32
Margo staarde naar het titraat, amper met haar ogen knipperend. Terwijl de ene na de andere heldere druppel eerst hing te trillen en vervolgens in de oplossing viel, wachtte ze gespannen tot de kleur zou veranderen. Het geluid van Frocks zachte ademhaling achter haar, terwijl ook hij naar het apparaat staarde, herinnerde haar eraan dat ze onbewust haar adem inhield.
Plotseling bloeide de oplossing felgeel op. Margo draaide het glazen stopkraantje om zodat de vloeistof niet meer kon stromen en noteerde het niveau op de gemarkeerde cylinder. Ze deed een stap achteruit, in het besef dat zich een onplezierig bekend gevoel van haar had meester gemaakt: een gevoel van ongemak, van angst zelfs. Terwijl ze roerloos bleef staan dacht ze terug aan het drama dat zich had afgespeeld in een ander laboratorium, niet meer dan dertig meter verderop en anderhalf jaar geleden. Ook toen waren ze maar met z'n tweeën geweest: samen hadden ze bij Greg Kawakita's genetische extrapolator gestaan om te kijken hoe het programma de fysieke kenmerken opsomde van het schepsel dat bekend zou worden als Mbwun, het museumbeest.
Ze wist nog hoe ze Julian Whittlesey bijna vervloekt had, de wetenschapper wiens expeditie verdwaald was in de diepten van de Amazone. Whittlesey, die per ongeluk een paar waterplanten had gebruikt als verpakkingsmateriaal voor de specimens die hij naar het museum had verzonden. Wat Whittlesey niet geweten had, wat niemand geweten had, was dat Mbwun verslaafd was aan die plant. Hij kon alleen overleven dankzij de hormonen in die plant. En toen zijn eigen habitat vernield was, ging het beest op zoek naar de enige plek waar de plant nog te vinden was: de verpakkingsvezels in de kratten. Maar door een ironische speling van het lot waren die kratten later in een beveiligde, afgesloten kamer van het museum geplaatst, zodat het beest zich moest behelpen met het beste substituut dat het kon vinden: de hypothalamus van het menselijk brein. Terwijl Margo naar de gele oplossing stond te staren, besefte ze dat ze nog iets anders voelde, behalve angst: ontevredenheid. Er was hier iets vreemds aan de hand, iets onverklaarbaars. Zo had ze zich ook gevoeld nadat het karkas van Mbwun weggehaald was, na de slachtpartij bij de opening van de tentoonstelling Superstition. Het was op gehaald door een bestelwagen van de overheid en niemand had het ooit nog gezien. Ze had het nooit willen toegeven, maar op een of andere manier had ze altijd het gevoel gehad dat die zaak nooit tot op de bodem uitgezocht was, dat ze er nooit achter gekomen waren wat Mbwun nu werkelijk was. Tegelijkertijd had ze gehoopt op autopsieresultaten, een pathologisch rapport, iets dat kon verklaren hoe het beest überhaupt had kunnen weten dat het naar het museum moest. Of waarom het schepsel zo uitzonderlijk veel menselijke genen bevatte. Iets, wat dan ook, dat het verhaal kon afsluiten en misschien zelfs een einde maken aan haar nachtmerries. Ze besefte nu dat Frocks theorie dat Mbwun een evolutionaire afwijking was, haar nooit echt overtuigd had. Tegen haar wil dwong ze zichzelf om terug te denken aan die paar ogenblikken dat ze het beest werkelijk gezien had: toen het door de donkere gang op haar en Pendergast kwam afstormen, triomf in de wilde ogen. Het had haar eerder een hybride dan een afwijking geleken. Maar een hybride van wat?
Het geluid van Frock die in zijn rolstoel ging verzitten, verjoeg haar gedachten. 'Laten we het nog eens proberen,' zei hij. 'Voor de zekerheid.'
'Ik weet het al zeker,' antwoordde Margo.
'Meiske,' zei Frock met een glimlach, 'jij bent veel te jong om waar dan ook zeker van te zijn. Vergeet niet: alle experimentele resultaten moeten gereproduceerd kunnen worden. Ik wil je niet teleurstellen, maar ik vrees dat dit alles een verspilling van tijd zal blijken te zijn die we beter hadden kunnen besteden aan het bekijken van het Bitterman-lijk.'
Margo begon de opstelling opnieuw gereed te maken, terwijl ze haar ergernis verbeet. Als ze zo doorgingen, zou het nog weken duren voordat ze de resultaten had van wat ze gevonden had in Kawakita's verwoeste lab. Frock was beroemd om de zorg en precisie van zijn wetenschappelijke experimenten, en hij leek zich zoals gebruikelijk volslagen onbewust van de tijdsdruk. Maar ja, evenals de meeste wetenschappers was hij bijzonder egocentrisch, veel meer geïnteresseerd in zijn eigen werk en zijn eigen theorieën dan in die van anderen. Ze herinnerde zich de besprekingen die ze gehad hadden toen hij haar mentor was, waarbij hij het ene na het andere verhaal vertelde over zijn avonturen in Afrika, Zuid-Amerika en Australië, voordat hij invalide was geworden. Hij had veel meer tijd besteed aan zijn eigen verhalen dan aan haar onderzoek.
Urenlang hadden ze gewerkt aan titraties en programma's voor lineaire regressie, in een poging om enig resultaat te ontlokken aan de plantenvezels die ze had gevonden. Margo bekeek de oplossing en masseerde haar onderrug. D'Agosta was er zeker van geweest dat er een of ander soort psychoactieve drug in de vezels moest zitten. Maar tot nu toe hadden ze niets gevonden wat die theorie kon bevestigen. Hadden ze maar wat van de oorspronkelijke plantenvezels bewaard, dacht Margo. Dan kon ze nu een vergelijkend onderzoek doen. Maar de gezondheidsdienst had erop gestaan dat alle sporen van de oorspronkelijke vezels vernietigd werden. Ze hadden zelfs haar handtas verbrand, waarin ze ooit wat materiaal had meegenomen. Dat was ook zoiets. Als alle resterende vezels vernietigd waren, hoe had Greg Kawakita er dan aan kunnen komen? Hoe had hij ze kunnen kweken? En vooral: waaróm?
En dan was er het raadsel van de flacon in zijn lab met het opschrift Geactiveerd 7-dehydrochole. Het ontbrekende woorddeel was duidelijk: sterol. Ze had het opgezocht en had moeten lachen om haar eigen stommiteit. Uiteraard wist ze meteen waarom het woord haar zo bekend voorkwam: het was de meest voorkomende vorm van vitamine D3 Zodra ze daar achter was, had het niet lang geduurd voordat ze wist dat de apparatuur voor organische chemie in Kawakita's lab een haastig geïmproviseerde opstelling was voor de synthese van vitamine D. Maar waarvoor?
De oplossing kleurde geel en ze markeerde het niveau: exact hetzelfde, zoals ze al geweten had. Frock was bezig met het opruimen van apparatuur aan de andere kant van het lab en schonk geen aandacht aan wat zij deed. Ze aarzelde even voordat ze besloot wat ze nu zou doen. Toen pakte ze de stereozoom en plaatste er zorgvuldig een zoveelste vezeltje in van de snel slinkende stapel. Frock kwam aangereden terwijl ze bezig was met het monsterglas van de microscoop. 'Het is zeven uur, Margo,' zei hij vriendelijk. 'Sorry dat ik het zeg, maar volgens mij heb je te hard gewerkt. Mag ik voorstellen dat we er voor vandaag mee ophouden?' Margo glimlachte. 'Ik ben er bijna, dr. Frock. Ik wil nog één ding doen en dan ben ik klaar voor vandaag.' 'Aha. En wat mag dat zijn?'
'Ik wilde een specimen vriesbreken en er een tien-ängstrom SEM-foto van maken.'
Frock fronste zijn voorhoofd. 'Wat wil je daarmee bereiken?' Margo staarde naar het specimen, een stipje op de glazen plaat. 'Dat weet ik niet zeker. Toen we de plant voor het eerst bekeken, wisten we dat er een of ander reovirus in zat. Een virus dat codeert voor zowel menselijk als dierlijk eiwit. Ik wil eens kijken of dat virus misschien de bron van de drug is.'
Een zacht gebulder schudde Frocks brede voorzijde en brak uiteindelijk naar buiten als een grinnik. 'Margo, ik zou haast zeggen dat het tijd wordt dat je ermee ophoudt,' zei hij. 'Dit is een wel heel wilde gok.'
'Misschien,' zei Margo. 'Maar zelf noem ik het liever een ingeving.' Frock keek haar een tijdje aan en slaakte toen een diepe zucht. 'Je doet maar,' zei hij. 'Maar persoonlijk heb ik mijn rust nodig. Morgen zit ik in Morristown Memorial, voor de jaarlijkse reeks tests die je kennelijk moet ondergaan als je met pensioen bent. Tot woensdagochtend, meiske.'
Margo nam afscheid en keek hoe Frock zijn rolstoel de gang op reed. Het begon haar duidelijk te worden dat de beroemde wetenschapper niet van tegenspraak hield. Toen ze bij hem afgestudeerd was, verlegen en gehoorzaam, was hij altijd bijzonder charmant geweest, de vriendelijkheid zelve. Maar nu Frock met emeritaat was en zijzelf curator met eigen opvattingen, leek hij soms niet helemaal tevreden met haar nieuwe assertiviteit.
Ze veegde het piepkleine monstertje in een specimenbakje en nam dat mee naar de vriesbreekmachine. Binnen in de machine zou het worden ingebed in een klein blokje plastic, bevroren tot bijna het absolute nulpunt en dan in tweeën gespleten. Daarna zou de elektroscan-microscoop een uitzonderlijk scherpe foto maken van het gebroken oppervlak. Frock had uiteraard gelijk: onder normale omstandigheden zou een dergelijke procedure niets te maken hebben met hun onderzoek. Zij had het een ingeving genoemd, maar in werkelijkheid wist ze niets anders meer om te proberen.
Al gauw verscheen er een groen licht op de cryogene machine. Margo pakte het blokje vast met een elektronische arm en zette het op het splijtblok. Met een snelle beweging kwam het diamanten bijltje omlaag, er klonk een zachte tik en het blok viel uiteen. Ze plaatste een van de helften in de SEM en stelde de microscoop, de scanknoppen en de elektronenstraal zorgvuldig in. Enkele minuten later verscheen er een helder zwart-witbeeld op het scherm. Margo staarde ernaar en voelde haar bloed in haar aderen bevriezen.
Zoals verwacht zag ze de kleine zeshoekige deeltjes: het reovirus dat Kawakita's extrapolatieprogramma anderhalf jaar geleden in de oorspronkelijke vezels ontdekt had. Maar hier kwam het voor in een onvoorstelbaar hoge concentratie: de plantorganellen zaten er letterlijk propvol mee. En rond de partikels zaten grote vacuolen die een of andere gekristalliseerde afscheiding bevatten; die kon alleen afkomstig zijn van het reovirus zelf.
Langzaam ademde ze uit. De hoge concentraties en de gekristalliseerde afscheiding konden maar één ding betekenen: deze plant, Liliceae mbwunensis, was niet meer dan een zogenaamde drager. Hij bevatte de drug, maar die werd gemaakt door het virus. En de reden waarom ze geen sporen van de drug konden vinden, was dat de drug ingekapseld in de vacuolen zat.
Oké, dacht ze. Het antwoord is simpel. Isoleer het reovirus, kweek het op een medium en kijk wat voor drug daaruit voortkomt. Kawakita moest daaraan gedacht hebben.
Misschien had Kawakita helemaal niet geprobeerd via genetische manipulatie de plant te kweken. Misschien wilde hij het virus kweken. Als dat zo was...
Margo ging zitten. De gedachten tolden door haar hoofd. Eindelijk leken de zaken in elkaar te grijpen. Het vroegere en het huidige onderzoek, het virusmateriaal en de plant die de gastheer vormde, Mbwun, de vezels. Maar dat verklaarde nog niet waarom Kawakita zijn baan bij het museum had opgezegd om zich hieraan te kunnen wijden. En het verklaarde ook niet hoe Mbwun dat hele eind vanuit het Amazone-regenwoud naar het museum had kunnen komen op zoek naar de planten die Whittleseys expeditie... Whittlesey.
Nog geen seconde later viel de labstoel kletterend op de linoleum vloer terwijl Margo opsprong, haar hand tegen haar mond gedrukt. Plotseling was alles volkomen, angstaanjagend duidelijk.