47
Het crisiscentrum van de New Yorkse politie was voor de drainageoperatie van computers voorzien. Toen Margo achter Pendergast en D'Agosta naar binnen draafde, zag ze een paar rijen communicatieapparatuur staan, nog op karretjes. Agenten in uniform stonden over tafels vol rasterkaarten gebogen. Zware kabels, omwonden met isolatieband, slingerden in dikke zwarte banen over de grond. Horlocker en Waxie zaten aan een lange tafel met hun rug naar de communicatieapparatuur toe. Vanaf de deur kon Margo al zien dat hun gezichten glommen van het zweet. Een kleine man met een borstelsnorretje zat aan een computer vlak bij de twee. 'Wat is dit?' vroeg Horlocker toen ze binnenkwamen. 'Damesbezoek?' 'Meneer,' zei D'Agosta, 'u kunt de vijver niet laten leeglopen.' Horlocker hield zijn hoofd schuin. 'D'Agosta, ik heb even geen tijd voor je. Ik heb mijn handen vol aan deze rotzooi met daarbovenop nog eens die Wisher-demonstratie. En intussen vindt onder de grond de overval van de eeuw plaats. Mijn mannen zijn dunner uitgespreid dan een pannenkoek. Schrijf maar een brief, wil je?' Hij zweeg. 'Zijn jullie gaan zwemmen?'
'De vijver,' zei Pendergast na een stap naar voren, 'zit vol met dodelijk giftige lelies. Het is de plant die Mbwun nodig had om te overleven. De plant waarvan Kawakita zijn drug maakte. En die staat op het punt om zaad te schieten.' Hij haalde de modderige plant van zijn schouder en slingerde hem op tafel. 'Dit is hem. Boordevol glaze.
Nu weten we waar ze hun voorraad kweekten.' 'Wat is dat nou?' zei Horlocker. 'Haal dat smerige ding van mijn bureau.'
Waxie kwam tussenbeide. 'Hé, D'Agosta, nu heb je ons net overtuigd dat die groene monstertjes van jou uit het riool gespoeld moeten worden. En nu we dat doen, heb je weer iets anders verzonnen? Vergeet het maar.'
D'Agosta staarde vol afkeer naar Waxies opbollende, zwetende kraag. 'Wat een pathetische zak stront ben jij. Het was jouw idee om die vijver te laten leeglopen.' 'Luister, inspecteur, nou moet jij eens even...'
Pendergast hief zijn handen. 'Heren, alstublieft.' Hij wendde zich tot Horlocker. 'Later kunnen we elkaar meer dan voldoende verwijten maken. Momenteel is het probleem dat wanneer die zaden in zout water belanden, het reovirus met daarin de drug actief wordt.' Zijn lippen bewogen even. 'Dr. Greens experimenten tonen aan dat deze drug een wijde variëteit van levensvormen kan aantasten, van eencellige organismen, de hele voedselketen door, tot aan de mens. Zou u het prettig vinden om een wereldwijde ecologische ramp op uw geweten te hebben?'
'Dit is niets anders dan een boel...' begon Waxie te blaten. Horlocker legde een hand op zijn mouw en keek toen naar de grote plant die de papieren op het commandobureau bevuilde. 'Ziet er niet echt gevaarlijk uit,' zei hij.
'Er is geen enkele twijfel,' zei Margo. 'Dit is Liliceae mbwunensis. En hij draagt een genetisch gemanipuleerde variant van het Mbwun-reovirus in zich.'
Horlocker keek van de plant naar Margo en weer naar de plant. 'Ik begrijp uw onzekerheid,' zei Pendergast rustig. 'Sinds de bespreking van vanochtend is er een heleboel gebeurd. Ik vraag om niet meer dan vierentwintig uur. Dr. Green hier zal de benodigde tests uitvoeren. Dan leveren wij u het bewijs dat deze plant vol zit met de drug. En het bewijs dat blootstelling aan zout water het reovirus zal vrijgeven aan het ecosysteem. Ik weet dat we het bij het rechte eind hebben. Maar als we fout zitten, trek ik me terug van de zaak en kunt u de vijver op uw gemak laten leeglopen.' 'Jij had je op dag één al moeten terugtrekken.' Waxie snoof. 'Jij bent van de FBI. Jullie hebben hier niets over te zeggen.' 'Nu we weten dat het gaat om de vervaardiging en distributie van een verdovend middel, kan ik er wel iets over zeggen,' zei Pendergast op gelijkmatige toon. 'En wel heel snel ook. Bent u dan tevreden?' 'Wacht eens even,' zei Horlocker met een kille blik op Waxie. 'Dat zal niet nodig zijn. Maar waarom giet je er niet gewoon een goeie dosis onkruidbestrijdingsmiddel in?'
'Uit mijn blote hoofd kan ik geen enkel middel bedenken waarvan ik zeker weet dat het alle planten doodt zonder nadelige gevolgen voor de miljoenen inwoners van Manhattan, die van dit water afhankelijk zijn,' zei Pendergast. 'U wel, dr. Green?' 'Alleen thyoxine,' zei ze nadat ze even had nagedacht. 'Maar dat werkt pas na vierentwintig uur, misschien achtenveertig. Het is een traagwerkend middel.' Toen fronste ze. Thyoxine. Dat woord heb ik onlangs nog gehoord, dat weet ik zeker. Maar waar? En toen wist ze het weer: het was een van de woorden in de fragmenten van Kawakita's verbrande logboek.
'Nou, het lijkt me toch maar beter.' Horlocker sloeg zijn ogen ten hemel. 'Dan moet ik de milieudienst waarschuwen. Jezus, wat een zooi is dit aan het worden.' Margo zag hoe hij een blik wierp op de bang kijkende man aan de computer bij de tafel. Hij zat nog steeds over zijn monitor gebogen, een overdreven blik van concentratie op zijn gezicht. 'Stan!'
De man kwam met een schok overeind.
'Stan, zet de molens voor de drooglegging maar stil,' zuchtte Horlocker. 'Althans totdat we dit uitgevist hebben. Waxie, bel Masters. Zeg dat hij verder gaat met het ontruimen van de tunnels, maar laat hem weten dat we de daklozen nog een etmaal extra op ijs moeten leggen.'
Margo zag het gezicht van de man bleek wegtrekken. Horlocker draaide zich weer om naar de technicus. 'Heb je me gehoord, Duffy?' vroeg hij.
'Dat kan ik niet doen, meneer,' zei Duffy met een heel klein stemmetje. Er viel een stilte.
'Wat?' wilde Pendergast weten.
Na een blik op de uitdrukking op Pendergasts gezicht voelde Margo een steek van angst. Ze had gedacht dat het enige probleem was dat ze Horlocker moesten overtuigen.
'Hoe bedoel je?' explodeerde Horlocker. 'Zeg gewoon tegen de computer dat hij moet ophouden.'
'Zo werkt het niet,' zei Duffy. 'Ik heb al uitgelegd aan commandant Waxie hier, dat zodra de procedure in werking is gesteld, de zwaartekracht verder het werk doet. Er lopen talloze tonnen water door het systeem. Het hele hydraulische systeem werkt automatisch, en...' Horlocker sloeg met zijn hand op tafel. 'Waar heb je het in godsnaam over?'
'Ik kan het proces niet stopzetten per computer,' kwam het verstikte antwoord.
'Dat heeft hij helemaal niet tegen mij gezegd,' jankte Waxie. 'Ik zweer...'
Horlocker legde hem met een woedende blik het zwijgen op. Hij dempte zijn stem en richtte zich weer tot de technicus. 'Ik wil niet weten wat jij niét kunt doen. Zeg maar wat je wél kunt doen.' 'Nou,' zei Duffy onwillig, 'er zou iemand onder de hoofdleiding kunnen kruipen om de kleppen handmatig dicht te draaien. Maar dat wordt een gevaarlijke operatie. Ik geloof niet dat die handkleppen ooit nog gebruikt zijn sinds het systeem geautomatiseerd is. Dat is minstens tien jaar geleden. En die instroom in de vijver kan al helemaal niet worden gestopt. Er zijn al waterbuizen van tweeëneenhalve meter bezig om miljoenen liters water van verderop aan te voeren. Zelfs als je die kleppen handmatig kunt sluiten, kun je het water niet meer tegenhouden. Als het vanuit het noorden de vijver in komt, stroomt de hele boel over. Dan loopt alles Central Park in en...'
'Het kan me niet bommen of je een Ed Koch-meer aanlegt. Neem Waxie, haal de mannen die je nodig hebt en doe het.' 'Maar meneer,' zei Waxie met wijd opengesperde ogen, 'het lijkt me beter als...' Zijn stem stierf weg.
Duffy's kleine vochtige handen waren druk bezig met niets. 'Het is heel moeilijk om daar onder te komen,' kwebbelde hij. 'De hoofdleiding zit midden onder de vijver, ergens tussen de kleppen in, en het water stroomt er keihard en er zouden weleens gewonden...' 'Duffy?' onderbrak Horlocker hem. 'Maak dat je hier wegkomt en ga die kleppen dichtdoen. Begrepen?' 'Ja,' zei Duffy, zijn gezicht valer dan ooit.
Horlocker keek naar Waxie. 'Jij bent hiermee begonnen. Jij zet het stop. Vragen?'
'Jawel, meneer,' zei Waxie.
'Wat?'
'Ik bedoel, nee, meneer.'
Het bleef stil. Niemand bewoog.
'Doe dan eindelijk wat!' brulde Horlocker.
Margo stapte opzij toen Waxie zich overeind hees en onwillig achter Duffy aan de deur uit liep.