63

Hijgend stonden ze stil. Het was inmiddels donker en het park was verlaten. Vanaf de plek waar ze stonden, wezen de schaars verlichte paden alle kanten op.

‘Waarheen?’

Achter zich hoorden ze zware passen de trap af bonken.

‘Daar,’ riep Alec. ‘Kom mee.’

Zo hard als ze konden renden ze in de richting van Temperate House en stormden de trap van de kas op. Alec duwde de smalle glazen deur open en trok Tara mee naar binnen.

De tropische hitte daalde op hen neer. Naarstig keek Alec om zich heen, zoekend naar iets om de deur mee te barricaderen. Met twee handen greep hij de rand van een levensgrote terracotta pot beet en rukte eraan. Er was geen beweging in te krijgen.

Tara keek naar buiten. ‘Hij komt eraan,’ riep ze. ‘Waar moeten we heen?’

De man had de trap bereikt en nam de eerste trede. Alec speurde de ruimte af. De kas was overzichtelijk ingedeeld. Tussen de perken liepen twee betegelde paden over de hele breedte van de kas. Ze lagen evenwijdig aan elkaar en kwamen in het midden van de ruimte, exact op de plek waar ze nu stonden, samen.

‘Kijk,’ zei Alec en wees naar de smeedijzeren wenteltrap. ‘Kom, naar boven.’

Er klonk een schot en het geluid van brekend glas. In een milliseconde voelde Alec dat de lucht zich verplaatste. De kogel had de palmboom die een paar meter van hem verwijderd was geraakt. Ze renden naar de trap en stoven de treden op.

‘En nu?’ vroeg Tara buiten adem. Zweet parelde op haar voorhoofd. Ze stonden op een hoge metalen loopbrug die langs de hele lengte en breedte van de kas liep zodat bezoekers de planten van bovenaf konden bekijken. ‘We zitten in de val,’ riep ze. ‘Kijk maar Alec, het loopt helemaal rondom. We kunnen geen kant op.’

Alec leunde over de rand en keek naar beneden. De man was de tegenovergestelde richting op gerend. Tot zijn schrik zag hij in de verte iets tussen het groen doorschemeren. Nog een trap. Linksom of rechtsom, ze zouden hem hoe dan ook tegenkomen. Ze konden alleen nog naar beneden, maar ook daar schoten ze niets mee op. Hun belager zou dat direct merken en net zo snel als zij onder aan de trap staan.

Zware voetstappen weerklonken op de metalen traptreden. Binnen een paar seconden stond hij recht tegenover hen. Op een afstand van tientallen meters keken ze elkaar over de kruinen van de bomen aan, wachtend wie de eerste beweging zou maken. Zelfs op deze afstand zag Alec dat de man moeite had met ademhalen. Zijn borstkas bewoog zwaar op en neer. Hij nam een besluit en greep Tara’s hand.

‘Op drie rennen we zo hard als we kunnen naar de rechterkant van de loopbrug, oké?’

‘En dan? Hij staat ons daar gewoon op te wachten.’

‘Je moet me vertrouwen.’

Ze knikte. Op de derde tel renden ze de loopbrug op. Hun voeten klonken hard op het metaal. In de verte zag Alec dat de man de reling van de loopbrug losliet en rustig hun kant uit liep, het pistool in de aanslag.

‘Alec, nee,’ gilde Tara. ‘We rennen recht op hem af.’

‘Stop hier, nu! Spring!’

Met een sprong doken ze opzij de boomkruinen in. Langs de bladeren en takken van de zestien meter hoge palmboom vielen ze naar beneden en belandden met een smak op de grond. Tara keek beduusd om zich heen. Kreunend greep ze naar haar elleboog. Alec trok haar overeind en hield een vinger op zijn lippen. Ze volgde zijn blik naar boven. De voetstappen klonken steeds verder weg. Op hun tenen liepen Alec en Tara dezelfde richting uit. Onder aan de trap wees Alec naar de nis onder de treden. Ze persten zich in de smalle ruimte en drukten zich zo dicht mogelijk tegen het muurtje aan. Ze hoorden de man de trap af lopen. Plotseling hield hij stil. Door het bewerkte ijzerwerk boven hen zagen ze zijn schoenzolen licht over het bordes schuiven. Hij bleef nog even staan en liep vervolgens langzaam de treden af. Op het moment dat zijn voeten de grond raakten, leunde Alec naar voren, hij greep zijn enkels beet en gaf een ruk. Met een kreet viel de man naar voren. Zijn gezicht klapte op de grond. Het pistool viel uit zijn hand.

‘Tara, pak het,’ riep Alec die op hem was gaan liggen en hem op de grond vastpinde. Ze gaf hem het pistool aan. Langzaam richtte Alec zich op.

‘Sta op.’

De man keek hen aan. Bloed stroomde uit zijn neus die onnatuurlijk scheef in zijn gezicht stond. Hij leunde met zijn handen op de grond en duwde zich omhoog tot hij op zijn knieën zat. Toen liet hij zich vallen. Kreunend legde hij zijn handen over zijn gezicht.

‘Nu is het onze beurt,’ zei Alec. ‘Wie ben je?’

De man schudde zijn hoofd en giechelde.

Alec schopte hem tegen zijn been.

‘Wie ben je. Wat was je met de bol van plan?’

Toen hij glimlachte zag Alec dat hij een tand miste. Bloed liep uit zijn mond. Hij spuugde en zei: ‘Ik heb het geld. Wil je het hebben? 32 miljoen euro. Ik heb het, ik kan het zo aan je geven, als je mij de Semper geeft.’

‘Was jij dat? Ben jij degene die er met al dat geld van het tulpenfonds vandoor is gegaan?’

Langzaam knikte de man. Druppels bloed vielen op de vochtige vloer en spreidden zich uit tot vlekken.

‘Klopt, ik had het geld nodig om de Semper te kopen.’

‘Heb jij dat tulpenfonds soms opgericht?’

‘Ik ben een van de initiatiefnemers, ja.’

‘Wilde je de Semper hebben zodat de investeerders hun geld zouden terugkrijgen?’ vroeg Tara.

De man lachte kort. ‘Natuurlijk niet, stomme muts. Die konden het allemaal makkelijk missen, die barstten van het geld. Het leek mij een mooi aanbod, voor een enkele bol. Toen Frank doorkreeg waar ik het geld vandaan had gehaald, wilde hij niet meer op mijn bod ingaan.’

‘En die weigering heeft hem zijn leven gekost?’

De man knikte. ‘Hij wist te veel en was van plan het aan de grote klok te hangen.’

‘Denk je nou echt dat ik wel op je aanbod inga?’

‘Iedereen is anders.’

‘En Simon?’ vroeg Tara.

Hij keek op. ‘Simon zat in geldnood door zijn investering in het fonds. Hij wist niet dat ik het geld achterovergedrukt had. Hij dacht dat ik, net als hij, in de maling was genomen. Dat ik ook mijn investering was kwijtgeraakt.’

‘Jullie werkten samen om de Semper de bemachtigen?’ vroeg Tara. Haar stem sloeg over.

Hij knikte. ‘In eerste instantie wel. Totdat Simon van gedachten veranderde. Hij wilde zich terugtrekken, maar hij wist te veel.’

‘Dus toen heb je hem ook laten vermoorden? En waar is de directeur? Waar is Peterson? Heb je die soms ook...’

De man leunde op de grond en duwde zich langzaam omhoog. Wankelend rechtte hij zijn rug en spreidde zijn armen. ‘Weet je wat? Ik heb een ander idee. Ik geef jullie het geld en jullie laten mij gaan. Die bol mag je houden. Weten jullie wel wat je allemaal met dat geld kunt doen? Tara? Jij kunt je onderzoek ermee bekostigen. Al het geld dat je nodig hebt is nu binnen handbereik.’

Tara schudde haar hoofd. ‘Je bent te laat,’ zei ze. ‘Als je hier een week geleden mee was gekomen had ik je aanbod met beide handen aangegrepen. Nu niet meer.’

‘Waarom niet? Wat is er veranderd?’

‘Ik, ik ben veranderd.’

Plotseling scheen een lichtbundel recht in het gezicht van de man, die in een reflex zijn onderarm voor zijn ogen hief. Alec rukte Tara naar zich toe. Iemand schreeuwde, greep hen beet en trok hen naar buiten. Zwaar bewapende agenten renden hen voorbij en richtten hun wapens op de man die in de lichtbundel stond, zijn armen opgeheven.

Onder begeleiding liepen ze weg van de kas. Tot zijn verbazing zag Alec dat Wainwright hen stond op te wachten.

‘Zo, meneer Schoeller, u had waarschijnlijk nooit verwacht dat u nog eens blij zou zijn om mij te zien.’ Dawn stond schuin achter hem en keek hem glimlachend aan.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml