48
Alec en Emma keken op toen Harold de kamer binnenstapte.
‘Ik zie dat jullie nog hard aan het werk zijn,’ zei hij. ‘Kan ik jullie nog ergens mee van dienst zijn?’
‘We hebben zitten zoeken naar wat meer informatie over de moord op Winckel. Weet u daar meer van? Over het motief? Of wie de dader was?’
Harold schudde zijn hoofd. ‘Het enige wat ik weet is wat in het lijkschouwingrapport staat. Zijn hersens waren ingeslagen, en ze hadden zijn pamflet in zijn mond gepropt.’
‘Een pamflet? U bedoelt iets als dit?’ vroeg Emma terwijl ze de opengeslagen map naar hem toe schoof.
‘Jazeker, dat zijn kopieën van pamfletten uit dat jaar.’
‘Dat waren de voorlopers van de krant, toch?’ zei Alec.
‘In feite wel. Het pamflet was in de zeventiende eeuw bestemd voor de verspreiding van informatie. En als middel om een mening over een bepaald onderwerp te verkondigen. U kunt het vergelijken met onze hedendaagse columns, of ingezonden brieven.’
Hij pakte ze uit de map. ‘Ze zijn niet allemaal even makkelijk te lezen, maar deze zijn door een student die onderzoek deed naar het taalgebruik in die tijd omgezet in modern Nederlands. De vertaling zit erbij.’
‘En het pamflet van Winckel. Welke is dat?’
Harold keek tussen de kopieën en pakte er een tussenuit. ‘Dat is deze. Zijn naam staat er weliswaar niet op, maar het kan niet anders dan door hem geschreven zijn.’
‘Hoe weet u dat zo zeker?’
‘Kijk maar naar de ondertekening.’
Emma hield het velletje dicht bij haar ogen. ‘Ik weet niet of ik het goed zie, maar volgens mij staat er Augustus Semper.’
Verwachtingsvol keek Harold hen aan. Toen hij hun niet-begrijpende blikken zag zei hij: ‘Ik zie dat u minder op de hoogte bent van deze kwestie dan ik dacht. In de republiek werden veel pamfletten verspreid, en die van de heer Winckel was, op zijn zachtst gezegd, nogal radicaal voor die periode. Hier, leest u maar, dit is de bewerkte versie.’
Na een paar minuten zei Alec: ‘Ik begrijp wat u bedoelt. Wat ik hieruit kan opmaken is dat hij God als hogere macht ontkent en daar de natuur voor in de plaats stelt. Hij zegt het hier letterlijk: “God is natuur”. Dat zal hem niet in dank zijn afgenomen.’
‘Er was hier toen toch vrijheid van meningsuiting?’ vroeg Emma.
‘Vergeleken met andere West-Europese landen bestond hier een redelijke vorm van vrijheid,’ zei Alec. ‘Dat klopt wel. Er werd veel over religie gepraat en de discussies waren niet van de lucht. Maar het was niet zo dat iedereen maar van alles kon zeggen. Er waren wel degelijk grenzen.’
‘Maar in de Verenigde Republiek was het de tijd van de verlichting, van de opkomst van de wetenschap en kennis van de natuur. Van een ontwikkeling in de filosofie,’ zei Emma. ‘Er wordt zelfs beweerd dat niet in Frankrijk, maar hier de kiem voor de verlichting werd gelegd en dat die hier tot bloei is gekomen. We waren hier wel tolerant, tenminste, toleranter dan andere landen.’
‘Ja, ach tolerant,’ zei Harold, ‘daar zijn de meningen over verdeeld. Het had meer te maken met onze staatsvorm, de republiek. Er was geen vorst die boven ons stond, geen heerser die ons forceerde ons leven zodanig in te richten dat hij er beter van werd.’
‘Waar in andere landen door de staat streng toezicht werd gehouden op wat de burgers bezighield, wat ze opschreven en zeiden, was dat hier niet het geval,’ zei Alec tegen Emma.
Harold pakte de thermoskan, schonk de kopjes vol en zei: ‘Het is inderdaad zo dat bij ons toen over onderwerpen kon worden gesproken waar in andere landen een taboe op rustte.’
Alec fronste zijn wenkbrauwen. ‘Maar de vrijheid die je had om te zeggen of schrijven wat je wilde was relatief. Hier hadden we ook te maken met een kerk, en met stadhouders die liever niet wilden horen wat ze fout deden in de ogen van de burgers.’
‘Inderdaad. De schrijvers van pamfletten die wisten dat ze te ver gingen in het verkondigen van hun mening, schreven onder een pseudoniem. Soms werd er zelfs helemaal geen afzender bij gezet. Die pamfletten werden in herbergen neergelegd en ’s nachts op muren geplakt en op deuren gespijkerd.’ Hij wees op het pamflet. ‘Ik heb geen idee wie de dader was, maar wellicht is dit het motief geweest om Winckel te vermoorden.’
Emma keek hem aan. ‘Dus vanwege wat hij heeft geschreven, is hij omgebracht?’
‘Het zou kunnen. Hij zou niet de eerste zijn, en zeker niet de laatste die door religieuze fanatici vermoord is.’
‘Als ik zie wat er in zijn pamflet staat begrijp ik wel waarom u dat denkt,’ zei Alec. ‘Wat hij schrijft is behoorlijk extreem. Hij heeft het hier niet alleen over morele, maar ook over religieuze hervormingen.’
‘Precies. Zijn theorie was dat de waarheid over de natuur en al haar geheimen slechts dan naar boven kan komen, als er vrijheid van denken bestaat, zonder religieuze dogma’s. Hij vond dat men als wetenschapper, als onderzoeker, de vrijheid moest hebben om te experimenteren, om bestaande ideeën en theorieën aan de kaak te stellen.’
‘Ideeën en theorieën die tot dan toe op het geloof in God gebaseerd waren,’ zei Emma.
Harold knikte. ‘Maar dit was de zeventiende eeuw, en als je erg afweek van de ideeën van de kerk, was je je leven echt niet zeker. Daar kwam bij dat hij de nadruk legde op de spirituele kant van het geloof, op de vrijheid van het individu om te geloven wat hij wil en dit op zijn eigen manier te belijden, zolang je jezelf er goed bij voelt en het helpt, op wat voor manier dan ook. Hij streefde naar de ware broederschap van de mensheid, los van sekse of achtergrond, en was ervan overtuigd dat verschillende geloofsovertuigingen naast elkaar konden bestaan. Het ging hem er niet om bij welke kerk je betrokken was. Het ging hem om humaniteit. Om menselijkheid en empathie.’
‘Dus de streng religieuzen waren als de dood voor zijn theorieën,’ zei Alec.
‘Niet alleen voor zijn theorieën,’ zei Harold, ‘ook voor zijn geld. Wouter Winckel deed niet aan zelfverrijking. Hij had een doel voor ogen met het kapitaal dat hij met de handel in tulpen verdiende. Een groot deel ervan gaf hij weg. Niet aan vrienden of kennissen, maar aan...’
‘... de wetenschap.’
‘Exact, mevrouw Vanlint, de wetenschap.’
Net als Frank, dacht Alec. Het was geen toeval. Frank had er bewust voor gekozen het briefje juist in het tulpenboek te verstoppen dat voor de verkoop van de tulpencollectie van Wouter Winckel was samengesteld. Was Winckel zijn inspirator? Wilde Frank met de handel in tulpen de wetenschap ondersteunen, net als Winckel in de zeventiende eeuw? Voor zover hij wist was dat niet de manier waarop Frank aan zijn geld was gekomen. Ze hadden tot nu toe niets gevonden wat daarop wees.
*
In de auto op de terugweg zei Alec: ‘Stel nou dat iemand het allemaal heeft bedacht, van tevoren wist hoe alles zou gaan verlopen.’
‘Wat bedoel je?’
‘Het was volgens mij algemeen bekend dat de kinderen, na de dood van Winckel, in het weeshuis terechtkwamen.’
‘Ja, dus?’
‘Dan wisten ze ook dat zijn tulpencollectie geveild zou worden, met het weeshuis als mede-eigenaar. Dick vertelde dat het in die tijd de normale gang van zaken was. Als kinderen daarnaartoe werden gebracht, ging altijd een percentage van hun bezittingen naar het weeshuis. Stel dat het allemaal met voorbedachten rade was?’
‘Maar Van Benthum vertelde dat het waarschijnlijk om een religieus motief ging. Ze hebben hem in zijn eigen pamflet laten stikken.’
‘Wat als het anders zat, als ze het op een moord met een religieus motief hebben willen laten lijken, maar dat het er uiteindelijk om ging dat de tulpencollectie in handen kwam van het weeshuis? Puur voor het geld? De volgende stap is de prijzen van de bollen kunstmatig opdrijven zodat de veiling meer geld zou opbrengen...’
‘... en door te laten weten hoeveel die bollen in de voorverkoop hadden opgebracht.’
Alec knikte.
‘Het religieuze motief vervalt volgens jou hiermee? Ging het alleen om het geld? Het was uiteindelijk de glorietijd van de protestanten. Bij de strenggelovigen onder hen was soberheid het devies.’
‘En de hele tulpenhandel was gestoeld op hebzucht,’ zei Alec zacht voor zich uit.
‘Ik kan me voorstellen dat het streven naar soberheid voor sommigen moeilijk te rijmen was met de tulpenhandel. Het geld dat ermee gemoeid was, de pracht en praal waar succesvolle handelaren zich mee omringden. Dat moet religieuze fanatici een doorn in het oog zijn geweest.’
‘Emma, als dit waar is, als het echt zo is gegaan, dan is dat opzienbarend. Daarmee wordt meteen duidelijk waarom die markt zo plotseling is ingestort. Stel je voor dat er inderdaad een aantal personen waren die er een stokje voor wilden steken, die de handel helemaal niet zagen zitten.’
‘Dat zou zeker wat zijn,’ zei ze zacht.
‘Em, ik bedenk me opeens iets. Dat pseudoniem dat Winckel gebruikte, waarmee hij zijn pamflet ondertekende. Augustus Semper. We zijn helemaal vergeten te vragen waarom ze daardoor wisten dat het door hem was geschreven.’
Emma pakte de telefoon. ‘Zijn kaartje zit in mijn tas.’
Ze toetste het nummer in dat Alec voorlas. Harold nam vrijwel meteen op.
‘Meneer van Benthum, sorry dat ik u stoor, maar we zijn iets vergeten te vragen. Het pseudoniem dat hij gebruikt, Augustus Semper,’ zei Emma.
‘Ja?’
‘Waarom gebruikte hij die naam?’
‘Wouter Winckel doelde daarmee op de tulp Semper Augustus.’
‘De tulp?’ herhaalde ze. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze naar Alec.
‘Ja, de kostbaarste tulp aller tijden. Er gingen geruchten dat Wouter Winckel er een in zijn bezit had. Daarom wisten ze dat het pamflet van zijn hand was, juist door dat pseudoniem.’
‘Is die toen verkocht, tijdens de veiling?’
‘Nee, dat is het vreemde. De verkooplijst van de veiling zit in ons archief. De Semper staat er niet op. Mevrouw Vanlint, voordat u ophangt, toen u al weg was bedacht ik me nog iets en ben het even nagegaan. Er is hier eerder iemand met de naam Schoeller langs geweest die interesse had in Wouter Winckel, een paar jaar geleden. Ik heb hem zelf toen niet gesproken, maar mijn collega attendeerde mij erop. Ik heb zijn bezoekerskaart gevonden.’