59

John Puller bewaarde zijn gewone telefoon in zijn rechtervoorzak en zijn wegwerptelefoon in de linker. Hij zat op de rand van Knox’ bed toen de wegwerptelefoon begon te trillen.

Hij haalde hem tevoorschijn en las de sms. Het bericht was zo kort dat hij hem snel kon ontcijferen. Hij was al opgestaan voordat hij alles had gelezen.

Knox keek naar hem op. ‘Wat is er aan de hand?’

‘Ik moet ervandoor.’ Hij was al bij de deur.

‘Puller?’

‘Je mag mijn friet opeten.’

Toen was hij weg.

Knox keek nog een paar seconden naar de deur, trok de slangetjes uit haar arm, sprong uit bed, liep snel naar de kast, pakte haar tas met haar bebloede kleren en kleedde zich aan. Ondertussen begon het alarm van de monitor te piepen.

 

Puller rende naar zijn auto. Hij sprong erin, startte de motor en zette de Malibu in Drive. Hij reed slingerend de parkeerplaats van het ziekenhuis af en de openbare weg op.

Zijn broer had hem zijn laatste positie doorgegeven, maar toch zou er een wonder nodig zijn om hem te vinden. En dan zou het weleens te laat kunnen zijn. Hij had Knox niet kunnen helpen, maar hij zóú zijn broer helpen!

Zijn telefoon zoemde weer. Onder het rijden hield hij hem voor zich omhoog. Hij keek verbaasd naar het scherm en zag een kaart met een stipje erop, een bewegend stipje. Op de een of andere manier had zijn broer hem via de wegwerptelefoon een real-time tracking-link gestuurd.

Hij zag al snel waar het stipje zich bevond, sloeg eerst rechts af en daarna links af, reed de oprit naar de snelweg op en gaf plankgas. Hij vloog langs ander verkeer dat naar het oosten reed en racete over de Rooseveltbrug D.C. in.

Hij kon kiezen uit drie richtingen. Terwijl hij keihard doorreed, keek hij naar de kaart. Bobby reed naar het westen, wat betekende dat hij Pullers kant op kwam. Maar hij reed ook naar het noorden, wat betekende dat hij ook bij hem vandaan reed.

Puller keek voor zich en zag in de verte een politieauto op de linkerbaan, en Puller reed veel harder dan de maximumsnelheid. Er stond een file in de richting van Constitution Avenue als gevolg van wegwerkzaamheden. Puller zwenkte naar de meest rechtse rijbaan, met veel getoeter van de andere weggebruikers tot gevolg, en vocht zich een weg naar de afslag naar Independence Avenue.

Hij vloog over de volgende kruisingen, terwijl hij steeds het stipje op het scherm volgde. Toen kreeg hij een idee en typte een sms’je van vier woorden.

Ga naar het zuiden.

Een paar seconden later zag hij dat het stipje de andere kant op reed. Hij bleef er af en toe naar kijken terwijl hij kruising na kruising overstak, door rood licht reed en met een paar centimeter speling langs allerlei auto’s glipte. Des te beter als een agent de achtervolging in zou zetten. Maar hij zag geen enkele politiewagen.

Na een snelle berekening stuurde hij weer een sms.

Naar het oosten.

Het stipje draaide weer. Puller deed dat ook, maar hij sloeg rechts af, zodat hij links van zijn broer uitkwam.

Hij stak nog twee kruisingen over en keek naar het stipje.

Hij stuurde weer een sms.

Eerste links.

Het stipje bewoog de goede kant op. Puller keek voor zich en zag de pick-uptruck, met rokende banden, op hem afkomen. Puller legde de telefoon neer en keek langs de pick-uptruck de straat in. Oké, nu geen sms’jes meer. Nu moest hij in actie komen.

Er waren twee vijandelijke auto’s. Zijn broer had ze in zijn eerste sms beschreven: een zwarte Mercedes S550 en een zwarte Escalade.

De voorkant van de Escalade was gedeukt. Hij wist niet waardoor. De Mercedes reed vlak achter de pick-uptruck en zocht naar een opening om ernaast te gaan rijden. Op het rechte stuk kon de pick-uptruck daar niets tegen doen.

Puller reed keihard naar de drie auto’s die vlak bij elkaar reden. Nog een paar seconden, dan kwamen ze elkaar tegen.

Hij stuurde nog een sms.

Plankgas.

De pick-uptruck schoot naar voren, waardoor er een gaatje ontstond tussen de pick-uptruck en de Mercedes.

Puller controleerde of zijn gordel goed vastzat, keek naar het airbagteken op het dashboard, haalde diep adem en gaf plankgas. Hij hoopte dat het leger deze auto goed had verzekerd. En hij wist dat hij de rest van zijn leven bezig zou zijn met het invullen van formulieren. Maar dat was beter dan zijn broers begrafenis bijwonen.

Hij reed Bobby links voorbij en dook in het gat. Met gierende banden klapte hij tegen de zijkant van de auto en kwam precies voor de S550 uit. De rechterkant van zijn achterbumper raakte de linkerkant van de voorbumper van de andere auto. Hij had het perfect getimed: de Mercedes tolde om zijn as en de linkerkant van de achterbumper miste Pullers auto op een haar na terwijl deze voorbijsnelde. Toen de Mercedes was uitgedraaid, had de bestuurder de auto helemaal niet meer onder controle, zodat die de lucht in vloog en tegen een dikke boom op het trottoir tot stilstand kwam. Het metaal gaf wel mee, maar het hout niet, en dus was de S550 uitgeschakeld.

De Escalade had de botsing vermeden door gas terug te nemen, maar nu schoot hij als een haai die achter een zeehond aan zit naar voren.

Puller reed de stoep aan de overkant op en schampte een geparkeerde auto. Hij trok vervolgens zijn stuur naar links, schoot door een gat in de rij geparkeerde auto’s en reed de straat weer op. Zijn broer was doorgereden en al bijna niet meer te zien. Maar de Escalade reed vlak achter Puller en had hem bijna ingehaald.

De chauffeur van de suv gaf gas en de voorbumper van de Escalade ramde de achterkant van de Malibu, die gewoon verkreukelde.

Pullers auto schommelde even, maar hij kreeg hem al snel weer onder controle. Hij keek naar voren. Zijn broer was langzamer gaan rijden. Puller vloekte, knipperde met zijn lampen en toeterde op een bepaalde manier.

De pick-uptruck gaf weer gas.

Die goeie ouwe morsecode, dacht Puller. Hij had net G-A gespeld.

Maar zijn positieve gevoel ebde snel weg toen de suv hem weer raakte en daarna naast hem ging rijden.

Hij wist wat er nu ging gebeuren.

De raampjes van de suv gingen open en er werden twee pistoollopen naar buiten gestoken.

Puller had zijn M11 al in de hand. Hij drukte op het knopje om het passagiersraam te openen en schoot op het raam van de bestuurder van de suv. De ruit ging kapot, maar viel niet uiteen.

Polycarbonaat. Geweldig!

Zijn ramen waren niet van kogelvrij materiaal gemaakt.

Vlak voordat zij op hem schoten, trapte hij op de rem. Zijn banden rookten, en de suv schoot hem voorbij. De pistolen werden afgevuurd en in een rij geparkeerde auto’s verschenen opeens kogelgaten, sissende radiators, leeglopende banden en het gepiep van de autoalarminstallaties.

Puller keek of hij ergens politie zag, maar nee, nog steeds niet. Hij verwachtte sirenes te horen, maar het enige wat hij hoorde was zijn hartslag in zijn oren. Hielden ze allemaal tegelijk pauze of zo? Was de autostoet van de president onderweg en hielden de agenten de straten voor hem vrij?

Auto’s in de rijbaan voor hem hadden gezien wat eraan kwam en waren aan de kant gegaan, luid toeterend.

Hij rukte het stuur naar rechts en ging achter de suv rijden.

Ze konden niet door de achterruit van de suv schieten, maar misschien wel uit de zijraampjes.

Hij schatte de hoogte van zijn motorkap en die van de bumper van de suv. Tja, hij zou wel merken of hij de hoogtes goed had ingeschat.

Hij trapte het gaspedaal dieper in en de Malibu schoot naar voren, raakte de achterbumper van de suv en bleef daar hangen. Hij hield zijn voet op het gaspedaal, waardoor de motorkap van de Malibu indeukte, naar beneden gleed, onder de achterbumper van de suv. Hij hield het gaspedaal ingetrapt.

De lopen van de pistolen werden weer uit de zijraampjes gestoken en naar achteren gericht. Puller dook opzij in zijn stoel toen de voorruit explodeerde en hij werd bedolven door glasscherven. Maar doordat de beide auto’s nu aan elkaar vastzaten, was het niet echt nodig dat hij kon zien waar hij naartoe reed. De suv stuurde voor hem. Hij zorgde alleen voor de snelheid.

Hij wachtte tot ze ophielden met schieten, ging weer rechtop zitten en trapte het gaspedaal nog verder in.

De Malibu gleed nog verder onder de achterbumper. Eén centimeter, twee, drie... Zijn motorkap zat helemaal in elkaar, zijn voorbumper was nog slechts een herinnering.

Maar nu gebeurde er wat hij wilde: het subframe van de Malibu, dat veel sterker was dan de carrosserie van de suv, begon de achterkant van de suv op te tillen.

En toen kwamen de achterwielen van de suv iets van de grond. Het was niet nodig dat ze helemaal omhooggingen, een beetje was genoeg.

Toen ging het achterraam van de suv open. Dat kon maar één ding betekenen: ze wilden weer schieten en de chauffeur zorgde ervoor dat de schutters deze keer een onbelemmerd uitzicht hadden.

Tja, dat kunnen we dus niet hebben, dacht Puller.

Hij rukte het stuur van de Malibu heen en weer, en grijnsde toen de twee schutters, die natuurlijk geen gordel droegen en probeerden hun wapen op hem te richten, tegen elkaar aan vielen als bowlingpins. Hij gaf nog twee rukken aan het stuur, waardoor ze met hun hoofden tegen elkaar aan knalden. Een van hen viel om en de ander liet zijn wapen vallen en greep vloekend naar zijn hoofd.

De chauffeur van de suv begreep wat Puller aan het doen was, want Puller hoorde dat de man gas terugnam. Het enige probleem daarmee was dat Puller nu bepaalde wat er gebeurde, en niet de chauffeur van het andere voertuig. Hij hield het gaspedaal diep ingedrukt, waardoor de suv door de beweging van de Malibu vooruit werd geduwd.

Puller zag waar ze op af reden en schatte de afstand in. In gedachten telde hij de seconden af, hoopte dat zijn broer deze weg allang had verlaten en voorgoed was verdwenen. Hij kon niet langs de suv naar voren kijken om dat te controleren.

Bij tien hield hij op met tellen, deed een schietgebedje en rukte het stuur naar rechts.

De voorkant van de Malibu kwam los van de achterkant van de suv. De neus van de suv klapte naar links, maar toen de achterwielen de grond weer raakten werd de suv plotseling weer naar rechts gedraaid. Noch de chauffeur noch de auto was kennelijk voorbereid op deze woeste mix van zwaartekracht en middelpuntvliedende kracht. De suv kantelde, raakte de stoep, daarna een geparkeerde auto en vervolgens een stalen bank die op de stoep was geschroefd.

En ten slotte, als klap op de vuurpijl, kantelde hij nog een keer.

Hij landde op het dak, dat indeukte, en daarna rolde hij verder door, waardoor de kant van de chauffeur in elkaar deukte. Ten slotte kwam hij tot stilstand op zijn zij nadat hij tegen de hoek van een bakstenen huis was gebotst.

Puller reed door, zonder achterom te kijken. Hij sloeg links af, daarna rechts af en keek naar het stipje. Zijn broer zat vlak voor hem, twee blokken verderop en reed heel snel.

Puller besloot geen sms meer te sturen, maar te bellen.

‘Ben je in orde?’ vroeg zijn broer gespannen.

‘Beide auto’s uitgeschakeld en ik ben nog heel, ook al ligt mijn auto in puin. En jij?’

‘Ze hebben me gevonden, John. Ik heb geen idee hoe. Ik zat naar Reynolds te kijken die zat te dineren en opeens was ik omsingeld.’

‘Kentekenplaten van Kansas?’

‘Nee, dat kan niet, die had ik omgewisseld.’

‘Ze konden je onmogelijk herkennen.’

‘Nee. Toen ik in Reynolds’ huis was, heeft ze me niet gezien.’

Toen wist Puller het: ‘Haar huis! Bobby, ze heeft een behoorlijk geavanceerd beveiligingssysteem. Denk je dat er buiten haar huis videocamera’s hangen?’

‘Shit, dat moet het zijn! Ik heb er niet een gezien, maar ik heb er ook niet echt op gelet. Ze kan de beelden natuurlijk gezien hebben en geweten hebben hoe ik er nu uitzie. Pas bij de voordeur heb ik mijn bivakmuts opgezet. En ik zette hem af toen ik wegging.’

‘Maar toen had een bewakingscamera al opnamen van je gemaakt. Zo hebben ze je vanavond gevonden.’

‘Wat een stomme actie van me.’

‘Die vrouw is echt goed, dat moet gezegd worden.’

Zijn broer haalde diep adem. ‘Ik ben niet erg goed in dit spionagegedoe.’

‘Ze hebben je nog niet te pakken gekregen. En het was heel slim van je om me een real-time kaart te sturen van je locatie.’

‘Ach, dat was gemakkelijk. Met software weet ik wel raad.’

‘Toch had ik je zonder die kaart nooit gevonden.’

‘Ik heb gezien wat je net deed. Als jij niet was gekomen, zou ik nu dood zijn.’

‘Dan staan we quitte. Heb je vanavond iets nuttigs gezien?’

Robert vertelde hem over het etentje van Reynolds en Malcolm Aust.

‘Dus een hoge piet in de wereld van de massavernietigingswapens?’ vroeg Puller.

‘Een van de hoogste. Ik snap alleen niet hoe dit allemaal in elkaar steekt. Ik kan me niet voorstellen dat Aust bij een samenzwering betrokken is.’

‘Wie weet, Bobby? De enige die ik kan vertrouwen ben jij.’

‘Wat doen we nu?’

‘Je moet een nieuwe verblijfplaats zoeken en me een sms sturen met het adres. En laat die pick-uptruck ergens achter.’

‘Ik heb wel vervoer nodig.’

‘Ik regel wel iets voor je. Maar de kans is groot dat ik, nadat ik dit wrak heb ingeleverd, nooit meer een voertuig van het leger meekrijg. Ik kom zo snel mogelijk naar je toe.’

‘Ze hadden ons vanavond bijna te pakken,’ zei Robert. ‘En zeg niet dat bijna niet helemaal is.’

‘Oké.’

‘We moeten in de aanval gaan in plaats van in de verdediging.’

‘Zodra je een manier hebt bedacht om dat te doen, moet je het me maar laten weten, grote broer van me.’

‘Ja,’ zei Robert mistroostig. ‘Doe ik, Junior.’

De ontsnapping
546a7df21469d6.html
546a7df21469d7.html
546a7df21469d8.html
546a7df21469d9.html
546a7df21469d10.html
546a7df21469d11.html
546a7df21469d12.html
546a7df21469d13.html
546a7df21469d14.html
546a7df21469d15.html
546a7df21469d16.html
546a7df21469d17.html
546a7df21469d18.html
546a7df21469d19.html
546a7df21469d20.html
546a7df21469d21.html
546a7df21469d22.html
546a7df21469d23.html
546a7df21469d24.html
546a7df21469d25.html
546a7df21469d26.html
546a7df21469d27.html
546a7df21469d28.html
546a7df21469d29.html
546a7df21469d30.html
546a7df21469d31.html
546a7df21469d32.html
546a7df21469d33.html
546a7df21469d34.html
546a7df21469d35.html
546a7df21469d36.html
546a7df21469d37.html
546a7df21469d38.html
546a7df21469d39.html
546a7df21469d40.html
546a7df21469d41.html
546a7df21469d42.html
546a7df21469d43.html
546a7df21469d44.html
546a7df21469d45.html
546a7df21469d46.html
546a7df21469d47.html
546a7df21469d48.html
546a7df21469d49.html
546a7df21469d50.html
546a7df21469d51.html
546a7df21469d52.html
546a7df21469d53.html
546a7df21469d54.html
546a7df21469d55.html
546a7df21469d56.html
546a7df21469d57.html
546a7df21469d58.html
546a7df21469d59.html
546a7df21469d60.html
546a7df21469d61.html
546a7df21469d62.html
546a7df21469d63.html
546a7df21469d64.html
546a7df21469d65.html
546a7df21469d66.html
546a7df21469d67.html
546a7df21469d68.html
546a7df21469d69.html
546a7df21469d70.html
546a7df21469d71.html
546a7df21469d72.html
546a7df21469d73.html
546a7df21469d74.html
546a7df21469d75.html
546a7df21469d76.html
546a7df21469d77.html
546a7df21469d78.html
546a7df21469d79.html
546a7df21469d80.html
546a7df21469d81.html
546a7df21469d82.html
546a7df21469d83.html
546a7df21469d84.html
546a7df21469d85.html
546a7df21469d86.html
546a7df21469d87.html
546a7df21469d88.xhtml