26
Puller zat op de motorkap van zijn auto op de parkeerplaats van de National Cemetery van Fort Leavenworth. Ten oosten daarvan liep de Missouri River, en aan de overkant van de rivier lag de staat Missouri. Iets noordelijker begon de rivier aan zijn lange bocht die een klokachtige vorm had. In deze bocht lagen Sherman Airfield en Chief Joseph Loop.
Knox stond naast de auto en keek Puller nieuwsgierig aan. ‘Wat doen we hier?’ vroeg ze en ze keek om zich heen naar de witte grafstenen, waar meer dan dertigduizend doden onder lagen.
‘Lincoln heeft deze begraafplaats in 1862 laten aanleggen, toen de Union de Burgeroorlog verloor. Dit was de eerste van twaalf nationale begraafplaatsen die hij heeft laten aanleggen.’
‘Oké, en de reden van dit geschiedenislesje?’
Puller liet zich van de motorkap glijden. ‘Hij wist dat het een lang en dodelijk conflict zou worden. Maar verliezers richten geen nationale begraafplaatsen op. Een president van een verscheurd land richt helemaal niets nationaals op, tenzij hij er oprecht van overtuigd is dat hij de oorlog gaat winnen en het land zal worden herenigd.’
‘Lincoln had er dus alle vertrouwen in,’ zei Knox, die nog steeds niets van Pullers woorden begreep.
‘Mensen die ergens geen vertrouwen in hebben, winnen zelden iets,’ zei hij. Hij begon over de begraafplaats te lopen, en zij liep achter hem aan. Hij liep langs de rijen kruisen, bleef staan en wees naar een ervan. ‘Kijk eens naar de inscriptie,’ zei hij.
Knox keek en las: thomas w. custer. two medals of honor. captain 7th ohio cavalry.
Puller zei: ‘Hij was de eerste van vier dubbele Medal of Honor-winnaars na de Burgeroorlog en een van de slechts negentien in de Amerikaanse geschiedenis. Hij kreeg die beide medailles omdat hij vijandelijke posities bestormde en de regimentsvlag van de Confederatie veroverde. Voor de tweede incasseerde hij een schot in zijn gezicht, maar hij pakte de regimentsvlag en bracht die, terwijl hij onder het bloed zat, terug naar zijn linie.’
Ze keek op naar Puller. ‘Wacht even... Custer? Was hij...’
Puller hurkte voor de grafsteen neer. ‘De jongere broer van George Armstrong Custer. Hij sneuvelde op eenendertigjarige leeftijd bij Little Big Horn, samen met zijn grote broer en een bataljon mannen van de 7de Cavalerie. Hun jongste broer, Boston Custer, werd ook gedood. Vanuit een tactisch oogpunt gezien heeft George Custer het verknald. Hij splitste zijn eenheid met opzet en weigerde extra soldaten en vuurkracht. Hij trok ten strijde tegen een tegenstander bij wie zijn mannen en wapens in het niet vielen en die bovendien een betere positie had. Maar zijn broer Tom won twee Medals of Honor, hij was een goede soldaat, misschien wel een geweldige soldaat. Hij heeft in ontelbare veldslagen gevochten en hij kon zien wat zijn broer kon zien. En meer.’
Knox fronste haar voorhoofd en dacht hierover na. ‘Toch trok hij ten strijde samen met zijn broer... ook al wist hij dat ze zouden... verliezen,’ zei ze aarzelend.
‘Ook al wist hij misschien dat ze zouden worden afgeslacht,’ verbeterde Puller haar.
‘Familie is dus sterker dan gezond verstand?’ vroeg Knox.
‘Dat is gewoon zo,’ zei Puller.
Met een hoge stem vroeg ze: ‘Zeg je nu dat jij Tom bent en Robert Puller George? Dat je je oudere broer blindelings naar een ramp volgt?’
Hij keek naar haar op, maar zei niets.
Ze keek hem streng aan. ‘En hoe zit het dan met je objectiviteit? Met jouw rol als onderzoeker die alleen op zoek gaat naar de waarheid, waar die zoektocht je ook naartoe brengt? En ongeacht wie uiteindelijk ter verantwoording wordt geroepen?’
Puller stond snel op en torende boven haar uit. Toen ze zijn felle blik zag, deinsde ze achteruit. ‘Ik heb een eed afgelegd toen ik het uniform aantrok, Knox. Bobby is mijn familie, maar dat geldt ook voor het Amerikaanse leger. Ik zal dit onderzoek objectief uitvoeren en ik zal de schuldigen ter verantwoording roepen. Alle schuldigen.’
‘Waarom heb je me hier dan mee naartoe genomen?’ vroeg ze verbaasd.
‘Om je eraan te herinneren dat ik bereid ben mijn broer en wie dan ook op te offeren als dat betekent dat ik mijn werk kan doen en ervoor zorg dat er gerechtigheid plaatsvindt.’ Hij zweeg, heel even. ‘Maar wat wil jij opofferen?’
Haar ogen werden groot. ‘Waar heb je het verdomme over? Hoezo gaat het nu opeens over mij?’
‘Ben jij bereid je loyaliteit aan inscom, aan de nsa op te offeren? En aan elke andere organisatie waar je voor werkt?’
‘Puller, ik dacht dat we deze discussie al hadden gevoerd. Jij hebt me de les gelezen en toen zei ik dat ik met je wilde samenwerken. Wat is het probleem dus?’
Met een stem als een drilsergeant brulde hij: ‘Ik vroeg je of de 902de Military Intelligence Group hier banden had met de nsa. En je antwoord was: “Ik ben bang dat ik dat niet kan vertellen.”’
‘Goed, je bent boos en misschien heb je daar alle recht toe, maar me meenemen naar een begraafplaats is een beetje melodramatisch, vind je...’
Puller viel haar in de rede. ‘Dit is dus de laatste keer dat ik je dit vraag: sta je achter me, in alle omstandigheden? Want als dat niet zo is, dan heb ik niets aan je, Knox. En dan gaan we vanaf nu allebei onze eigen weg.’
Het bleef heel lang stil voordat ze eindelijk sprak.
‘Puller, ik heb je toch verteld dat ik het verschrikkelijk vind om mensen zoals jij te bedriegen. En dat meende ik.’
‘Dat is geen antwoord.’
‘Wat wil je van me, Puller?’
‘Het enige wat ik wil is een antwoord op mijn vraag. Zo simpel is het.’
‘Ik kan je een antwoord geven, maar niet het antwoord dat jij zo graag wilt horen,’ zei ze met zwakke stem.
Hij zei: ‘Nou, dat is antwoord genoeg.’ Hij draaide zich op zijn hakken om, beende naar zijn auto en reed weg, terwijl zij nog steeds op de laatste rustplaats stond van Thomas Custer, de uitzonderlijk loyale broer.