54
De mechanische stem van Dick vertelde hem dat na de toon berichten konden worden achtergelaten.
‘Dick, met Damian. Wil je mij met spoed terugbellen? We hebben iets gevonden. Bel me alsjeblieft snel terug, het is belangrijk.’
Hij had nog niet opgehangen of zijn telefoon ging over. Hij herkende het nummer. ‘Hallo Dick, luister, ik...’
‘Meneer, sorry dat ik u onderbreek,’ zei een vrouwenstem. ‘U spreekt met het ziekenhuis, ik zag dat u had gebeld. Bent u familie van meneer Beerens?’
‘Wat? Nee, ik ben een vriend van hem. Hoezo? Wat is er aan de hand? Ligt hij in het ziekenhuis?’
‘Het spijt me u dit te moeten zeggen, maar meneer Beerens is helaas een kwartier geleden overleden.’
‘Wat zegt u? Overleden? Maar dat kan helemaal niet. Ik heb hem kortgeleden nog gesproken.’
‘Hij is hier een uur geleden binnengebracht als slachtoffer van een ongeval. Hij is van het perron gevallen en onder een metro terechtgekomen. Het was een ongeluk. Ze denken dat hij zijn tas op de rails heeft laten vallen en heeft geprobeerd die te pakken, maar dat hij het perron niet meer op tijd heeft kunnen bereiken. Of hij is gestruikeld. Niemand heeft het zien gebeuren. Hij was buiten bewustzijn toen hij aankwam.’
Damian hing op. Het zweet brak hem uit. Dit betekent dat de moordenaar niet ver weg is, dacht hij. Als dat zo is, dan is de kans groot dat hij ons kent, en weet waar we zijn.
Hij rende door de gang en stormde de kamer binnen.
‘We moeten weg hier. Nu meteen. Dick is dood.’
Tara en Alec keken hem ongelovig aan. Emma slaakte een kreet en sloeg een hand voor haar mond.
‘Het ziekenhuis belde net. Ze zeggen dat hij onder een metro is gekomen. Volgens het ziekenhuis is hij gevallen, ze denken dat het een ongeluk was. Daar klopt natuurlijk niets van. We zijn hier niet meer veilig. We moeten hier weg, en de Semper Augustus ook.’
‘Weg? vroeg Tara. ‘Waar gaan we heen?’
‘Naar het eiland.’