60
Snow keek hoe er steeds meer figuren samendromden in de monding van de tunnel voor hen. Ze waren blijven staan in het felle licht van de toorts, maar kwamen nu voorwaarts met een soort vastberadenheid waarvan Snow kippenvel kreeg. Dit waren geen hersenloze wezens die zich zonder plan in de strijd wierpen; hier werd een of andere strategie gevolgd.
'Luister,' zei Donovan zachtjes. 'Doe een van die patroonronden in de XM-148. Op mijn teken vuren we tegelijkertijd. Jij richt op de linkerkant van de groep, ik op de rechterkant. Opnieuw laden en schieten zo snel je kunt. Granaatwerpers willen nog weleens omhoogspringen, dus richt laag.' Snow plaatste de patronen in het wapen terwijl hij zijn hart in zijn keel voelde bonzen. Naast zich voelde hij Donovan gespannen staan wachten. 'Nu!' gilde Donovan.
Snow haalde de voorste trekker over en het wapen sprong bijna zijn handen uit toen de lading op de groep af daverde. De felle lichtpluimen van de twee explosies vulden de tunnel met een oranje licht; Snow zag dat hij te ver naar links gericht had zodat hij de tunnel-wand geraakt had. Op dat moment stortte met een daverend geweld een deel van het plafond in. Vanuit de groep wezens met hun kappen over het hoofd ging een vreselijk geschreeuw op. 'Nog een keer!' riep Donovan terwijl hij een nieuwe ronde laadde. Snow laadde opnieuw en vuurde nogmaals, maar nu liet hij de loop iets naar rechts wijzen. Hij keek gebiologeerd toe hoe de granaat uit de loop barstte en, het leek wel in slow motion, over de hoofden van de kolkende groep in de tunnelmonding buitelde. Er klonk nog een dreun, gevolgd door een nieuwe lichtflits. 'Lager!' gilde Donovan. 'Ze komen dichterbij!' Huilend van angst scheurde Snow met zijn tanden de zak met reservemunitie open, laadde en vuurde nogmaals. De felle lichtstraal barstte midden in de groep uiteen. Boven het gedaver van de explosie uit klonken snerpende gillen.
'Nog een keer!' gilde Donovan terwijl hij zijn eigen bazooka afvuurde op de figuren. 'Nog zo'n voltreffer!' Snow laadde en vuurde, maar te dichtbij en een verbijsterende hittegolf raakte hen, zodat hij op zijn knieën viel. Hij kwam overeind, knipperend tegen de stofwolken en de rook die door de donkere ruimte wolkte. Zijn granaten waren op en zijn vinger ging van de voorste naar de achterste trekker.
Donovan hief zijn hand in het signaal voor 'gevaar'. Ze wachtten, hun wapens op het donker gericht. Het leek alsof er minuten verstreken. Eindelijk liet Donovan zijn geweer zakken. 'Dat was een flinke donderbui,' zei hij. 'Prima werk. Jij blijft hier even staan terwijl ik de boel verken. Als je iets hoort, geef je een schreeuw. Ik denk niet dat er hierna nog iets te vinden is dat groter is dan een pink, maar ik neem geen risico.'
Hij controleerde het magazijn van zijn M-16, stak een toorts aan en gooide die in de ronddrijvende rook. Toen liep hij langzaam naar voren, vlak langs de tunnelwand. Door de optrekkende rook heen zag Snow de vage omtrekken van Donovans hoofd en schouders terwijl hij voorwaarts sloop. De donkere rechthoek van zijn schaduw flakkerde achter hem aan.
Terwijl Snow toekeek zocht de marineduiker zich een weg tussen de gebroken, walmende vormen door die de monding van de tunnel overdekten. Toen hij het eind van de tunnel bereikt had, keek Donovan voorzichtig om zich heen en draaide om zijn as de driesprong in. Uiteindelijk zette hij een stap de ruimte in en werd opgeslokt door het donker. Snow bleef alleen achter, met als enige gezelschap het donker. Plotseling drong tot hem door dat de tas met magnesiumtoortsen nog steeds om zijn nek hing, vergeten in het gevecht. Hij verwierp de impuls om het ding af te doen en achter te laten. Rachlin zei dat ik hem bij me moest houden tot het eind van de missie, dacht hij, dus ik hou hem bij me.
Rachlin... het leek onmogelijk dat de monsters alle marineduikers konden hebben vermoord. Ze waren zo goed bewapend, zo ervaren. Als de andere twee tunnels er min of meer uitzagen als deze, zijn er misschien een paar man ontsnapt via de ladders aan het eind. In dat geval moeten we teruggaan om te zien of...
Plotseling hield Snow op, verrast over de kalmte waarmee hij die gedachtegang aan het volgen was. Misschien was hij toch dapperder dan hij vermoed had. Of stommer. Die klootzak van een Fernandez zou me nu eens moeten zien, dacht hij. Zijn gedachten werden onderbroken door de gestalte van Donovan die weer opdook uit het donker, om zich heen keek en hem naar voren gebaarde. Snow liep snel op hem af maar vertraagde zijn pas toen zijn blik op het grimmige schouwspel viel. De apparatuur lag nog steeds netjes opgestapeld langs de muur, in scherp contrast met de uiteengereten, onthoofde gestalten die her en der in de modder op de tunnelvloer lagen. 'Schiet op!' hoorde hij Donovan fluisteren. 'Geen tijd voor bezichtigingen!' Hij keek op. Daar stond Donovan, zijn armen over elkaar geslagen, de apparatuur te bekijken met een ongeduldige uitdrukking op zijn gezicht. Boven Donovan, in het ondoordringbare duister van het gewelf, liet zich met een plotselinge kreet een zwarte vorm van een bungelende ketting vallen en landde op Donovans rug.
Donovan wankelde en zag kans het ding af te schudden, maar nog twee figuren lieten zich vlak naast hem vallen en grepen de duiker vast, dwongen hem op zijn knieën. Snow strompelde naar achteren, richtte maar kon niet schieten zonder Donovan te raken. Een zoveelste gestalte kwam naar voren, mes in de hand, en Donovan gilde: een onmogelijk hoog, bijna vrouwelijk geluid. Er was een eigenaardige zaagbeweging, een kelig geschreeuw van triomf en de figuur hief Donovans hoofd in de lucht. Even verlamd door de aanblik dacht Snow dat hij Donovans ogen wild heen en weer zag rollen, zwakke reflecties van de rode gloed achter in de tunnel. Toen vuurde hij, korte staccato-salvo's zoals Donovan hem geleerd had, terwijl hij de loop van links naar rechts zwenkte, naar de obscene groep die over Donovans lichaam heen gebogen zat. Op een of andere manier wist hij dat hij schreeuwde, maar hij kon zichzelf niet horen. Het magazijn was leeg en hij ramde de reservekogels op hun plaats, gillend en schietend tot ook die op waren. Plotseling was het doodstil en met gonzende oren nam hij een stap naar voren, wuifde de kruitdamp opzij en zocht in de schemering naar nog meer nachtmerries. Hij nam een tweede stap, een derde.
Het duister voor hem leek te verschuiven, alsof het zich oprolde, en Snow draaide zich om en rende naar het eind van de tunnel. Zijn voeten plonsden door de modder en het stinkende water, en de lege patroon kletterde vergeten op de gladde stenen achter hem.