44
Damian schoof een kopje onder het espressoapparaat. Hij was al om halfzes wakker geworden. Het gesprek met Emma had door zijn hoofd gemaald en hij had geen oog meer dichtgedaan.
Om haar te horen toegeven dat ze inderdaad met Alec geslapen had, was veel confronterender dan hij zich had voorgesteld. Hij zat nu al drie uur beneden op zijn werkkamer. Het doornemen van brochures van veilingen, om te kijken of er iets van zijn gading tussen zat, had hem wat afleiding bezorgd. Vanuit de keuken hoorde hij zijn mobieltje gaan. Snel liep hij terug naar zijn werkkamer en nam op.
‘Dag meneer Vanlint, u spreekt met Jacob Wolters.’
‘Goedemorgen meneer Wolters, u bent er vroeg bij.’
‘Ja, ik wilde u zo snel mogelijk op de hoogte stellen van onze vorderingen.’
‘Jullie zijn eruit?’
‘Nou nee, niet helemaal. In zoverre, we hebben kunnen constateren dat het authentiek is. Het papier, het handschrift, beide zijn honderd procent zeker zeventiende-eeuws. Ik heb het aan onze specialist laten zien. Het goede nieuws is dat zij met zekerheid weet te zeggen met welk geheimschrift we hier te maken hebben.’
‘Dat is zeker goed nieuws. Wat voor geheimschrift is het?’
‘Het gaat om het Vigenèrecijfer. En dat is meteen ook het slechte nieuws.’
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Sorry, maar moet ik dat kennen? Hoezo is dat slecht nieuws?’ vroeg Damian.
‘O, ik dacht dat u er wellicht ooit van gehoord had. Het is vrij bekend. Het is zo’n vierhonderd jaar geleden ontwikkeld door ene Giovanni Batista Belaso. Het was lange tijd niet te ontcijferen, geen mens wist hoe het werkte. Inmiddels weten we hoe het moet. Het is geen ingewikkelde codering.’
‘Dus...?’
‘Meneer Vanlint, deze tekst kan alleen ontcijferd worden met een sleutel, een codewoord. Pas dan kunnen we die letters omzetten in gewone tekst. Dat woord hebben we niet.’
Damian voelde zich moedeloos worden. Alec had gelijk. Elke keer als ze dachten dat ze een stap dichterbij waren gekomen werden ze weer teruggeworpen. Elke oplossing creëerde een nieuw probleem.
Hij keek op toen hij Alec in de deuropening zag staan en wenkte hem dichterbij te komen. Terwijl hij naar de telefoon wees fluisterde hij ‘Wolters’. Hij zette zijn telefoon op de speaker en schreef het woord ‘Vigenèrecijfer’ op een briefje dat hij Alec toeschoof.
‘Dus zonder dat woord is het niet te ontcijferen?’ Damian keek naar Alec en schudde zijn hoofd.
‘Met geen mogelijkheid. Het Vigenèrecijfer is een polialfabetische substitutie. Letters worden vervangen aan de hand van een matrix. Op elke regel staat het alfabet, alleen schuift het elke regel een letter op.’
‘Ik snap het,’ zei Damian, ‘een tabula recta . De eerste regel begint dus bij A en eindigt bij Z, de tweede begint bij B en eindigt bij A, de derde bij de C en eindigt bij de B enzovoort.’
‘Klopt precies, zo ga je door, net zo lang tot deze matrix volledig is. De volgende stap is het kiezen van een codewoord. Je stelt eerst een regel van je geheime boodschap op, bijvoorbeeld: “Ik eet geen kip”. De spaties tussen de woorden haal je weg. Dan krijg je een reeks van letters. Onder deze letters zet je achter elkaar, zonder spaties, je codewoord, totdat je het einde van de letters hebt bereikt. Stel dat je codewoord “auto” is, dan zet je de letters die het woord “auto” vormen onder elke letter van je boodschap.’
‘Dus je zet onder de i de a, onder de k een u, enzovoorts. Werkt het zo?’
‘Inderdaad. De volgende stap is elke lettercombinatie, in dit voorbeeld te beginnen bij de i van ik en de a van auto, te vervangen door een letter uit de matrix.’
Terwijl Wolters aan het praten was had Alec de computer opgestart. Hij tikte Damian op zijn schouder en draaide de monitor naar hem toe.
TOEPASSING VAN DE TABULA RECTA OP
HET VIGEN»RECIJFER
MARKEER DE LETTER VAN UW TEKST
IN HET VERTICALE ALFABET
MARKEER DE LETTER VAN UW CODEWOORD
IN HET HORIZONTALE ALFABET
DE KRUISING VAN DEZE LETTERS IS
DE LETTER VAN UW GECODEERDE TEKST
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
A A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
B B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A
C C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B
D D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C
E E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D
F F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E
G G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F
H H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G
I I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H
J J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I
K K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J
L L M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K
M M N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L
N N O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M
O O P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N
P P Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O
Q Q R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P
R R S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q
S S T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R
T T U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S
U U V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T
V V W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U
W W X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V
X X Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W
Y Y Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X
Z Z A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y
‘Ik begrijp dat dit een teleurstelling moet zijn, meneer Vanlint, maar het is niet anders. Zodra u een codewoord denkt te hebben, laat het me weten, dan hebben we het snel opgelost.’
‘Zeer bedankt voor uw moeite. Ik ga erachteraan. U hoort zo snel mogelijk van mij.’
‘Nog even iets anders, voordat u ophangt, over het tulpenboek. Ik snap dat het nu misschien nog wat gevoelig ligt, maar ik wil uw vriend adviseren het te laten restaureren. Het is de moeite waard, kan ik u zeggen.’
‘Ja, ik weet dat het waardevol is.’
‘Dat niet alleen. Dit exemplaar is heel speciaal, daar zit een verhaal achter. Het is een van de laatste tulpenboeken die ooit gemaakt is, namelijk speciaal voor de veiling van de tulpencollectie van Wouter Bartelmiesz. Winckel.’
‘Wie zegt u?’
‘Wouter Winckel, in de zeventiende eeuw een zeer bekende tulpenhandelaar. Hij woonde in Alkmaar. Hij schijnt daar een herberg te hebben gehad, maar hij stond beter bekend om zijn prachtige collectie tulpenbollen. Toen hij overleed kwamen zijn kinderen in een weeshuis terecht...’
‘... en na de veiling van zijn tulpen stortte de hele handel in,’ zei Damian zacht en hij keek Alec aan.
‘Ah, u weet dus van de veiling en die absurd hoge eindopbrengst. Dan zult u begrijpen hoeveel waarde dit boek heeft.’
‘Wat kunt u me nog meer over hem vertellen?’
‘Niet veel, alleen dat er toen een pestepidemie heerste. Naar alle waarschijnlijkheid heeft dat hem zijn leven gekost.’
‘Hm.’
‘U zou een bezoek aan het stadsarchief van Alkmaar kunnen brengen. Ik weet haast zeker dat daar een en ander over hem te vinden zal zijn. De stadsarchivaris is een kennis van mij en iemand met wie ik veel heb samengewerkt. Hij heet Harold van Benthum. Noem mijn naam als u hem belt, dan zal hij u zeker helpen.’
‘We hebben dus een codewoord nodig,’ zei Damian.
‘Welja, dat kan er nog wel bij, Frank. Je wordt bedankt.’ Alec liet zich in een stoel vallen. ‘Als hij er nou een had bedacht, hadden we er wel naar kunnen raden. Dan had het mijn naam kunnen zijn, of die van jou of van Emma. Nee, ik heb iets beters. Bruno, dat zou hij kiezen. Zo heette zijn hond. Of Madeleine, de naam van zijn moeder. Of tulpen natuurlijk, toepasselijker kan haast niet. Maar dit komt uit de zeventiende eeuw.’
Damian tikte met zijn vingers op het bureaublad. ‘Een woord, iets wat met die tijd te maken heeft. Maar wat? Het zou mooi zijn geweest als Frank daar iets over had gezegd tegen jou, in plaats van alleen te wijzen naar dat jaartal.’
Plotseling stond Alec op uit zijn stoel en staarde hem aan.
‘Wat zei je?’
‘Dat het mooi zou zijn geweest als...’
Alec liep op hem af. Hij leunde met zijn handen op het bureau, glimlachte en zei: ‘Je bent geniaal. Want dat is precies wat Frank heeft gedaan.’
‘Wat...’
‘Toen hij mij op dat boek wees. Ik dacht dat hij tulpen zei, maar dat was het niet, hij gebruikte een ander woord.’
‘Welk woord?’
‘Tulipa.’
‘Tulipa, weet je het zeker?’
Alec knikte. Verstoord keek Damian op toen zijn telefoon ging.
‘Jongen, met Dick hier.’ De stem van Dick was haast onherkenbaar. Hij klonk moe en bedeesd. ‘Ik moet je spreken, maar kom alsjeblieft alleen, zonder Alec. Heb je zo tijd?’
‘Natuurlijk, ik kan over een kwartier bij je zijn.’
‘Nee, nee, niet op kantoor, we spreken af in dat grote café, op het Spui.’
‘Goed, dan zie ik je daar. Dick, nu ik je toch aan de lijn heb, een vraagje. Heb jij ooit van ene Wouter Winckel gehoord? Een zeventiende-eeuwse tulpenhandelaar uit Alkmaar?’
Hij hoorde Dick inademen. Toen hing hij op. Beduusd keek Damian naar zijn mobieltje.
‘Dat was Dick, hij wil me nu spreken.’
‘Goed, laten we gaan,’ zei Alec die aanstalten maakte om op te staan.
‘Nee Alec, hij vroeg of ik alleen wilde komen. Ik heb geen idee waarom, maar hij zei het er expliciet bij.’
‘Vreemd. Zei hij nog iets over die Wouter Winckel?’
‘Nee, hij hing gewoon op. Ik denk dat het inderdaad handig is het advies van Wolters op te volgen en naar Alkmaar te gaan om te kijken of daar meer over Wouter Winckel te vinden is.’
‘Als jij met Dick gaat praten, gaan wij daar naartoe, toch Alec?’ zei Emma die de kamer binnen kwam lopen.
‘Prima,’ zei Alec. ‘Wat doen we met Tara?’
Damian stond op. ‘Die kan hier blijven. Door wat we gister in de auto hebben meegemaakt is het misschien zelfs beter dat ze zich niet buiten vertoont. Bovendien lijkt het me beter als ze niet te veel weet. We leggen wel een briefje neer. Ik rij meteen even langs het veilinghuis om aan Wolters “tulipa” door te geven, dan kan hij daar alvast mee aan de slag. Hopelijk hebben we nu een keer geluk en is dat daadwerkelijk het codewoord.’
Tara glimlachte. Zo stil als ze kon liep ze de gang uit.