51

Ze waren al bijna bij de uitgang toen twee bewakers hen tegenhielden. ‘Chief Puller? Agent Knox?’ vroeg een van hen, een sergeant in camouflagekleding.

‘Ja?’ vroeg Puller.

‘Meneer Carter zou u beiden graag willen spreken.’

Donovan Carter wachtte op hen in een kamer naast zijn officiële kantoor. Er was nog iemand aanwezig, een man van gemiddelde lengte, met een dikke bos blond haar en priemende groene ogen. Net als Carter droeg hij volgens voorschrift een marineblauw pak met een wit overhemd en een onopvallende gestreepte stropdas.

‘Dit is Blair Sullivan,’ zei Carter. ‘Hij is hoofd van onze sectie Interne veiligheid.’

De man knikte even naar hen, maar zei niets.

‘Na ons gesprek van gisteravond...’ begon Carter.

Pullers blik schoot naar Sullivan, maar Carter zei: ‘Het is wel goed, agent Puller. Ik heb hem op de hoogte gebracht. Hij heeft bepaalde dingen voor me uitgezocht.’

Sullivan sloeg zijn armen over elkaar en vermeed het Puller en Knox aan te kijken.

Carter sloeg een dossier open dat voor hem lag. ‘Laten we eerst Susan Reynolds’ financiële verleden bekijken. Ik wist dit niet, maar haar echtgenoot was een fbi-agent die jaren geleden is overleden.’

‘Omgekomen bij een auto-ongeluk, vertelde ze ons,’ zei Puller. ‘Dader is doorgereden.’

Carter keek naar Sullivan, die verder vertelde. ‘Er was een levensverzekering van twee miljoen dollar afgesloten op het leven van Adam Reynolds,’ zei Sullivan.

‘Waarom zo’n hoog bedrag?’ vroeg Puller.

‘Omdat hij een fbi-agent was. Ze hadden twee jonge kinderen. Mevrouw Reynolds had eenzelfde verzekering, omdat ze voor de regering vaak naar afgelegen gebieden in het buitenland reisde. Dus liepen ze allebei een verhoogd risico. De premie was steeds keurig betaald en mevrouw Reynolds kreeg de uitkering. Ze heeft dat geld gebruikt om enkele schulden af te betalen en voor de opvoeding van haar kinderen, en heeft de rest geïnvesteerd. Ik wilde dat ik háár om financieel advies had gevraagd, want ze heeft het veel beter gedaan dan mijn pensioenfonds. Met als gevolg dat de verzekeringsuitkering in de tussenliggende jaren behoorlijk is gegroeid.’ Hij zweeg en keek naar Puller.

‘En die Joan Miró in haar werkkamer?’ vroeg Knox.

‘Dat is inderdaad een Joan Miró, maar een beperkte gesigneerde oplage. Niet iets wat ik me ooit zal kunnen permitteren, maar mevrouw Reynolds heeft hem een paar jaar geleden voor een leuke prijs kunnen kopen. En daar had ze het geld voor. Dat heeft ze gemeld en staat al jaren in haar dossier.’ Weer hield Sullivan zijn mond en keek strak naar Puller.

Carter zei: ‘Neem me niet kwalijk dat ik dat gisteravond niet wist.’

Sullivan zei: ‘Met alle respect, meneer, u staat aan het hoofd van een organisatie met duizenden werknemers. U kunt onmogelijk op de hoogte zijn van de financiële details van al uw werknemers. Dat is mijn werk.’

‘En Niles Robinson?’ vroeg Knox.

‘Hij was niet werkzaam voor de dtra,’ zei Sullivan meteen. ‘Meneer Carter heeft me verteld dat u ook twijfels hebt over hem. Ik stel voor dat u dat natrekt bij zijn laatste dienst.’ Sullivan zweeg even. ‘Maar meneer Carter heeft me verteld wat u hem over Robinson heeft verteld. En omdat ik ook een kind had met een ernstig gezondheidsprobleem kan ik u vertellen dat een ouder alles zal doen om hem te helpen. Het zou me verbazen als meneer Robinson niet alles wat hij bezat naar de lommerd heeft gebracht en overal geld heeft geleend om ervoor te zorgen dat zijn kind bleef leven. Ik moet wel zeggen dat ik het walgelijk vind dat jullie meteen de conclusie hebben getrokken dat een man in die situatie zijn land zou verraden. Echt waar.’

‘Ik trek niet zomaar conclusies, meneer Sullivan, ik onderzoek zaken.’

‘Nou, ik denk dat u moet doorgaan met uw onderzoek, maar dan een andere richting moet inslaan. Susan Reynolds is een gerespecteerd lid van de dtra-familie en zij heeft voor zover ik kon nagaan geen enkel smetje op haar blazoen.’ Sullivan zweeg weer en even later leek zijn lichaam op te zwellen door felle afkeer. ‘En dat kan uw broer niet zeggen, wel? Ik vind het bijzonder vreemd dat u een van onze mensen van hoogverraad beschuldigt, terwijl uw eigen vlees en bloed niet alleen uit de gevangenis is ontsnapt, maar ook iemand heeft vermoord. Schaamt u zich niet, agent Puller?’ Hij stond op toen hij die laatste zin zei en het leek alsof hij wilde uithalen naar Puller, die bijna dertig kilo zwaarder was dan hij en zeker twintig centimeter langer.

‘Sullivan!’ zei Carter op scherpe toon. ‘Je gaat je boekje ver te buiten. Hou je mond, nu!’

Sullivan liet zich in zijn stoel vallen, sloeg zijn armen over elkaar en wendde zijn blik af.

Carter zei: ‘Mijn excuses voor de toon en de woorden van mijn collega, agent Puller. We mogen ons niet laten leiden door onze emoties.’ Hij keek naar Sullivan en zei op strenge toon: ‘Hier hebben we het straks nog over.’ Daarna zei hij tegen Puller: ‘Dat gezegd hebbende, ik ben het eens met zijn conclusies over Susan Reynolds. Alles lijkt in orde. En dat heb ik haar ook verteld.’

‘Nou, we zijn u dankbaar dat u in deze zaak bent gedoken, meneer,’ zei Knox. Ze stond op en trok aan Pullers mouw.

Puller staarde met een ijskoude blik naar Sullivan. Toen de man eindelijk naar hem keek en Pullers felle blik op zich gericht zag, wendde hij snel zijn blik weer af.

Ze verlieten Carters kantoor en werden naar de uitgang begeleid.

Toen ze eenmaal buiten waren, zei Knox: ‘Oké, eerst Reynolds en nu dit. Waarom heb ik het gevoel dat ik zojuist te horen heb gekregen dat ik moet nablijven?’

Toen Puller niets zei, voegde ze eraan toe: ‘Denk jij dat deze Sullivan erbij betrokken is? Hij gedroeg zich als een psychopaat.’

Puller schudde zijn hoofd en haalde zijn autosleutels tevoorschijn. ‘Hij heeft het dossier ingekeken en zag wat hij zag. En als hij echt een ziek kind heeft gehad, vindt hij mij waarschijnlijk een hufter. En ik snap wel wat hij bedoelt als mijn broer een verrader is en ik met mijn vinger naar goede mensen wijs. Toch schoot het me in het verkeerde keelgat.’

‘En Carter?’ vroeg ze.

Puller gaf niet meteen antwoord. ‘Dat weet ik niet, Knox. Daar ben ik nog niet uit.’

‘Nou, dit kan ik je wel vertellen: die Joan Miró was géén beperkte oplage. Dat was een origineel, dat zweer ik.’

‘Nou ja, die is nu allang verdwenen, origineel of niet,’ zei Puller.

‘Dat denk ik ook,’ zei Knox grimmig.

‘Ik denk wel dat ik me heb vergist in Reynolds.’

‘Wat! Denk je dat ze onschuldig is?’

‘Nee, ik denk dat ze veel gevaarlijker en capabeler is dan ik dacht. Ze is me net te slim af geweest en ik wil niet opscheppen, maar dat overkomt me zelden.’

‘Nou, mij ook niet,’ antwoordde Knox. ‘Ze loog over je broer. Dat kalmeringsmiddel zat in haar bloedbaan, dus heeft ze haar pistool niet kunnen pakken en hem niet bang gemaakt. We kunnen dat tegen haar gebruiken.’

‘Daar zal ze wel een verklaring voor hebben, Knox. Dat ze zichzelf iets had toegediend in de hoop de werking van het gif te vertragen.’

Met tegenzin zei ze: ‘Je zult wel gelijk hebben. Maar we mogen die trut niet laten winnen, Puller!’

‘Ze gaat ook niet winnen. Maar het zal niet gemakkelijk worden.’

‘Hadden we maar iets wat we tegen haar konden gebruiken.’ Ze keek naar Puller die nu in de verte staarde en duidelijk niet naar haar luisterde. ‘Puller, waar denk je aan?’

Hij zei: ‘Ik bedenk net dat ik iets over het hoofd heb gezien.’

‘Waar?’

‘Dat is het probleem, dat weet ik dus niet. Maar iets... klopte daar niet. Ik weet het gewoon niet.’

‘Nou, dat is een mooie samenvatting van de stand van ons onderzoek, vind je ook niet?’ zei ze grimmig. ‘We weten het gewoon niet.’

De ontsnapping
546a7df21469d6.html
546a7df21469d7.html
546a7df21469d8.html
546a7df21469d9.html
546a7df21469d10.html
546a7df21469d11.html
546a7df21469d12.html
546a7df21469d13.html
546a7df21469d14.html
546a7df21469d15.html
546a7df21469d16.html
546a7df21469d17.html
546a7df21469d18.html
546a7df21469d19.html
546a7df21469d20.html
546a7df21469d21.html
546a7df21469d22.html
546a7df21469d23.html
546a7df21469d24.html
546a7df21469d25.html
546a7df21469d26.html
546a7df21469d27.html
546a7df21469d28.html
546a7df21469d29.html
546a7df21469d30.html
546a7df21469d31.html
546a7df21469d32.html
546a7df21469d33.html
546a7df21469d34.html
546a7df21469d35.html
546a7df21469d36.html
546a7df21469d37.html
546a7df21469d38.html
546a7df21469d39.html
546a7df21469d40.html
546a7df21469d41.html
546a7df21469d42.html
546a7df21469d43.html
546a7df21469d44.html
546a7df21469d45.html
546a7df21469d46.html
546a7df21469d47.html
546a7df21469d48.html
546a7df21469d49.html
546a7df21469d50.html
546a7df21469d51.html
546a7df21469d52.html
546a7df21469d53.html
546a7df21469d54.html
546a7df21469d55.html
546a7df21469d56.html
546a7df21469d57.html
546a7df21469d58.html
546a7df21469d59.html
546a7df21469d60.html
546a7df21469d61.html
546a7df21469d62.html
546a7df21469d63.html
546a7df21469d64.html
546a7df21469d65.html
546a7df21469d66.html
546a7df21469d67.html
546a7df21469d68.html
546a7df21469d69.html
546a7df21469d70.html
546a7df21469d71.html
546a7df21469d72.html
546a7df21469d73.html
546a7df21469d74.html
546a7df21469d75.html
546a7df21469d76.html
546a7df21469d77.html
546a7df21469d78.html
546a7df21469d79.html
546a7df21469d80.html
546a7df21469d81.html
546a7df21469d82.html
546a7df21469d83.html
546a7df21469d84.html
546a7df21469d85.html
546a7df21469d86.html
546a7df21469d87.html
546a7df21469d88.xhtml