51
‘Maar hoe en door wie werd Pauls plan dan misbruikt?’ vroeg Damian.
‘Zoals ik al vertelde deed Paul het niet in z’n eentje. Velen dachten met hem mee of waren er als geldschieter bij betrokken.’
‘En ze streefden allemaal dezelfde ideologie na, zei je net.’
Dick boog zich naar hem toe. ‘Luister goed. Dat is precies waar het misging. Paul kwam erachter dat niet alle betrokkenen even vredelievend waren en zijn ideeën deelden. Deze mensen hadden een verborgen agenda.’
‘Waar ging het hen dan om?’
‘Om het verspreiden van het fundamentalistische christendom in West-Europa, waarbij ze gebruikmaakten van het plan dat door de denktank was geformuleerd. Religie moest als transportmiddel fungeren, en vormde een subtiele radar in hun plan op weg naar een algehele mondiale westerse dominantie. En waar zou je daar beter mee kunnen beginnen dan hier, in ons land. Met onze christelijke scholen, universiteiten, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, omroepen, kranten en politieke partijen. Hoewel je hier katholieken, protestanten en gereformeerden hebt, wordt wel hetzelfde geloof gedeeld. Daar wilden ze op inspelen. De groep gelovigen moest niet alleen uitgebreid worden, hun geloof moest ook worden aangescherpt.’
‘Dus er waren christelijke fundamentalisten bij betrokken.’
Bezorgd keek Dick hem aan. ‘Paul probeerde er een stokje voor te steken. Toen hij merkte dat hij het niet meer onder controle had, pleegde hij zelfmoord.’
‘Maar kon hij dan helemaal niets meer doen?’
Dick wreef over zijn gezicht en zei: ‘Toen Paul zijn levenswerk op deze manier misbruikt zag worden, sloeg de bodem onder zijn bestaan weg. Hij begreep, net als ieder normaal denkend mens, dat religieus fanatisme tot vrijheidsbeperking leidt. Tot een wereld waarin vrouwen worden onderdrukt, die zich tegen homoseksuelen keert, waar bepaalde boeken en films niet gelezen en bekeken mogen worden en sommige muziek aan banden wordt gelegd. En dat het leidt tot een wereld waarin er voor andersdenkenden geen plek meer is. Maar dat was Paul zijn bedoeling helemaal niet geweest. Het ging hem om het versterken van saamhorigheid, en hij zag een gezamenlijke geloofsovertuiging als enige mogelijkheid om dit tot stand te brengen, om dat te bereiken.’
‘Dick, denk je echt dat het hier in Nederland zover zal komen? Met boekverbrandingen en alles erop en eraan? Ik bedoel, we zijn niet helemaal gek. Bovendien is religie hier al jaren op haar retour.’
‘Als je het hebt over ontkerkelijking heb je deels gelijk, maar religie vervult momenteel een enorme behoefte. Dat is prima, zolang deze behoefte niet georkestreerd wordt en dat gebeurt dus wel, ook door Paul.’
Toen keek hij somber voor zich uit en zei: ‘In het ergste geval krijgen we hier te maken met een opleving van streng religieuze groeperingen die ten strijde trekken tegen alle vrijheden die wij in de loop van de eeuwen hebben verworven. Frank vond het zo verontrustend, dat hij besloot tot een intensieve samenwerking met een paar rijke zakenlieden om deze plannen tegen te werken. Frank was de instigator, het brein achter dit tegenoffensief.’
‘De scf .’
‘Precies. En ik denk dat Frank en Simon door deze figuren, deze christelijke fundamentalisten die op slinkse wijze bij de denktank van Paul betrokken zijn, om het leven zijn gebracht. Waarom? Door wat Frank en Simon met de scf wilden bewerkstelligen. Ze wilden iets doen tegen de extreme beweging die uit Pauls initiatief was voortgekomen. Om de wetenschap in ere te houden en individuele denkers niet te laten vervallen tot een kudde schapen die zich door hun geloof lieten voorschrijven hoe ze moesten leven. Het fonds had veel geld, geld waarmee ze meer argumenten op tafel wilden krijgen om te bewijzen dat bijvoorbeeld de evolutietheorie wel degelijk klopt. Daarmee wilden ze ageren tegen de ideeën van streng religieuze bewegingen.’ Hij keek even voor zich uit en vervolgde op zachte toon: ‘Toen Frank erachter kwam hoe Wouter Winckel eeuwen geleden al heeft geprobeerd hier op een vredelievende manier tegen te strijden, besloot hij het op de dezelfde manier te doen.’
‘Winckel? Die tulpenhandelaar?’
‘Ja, dat was zijn inspirator. Die heeft het ook met de dood moeten bekopen.’
‘Wat heeft hij met de dood moeten bekopen?’
‘Het streven naar de vrijheid van handelen, naar de vrijheid van meningsuiting. En dan bedoel ik ook echt het uiten van je mening, niet de vrijheden die sommigen zich tegenwoordig onder dat mom denken te kunnen veroorloven om andersdenkenden op een grove manier te beledigen. Dat heeft in mijn ogen niets met me-ningsuiting te maken.’
Dick pakte een bierviltje en begon het in kleine stukjes te scheuren die hij in de volle asbak deponeerde.
‘We zijn maar mensen, en we moeten er toch met z’n allen iets van maken, we moeten het met elkaar doen,’ zei hij. Hij keek Damian aan. ‘Frank had iets gevonden wat ooit van Winckel was geweest, iets van onschatbare waarde.’
Hij wenkte Damian dichterbij te komen en zei fluisterend: ‘De Semper Augustus.’
‘Semper Augustus?’
Hij knikte. ‘De meest waardevolle tulp van allemaal. Zo waardevol zelfs, dat er eeuwenlang aan werd getwijfeld of ze wel bestond. Er schenen in de zeventiende eeuw maar drie bollen van te zijn. Niemand wist wie de eigenaar was.’
‘Was die tulp zo schaars? Dan kweek je ze toch gewoon?’
‘Nee, nee, dat was juist het probleem. De tulpen die in de catalogus stonden die ik je heb laten zien, met de gevlamde bloemblaadjes, die waren haast niet te kweken. Daarom waren er zo weinig van en waren ze zo waardevol. Kwekers uit die tijd begrepen het niet. Ze stopten een klister van zo’n gevlamde tulp in de grond, maar daar kwam vaak een effen tulp uit, of een met nauwelijks kleur op de blaadjes. Wat ze toen niet wisten, was dat die gevlamde tulpen een ziekte onder de leden hadden. Daar zijn ze pas in de twintigste eeuw achter gekomen. Het was een virus dat door luizen werd overgebracht: het mozaïekvirus.’
‘Een virus, een schadelijk iets, heeft dus de mooiste tulpen voortgebracht en tegelijkertijd zoveel ellende veroorzaakt,’ zei Damian voor zich uit.
‘Het verhaal ging dat er drie mensen waren die de Semper Augustus in hun bezit hadden. Een ervan zou Wouter Winckel zijn geweest, maar het is nooit bewezen dat hij die tulp bezat.’
‘Als hij hem had gehad zou die met de rest van zijn collectie op die veiling verkocht moeten zijn.’
‘Dat is het ’m juist, dat is niet gebeurd. Dus gingen ze ervan uit dat het inderdaad een gerucht was. Totdat Frank de bol vond, meer dan drie eeuwen later.’
Dick legde een hand op Damians arm. ‘Kun jij je voorstellen wat er gebeurt als de Semper Augustus nieuw leven in wordt geblazen? Dat we het met de nieuwste technieken, met onze huidige kennis voor elkaar krijgen deze tulp te klonen?’
‘Dat zou miljoenen opleveren.’
‘Tientallen miljoenen. Daar ging het Frank om.’ Hij stak zijn vinger op. ‘Niet voor zichzelf, mind you. Met dat geld wilde hij de wetenschap een enorme financiële injectie geven. Bakken met geld zouden er binnenkomen, voor allerlei vormen van onderzoek.’
Peinzend staarde Dick voor zich uit.
‘Volgens mij zitten degenen die Frank en Simon vermoord hebben achter de bol aan. Ze weten hoeveel die waard is en willen hem voor zichzelf hebben. Ze willen de Semper Augustus gebruiken om hun plannen voor een mondiaal christelijk-fundamentalistische expansie te bekostigen.’
‘Maar wie zijn dat dan?’
‘Dat is het probleem. Daar ben ik nog niet achter. In de afscheidsbrief aan zijn vrouw deed Paul dit hele verhaal uit de doeken. Hij vertelde dat hij wist wie het waren, maar dat hij hun namen mee zou nemen in zijn graf.’
Damian knikte. ‘Om zijn gezin te beschermen.’
‘Precies. Maar ik zal erachter komen wie het zijn, wie dit op zijn geweten heeft. Ik ben de enige die ze nog kan tegenhouden.’
*
Coetzer had zijn derde koffie voor zich en was nog steeds op pagina drie van zijn krant. Hij had zijn stoel, zo ver als hij kon zonder dat het opviel, in de richting van Dick en Damian geschoven. Via het speakertje in zijn oor had hij het hele gesprek kunnen volgen.