22
Tara stond in de deuropening van de schemerige kamer en keek naar haar stiefvader die ineengedoken achter zijn werktafel zat. Hij keek niet op. Ze dacht bij zichzelf dat hij haar waarschijnlijk niet eens het huis binnen had horen komen.
De imposante figuur waar haar moeder jaren geleden mee was getrouwd, was de laatste jaren verworden tot een schaduw van zichzelf. Hij was altijd luidruchtig geweest en duidelijk aanwezig, iemand waar je niet omheen kon. Nu zat hij met een kromme rug in zijn stoel, zijn hoofd gebogen over zijn bureau.
Ze knoopte haar jas los en keek om zich heen, naar de verkleurde plekken op het behang waar de kostbare schilderijen hadden gehangen. De boekenkast was nog maar voor de helft gevuld. Blijkbaar had hij ook een deel van zijn boekenverzameling verkocht.
Het was haar al opgevallen dat er, vergeleken met een paar maanden geleden, meer spullen waren verdwenen. Toen ze binnenkwam zag ze dat de staande klok in de hal er niet meer stond. Nu bleek dat de grote negentiende-eeuwse globe, die altijd in de hoek van de kamer had gestaan, ook weg was. Ze zette haar weekendtas neer en liep naar hem toe.
‘Simon?’
Er ging een schokje door zijn lichaam. Hij richtte zijn hoofd op en keek haar aan. De glimlach die ze kreeg was zwak en onzeker. Zijn ogen stonden dof. De grijze baard, die hij altijd kortgeschoren had gedragen, was lange tijd niet bijgeknipt.
‘Ah, Tara, dag meisje, alles goed met je?’
‘Nou, eerlijk gezegd niet. Sliep je?’
‘Ik zat een beetje te doezelen.’
Ze gaf hem een zoen op zijn voorhoofd. De geur van ongewassen haren drong haar neus binnen. Waarschijnlijk was hij zo uit bed gestapt, en had de kleren die hij gisteren had gedragen gewoon weer aangetrokken. Misschien was hij niet eens naar bed geweest. Ze ging op zijn bureau zitten en sloeg haar armen over elkaar.
‘Hoe moet ik nu verder?’
‘Ik weet het niet lieverd, ik weet het niet.’
‘Simon? Weet jij waar hij is?’
Hij keek haar meewarig aan. ‘Als Frank dat aan mij had verteld had je het allang geweten. Schat, maak je niet ongerust over je onderzoek. Dat loopt echt geen gevaar, dat gaat goed komen. Ik zorg daar wel voor.’
Ze boog zich voorover en pakte hem bij zijn schouders. Zijn botten prikten door zijn vest.
‘Hoezo gaat dat goed komen? Behandel me alsjeblieft niet als een klein kind. Het komt helemaal niet goed.’ Ze liet hem los. ‘Wat nu? Vertel me dat maar eens. Ik heb geen idee waar ik moet beginnen. Je weet toch wat er voor mij op het spel staat? Het kan toch niet zo zijn dat er geen plan B is. Hebben jullie er nooit over nagedacht dat iets als dit zou kunnen gebeuren?’
Hij keek zijn stiefdochter aan en vroeg zich af hoe ze zo geworden was. Zo egocentrisch. Had ze er nou echt geen benul van hoe hij er financieel voor stond? Ze dacht alleen maar aan zichzelf. Jarenlang had hij haar onder zijn hoede gehad. Hij had haar opgevoed. Was het zijn schuld dat ze zo was geworden? Zo koud en nietsontziend?
Hij zuchtte diep. ‘Je hebt je spullen bij je, zie ik. Blijf je hier?’
Ze knikte. ‘Ik voel me niet veilig na wat er met Frank is gebeurd. Ik... ik ben bang dat hij iets over mij heeft gezegd. Ik wist niet wat ik moest doen, ik dacht dat het bij jou veiliger zou zijn.’
‘Frank heeft niets gezegd.’
‘Hoe weet je dat zo zeker?’
Hij strekte zijn arm en knipte het bureaulampje aan. ‘Omdat ik hem goed genoeg kende om dat te weten. Bovendien, wat zou hij moeten zeggen? Waarom zou hij jouw naam noemen? Jij weet toch niets?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Was het maar zo, dan kon ik tenminste iets doen. Maar nu...’
Ze liep naar het raam en keek naar buiten. Een dikke laag bladeren bedekte het grind van de oprit. Ze rilde even. Toen ze zich omdraaide stond Simon voor haar. Hij stak zijn vinger uit en streek ermee over haar wang. Als door een insect gebeten trok ze haar hoofd terug. Bedrukt keek hij haar aan en liet zijn hand naar beneden zakken. De blik in zijn ogen verkilde plotseling. Hij deed een stap naar achteren. ‘Heb je een vermoeden?’
‘Wat?’
‘Waar Frank hem heeft opgeborgen.’
‘Dan zou ik het toch niet aan jou vragen? Waarom vraag je dat? Wat heb jij ermee te maken in dit stadium? Helemaal niks.’
Hij kuchte even. ‘Nee, laat ook maar, dat was inderdaad niet de afspraak. Je hebt gelijk. We hadden het anders moeten regelen. We hadden van tevoren moeten bedenken dat dit zou kunnen gebeuren en het moeten incalculeren. Frank was een oude man, hij had ook op een natuurlijke manier dood kunnen gaan, of door een ongeluk bijvoorbeeld.’
‘Weet je zeker dat hij daar zelf niet aan heeft gedacht?’ vroeg ze hoopvol. ‘Misschien dat hij iets heeft opgeschreven ergens. Misschien staat er iets in zijn testament? Ik bedoel... het kan toch niet zo zijn dat het hier allemaal ophoudt? Simon? Dat kan toch niet?’
‘Als hij iets heeft opgeschreven is Alec hoogstwaarschijnlijk degene die dat te horen krijgt.’
‘Dat is een idee, om met Alec te gaan praten.’ Toen keek ze om zich heen. ‘Wat heb je met je spullen gedaan?’
‘Verkocht.’
‘Is het zo erg?’
Beschaamd sloeg hij zijn ogen neer. ‘Ik wil het er liever niet over hebben. Ik red me er wel uit.’
Tara knikte. Ze had nu belangrijkere dingen aan haar hoofd, in elk geval belangrijker dan de penibele financiële situatie waar haar stiefvader in verkeerde.