23

Zwijgend liepen Alec en Damian over de Singel. Het was nog vroeg in de middag, maar het leek alsof de schemering al was ingevallen. De meeste ramen van de grachtenhuizen die ze passeerden waren verlicht. Twee toeristen fietsten voorbij. Onwennig, en met hun zadels in een te lage stand, trapten ze op hun felgele huurfietsen in de richting van de brug over de Singel. Halverwege de brug stapten ze af en duwden hun fietsen voor zich uit. Boven aangekomen stapten ze weer op en scheurden naar beneden. Een automobilist kon hen nog net ontwijken en trapte onder luid getoeter op zijn rem.

‘Ik moet nog naar de zaak, even kijken wat we mee gaan nemen naar de antiekbeurs. Daarna breng ik je naar het vliegveld. Loop je even mee of wil je liever naar huis?’ vroeg Damian.

‘Nee, ik ga wel mee.’ Alec stak zijn handen diep in zijn zakken. ‘Dat verhaal van Dick, wat vind jij ervan? Wat zijn we er nou eigenlijk wijzer van geworden?’

‘We weten in elk geval wat er in 1637 gebeurd is.’

Alec keek hem aan. ‘Denk je echt dat de moord op Frank iets te maken heeft met die tulpenhandel van toen?’

‘Ik zou niet weten waarom hij je anders op dat jaartal heeft gewezen. Het is de enige duidelijke aanwijzing die we hebben.’

‘Ja, maar wat wilde hij ermee zeggen? Gaat het om een veiling? De aandelenmarkt? Het kan gewoon niks met de handel in tulpenbollen te maken hebben, dat is onmogelijk.’

Damian knikte. ‘Ik heb ook zitten denken aan andere dingen, zeventiende-eeuwse kunst bijvoorbeeld. Misschien dat daar een link zit?’

‘Bedoel je dat het met een van zijn antieke stukken te maken heeft? Een van zijn schilderijen? Hij heeft een landschap van Jan van Goyen uit die periode. Ik heb geen idee wanneer het precies geschilderd is. Ik zou eens moeten nagaan of dat in 1637 is geweest.

‘Verrek, dat is waar, dat schilderij was ik helemaal vergeten.’ Damian stond stil. Zijn ogen schitterden. ‘Jan van Goyen. Weet je nog hoe het met hem is afgelopen? Hij was steenrijk. Hij verdiende de kost met schilderen, maar zijn fortuin vergaarde hij vooral met de handel in vastgoed en...’

‘... tulpen,’ vulde Alec aan. ‘Shit, dat is waar, die Van Goyen is eraan failliet gegaan. Toen hij stierf had hij alleen nog maar schulden. Het schilderij hangt er volgens mij gewoon nog, anders was het Tibbens wel opgevallen. Ik kijk er wel naar als ik in Londen ben.’

In stilte liepen ze over de Singel verder. Plotseling greep Alec Damian bij zijn arm en kneep er hard in. Als gehypnotiseerd keek hij voor zich uit en wees naar de overkant van de straat waar de Singel nog een klein stuk doorliep. Damian volgde de lijn van zijn vinger in de richting van de kraampjes van de bloemenmarkt en keek hem niet begrijpend aan.

‘Kom mee.’ Alec rende de straat over. Bij de eerste bloemenstal dook hij onder het afdak en liep linea recta naar een rek. Plastic zakjes met tulpenbollen hingen aan de metalen pinnen. Over de hoofden van twee Japanse toeristen rukte hij er een vanaf en liet het voor het gezicht van Damian in de lucht bengelen.

Op het karton dat aan het plastic zat vastgeniet, stond een knalrode tulp. Daarachter liepen brede banen tulpenbedden die aan de horizon in een punt bij elkaar kwamen. Naast de tulp prijkte een fluorescerende prijssticker: 4,50.

Verwachtingsvol keek hij Damian aan die verbaasd het zakje aanpakte.

‘Bollen,’ zei Alec.

‘Ja, dat snap ik.’

‘Begrijp je het dan niet? We hebben ons blindgestaard op dat stomme jaartal.’

Damian keek naar het zakje in zijn handen. Er zaten vijf donkerbruine uivormige bollen in. Door het geperforeerde plastic viel wat aarde in zijn handpalm.

‘Hallo. Damian, word eens wakker. Weet je het niet meer? Die tulpenbollenfraude, van een paar jaar geleden.’

Hij keek op. ‘Verdomd, je hebt gelijk, daar heeft laatst nog iets over in de krant gestaan, het had te maken met een of ander fonds dat in tulpen belegde.’

Alec knikte, pakte de bollen aan en hing ze terug aan het rek. ‘Zelfs de Engelse kranten hebben erover geschreven. Ik weet niet meer precies hoe het zit. Ik kan me wel herinneren dat er mensen belazerd zijn, mensen die veel geld in tulpen hebben geïnvesteerd en die nooit meer iets van hun geld terug hebben gezien.’

Damian pakte zijn mobiel en begon te bellen.

‘Emma, kun jij iets voor me doen? Kun je kijken of je op internet iets kunt vinden over een fraude in de tulpenhandel? Volgens mij in...’ Hij keek naar Alec.

‘2003 of 2004.’

‘In 2003, maar het kan ook 2004 geweest zijn. Ja, in Nederland. Wat zeg je? Nee, ik ben wat later, we zijn nu onderweg naar de zaak. Daarna haal ik de auto op en breng Alec naar het vliegveld. Ja, doe ik, tot zo.’

Hij stopte zijn telefoon weg. ‘Ik ben benieuwd wat ze vindt.’

‘Dan moeten we ook nog zien te achterhalen of Frank er iets mee te maken had. En in welke hoedanigheid. Ik hoop niet dat...’

‘Je denkt toch niet dat Frank daar iets mee te maken heeft? En op die manier? Dat hij heeft gefraudeerd?’

‘Ik moet er niet aan denken. Alleen, hoe erg ik het ook vind, we mogen het niet uitsluiten. Dat moet je toch met me eens zijn?’

‘Zoiets zou hij nooit doen.’

‘Zoals wij hem kennen niet, nee. Maar hoe goed kenden wij hem nou werkelijk? Hij heeft nooit met een woord gerept over dat tulpenboek. Hij heeft er zelfs tegen Dick niets over gezegd, anders was die er wel over begonnen. Dat is toch een uniek bezit? Iets waar je trots op mag zijn?’ Alec schudde langzaam zijn hoofd en keek somber. ‘Ik dacht ook dat ik hem kende, Damian, maar ik begin er steeds meer aan te twijfelen. Dat verwijt ik mezelf ook, en daar zal ik me altijd schuldig over blijven voelen. Ik ben alleen maar met mezelf bezig geweest. Wat Frank bewoog, het boeide me niet. Erger nog, ik dacht er niet eens over na. Het kwam gewoon niet in me op om aan hem te vragen hoe het met hem ging, om het écht te vragen. Snap je wat ik bedoel?’

Het tulpenvirus
titlepage.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_0.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_1.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_2.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_3.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_4.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_5.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_6.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_7.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_8.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_9.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_10.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_11.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_12.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_13.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_14.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_15.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_16.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_17.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_18.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_19.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_20.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_21.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_22.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_23.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_24.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_25.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_26.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_27.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_28.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_29.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_30.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_31.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_32.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_33.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_34.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_35.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_36.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_37.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_38.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_39.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_40.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_41.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_42.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_43.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_44.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_45.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_46.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_47.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_48.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_49.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_50.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_51.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_52.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_53.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_54.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_55.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_56.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_57.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_58.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_59.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_60.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_61.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_62.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_63.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_64.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_65.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_66.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_67.xhtml
awb_-_tulpenvirus_split_68.xhtml