59

Dawn stapte uit de auto. Binnen een paar seconden was ze kletsnat. De wind blies tegen haar aan en duwde haar in de richting van het water. Wankelend wurmde ze zich in het regenjack dat ze in haar handen gedrukt kreeg en ze trok de capuchon omhoog. Snel liep ze achter de rechercheurs aan die in de richting van de steiger renden. Haar schoenen sopten door de modder en leken na elke stap zwaarder aan haar voeten te hangen.

De aanlegsteiger liep niet verticaal het water in, maar lag over de hele breedte van de smalle kade. Voordat de rechercheurs de steiger bereikten hielden ze hun pas in en bleven even staan. Dawn zag Ben naar links wijzen en die kant uit rennen. Zo hard als ze kon rende ze naar hen toe.

‘Wat is er?’ vroeg ze toen ze, nog nahijgend, achter hen stond. Ze zaten gehurkt en bogen zich over iets heen. De man lag op zijn zij, met de helft van zijn gezicht in een modderige plas. Ben rolde hem op zijn rug. Hij duwde de col van de trui van de man naar beneden en drukte zijn vingertoppen in zijn nek.

Ben keek op. ‘Dit is de schipper die Vanlint had geregeld om ons naar de overkant te brengen. Hij is bewusteloos, we moeten een ambulance bellen.’

Hij keek naar zijn collega en wees met zijn duim naar het water dat wild tegen de steiger aan klotste. ‘Ik ga met haar naar de overkant. Jij blijft hier, dan kun je de ambulance hiernaartoe leiden. Anders is het voor hen niet te vinden.’

Dawn verstond er geen woord van maar begreep precies wat hij met dat gebaar bedoelde. Over het woeste water keek ze naar de overkant, naar het zwakke lichtschijnsel in de verte.

‘Hoe komen we daar dan? Er ligt geen boot.’

Ben stond op. Samen liepen ze naar de steiger. Hij leunde naar voren en zijn ogen gleden langs de waterkant.

‘Kom deze kant op. Hier ligt iets,’ riep hij.

Ze baanden zich een weg door het riet. Dawn probeerde het scherpe gras te ontwijken dat in haar gezicht zwiepte. Toen ze Ben had ingehaald stond hij al met één been in een ijzeren roeibootje. Ze pakte zijn gestrekte hand en sprong de boot in die vervaarlijk begon te wiebelen.

‘Voorzichtig!’ riep Ben die zich met twee handen aan de zijkant van de boot vastgreep. ‘Nooit springen. Je moet er altijd instappen. Ga daar zitten, ik duw ons af. Pak die roeispaan beet, ik neem de andere.’

‘Dat jullie dat nou gewend zijn,’ gilde ze. ‘Ik doe mijn best!’

Ben duwde de boot af en ging naast haar zitten.

‘Op mijn teken, oké? Daar gaan we.’

Langzaam gingen ze vooruit, maar eenmaal in het ritme ging het met een behoorlijke vaart. Al snel was er van de steiger niets meer te zien.

‘Een, twee, een twee,’ gilde Ben in haar oor.

Nu stoven ze vooruit. Dawn keek achterom. Langs de rand van haar capuchon zag ze het eiland liggen. Meter voor meter, bij elke slag die ze maakten, kwam het dichterbij.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml