1

Kreunend richtte hij zich op. Hij knipte zijn leeslampje aan en keek op zijn horloge. Welke gek komt om vier uur ’s nachts langs? Hij liet zich achterovervallen en staarde naar het plafond. Elk ornament, elke scheur en oneffenheid ervan kon hij uittekenen. De laatste weken had hij geen oog dichtgedaan. Nu dit weer. Zijn gepieker zou niets oplossen, dat wist hij. Hij wist ook dat zijn slapeloosheid alles uitvergrootte, haast onherroepelijker maakte. Maar hij kreeg het niet uit zijn hoofd. Rond en rond ging het, een betonmolen volgestouwd met problemen die zich maar niet vermengden tot een overzichtelijk geheel. Hij werd er gek van.

Het aanhoudende gerinkel van de deurbel werd nu afgewisseld met gebons.

‘I’m coming, I’m coming.’

Hij slingerde zijn benen over de rand van het bed. Met zijn voeten tastte hij naar de pantoffels en schoof ze erin. Steunend op het matras duwde hij zichzelf omhoog en pakte zijn kamerjas. Toen hij die moeizaam aan had getrokken, liep hij naar het raam en schoof het gordijn opzij. Zijn adem stokte.

Het glas leek gezandstraald. Hij zag geen hand voor ogen. Ingespannen tuurde hij naar buiten. Van Cadogan Gardens, de privétuin van zijn huizenrij, waren alleen de contouren van het hek en de haag die de tuin omheinden zichtbaar. Het Cadogan Hotel, schuin aan de overkant, altijd een baken van licht, was verdwenen. Ook Sloane Street, waarvan hij vanaf deze plek altijd een glimp kon opvangen, was weg, opgeslokt in de Londense mist.

Hij reikte zijn hals zo ver als hij kon naar voren. Toen hij zijn wang tegen het koude raam drukte, ging er een rilling door hem heen. Hij keek naar beneden. De twee kleine pilaren, die de toegang tot zijn achttiende-eeuwse huis sierden, glinsterden in het zwakke schijnsel van de straatlantaarns.

Meestal was er vanaf dit punt wel iets te zien, al was het maar een glimp van degene die onder het afdak stond te wachten tot er werd opengedaan. Maar nu niet. Helemaal niets. Voor de zoveelste keer vervloekte hij het Londense stadsbestuur, dat in zijn ogen de straatverlichting sinds de industriële revolutie niet had aangepast.

‘Stomme theezuipers, ze denken zeker dat we nog steeds in de tijd van Dickens leven.’

Hij veegde zijn wasem van de ruit. Het geklop en gebel was constant en leek nu doordringender en schriller te klinken. Het zware gordijn schuurde tegen zijn rug en de achterkant van zijn hoofd. Hij duwde de dikke stof opzij en trok het gordijn met een geïrriteerde ruk weer dicht. Even bleef het stil, alsof degene die beneden stond het geklingel van de gordijnringen tegen de koperen roede had opgemerkt. Na een paar seconden begon het weer.

Zuchtend liep hij naar de slaapkamerdeur. Op de drempel trok hij het koord van zijn kamerjas wat strakker aan. Zijn hand gleed langs de muur en hij duwde de schakelaar omhoog. Een moment werd hij verblind door de weerkaatsing van het schijnsel van de kroonluchter op de witte tegels van de hal die onder hem lag. Hij liep naar de trap. Het was opgehouden. Doodse stilte. Even hield hij zijn hoofd schuin, als een hond die een geluid hoort dat hij niet kan thuisbrengen. Niets. Hij vloekte binnensmonds. Op het moment dat hij terug wilde lopen, werd er op de deur gebonsd.

‘Meneer Schoeller, bent u daar? Meneer Schoeller?’ klonk het gedempt.

Aarzelend liep hij een paar treden naar beneden.

‘Wie is daar?’

‘Politie. Doet u open alstublieft, het gaat om uw neef.’

‘Alec?’

Met een trillende hand greep hij de trapleuning. Zo snel als zijn stijve benen hem konden dragen, liep hij naar beneden. Zijn voet gleed van de onderste trede. Vloekend maaide hij met zijn armen door de lucht. Hij hervond zijn evenwicht, snelde naar de tafel in het midden van de hal en greep naar de sleutelbos. Het gebons begon weer.

‘Ik kom eraan, wacht even,’ riep hij buiten adem terwijl hij het kastje naast de voordeur openmaakte. Hij tikte de alarmcode in en ging op zijn tenen staan. Door het raampje keek hij naar buiten. Het licht uit de hal scheen geruststellend op het metalen embleem van de politiehelm. Hij stak de sleutel in het slot en trok de deur open.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml