13
Langzaam las Damian de tekst voor die met sierlijke letters op de eerste bladzijde van het boek was afgedrukt.
Versameling
van een meenigte tulipaanen,
naar het leven geteekend
met hunne
naamen, en swaarte der bollen,
zoo als die publicq verkogt zijn te Alkmaer,
in den jaare A. 1637
Hij keek op. Zijn ogen glansden.
‘Hoe komt Frank hieraan?’
‘Geen idee, ik heb het nooit eerder gezien.’
‘Ongelooflijk, wat een prachtexemplaar, dit is echt uniek, een museumstuk. De enige exemplaren die ik ken liggen in musea of zijn in archieven opgeborgen. Dit boek is een kapitaal waard.’ Damian streek over de bladzijde. ‘Ze werden in de zeventiende eeuw gemaakt, in de periode van de opleving van de tulpenhandel. Deze waren bestemd voor de handel, om de verkoop van tulpenbollen te stimuleren.’
‘Een soort catalogus,’ zei Emma.
‘Precies. Er is toen een periode geweest dat de tulp op veilingen niet als bloem maar als bol te koop werd aangeboden.’ Voorzichtig sloeg hij de bladzijde om. ‘Hier, moet je zien hoe mooi dit is gemaakt.’
De kleuren spatten van de pagina. De tulp
had wit met rood gevlamde blaadjes en stond op een licht gebogen
steeltje. Van de drie gekrulde bladeren was er een aan de bovenkant
iets gekar-
teld, alsof een insect aan het blad had zitten knabbelen. De andere
twee eindigden in een punt, de ene fier rechtop, de ander elegant
naar buiten gebogen. De nerven waren bijna te tellen, zo nauwgezet
en secuur was de illustrator te werk gegaan.
‘Ze werden gemaakt door kunstenaars, van wie sommige nu heel bekend zijn,’ vervolgde hij. ‘Om de verkoop van hun bollen te stimuleren lieten tulpenhandelaren door tekenaars afbeeldingen maken van hun aanbod. Het kostte veel tijd en geld, maar het loonde de moeite, want hiermee prezen ze hun waar aan. Als er een veiling werd gehouden konden de handelaren aan de potentiële kopers laten zien welke tulpen in de bollen die aangeboden werden, verborgen zaten. Deze afbeeldingen zijn goud waard.’
‘Zou het om dit boek gaan?’ vroeg Alec.
‘Dat zou kunnen.’
De tulp op de openliggende bladzijde stond in een bergje aarde. Er stak een klein naambord uit.
‘Kijk.’ Damian wees ernaar. ‘Hier staat de naam van de tulp. Een Admiraal van der Eijck. Het bedrag dat naast het bordje staat geschreven is de verkoopprijs. Zie je, dit is een ander handschrift. Als een bol werd verkocht zette de handelaar er later de laatste verkoopprijs bij. Dan wist hij precies wat ooit eerder voor die bol betaald was en wat hij er de volgende keer voor kon vragen.’
‘Dat kan toch niet kloppen?’ Verbaasd keek Alec naar het bedrag.
‘Ja, dat klopt wel,’ zei Damian, ‘1.045 florijnen. Dat is nog niks, hier, moet je deze zien.’
De bloem van deze tulp was boller en voller dan die van de vorige. Ook hier waren de bloemblaadjes gevlamd. De kleur begon onder aan het bloemblad in een dicht effen donkerpaars vlak, en waaierde uit naar boven, alsof een veer in verf was gedoopt en licht op het spierwitte bloemblad was gedrukt. Op het bovenste deel van de bloemblaadjes waren nog een paar dunne streepjes paars te zien.
‘Kijk hier staat het. Dit is een Viceroy, en er staan twee bedragen onder. De eerste keer is deze verkocht voor 3.000 florijnen, de tweede keer voor 4.200.’
‘4.200 gulden,’ riep Emma uit. ‘Mijn god, wat een geld, hoeveel is dat nu wel niet?’
‘Dat is eigenlijk niet tot op de cent nauwkeurig uit te rekenen. Maar je kunt er wel een globaal beeld van krijgen. Het jaarinkomen van een ambachtsman was toen ongeveer 300 florijnen. Nu verdient zo iemand rond de 21.000 euro netto. Je moet die 300 dus met 70 vermenigvuldigen om op hetzelfde jaarsalaris uit te komen. Als je die omrekenformule hanteert, zou die bol van 4.200 florijnen, eens even kijken, ja, dan zou die 294.000 euro hebben opgeleverd.’
‘294.000 euro, voor een tulpenbol? Wat een waanzin.’ Alec sloeg zijn armen over elkaar en keek fronsend naar het boek. ‘Dit is allemaal wel interessant, maar wat wilde Frank hiermee zeggen? Waarom moest ik het weghalen? En waarom mag de politie er niets van weten? Ik snap het niet.’
Damian keek hem aan. ‘Wat deed Frank ook alweer, wees hij nou ergens naar?’
‘Zijn hand lag onder de boekband, op de titelpagina.’
Damian vouwde het boek dicht en sloeg de band weer voorzichtig open. De bladzijde zat onder de roestkleurige vegen en vlekken. Precies onder het jaartal stond een bebloede vingerafdruk, zo helder dat de huidlijntjes te zien waren.
‘1637,’ las Damian op.
‘Het enige wat ik me kan bedenken is dat Frank duidelijk heeft willen maken dat zijn dood iets met die tulpenhandel te maken heeft,’ zei Emma, ‘of met de zeventiende eeuw? Alec, heeft Frank het hier echt nooit met je over gehad?’
‘Nooit. Zodra ik Tibbens zie, vraag ik hem of hij iets weet. Misschien heeft Frank er ooit met hem over gesproken.’
‘Laten we het hopen. Frank heeft dit niet voor niets aan jou gegeven.’ Damian bladerde behoedzaam door het boek. ‘Er moet iets mee aan de hand zijn.’
‘Frank en de zeventiende eeuw, wat is de connectie tussen die twee?’ Alec ging voor de haard staan en stak zijn handen in zijn zakken. Wat schuchter keek hij Damian en zei: ‘Sorry dat ik daarnet zo bot tegen je deed. Ik weet dat je mij wilt helpen, dat je het goed bedoelt. Dat stel ik op prijs, en je hoeft je geen zorgen te maken. Ik heb me nog nooit in mijn leven zo machteloos gevoeld, maar deze keer ga ik me er broodnuchter doorheen slepen. Ik wil dat je dat gelooft, dat je dat vertrouwen in me hebt.’
Damian liep naar hem toe en omhelsde hem. Vervolgens sloegen ze elkaar wat onhandig op de schouders.
Toen Emma ze zo zag staan, allebei met een puberale grijns op hun gezicht, vervloekte ze zichzelf en bedacht zich niet voor de eerste keer, dat het misschien beter zou zijn als zij uit hun leven verdween. Zij wist dat de onderlinge irritaties tussen Alec en Damian ook met haar te maken hadden. In al die jaren dat ze elkaar kenden hadden ze vaker conflicten gehad, maar de vriendschap was nog nooit zo breekbaar geweest als nu.
Ze schraapte op een overdreven manier haar keel: ‘Ik weet wel een connectie tussen Frank en de zeventiende eeuw.’
Verbaasd keken ze haar aan.
‘Maar ik weet natuurlijk niet of we er iets aan hebben.’
‘Welke connectie doel je op?’ vroeg Damian.
‘Dick Beerens.’
‘Verrek.’ Alec sloeg met zijn hand op zijn voorhoofd. ‘Dick, natuurlijk, wat stom dat ik daar niet aan gedacht heb. Ik heb hem op de begrafenis zelfs nog gezien. Die weet natuurlijk alles over die periode...’
‘... en de tulpenhandel,’ vulde Damian aan.
Emma knikte. ‘Dat dacht ik ook.’