25
Damian liep naar haar toe en drukte een kus op haar hoofd. Hij legde zijn handen op haar schouders en keek naar het computerscherm. Ze scrolde op de site van een krant. Emma draaide haar gezicht naar hem toe en legde even haar hand op die van hem.
‘Zijn jullie eruit?’ vroeg ze.
‘Wat? Over Frank?’
‘Nee, wat er meegaat naar de antiekbeurs, voor de stand.’
‘O, dat, ja. We gaan er een Engelse bibliotheek van maken.’
‘Mooi. Zijn jullie bij Dick nog wat wijzer geworden?’
‘We zijn heel veel wijzer geworden, alleen hebben we er niet zo veel aan. Hij heeft ons de geschiedenis van de opkomst en ondergang van de tulpenhandel verteld. Ik kan het alleen nog niet plaatsen.’
Ze wees op de kleine stapel uitdraaien naast de monitor.
‘Jullie hadden gelijk. In 2003 is een miljoenenfraude gepleegd die met tulpen te maken had. De kranten noemen het de bollenfraudezaak .’
Hij trok een stoel naar zich toe en ging naast haar zitten.
‘Denken jullie dat Frank daar iets mee te maken had?’
‘Misschien. In 1637, dat jaartal waar Frank op wees, is de tulpenhandel ingestort. Investeerders in bollen zijn toen al hun geld kwijtgeraakt.’
‘En denk je dat Frank daarmee heeft willen zeggen dat hij bij deze bollenfraude betrokken was?’
‘Het is een mogelijkheid.’
‘Het punt is alleen, hoe komen we daarachter? Van de gedupeerden is weinig bekend, althans, ik kan er niets over vinden. Ik weet wel dat het er veel zijn.’
‘Hoeveel?’
‘Volgens deze informatie waren er zo’n tweehonderd particuliere beleggers bij betrokken. Ik snap trouwens wel dat ze anoniem willen blijven; zou ik in hun geval ook willen. Het is allemaal vrij pijnlijk.’
‘Is het zo erg?’
‘Nogal ja,’ zei ze terwijl ze door de geprinte vellen rommelde. Ze trok er een tussenuit. ‘Hier, alles bij elkaar opgeteld zijn ze 32 miljoen euro kwijtgeraakt.’
Damian floot zacht. ‘32 miljoen euro? Waar is dat gebleven?’
‘Dat is de vraag, niemand weet het. Het is gewoon verdwenen. Ze hadden het geïnvesteerd in een tulpenbeleggingsfonds. Wat er precies is misgegaan en wie nou wie heeft opgelicht is nog steeds niet duidelijk. Wat ik heb begrepen is dat het geld zou worden gebruikt om nieuwe tulpenrassen te ontwikkelen. Om dat te doen heb je veel geld nodig, het kost kapitalen. Kwekers schijnen altijd op zoek te zijn naar partijen die het ontwikkelen van nieuwe tulpensoorten willen financieren. Als je een nieuwe tulp op de markt kunt brengen, ben je spekkoper.’
‘Wat zouden de beleggers ervoor terugkrijgen?’
‘In de participatiebrochure van het fonds staat dat ze kans maakten op een winst van 25 procent over de inleg, en dat ze dat in één jaar konden verdienen.’
‘Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn.’
‘Dat was het dus ook. Ze wijzen nu met een beschuldigende vinger naar elkaar. Het tulpenfonds beweert dat het geld dat zij aan de kwekers hebben gegeven door de kwekers achterover is gedrukt. Er waren zelfs al kopers voor de tulpen. Tulpen die nog niet eens bestonden.’
De geschiedenis herhaalt zich, dacht Damian.
‘Ongelooflijk toch? Ze kochten iets wat alleen op papier stond, er was nog helemaal niks. Het fonds beschuldigt dus de kwekers. De kwekers beschuldigen op hun beurt het fonds. Zij zeggen dat de oprichters van het fonds het geld naar een buitenlandse bank hebben doorgesluisd. Een andere partij die met de nek wordt aangekeken is de bank die leningen aan de participanten heeft verstrekt om in het fonds te kunnen beleggen. De beleggers vinden dat de bank hen beter had moeten voorlichten. Het schijnt namelijk onmogelijk te zijn om binnen een jaar tijd een nieuwe tulpensoort te ontwikkelen. Dus om te beweren dat je binnen een jaar 25 procent rendement op je inleg krijgt, was wel erg optimistisch gesteld. Uiteindelijk hebben beleggers geen cent van hun inleg teruggezien.’
‘De vraag is nu of Frank hier een rol in heeft gespeeld,’ zei Damian. ‘Misschien heeft hij hierin belegd en alles verloren.’
‘Je bedoelt dat hij daardoor schulden bij iemand had?’
‘Zoiets. Het zou natuurlijk kunnen dat hij zich daarmee grondig in de nesten heeft gewerkt.’
‘Damian,’ begon Emma voorzichtig, ‘er is natuurlijk nog een andere mogelijkheid.’
‘Welke?’
Ze ging rechtop zitten, wiebelde in haar stoel.
‘Het kan ook andersom zijn.’
‘Wat bedoel je, andersom?’
‘Nou, dat Frank een van degenen is geweest die dat geld achterover heeft gedrukt. Dat hij er op die manier bij betrokken was.’
Damian stond op en schoof zijn stoel naar achteren. Met een frons tussen zijn wenkbrauwen keek hij haar aan.
‘Hoe komen jullie daar toch bij?’
‘Jullie?’
‘Ja, Alec opperde ook al zoiets. Ik begrijp jullie niet. Ik snap niet dat jullie zo over Frank kunnen denken. Wat is dat toch? Waar komt dat wantrouwen vandaan?’
‘Ik wil alleen maar zeggen dat we dat niet zomaar uit kunnen sluiten. Blijkbaar vindt Alec dat ook, terwijl het voor hem juist nog moeilijker is om zo te denken. Het was uiteindelijk zijn oom.’
‘Vergeet niet dat ik die man ook bijna mijn leven lang heb gekend. Je moest eens weten hoeveel we samen hebben meegemaakt, hoeveel tijd we hebben doorgebracht,’ snauwde hij. ‘En later, dat hele gedoe met Alec, toen hij de kliniek in ging, weet je nog? Dat Frank en ik hem als een zoutzak naar binnen hebben moeten dragen? En die periode daarna, dat we hem in de gaten moesten houden? Dat Frank elke stap die Alec zette controleerde. Zo leer je iemand snel goed kennen Em, dat verzeker ik je.’
Ziedend keek ze naar hem op. ‘Dat weet ik donders goed. Ik kende hem even lang als jij of ben je dat soms vergeten?’ Haar stem brak. ‘Ik was gek op die man.’
Ze ademde diep in en zei: ‘Maar daar gaat
het nu niet om
Damian, dat is niet het punt. Waar het...’
‘Daar gaat het wel om,’ brieste hij. ‘Hoe kun je zo wantrouwend zijn tegenover iemand die je zo goed kent?’
‘Dat je iemand lang kent wil helemaal niet zeggen dat je iemand goed kent.’
‘Heb je nog meer clichés voor me? Nou?’
Ze reageerde niet en keek naar het computerscherm. Ze scrolde door de pagina, haar hand lag trillend op de muis.
Damian draaide haar stoel naar zich toe en legde zijn handen op de leuningen. Hij keek haar aan en zei: ‘Wacht eens even. Over wie heb je het nu eigenlijk? Over Frank? Of heb je het soms over jezelf? Nou?’
Ze wendde haar ogen af. Vloekend liet hij de stoel los. Plotseling drong tot haar door dat hij het altijd geweten had, het altijd had geaccepteerd als iets onvermijdelijks, iets wat onomkeerbaar was. Toch had hij voor haar gekozen, zelfs toen hij wist dat ze hem had bedrogen met zijn beste vriend. Ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan. Wat was ze blind geweest, wat had ze zich laten leiden door iets wat ze niet kon krijgen. Wilde ze juist daarom Alecs hart veroveren? Omdat ze wist dat het haar toch niet zou lukken? Ging het haar om de uitdaging? Wilde ze hem gewoon hebben? Ze wist heel goed dat als het eenmaal zover was, Alec en zij gek van elkaar zouden worden. Dat een relatie er helemaal niet in zat, dat het alleen ging om de spanning. Ze leek wel gek.
Emma keek hem aan en opende haar mond om iets te zeggen, maar Damian beende de kamer uit.