16

‘Tulpen, kaas, klompen, molens.’ Bij elk woord sloeg Dick met zijn hand op zijn bureau. ‘Allemaal typisch Nederlands, nietwaar? Niet waar. Want de tulp, die hoort er zeker niet bij. Waar denken de meeste mensen dat die vandaan komt?’

‘Uit Turkije,’ zei Alec voorzichtig.

‘Dat denken ze inderdaad. Fout, fout, fout. Sinterklaas, die komt uit Turkije. De tulp, hét symbool van ons land, komt oorspronkelijk veel verder uit het oosten, namelijk uit China. Daar ligt de echte oorsprong van die bloem.’

Triomfantelijk keek Dick hen aan.

‘Ja, ik zie de verbazing op jullie gezichten. Zo kijken mijn studenten ook altijd als ze dit horen. Is het niet komisch? Chinezen komen helemaal hiernaartoe om naar een bloem te kijken die uit hun eigen land komt. Vliegtuigen vol! Mooi toch?’

Spettertjes brood vlogen zijn mond uit en belandden op zijn computerscherm. Met zijn mouw veegde hij ze weg.

‘Ja, heren, uit China. Om precies te zijn, het westen van China, ten noorden van de Himalaya. Wacht.’

Hij wurmde zich achter zijn bureau vandaan en liep op een van de stapels boeken af. Voorzichtig trok hij er een uit en bladerde er even in.

‘Ah, hier heb ik het.’

Hij hield de atlas voor zijn buik en wees op een Chinees berggebied vlak bij de Russische grens.

‘Kijk, hier, dit is een van de meest onleefbare gebieden ter wereld.’ Langzaam cirkelde hij er met zijn vinger omheen. ‘Niets wil daar leven, niets wil daar groeien, niemand wil daar wonen. Waarom zou je ook? Je zou wel gek zijn. De zomers zijn droog en snikheet en de winters, die duren maanden. Dan ligt er zo veel sneeuw dat er geen doorkomen aan is. Hier komt onze vaderlandse trots dus oorspronkelijk vandaan, het Tian Shangebergte.’

Toen hij zijn vinger weghaalde bleef er een kleine vetvlek op de plek achter.

De geboortegrond van onze tulp, voor altijd vereeuwigd in het vet van een kroket. Wat een symboliek, dacht Damian.

‘Maar,’ vervolgde Dick, ‘zelfs in de onleefbare gebieden is er altijd een plek te vinden waar het ecologisch systeem net iets anders is, met een fractie meer zon of een fractie meer water. Dat geldt ook voor dit gebied. Op deze onheilspellende plek, in de dalen van de uitlopers van de bergen, liggen stukken vruchtbaar land, en waar het vruchtbaar is, is leven. Waar leven is, zijn mensen.’

Hij sloeg de atlas dicht en schoof deze op exact dezelfde positie terug in de stapel.

‘Het waren de steppenomaden die het ontdekten. Zij lieten hun vee daar grazen en waren degenen die de tulp daar voor het eerst zagen. Nee, wat zeg ik, ze zagen hem niet alleen, die bloem veroverde hun harten. Stel je voor. Daar loop je dan met je kudde. Het is het einde van de winter, maar nog steeds ijzig koud. Je bent koud tot op het bot. Je beklimt de zoveelste rotspartij, op zoek naar een stukje begroeiing voor je vee. Je hoopt iets te vinden voordat het te donker wordt. De zon verwarmt je niet, daarvoor zijn de stralen nog te zwak. En dan... je gelooft je ogen niet. Je wrijft er even met je vuisten in en kijkt weer op. Het klopt, het is echt. Die berghellingen, daar, in de verte, die zijn niet grijs, die zijn niet grauw. Nee, die zijn rood, knalrood!’

Dick liet zich in zijn stoel vallen. Hij duwde zijn lichaam achterover en spreidde theatraal zijn armen, een blik vol vreugde en verbazing op zijn gezicht.

‘Zien jullie het voor je? Die bloemenzee van kleur, midden in dat vreselijke dorre landschap. Dat moet prachtig geweest zijn. Gewoonweg prachtig.’

Hij staarde even in de verte en zei: ‘Die bloem gaf het einde van een barre winter aan. Zodra de nomaden die zagen wisten ze dat de zomer er aankwam en dat ze het ergste achter de rug hadden. En die bloem, dat was de tulp.’

Triomfantelijk keek hij hen aan.

‘Nooit geweten dat de tulp daarvandaan kwam,’ zei Alec.

Dick knikte. ‘Je bent niet de enige. Stap voor stap, over een
periode van honderden jaren, belandde de tulp op Turks grondgebied omdat sommige nomadenstammen besloten zich te vestigen. Vanuit het oosten veroverden zij steden in westelijke richting en stichtten vorstendommen.’

Dick leunde met een elleboog op zijn bureau en stak zijn wijsvinger omhoog.

‘Vergis je niet, dit waren geen barbaren. Ze hadden een eeuwenoude cultuur en het waren tuinkenners bij uitstek. Ze zwermden uit over de Balkan en namen de tulp met zich mee. Voor hen was de tulp niet alleen mooi en decoratief, het was een heilige bloem. Zij noemden hem niet voor niets lâle . Dat zijn dezelfde letters waarmee je in het Arabisch het woord Allah schrijft. De sterke en elegante lâle stond voor de eeuwigheid, voor kracht en perfectie. Voor hen was de tulp een teken van het hiernamaals, een bevestiging dat het paradijs op aarde kon bestaan. Ze zagen hem ook als symbool voor de onderdanigheid van schoonheid aan het goddelijke: nederig buigt hij het hoofd voor Allah.’

‘Een mooie gedachte,’ mompelde Damian.

‘Zeker een mooie gedachte. Al met al heeft de tulp een wonderbaarlijke historie. Hij heeft veel mensen gelukkig gemaakt. Maar hij heeft ook schade aangericht. Heel veel schade. Er is voor gevochten... en gedood.’

Alkmaar, 23 juli 1636

Waarde heer,

In de nacht van de 20ste op de 21ste juli is ons plan in werking gezet. Langs deze weg wilde ik u laten weten dat de eerste stap tot uitvoering is gebracht. Wat de heer Cornelius betreft, over hem had u het bij het rechte eind. Hij was zeer eenvoudig te bewerken en heeft goede diensten verricht. Om zeker te zijn van een voorspoedige afloop had ik een van mijn jongens meegezonden. Het is allemaal volgens plan verlopen.

Cornelius is zich onderwijl van geen kwaad bewust. Hij is ervan overtuigd dat hij, door Winckel om het leven te brengen, een bijdrage heeft geleverd aan de instandhouding van het geloof en dat God hem deze daad zal vergeven. Wellicht heeft hij gelijk, wie zal het zeggen? Hij is volledig in het ongewisse van de plannen die wij hebben met de tulpenbollen die, hopelijk op zeer korte termijn, op de markt gaan komen.

U bent ervan op de hoogte dat dit slechts de eerste stap behelst. Er moet nog veel werk worden verricht. Alles wijst in de goede richting, echter één ding baart me nog zorgen. Moge de Here ons behulpzaam zijn te voorkomen dat de aangewezen voogden de kinderen van Winckel in hun huiselijke kring opnemen. Indien dat gebeurt is het ons niet mogelijk het plan, zoals wij dat in gedachten hebben, uit te voeren. Gezien het belang van die taak en mijn contact met de voogden, zal ik de zorg ervoor dragen dat zij alle zeven bij mij terechtkomen.

Ik stel voor dat u een aanvang maakt met het treffen van de voorbereidingen. Laat het mij weten zodra u gereed bent, dan kan ik hier een en ander in gang gaan zetten.

De omschrijvingen van de tulpen volgen zo spoedig mogelijk, zodra ik ze in mijn bezit heb. Dan kunt u de illustratoren opdracht geven en hun een en ander toelichten.

De persoon die deze verzegelde brief bij u heeft afgeleverd is vertrouwenswaardig. Mocht het zegel toch verbroken zijn, dan zullen we ons er op moeten beraden elkander op een andere manier te informeren. Laten wij vooralsnog op deze wijze contact blijven houden.

A.K.

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml