29

De geur van vers brood, knoflook en gebakken uien hing in de gang en gleed hun neusgaten in.

Alec glimlachte. ‘Mevrouw Sartori?’

Damian knikte en Alec liep de keuken in. Met haar brede rug naar hem toe stond ze in een pan te roeren. Toen hij binnenkwam draaide ze zich om. Tomatensaus drupte van de lepel op de vloer. Met een kreet legde ze de lepel op het aanrecht. Ze veegde haar handen af aan de theedoek die over haar schouder hing en liep met open armen naar Alec toe.

‘Alec, lieverd, hoe gaat het met je?’

Ze greep hem om zijn middel en drukte zich stevig tegen hem aan. Toen keek ze naar hem op en pakte zijn bovenarmen vast.

‘Denk maar zo, Alessandro, denk maar net als wij Italianen: ooit komen jullie elkaar weer tegen, ooit, en in een betere wereld dan deze.’

Hij slikte even. ‘Zo is het, ik zal dat in gedachten houden.’

‘Heel goed. Nu, we gaan eten. Eten is goed voor de ziel, het heelt alle wonden.’

‘Waar is Emma?’

‘Die is met een vriendin uit eten. Ha, zij denkt dat ze daar beter te eten krijgt dan hier. Mwah, als ze hun goede geld weg willen gooien, wie houdt ze tegen? Ik niet. Ga zitten, ga zitten.’

Het uiteinde van de lange tafel was bedekt met een wit tafellaken en gedekt voor twee personen. Ze duwde hem voor zich uit en drukte hem in een stoel.

‘Waar is Damian nu? Wacht, ik roep hem. Daaaamian! Mangiare! Pronto!’ Haar stem bulderde door het huis.

Anderhalf uur later tilden ze de zware koffer op en kiepten hem om op de keukentafel.

‘Zo,’ zei Damian terwijl hij de stukken voorzichtig over de tafel spreidde.

Het nam het hele tafelblad in beslag. Brieven, uitnodigingen, kaarten, krantenknipsels, handgeschreven notities en geprinte
e-mails. Ze trokken ieder een stapel naar zich toe en begonnen erdoorheen te bladeren. Een tijd lang was het enige geluid in de keuken het zachte geritsel en geschuif van papier.

‘Wat een klus, alles ligt door elkaar,’ zei Damian. ‘Ben jij al iets tegengekomen?’

‘Wat een zooitje. Misschien moeten we het eerst op datum leggen, of op zijn minst op jaartal.’

‘Dat zou wel schelen. We weten in elk geval waar we op moeten letten. Zodra we iets vinden wat met tulpen te maken heeft, of de zeventiende eeuw...’

‘...of die tripjes naar Como. Dat zijn voor nu de enige mogelijkheden, toch?’

‘Lijkt mij ook.’

In stilte werkten ze door totdat Damian zei: ‘Volgens mij heeft hij dingen vanaf 2002 voor je opzijgelegd. Er zit niets tussen wat ouder is dan dat.’

‘Damian, kijk hier eens,’ zei Alec en hield een stapel omhoog. ‘Moet je zien hoeveel informatie hij heeft opgevraagd. Waarom heeft hij dat allemaal bewaard?’

‘Er zit niet echt een lijn in,’ zei Damian terwijl hij het doornam. ‘Universiteiten, de farmaceutische industrie, botanische instituten, laboratoria, dna-onderzoek, echt van alles.’

‘Inderdaad. Brochures, inschrijvingen voor lezingen, onderzoeksrapporten, folders over participatiemogelijkheden, noem maar
op.’

‘We leggen ze apart, dan gaan we er zo nog wel een keer doorheen.’

Na een tijdje zei Alec: ‘Weet je wat mij opvalt? Die briefkaarten, ben jij die ook al tegengekomen?’

‘Ja, net zag ik er nog een, gestuurd door Simon. Dat was toch een vriend van Frank? Versteegen is het niet?’

‘Ja, ze kenden elkaar al heel lang. Volgens mij deden ze af en toe een zaak samen, dus dat ze elkaar schreven is natuurlijk niet gek, maar ik vind ze een beetje vreemd. Waarom zou hij Frank briefkaarten sturen met van die korte berichten? Bovendien zijn het de enige ansichtkaarten die ertussen zitten.’

Ze werkten zich door de verschillende stapels heen en visten er tien briefkaarten uit.

‘Ze zijn inderdaad raar, die teksten,’ zei Damian. ‘Hier staat: weer tien erbij . En deze: het is verdubbeld .’

‘Ze hebben allemaal met aantallen te maken.’ Alec keek peinzend naar de kaart die hij in zijn handen hield.

‘Wat moeten we hier nou van denken?’ vroeg Damian, nadat Alec alle briefkaarten met de afbeeldingen naar boven gericht naast elkaar had gelegd.

‘Het thema lijkt mij overduidelijk. Deze zijn niet zomaar ergens uit een rekje geplukt. Hier, een met allerlei wetenschappelijke instrumenten. De chronometer, de sextant en de telescoop. En deze, met de schets van Leonardo da Vinci voor het ontwerp van een vliegmachine.’ Met zijn wijsvinger tikte Alec telkens op de bewuste kaart. ‘Een portret van Galileo Galilei.’ Hij draaide de kaart om en keek naar Damian. ‘Weet je wanneer dit is geschilderd? 1636. Zie je dat? Ze hebben allemaal iets met de zeventiende eeuw te maken.’

‘Je hebt gelijk.’

Fronsend bekeek Damian de afbeeldingen. Plotseling strekte hij zijn hand uit en schoof een van de briefkaarten naar zich toe.

‘Zie jij wat ik zie?’

Alec knikte.

Acht in het zwart geklede mannen stonden rond een tafel. Het licht viel op hun brede witte kragen. Vanuit de linkerhoek viel een lichtbundel op het naakte lichaam dat op de tafel lag. De huid was haast doorschijnend wit, in contrast tot de voetzolen van de man, die ongewassen leken. Een lendendoek lag losjes over zijn genitaliën gedrapeerd.

Drie van de mannen bogen zich over het lijk. De twee mannen achter hen keken recht naar voren, naar de toeschouwer. Een ervan hield een stuk papier vast waarop nog net wat letters te zien waren. Ze keken wat verstoord, alsof degene die naar het schilderij keek de kamer gehaast en zonder waarschuwing binnen was komen lopen. Van de twee mannen links onder in het schilderij keek er een schuin uit zijn ooghoek naar de toeschouwer. De man achter hem keek voor zich uit, naar de centrale figuur op het doek. Hij was de enige met een grote zwarte flaphoed. Kaarsrecht zat hij op een stoel. Zijn lippen iets geopend. Met zijn linkerhand maakte hij een gebaar. In zijn rechterhand hield hij een tang vast waarmee hij de losgesneden huid van de binnenkant van de onderarm openhield. Alle spieren en pezen, vanaf de elleboog tot aan de topjes van de vingers, waren zichtbaar.

‘Kijk, hier hebben we tenminste wat aan.’ Opgewekt keek Damian naar de kaart.

Alec knikte. ‘De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp.’

ALKMAAR, 5 FEBRUARI 1637

De drie mannen die verspreid over de zaal hadden gezeten en bij elk kavel een bod hadden uitgebracht, ontmoetten elkaar bij de uitgang van De Nieuwe Schuttersdoelen. Ze knepen hun ogen dicht tegen de felle winterzon en draaiden zich naar elkaar toe. Zonder een woord te wisselen, keken ze elkaar aan.

De deur achter hen ging open en de lange man stapte naar buiten, de bijbel nog steeds tegen zich aan geklemd, zijn vinger tussen de bladzijden. Hij keek hen aan en knikte. Ze keken opgelucht en knikten terug. Zonder elkaar te groeten keerden ze zich van elkaar af en liepen de Doelenstraat uit.

Hij was tevreden. Ze waren met lege buidels gekomen en met lege handen gingen ze naar huis, maar hij voelde zich rijker dan ooit. Hun missie was volbracht. En het was succesvol geweest. Daar was hij van overtuigd.

Nog nooit eerder waren er voor tulpenbollen zulke hoge bedragen geboden. Hij had zich tijdens de veiling zitten verbijten. Hoe had het in dit land zover kunnen komen? Pracht en praal, dat was wat ze wilden. Het enige doel in hun leven. Het verspreidde zich als de pest. Hij had het zien gebeuren. De wever bij hem om de hoek die zijn weefgetouw had verkocht en met de opbrengst tulpenbollen aanschafte. En de smid bij wie hij zijn paard liet verzorgen had zijn zaak gesloten en zich ook op de tulpenhandel gestort.

Hij hoopte dat dit voorgoed voorbij zou zijn, dat iedereen zich weer aan de taak zou wijden waarvoor hij voorbestemd was, de hun door God gegeven lotsbestemming. Dan zou het ware christendom weer terugkeren in de Republiek, die de laatste jaren was verworden tot een hel van hebzucht, egoïsme en godslastering. Als zijn plan verliep zoals hij het voor ogen had, zou het huis van God weer volstromen, vol met mensen die bang waren voor wat de toekomst hun zou brengen. Hun angst zou hen weer terugleiden naar de schoot van de kerk, daar waar ze thuishoorden. Hij zou ze helpen weer zin te geven aan hun lege en armoedige bestaan.

Wat hem nu restte was wachten op wat komen ging. Er stond hen allen nog heel wat te wachten, dat was zeker.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml