27

Beneden was het grijs en druilerig. Hierboven brandde de zon op zijn gezicht. Hij sloot zijn ogen en genoot van de stralen die zijn huid verwarmden.

Damian had zijn vliegtuig gestuurd om hem naar Amsterdam te brengen. Toen Alec op City Airport aankwam was alles al klaar voor vertrek. Onder begeleiding van de twee piloten was hij over het vochtige asfalt naar het gestroomlijnde vliegtuig gelopen. Zo’n tien minuten nadat Alec zich in de leren fauteuil had genesteld vlogen ze dwars door het lage wolkendek de zon tegemoet. Vanuit de cockpit hoorde hij de piloten zacht met elkaar praten.

Hij opende zijn ogen en kneep ze vrijwel direct weer dicht. De lucht was zo felblauw dat het pijn deed. Hij leunde achterover en dacht na over het gesprek dat ze met de notaris hadden gehad.

De stukken hadden al klaargelegen op de lange mahoniehouten tafel. Nadat de notaris het testament van Frank had voorgelezen, keken Tibbens en hij elkaar verbaasd aan.

‘Het bevreemdt u?’ vroeg de notaris.

‘In zoverre dat ik niet wist dat hij er zo’n betrokkenheid bij voelde. Het zou me niet hebben verbaasd als hij een groot deel van zijn kapitaal aan de dierenbescherming had nagelaten. Maar aan de wetenschap?’

‘Ik dacht exact hetzelfde,’ beaamde Tibbens. ‘Nooit geweten dat hij daar zo mee bezig was.’

Toen Alec de notaris vroeg of hij wist of Frank ooit in tulpen had belegd, vertelde deze dat Frank al zijn aandelen jaren geleden had verkocht omdat hij zijn vermogen liever met een hoge rente op de bank liet staan dan dat hij ermee speculeerde.

Alec ging rechtop zitten en keek naar de monitor die voor hem hing. Nog een paar minuten eer ze zouden landen. Hij strekte zijn benen en staarde naar de punten van zijn schoenen. Frank en de wetenschap? Hij begreep het niet. De notaris had beloofd hem een lijst te sturen van alle instituten die Frank in zijn testament had genoemd. Zouden er ook organisaties tussen zitten die middelen ontwikkelden tegen drugsverslaving of iets dergelijks? Misschien had het met hem te maken, dat het klinieken waren, zoals die waar hij in had gezeten?

Hij dacht terug aan die avond dat Damian hem tijdens een van hun wilde feesten op de badkamer had aangetroffen, zijn neus diep in de cocaïne die hun gastheer had klaargelegd. Een paar dagen later had Alec toegegeven dat hij dagelijks een paar snuiven nam, om, zoals hij dat verwoordde, ‘inspiratie op te doen.’

Frank en Damian hadden alles op alles gezet hem ervan te overtuigen dat hij naar een kliniek moest om af te kicken. Na een halfjaar hadden ze hem weer opgehaald. Hij was clean geweest en gebleven. Frank was de kliniek erg dankbaar, dus het zou hem niet verbazen als hij hun een behoorlijke som geld had achtergelaten.

De piloot draaide zich om en riep dat ze gingen landen. Alec klikte zijn riem vast en keek naar buiten. De zon was verdwenen en ze vlogen in de wolken. Kleine druppels kropen als insecten over het raampje. Hij slikte de druk in zijn oren weg. Toen ze uit het wolkendek vlogen zag hij onder zich Amsterdam liggen. Straatlantaarns volgden in gebogen lijnen de grachten van de binnenstad, cirkels van licht die naar binnen toe steeds kleiner werden, als de schillen van een ui. Hij genoot elke keer weer van dit unieke beeld, om die prachtige eeuwenoude stad zo aan zijn voeten te zien liggen.

Wat houdt mij eigenlijk tegen om in Nederland te gaan wonen, dacht hij terwijl hij naar de lichtjes keek. Nee, misschien was het beter als hij in Engeland bleef. Elke keer als hij haar zag, nee, als hij hen samen zag, speelde zijn schuldgevoel op. Als hij Damian aan de telefoon had ging het nog wel, maar om hem te zien, hem in zijn ogen te moeten kijken...

De laatste jaren hadden ze weinig contact gehad, maar de dood van Frank had dit veranderd. Het had hen dichter bij elkaar gebracht. Hij wist dat hij het Damian moest opbiechten, dat hij hem had verraden door met Emma naar bed te gaan. Door die ene nacht drie jaar geleden was alles veranderd. Zijn relatie met Emma was krampachtig en schuldbewust. Het ongemak dat ze voelden als ze bij elkaar in de buurt waren straalde ervan af. Damian moest dat gemerkt hebben, dat kon niet anders. Maar hij had er nooit iets over gezegd.

Met een lichte bonk raakten de wielen de landingsbaan. De piloot zette het gestroomlijnde toestel vol in de remmen, en langzaam taxieden ze naar de andere privévliegtuigen die keurig naast elkaar stonden.

‘Wat heb je allemaal bij je?’ vroeg Damian die hem in de kleine hal opwachtte. Hij keek naar de grote koffer die Alec achter zich aan trok.

‘De post van Frank.’

‘Post?’

‘Ja, ik weet niet wat er allemaal tussen zit, ik heb nog niet gekeken. Frank had Tibbens gevraagd sommige correspondentie voor hem te bewaren. Geen idee waarom. Ik heb het allemaal maar meegenomen. We moeten alles doorspitten, want Frank moet een reden hebben gehad dit bij hem achter te laten. Er moet gewoon iets tussen zitten wat ons verder kan helpen.’

‘Dat hopen we dan maar.’

In de auto vertelde Damian wat Emma over de tulpenfraude te weten was gekomen. Alec liet het even bezinken en zei: ‘Wat als Frank daarbij betrokken is geweest, bij dat schandaal?’

‘Op welke manier dan? Zat hij bij de goeien, degenen die geld hebben geïnvesteerd en niet wisten dat ze in de maling werden genomen, of...’

‘...was hij degene die het geld heeft verduisterd. Wilde je dat zeggen?’

‘Ja, misschien wel ja.’ Alec keek peinzend voor zich uit. ‘Hoeveel was er weg zei je?’

‘32 miljoen.’

‘Als Frank dat achterovergedrukt heeft is het in elk geval al weg, doorgesluisd naar iemand anders. Hij heeft het niet. In zijn testament kwamen dat soort bedragen niet voor.’

Aan de ene kant was Damian opgelucht, aan de andere kant kon het geld natuurlijk voor iets anders zijn gebruikt. Frank zou wel gek zijn geweest het bedrag bij zich te houden. Misschien had hij ergens een bv en stond het op een bankrekening op de Kaaimaneilanden, zoiets. Er waren zoveel manieren om geld te laten verdwijnen.

‘Nee,’ zei Alec en hij schudde zijn hoofd. ‘Dat klopt gewoon niet, dat past niet bij hem. Weet je wat er in zijn testament stond? De helft van zijn vermogen gaat naar de wetenschap.’

‘Hè? Ik wist helemaal niet dat hij daar zo geïnteresseerd in was.’

‘Ik ook niet. Ik vind het echt heel vreemd.’

‘Is het een groot bedrag?’

‘20 miljoen pond.’

‘Zo, dat is niet niks.’

‘De notaris vertelde dat Frank een aantal jaren geleden zijn testament heeft laten wijzigen.’

‘Waarom zou hij juist voor de wetenschap gekozen hebben?’

‘Daar moet ik nog achter zien te komen. Ik heb Tibbens trouwens nog gevraagd of hij het gevoel had dat Frank iets voor hem achterhield. Het enige wat hij kon bedenken was dat hij vanaf 2002 twee keer per jaar een lang weekend wegging. Hij wist verder niet met wie of waarom.’

‘Wel waarheen?’

‘Ja, het Comomeer.’

Damian trok zijn wenkbrauwen op. ‘Naar dat hotel waar wij vroeger ook vaak met hem naartoe gingen?’

Alec knikte.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml