond. ‘Deze vent is nooit naar een tandarts geweest. Slecht gebit, maar geen metaal.’ Hij knikte naar de lijkschouwer, die de mond weer sloot.

‘Kunt u een isotopenonderzoek doen op het haar? Daardoor kun je immers achterhalen waar hij vandaan komt, of in elk geval waar hij kortgeleden is geweest?’

De lijkschouwer zei: ‘Klopt. In het haar zitten waterstof- en zuurstofisotopen uit het voedsel en het water dat iemand heeft genuttigd, maar ook uit de lucht die hij heeft ingeademd. Zijn haar is erg kort, zodat ik geen breed spectrum heb om mee te werken, want hoofdhaar groeit ongeveer één tot anderhalve centimeter per maand. Als het haar zo kort is als dit zal het antwoord beperkt blijven tot waar hij kortgeleden was.’

‘Ik denk dat dat voldoende is.’

‘U moet wel weten dat de VS een behoorlijk complete isotopenkaart heeft van de water- en luchtkenmerken, maar voor andere landen geldt dat niet altijd. Als hij uit een of ander obscuur derdewereldland komt, komen we misschien niets te weten.’

‘Als we het niet proberen, zullen we het nooit weten. Zou u het op korte termijn kunnen doen? Dat zou ik erg op prijs stellen.’

‘Komt in orde, Chief Puller.’

‘En, doc?’ zei Puller. De lijkschouwer keek hem aan. ‘Hou wat we besproken hebben nog even geheim, oké?’

De lijkschouwer fronste. ‘Maar ik moet rapporten maken en...’

‘Voorlopig, geheim, oké? Daar zijn heel veel redenen voor. Een van de belangrijkste is dat ik me niet kan voorstellen dat iets van dit alles heeft kunnen gebeuren zonder hulp van binnenuit. En dat betekent dat iemand ons misschien tegenwerkt van wie we dénken dat hij aan onze kant staat.’

De lijkschouwer keek hem met open mond aan, deed zijn mond dicht en knikte even. ‘Goed.’

Puller liep zo snel door de gang dat Knox moest hollen om hem bij te kunnen houden.

‘Waar ga je naartoe?’

‘Naar de bewakingscamerabeelden kijken.’

‘Op dit tijdstip?

‘Hoezo? Heb je een afspraakje of zo?’

‘Maar we hebben de beelden die in de gevangenis zijn gemaakt al gezien.’

‘Maar nog niet de beelden die buiten de gevangenis zijn gemaakt.’

 

‘Stop!’ zei Puller en Knox tikte op een toets om het beeld stil te zetten.

Ze zaten in een hokje in de DB en keken naar de beelden van de bewakingscamera bij de ingang van de gevangenis.

Puller keek naar de trucks die net de hekken bij de ingang van de gevangenis hadden geramd. ‘Speel het nu af in slow motion.’

Dat deed Knox.

Puller telde en noteerde aantallen in zijn schrijfblok. Hij liet haar de video twee keer terug en naar voren afspelen. Toen hij klaar was, zei hij: ‘Oké, nu de uitgang.’

Nadat ze deze beelden had opgevraagd, liet ze de film langzaam afspelen. Puller begon weer te tellen en liet haar net als eerder de video terug en naar voren afspelen. En hij schreef nog meer aantallen op. Toen hij klaar was, zette ze het beeld stil en leunde naar achteren. Ze keek hem afwachtend aan. ‘En?’ vroeg ze.

‘Fort Leavenworth riep een hele compagnie MP’s op om DB onder controle te krijgen. Ze kwamen met zes zware trucks. Vier pelotons, in totaal 132 mannen met hun leiders, een kapitein en zijn eerste sergeant.’

‘Oké?’

‘De zes chauffeurs bleven bij de voertuigen, maar ik heb 133 mannen geteld die in hun gevechtstenue uit die trucks sprongen. Plus de kapitein en de eerste sergeant.’

‘Dus in totaal 135 man.’

‘Terwijl er maar 134 hadden moeten zijn.’

‘Dus één extra?’

‘En ik telde 135 man die in gevechtstenue de gevangenis uit kwamen. Ze klommen in die trucks en reden weg.’

‘Dus de aantallen kloppen? Maar we hebben nog altijd die dode man.’

‘Maar stel dat die dode man een van de leden van de pelotons was die naar binnen gingen?’

Ze keek hem verbijsterd aan. ‘Wat?’

‘Die plekken op het lichaam? Die op zijn armen waren volgens mij van de harde onderarm- en elleboogbeschermers. En diezelfde soort plekken op de kuiten waren van de banden van de kuitbeschermers.’

‘Maar Puller, dat is gevechtsuitrusting.’

Hij knikte. ‘Dezelfde uitrusting die we net op die videobeelden hebben gezien. Dat betekent dat onze dode man misschien deel uitmaakte van de versterkingen uit Fort Leavenworth.’

‘Maar hij is dus niet meer naar buiten gekomen.’

Puller zei: ‘Maar hetzelfde aantal soldaten dat naar binnen ging is naar buiten gekomen. Wat maak jij daaruit op?’

Knox dacht hier even over na. Toen werden haar ogen groter. ‘Shit, je broer heeft zijn plaats ingenomen?’

Puller knikte. ‘Hij kan de nek van die man hebben gebroken, zijn kleren hebben aangetrokken en op die manier zijn ontsnapt, als een van de MP’s. Het was donker, chaotisch. Ze vragen echt niet of een vent in volledig gevechtstenue zich even wil identificeren. Dus klautert hij in een van de trucks die naar het Fort terugrijdt. Vier pelotons soldaten klimmen eruit, gaan allemaal naar hun verschillende onderkomens en hij snelt de basis gewoon uit.’

Ze keek hem aan, duidelijk onder de indruk. ‘Puller, dat heb je goed bedacht. Ik zou daar nooit op gekomen zijn: het aantal MP’s dat naar binnen en naar buiten gaat.’

Puller dacht na. ‘Maar het zou lastig zijn om dat allemaal in het donker te doen. Weet je nog, er brandden geen lampen in de gevangenis. Mijn broer moest een man doden die gewapend was en waarschijnlijk een kogelvrij vest droeg, zonder dat iemand iets zag of hoorde. Daarna moest hij die man helemaal uitkleden en alles zelf aantrekken, in het donker. Dat is een theorie met wel heel veel zwakke plekken.’

‘Er was ook heel veel lawaai dat elk ander geluid overstemde. Die dode man had ongetwijfeld een zaklamp bij zich. Als de celdeur dichtging of als zijn team hem die cel zag binnengaan, vond niemand het nodig om ook naar binnen te gaan. Ik denk dat je erachter bent hoe het gegaan is.’

Knox, die heel gespannen was geweest, ontspande zich nu. ‘Luister, ik begrijp dat dit heel zwaar voor je moet zijn.’

‘Waarom, omdat hij mijn broer is?’

‘Nee, omdat hij je zus is. Natuurlijk omdat hij je broer is!’

‘Je vergist je. Hij is mijn broer niet. Op dit moment is hij slechts een ontsnapte gevangene die wel of niet betrokken kan zijn geweest bij de moord op een ongeïdentificeerde man.’

‘Nou, volgens mij heb je zojuist een heel belangrijke vraag beantwoord: hoe hij de gevangenis uit is gekomen.’

‘Ja, en ik heb ook meteen tien andere vragen opgeworpen.’

De ontsnapping
546a7df21469d6.html
546a7df21469d7.html
546a7df21469d8.html
546a7df21469d9.html
546a7df21469d10.html
546a7df21469d11.html
546a7df21469d12.html
546a7df21469d13.html
546a7df21469d14.html
546a7df21469d15.html
546a7df21469d16.html
546a7df21469d17.html
546a7df21469d18.html
546a7df21469d19.html
546a7df21469d20.html
546a7df21469d21.html
546a7df21469d22.html
546a7df21469d23.html
546a7df21469d24.html
546a7df21469d25.html
546a7df21469d26.html
546a7df21469d27.html
546a7df21469d28.html
546a7df21469d29.html
546a7df21469d30.html
546a7df21469d31.html
546a7df21469d32.html
546a7df21469d33.html
546a7df21469d34.html
546a7df21469d35.html
546a7df21469d36.html
546a7df21469d37.html
546a7df21469d38.html
546a7df21469d39.html
546a7df21469d40.html
546a7df21469d41.html
546a7df21469d42.html
546a7df21469d43.html
546a7df21469d44.html
546a7df21469d45.html
546a7df21469d46.html
546a7df21469d47.html
546a7df21469d48.html
546a7df21469d49.html
546a7df21469d50.html
546a7df21469d51.html
546a7df21469d52.html
546a7df21469d53.html
546a7df21469d54.html
546a7df21469d55.html
546a7df21469d56.html
546a7df21469d57.html
546a7df21469d58.html
546a7df21469d59.html
546a7df21469d60.html
546a7df21469d61.html
546a7df21469d62.html
546a7df21469d63.html
546a7df21469d64.html
546a7df21469d65.html
546a7df21469d66.html
546a7df21469d67.html
546a7df21469d68.html
546a7df21469d69.html
546a7df21469d70.html
546a7df21469d71.html
546a7df21469d72.html
546a7df21469d73.html
546a7df21469d74.html
546a7df21469d75.html
546a7df21469d76.html
546a7df21469d77.html
546a7df21469d78.html
546a7df21469d79.html
546a7df21469d80.html
546a7df21469d81.html
546a7df21469d82.html
546a7df21469d83.html
546a7df21469d84.html
546a7df21469d85.html
546a7df21469d86.html
546a7df21469d87.html
546a7df21469d88.xhtml