61

Voor Londense toeristen die even de rust op wilden zoeken was Kew Gardens een verademing. De voormalige privétuin van Koning George III lag in een van de buitenwijken van Londen. Aan het einde van de negentiende eeuw waren de botanische tuinen opengesteld voor publiek. De 132 hectare bevatten meer dan 40.000 verschillende unieke plantensoorten. Ook lagen tientallen monumentale gebouwen over het gebied verspreid.

Bij de toegangspoort aan de linkerkant van het metershoge smeedijzeren hek meldden Tara en Alec zich en liepen het park binnen. Het was bijna sluitingstijd. Een paar toeristen liepen hen tegemoet, op weg naar de uitgang.

‘Ik vind dit de perfecte oplossing,’ zei Alec.

Tara knikte. ‘De Semper is hier in goede handen. Ik ben blij dat jullie het met me eens waren.’

Tijdens de rit van het eiland terug naar Amsterdam, had Tara geen woord gezegd. Thuisgekomen was ze meteen naar boven gegaan. De volgende ochtend had ze hen laten weten dat ze had bedacht wat ze met de Semper Augustus konden doen. Diezelfde ochtend had ze contact opgenomen met Karl Peterson, de directeur van Kew Gardens. Tijdens een symposium had ze hem een lezing horen geven over het Millennium Seedbank Project, dat in 2000 door hem was opgezet. Ze was meteen onder de indruk geraakt van de bevlogenheid waarmee de man erover had gesproken. In Wakehurst Place in West Sussex, niet ver van Kew Gardens, werden in reusachtige ondergrondse kluizen tienduizenden zaden van bloemen en planten van over de hele wereld bewaard. Ze waren niet alleen bestemd voor het nageslacht, maar ook om na een natuurramp, of een ramp die door de mens was veroorzaakt, dienst te doen als voedselvoorraad. Want naast bloemen en planten lagen er ook zaden van gewassen en groenten in de bunkers.

Toen Tara hem vertelde wat ze wilden komen brengen, kon de man zijn geluk niet op. Peterson had haar gegarandeerd dat de Semper Augustus bij hem voor altijd veilig zou zijn.

Op het kruispunt bleven ze staan.

‘Links, rechts, rechtdoor?’ vroeg Alec.

‘Even kijken, ik ben hier lang niet meer geweest, o ja, ik zie het al, we moeten die kant op, het kantoor ligt tegenover Temperate House, die grote kas die je daar ziet liggen.’

Ze weken van de hoofdroute af. Via een paadje dat tussen de eeuwenoude bomen en struiken door liep, wandelden ze in de richting van de reusachtige victoriaanse kas. De onderkant was uit witgepleisterd steen opgetrokken, de ramen zo breed dat de wanden alleen uit glas leken te bestaan. In de hoogte eindigden ze in een metalen steunbalk. Vanuit dat punt waren de glazen platen schuin gelegd tot ze de steunbalk op de tweede verdieping van het vijftien meter hoge gebouw raakten.

Vlak voor de ingang van de kas volgden ze het pad naar links en bleven voor het gebouw van rode baksteen stilstaan. Tussen de deur en de deurpost hing een leren zakje dat verzwaard was met zand en de deur op een kier hield. Alec liet Tara voorgaan.

De grote staande klok in de hal tikte zacht. Het rook er naar wierook en boenwas. De parketvloer glom van ouderdom. Op de muren en langs de trap hingen prenten van bloemen en planten in smalle gouden lijsten.

Alec wees naar boven en keek Tara met opgetrokken wenkbrauwen aan.

‘Geen idee, zei ze, ‘ik ben hier nog nooit geweest.’

‘Moeten we anders even op de bel drukken? Hij weet toch dat we komen? Hallo? Is daar iemand?’

Boven hun hoofden kraakte de vloer. Een stoel werd weggeschoven en even later hoorde ze kordate voetstappen die boven aan de trap stilhielden.

‘U komt voor Karl Peterson, onze directeur?’ riep een lijzige stem naar beneden. ‘Hij verwacht u, loop maar door naar zijn kamer hierboven, eerste deur rechts.’

De kamer was modern ingericht. Op het grote witte bureau stond een computerscherm met daarnaast een grote vleesetende plant. De cocons, waar kleine insecten in werden gelokt, hingen zwaar naar beneden. Achter het bureau stond een kast met archiefmappen. Diploma’s en oorkondes hingen ernaast. Toen de kamerdeur werd dichtgetrokken draaiden ze zich om.

‘Alec Schoeller en Tara Quispel is het toch?’

Ze knikten. De man was lang, bijna twee meter. Zijn dunne grijze haar plakte in kamlijnen op zijn schedel. Vanachter de brillenglazen keek hij hen observerend aan. Vanaf zijn neustussenschot liep een litteken schuin over zijn bovenlip.

‘De directeur heeft mij gevraagd u op te vangen en iets van u in ontvangst te nemen,’ zei hij nasaal. ‘U hebt toch iets bij u voor het Millennium Seedbank Project?’

Alec knikte. ‘Hij is er zelf niet?’

‘Jawel, hij komt straks, hij zit momenteel nog in een bespreking. We kunnen op hem wachten hoor, als u dat liever hebt.’

‘Sorry, maar ik geef het inderdaad liever aan hem als u het niet heel erg vindt.’

‘Zoals u wilt, dan wachten we even op hem.’ Hij gebaarde naar de stoelen tegenover het bureau. ‘Gaat u zitten.’ Zelf bleef hij naast het bureau staan en sloeg zijn armen over elkaar.

‘Dus u komt de Semper Augustus brengen. Wij zien dat als een fantastische aanwinst voor onze collectie, dat zult u wel begrijpen. We zijn er erg gelukkig mee.’

‘Ik hoop voor u dat dat zo blijft,’ zei Tara. ‘Ons heeft hij niet veel geluk gebracht.’

De man trok zijn wenkbrauwen op. Hij lachte kort en ging achter het bureau zitten. ‘O nee? Rust er soms een vloek op?’

‘Nee, natuurlijk niet,’ zei Alec. ‘We zijn alleen wel blij dat we ervanaf zijn. Als u iets van de bol weet kunt u zich wel voorstellen waarom dat zo is.’

‘U doelt op de waarde van de bol, neem ik aan?’

‘Inderdaad.’

‘Morgen wordt de tulp naar het Seedbank Project gebracht, naar Wakehurst Place. Voorgoed achter slot en grendel,’ zei de man terwijl hij wat in zijn bureaula rommelde. ‘Dan heeft niemand er meer wat aan... en dat zou wel heel erg jammer zijn.’

Tara greep Alecs hand beet. De geluiddemper zat al op de loop van het pistool dat op hen gericht was. De gesp die in de binnenzak van Alecs jasje zat, leek tegen zijn hart te pulseren, als een levend wezen.

‘Zo, wie van jullie heeft hem bij zich gestopt?’

Alec onderdrukte zijn angst en probeerde zo nonchalant mogelijk over te komen. Hij leunde achterover. ‘Je denkt toch niet dat we die nu aan de eerste de beste overhandigen, arrogante klootzak? Na alles wat we hebben meegemaakt? Het is de directeur of niemand.’

‘Die komt echt niet meer, dat heb je ondertussen toch wel begrepen? Blijkbaar ben je nog stommer dan ik dacht. Ik denk dat je niet helemaal begrijpt wie je voor je hebt.’

‘Klopt, dat weet ik ook niet,’ zei Alec. ‘Maar dat hoef ik ook niet te weten. Ik ben het zat allemaal.’

‘Geef hier dat ding.’ De man stak zijn hand uit en deed een stap in hun richting.

‘Nee, ik geef hem niet af.’ Tara stond op en drukte haar tas tegen zich aan. De man keerde zich naar haar toe. Op dat moment sprong Alec uit zijn stoel en stootte zijn schouder als een rugbyspeler tegen de man aan; die viel achterover en sloeg met zijn hoofd tegen de muur. Het pistool vloog uit zijn handen en gleed naar de andere kant van de kamer.

Alec greep Tara’s hand en trok haar de kamer uit. Vanuit zijn ooghoek zag hij het lange lijf langs de muur naar beneden glijden. Het hoofd viel voorover en de armen hingen slap langs zijn lichaam.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml