38
Susan Reynolds zette een paar boodschappentassen in de kofferbak van haar auto en stapte in. Het was een halfuur rijden naar haar huis en er was weinig verkeer op straat. Thuisgekomen droeg ze de boodschappen naar binnen. Ze zette ze neer en schakelde het alarm uit. Ze wilde net het licht aandoen, toen iemand iets tegen haar zei.
‘Niet bewegen alsjeblieft. Er is een pistool op je hoofd gericht.’
Reynolds begon zich om te draaien.
‘Niet omdraaien!’ zei de stem op scherpe toon.
Reynolds verstijfde.
‘Loop nu vooruit en dan de woonkamer binnen. Ga in de stoel zitten die het dichtst bij de tv staat.’
‘Zo te zien ken je mijn huis goed,’ zei Reynolds rustig. Ze liep naar de woonkamer en ging in de aangewezen stoel zitten. Toen ze de lamp op het tafeltje naast haar wilde aandoen, zei de stem: ‘Dat doe ik wel.’
Langzaam trok ze haar hand terug en legde hem in haar schoot, terwijl de man achter haar het licht aandeed en dimde.
‘Hoe ben je hier binnengekomen? Het alarm stond aan.’
‘Een alarm is slechts zo goed als het wachtwoord, en dat van jou was niet echt goed.’
‘Maar waarom heb je het alarm daarna weer ingeschakeld?’
‘Als ik dat niet gedaan had, wist je dat er iemand binnen was, wel?’ Hij liep door de kamer, maar zorgde ervoor dat hij achter haar bleef.
Robert Puller had een capuchon over zijn hoofd getrokken en hij droeg een skimasker dat op zijn ogen en mond na zijn hele gezicht bedekte. Zijn pistool was op het achterhoofd van Reynolds gericht. Op een tafel aan de andere kant van de kamer had hij een spiegel gezet die hij in haar badkamer had gevonden. Hij had hem zo gericht dat hij haar gezicht erin kon zien, terwijl zij hem niet kon zien. Hij wilde haar gezicht zien en, nog belangrijker, haar reactie op zijn vragen.
Hij zei: ‘Ik ga ervan uit dat je gewapend bent. Pak je wapen bij de loop vast en haal hem tevoorschijn, anders is het volgende geluid dat je hoort het laatste wat je ooit zult horen.’
Ze haalde de compacte Sig 9mm bij de loop onder haar kleren vandaan en legde hem op de vloerbedekking.
‘Schop hem naar achteren.’
Dat deed ze.
Puller raapte hem op en stopte hem in zijn zak.
‘Wat wil je?’ vroeg Reynolds. ‘In mijn studeerkamer heb ik wat geld, mijn creditcards zitten in mijn portemonnee, maar ik heb geen goudstaven in huis, als je die soms zoekt,’ voegde ze er hatelijk aan toe.
‘Wie heeft je betaald om te liegen over wat je hebt gezien?’ vroeg Puller.
Ze verstijfde.
Puller zei: ‘Ik dacht dat je mijn stem allang had herkend, Susan.’
‘Het is al twee jaar geleden.’
‘Meer dan twee jaar geleden zelfs. Maar ik herkende jóúw stem wel.’
‘Ik heb het de afgelopen twee jaar veel drukker gehad dan jij.’
‘Ja, maar ik heb heel veel tijd gehad om na te denken.’
‘En welke conclusie heb je getrokken, Robert?’
‘Dat je een uitstekende compensatie hebt ontvangen, te zien aan de grootte van je huis en de luxe auto waarmee je net kwam aanrijden. Zoveel betaalt Uncle Sam iemand op jouw niveau niet.’
‘Ik heb slim geïnvesteerd en ik had al wat geld van mezelf. Dat is allemaal nagetrokken. Dat blijkt wel uit mijn betrouwbaarheidsverklaringen.’
‘Dat is niet altijd zo, zoals je heel goed weet. Het toekennen van betrouwbaarheidsverklaringen gebeurt tegenwoordig niet meer zoals vroeger. Maar ik ben hier niet om je financiële situatie met je te bespreken, behalve dan het feit wie jou heeft omgekocht.’
‘Niemand heeft me omgekocht. Ik zag wat ik zag. Jij hebt geheime informatie van stratcom gestolen en ze hebben de dvd in je zak gevonden. Een duidelijker bewijs kun je toch niet wensen?’
‘Daarom heb je die drive dus in mijn zak gestopt, het brandalarm ingeschakeld en anderen verteld dat ze me moesten fouilleren.’
‘O, dus nu is het mijn schuld? Heb je enig idee hoeveel mensen op dit moment jacht op je maken? Je hebt een man gedood om uit de gevangenis te komen. Om de een of andere reden heb je de vorige keer niet de doodstraf gekregen, maar dat gaat deze keer dus wel gebeuren. O, en je broer is hier geweest om mij te ondervragen en het was wel duidelijk dat hij denkt dat je schuldig bent.’
‘Je wilt me dus niet vertellen wie je heeft omgekocht?’
‘Niemand heeft me omgekocht. Je hebt last van waandenkbeelden door je tijd in DB en nu ben je ook nog een moordenaar. Ik hoop dat God medelijden met je zal hebben als ze de naald in je lichaam steken, Robert.’
‘Ik denk inderdaad dat God medelijden zal hebben, maar niet met mij, want dat heb ik niet nodig.’
‘En Niles Robinson dan? Leg dat eens uit.’
‘Dat hoef ik niet uit te leggen. Hij loog. Net als jij. Jullie hebben het samen gedaan. Omgekocht door dezelfde lieden.’
‘Tja, hier schieten we dus niets mee op.’
Puller vroeg: ‘Hoe kwam je eigenlijk bij het Center for Combating Weapons of Mass Destruction?’
‘Hoe weet je dat?’
‘Kom op, Susan, doe niet net alsof ik dom ben.’
‘Ik zit bij het wmd Center omdat het een baan is. Zo, tevreden?’
Hij keek naar haar gezicht in de spiegel, maar hij kon er niets uit afleiden. En haar handen bleven in haar schoot liggen.
‘Toch is het een ongebruikelijke baan voor iemand zoals jij. Jouw werk in het verleden had te maken met de inspectie van kernraketten, maar je recentere werkervaring had daar niets mee te maken.’
‘Dat is mijn zaak.’
‘Toch is het in meer dan één opzicht logisch.’
Reynolds verstijfde weer, zag Puller in de spiegel.
‘Om massavernietigingswapens te bestrijden, moet je weten waar ze zijn gestationeerd. Is dat de reden waarom je daar werkt, Susan?’
‘Ik heb ervaring opgedaan met massavernietigingswapens door mijn werkzaamheden aan het start-verificatieprogramma. Maar wil je nu alsjeblieft weggaan, zodat ik de politie kan bellen?’
‘Ik krijg de waarheid wel boven tafel, hoe dan ook.’
‘Dus je gaat mij ook vermoorden. Net zoals die man in DB?’
‘Hij was daar naartoe gestuurd om mij te vermoorden. Ik weet niet of jij ook bij dat plan betrokken was.’
‘Ik hoop dat je je vermaakt als je dat onzinverhaal aan de MP’s vertelt.’
‘Als jij met me samenwerkt, denk ik dat we wel een deal voor je kunnen regelen. Misschien hoef je dan niet de rest van je leven in de gevangenis te zitten. Een heel goede deal zelfs.’
‘Ik ga helemaal niet naar de gevangenis. Jij wel, terug naar de gevangenis. Of je gaat dood, die kans is groter.’
Ze gilde het uit toen ze de naald in haar hals voelde. Ze greep ernaar, vlak nadat Puller de naald terugtrok. Hij legde hem op de tafel achter zich.
Ze begon zich om te draaien. Hij trok de haan van zijn pistool naar achteren. ‘Niet doen.’
‘Wat heb je in me gespoten?’ schreeuwde ze.
‘Een eigen brouwseltje. Straks zul je voelen dat je hart als een gek begint te kloppen.’
Ze greep naar haar borst, die al op en neer ging. ‘Je hebt me vergiftigd! Klootzak, je hebt me vergiftigd!’
‘Maar ik heb het tegengif bij me. Als jij mijn vragen beantwoordt, geef ik je dat.’
‘Ik vertrouw je niet!’
‘Je zult wel moeten, je hebt immers geen keus.’
‘Ik vermoord je!’ brulde ze. Ze probeerde op te staan, maar hij legde een hand op haar schouder en drukte haar neer. Ze verzette zich, maar hij was te sterk.
‘Pas op, als je je fysiek inspant versnelt dat het proces en werkt zelfs het tegengif niet. En geloof me, je zult niet pijnloos sterven.’
Reynolds hield meteen op met bewegen.
‘Probeer normaal te ademen, met langzame, rustige ademteugen. Zoals bij yoga. Langzaam en rustig.’
Toen ze dat deed, zei hij: ‘Dat is beter.’ Hij zweeg even en keek via de spiegel naar haar.
Nu begon het echte verhoor pas.
‘Wie heeft je ingehuurd?’
‘Hoeveel tijd heb ik voordat het tegengif geen effect meer heeft?’
‘Vijf minuten, misschien minder nu je je hartslag hebt versneld. Het gif is nu veel sneller in je bloed opgenomen dan optimaal is.’
‘Niets hiervan is optimaal!’ snauwde ze.
‘Beheers je, Susan. Zorg dat je hartslag vertraagt en beantwoord mijn vragen. Wie heeft je ingehuurd om mij erin te luizen?’
‘Wat voor gif heb je gebruikt? Vertel op!’ eiste ze.
‘Een organofosfaat oftewel een zenuwgif.’
‘Shit! En het tegengif?’
‘2-pam, oftewel pralidoxime chloride. Met een beetje atropine, aangezien 2-pam niet goed door de bloed-hersenbarrière heen kan breken. En wat pilocarpine voor het geval dat je allergisch bent voor atropine.’
‘Ik vergat dat je doctorandus in de chemie bent. Maar je hebt natuurlijk gelijk met die 2-pam, en daarom bestaat mijn tegengif voor een deel uit atropine.’ Nu haalde Reynolds rustiger adem. ‘Heb je atropine?’
Puller zei: ‘Die stof is genoemd naar Atropos, een van de drie Schikgodinnen in de Griekse mythologie. Zij was de schikgodin die bepaalde op welke manier iemand moest sterven en dat vond ik wel toepasselijk gezien de omstandigheden. Jij had er immers op gerekend dat ik door een dodelijke injectie zou sterven voor jóúw misdaad, dus ik bewijs je gewoon een wederdienst. Tenminste, dat zóú ik kunnen doen.’ Hij zweeg even.
‘Maar we hebben niet veel tijd, dus: wie heeft je ingehuurd?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Bij lange na niet goed genoeg.’
‘Ik weet het niet, echt niet! Ik kreeg de instructies via een beveiligde link op mijn privémail.’
‘Dus je hebt op basis van een mailtje hoogverraad gepleegd?’
‘Dat was het niet alleen. Ik heb ook iemand ontmoet.’
‘En die heette?’
‘Hij heeft me echt zijn kaartje niet gegeven.’
‘Nou, nu weet ik tenminste dat het een man was. Waar hoorde hij bij?’
‘Niet bij ons land.’
‘Bij welk land dan?’
Terwijl hij op haar antwoord wachtte, keek hij extra aandachtig naar haar spiegelbeeld.
Ze trok haar wenkbrauwen op en wreef over haar neus. ‘Rusland,’ zei ze.
Puller ontspande zich een beetje. ‘Oké, en hij heeft je overgehaald om wat te doen?’
‘Waar we jou van hebben beschuldigd. Hun via een achterdeurtje toegang verschaffen tot onze systemen.’
‘Maar dat hebben ze gecontroleerd nadat jullie me erin hadden geluisd. Waarom zou je daar de aandacht naartoe trekken?’
‘Ze hebben jóúw ingangen gecheckt, niet die van iemand anders.’
‘Jij hebt me dus voor de wolven gegooid zodat ze jou met rust lieten?’
‘Ja, zoiets.’
‘Zijn die achterdeurtjes er nog steeds?’
‘Ik neem aan van wel.’
‘En zijn die ook gebruikt?’
‘Ik geloof niet dat ze me hebben betaald om ze niet te gebruiken.’
‘En nu werk je bij het wmd Center. Interessant.’
‘Dat heeft daar niets mee te maken. De Russen hebben massavernietigingswapens, zij hebben die van andere landen niet nodig.’
‘Misschien niet, als je denkt dat de Russen hier inderdaad achter zaten. Ik denk dat niet.’
‘Je hebt me vergiftigd. Denk je dat ik zou liegen?’
‘Natuurlijk denk ik dat. Want dat ben je, een leugenaar.’
‘Je hebt geen kans, Puller. Geen enkele kans. Jij gaat sterven.’
‘Het is gemakkelijk om de Russen ergens de schuld van te geven. Het is dus niet erg creatief dat ze volgens jou je bron waren. Ik had meer van je verwacht.’
Reynolds schreeuwde: ‘Hoeveel tijd heb ik nog? Geef me dat verdomde tegengif!’
Puller zei alsof hij haar niet had gehoord: ‘Niles Robinson zei dat hij me in gezelschap van een Iraanse agent had gezien. Maar dat zou hij niet hebben gezegd als Iran er echt bij betrokken was en dus kunnen we dat land buiten beschouwing laten. Ik denk nu gewoon even hardop. Je mag me elk moment met het echte antwoord in de rede vallen.’ Hij stak zijn hand in zijn broekzak.
‘Klootzak! Ik durf te wedden dat je niet eens atropine bij je hebt.’
Hij drukte de punt van een andere naald in haar hals en spoot de oplossing naar binnen. Een paar seconden later was ze al buiten westen door het kalmeringsmiddel dat hij haar had toegediend. Het ‘gif’ was een zoutoplossing geweest.
Hij had haar huis al doorzocht en in haar kluis haar geheime wapenvoorraad gevonden. Ook daar had ze een fout gemaakt door hiervoor dezelfde code te gebruiken als voor de alarminstallatie van haar woning. Eén pistool zat niet in zijn doos, waaruit hij had afgeleid dat ze gewapend was. Met zijn telefoon had hij foto’s gemaakt van alle documenten die er veelbelovend uitzagen. Bovendien had hij haar computer gehackt en bestanden naar zijn portable harde schijf gekopieerd.
Hij verliet het huis, deed zijn masker af, liep naar zijn pick-uptruck aan de overkant van de straat en reed weg. Zijn bezoek aan Reynolds was zowel positief als negatief geweest. Het positieve was dat ze had toegegeven dat ze hem erin had geluisd; ook had ze hem een paar aanwijzingen gegeven met betrekking tot de waarheid. Het negatieve was ook duidelijk: zij zou anderen vertellen dat hij bij haar thuis was geweest en haar had bedreigd. Daardoor zouden ze weten dat hij in de buurt was én het zou iedereen versterken in zijn mening dat hij schuldig was. Hoewel dat natuurlijk helemaal niet nodig was.
Toch was het de moeite waard geweest, want nu pas had hij echt het gevoel dat hij de waarheid zou kunnen achterhalen.