38

Toen Margo tegen tien uur die ochtend arriveerde bij de conferentiezaal van de afdeling antropologie, werd duidelijk dat de vergadering al een tijdje gaande was. De kleine vergadertafel midden in het lab was bezaaid met koffiekoppen, servetjes, half opgegeten croissants en lege boterhamzakjes. Naast Frock, Waxie en D'Agosta zag Margo tot haar verbazing ook Horlocker zitten. De zware biezen langs zijn kraag en pet leken niet thuis te horen temidden van alle apparatuur. Als een zware sluier hing de verontwaardiging in de lucht. 'En jij verwacht dat wij geloven dat de moordenaars wónen in die Astor Tunnels van jou?' zei Waxie net tegen D'Agosta. Toen hij haar hoorde binnenkomen, draaide hij zich fronsend om. 'Fijn dat u ook nog kon komen,' gromde hij.

Toen hij dat hoorde, keek Frock op en schoof met een opgelucht gezicht achteruit om plaats voor haar te maken. 'Margo! Eindelijk. Misschien kun jij enig licht op de zaken werpen. Inspecteur D'Agosta hier vertelt een aantal eigenaardige zaken over jouw ontdekking in Gregs lab. Hij zegt dat jij terwijl ik er niet bij was enig, eh, extra onderzoek gedaan hebt. Als ik jou minder goed kende, meiske, zou ik toch werkelijk denken dat...'

'Pardon!' zei D'Agosta op luide toon. In de abrupte stilte keek hij Horlocker, Waxie en Frock om beurten aan.

'Ik zou graag willen dat dr. Green haar bevindingen toelicht,' zei hij rustiger.

Margo ging zitten, verrast dat Horlocker niet reageerde. Er was iets gebeurd, en hoewel ze niet zeker wist wat, leek het duidelijk dat het iets te maken moest hebben met de slachtpartij in de metro, de avond tevoren. Ze speelde met de gedachte om zich te verontschuldigen voor haar late komst en uit te leggen dat ze tot drie uur die ochtend in het lab gebleven was, maar besloot dat niet te doen. Het kon best zijn dat Jen, haar lab-assistente, een paar deuren verderop nog steeds aan het werk was.

'Wacht even,' begon Waxie. 'Ik zei net dat...' Horlocker wendde zich tot Waxie. 'Waxie, hou je bek. Dr. Green, u kunt ons maar beter precies vertellen wat u gedaan hebt en wat u ontdekt hebt.'

Margo haalde diep adem. 'Ik weet niet wat inspecteur D'Agosta u al

verteld heeft,' begon ze, 'dus ik zal het kort houden. U weet dat het ernstig misvormde skelet dat we gevonden hebben, dat van Gregory Kawakita is, een voormalig curator hier bij het museum. Hij en ik waren tegelijkertijd bezig met onze afstudeerprojecten. Nadat hij bij het museum was weggegaan, heeft Greg kennelijk een aantal clandestiene laboratoria onder zijn hoede gehad, waarvan het laatste bij het spoorwegemplacement van West Side lag. Mijn onderzoek van de lokatie heeft aangetoond dat Greg voor zijn dood bezig was met de productie van een genetisch gemanipuleerde versie van Liliceae mbwu-nensis.'

'En dat is de plant die het museumbeest nodig had om te overleven?' vroeg Horlocker. Margo luisterde of er een sarcastische toon in zijn stem doorklonk, maar kon die niet ontdekken. 'Inderdaad,' antwoordde ze. 'Maar sinds kort geloof ik dat die plant meer was dan alleen een voedselbron voor het beest. Als ik gelijk heb, bevat de plant een reovirus dat morfologische veranderingen teweegbrengt in ieder schepsel dat ervan eet.' 'Kunt u dat even ondertitelen?' zei Waxie.

'Grove fysieke veranderingen. Whittlesey, de leider van de expeditie die de planten terugstuurde naar het museum, moet er zelf van gegeten hebben, misschien onbewust of misschien tegen zijn wil. De details zullen we nooit te weten komen. Maar het lijkt nu duidelijk dat het museumbeest in feite niemand anders was dan Julian Whittlesey.' Frock ademde hoorbaar in. Niemand anders zei iets. 'Ik weet dat het moeilijk te geloven is,' zei Margo. 'Het was in geen geval de conclusie die we bereikt hadden toen het dier vernietigd was. We dachten toen dat het schepsel gewoon een evolutionaire afwijking was, die de planten nodig had om te overleven. We namen aan dat, toen zijn eigen ecologische niche vernietigd was, hij achter de laatste overgebleven planten aanging: naar het museum. De plantenvezels waren gebruikt als verpakkingsmateriaal voor kunstwerken die in kratten naar New York gestuurd waren. Later, toen het dier niet meer bij de vezels kon, ging het over op de beste vervanging die het kon vinden: de menselijke hypothalamus, die een aantal hormonen bevat die identiek zijn aan hormonen in de plant.

Maar nu denk ik dat we het bij het verkeerde eind hadden. Het dier was een afzichtelijk misvormde Whittlesey. Verder denk ik dat Kawakita achter het ware antwoord gekomen was. Hij moet een paar specimens van de plant gevonden hebben en moet die genetisch zijn gaan manipuleren. Ik denk dat hij ervan uitging dat hij de plant kon kweken zonder negatieve bijwerkingen.' 'Vertel eens over de drug,' zei D'Agosta.

'Kawakita had de plant in grote hoeveelheden gekweekt,' zei Margo. 'Ik geloof dat een zeldzame en dure drug, ik hoorde u geloof ik de naam "glaze" gebruiken, van deze plant gemaakt wordt, hoewel ik dat niet met zekerheid kan zeggen. Waarschijnlijk heeft het middel sterke verdovende of hallucinogene eigenschappen naast het virus zelf. Kawakita moet het verkocht hebben aan een selecte groep van gebruikers, waarschijnlijk om aan geld te komen voor meer onderzoek. Maar hij was ook bezig met effectiviteitstesten. Kennelijk had hij op een gegeven moment het middel zelf ingenomen. Dat verklaart die bizarre misvormingen van zijn skelet.'

'Maar als die drug, of plant, of wat dan ook, zulke vreselijke bijwerkingen heeft, waarom zou die Kawakita er dan zelf van gebruiken?' vroeg Horlocker.

Margo fronste haar voorhoofd. 'Dat weet ik niet,' zei ze. 'Hij moet zijn doorgegaan met het perfectioneren van nieuwe ontwikkelingen. Waarschijnlijk had hij de indruk dat de negatieve elementen van de drug door verder te kweken verwijderd waren. En waarschijnlijk meende hij er zelf baat bij te hebben. Ik heb tests gedaan met de planten die ik in zijn laboratorium gevonden heb. We hebben ze gebruikt op diverse proefdieren, waaronder witte muizen en een aantal protozoën. Mijn lab-assistente, Jennifer Lake, is momenteel bezig met de resultaten.'

'Waarom heb ik niets vernomen over...?' begon Waxie. D'Agosta richtte zich woedend tot hem. 'Tegen de tijd dat jij eens gaat kijken naar je post en je antwoordapparaat, zul je merken dat je stap voor stap op de hoogte gesteld bent, verdomme nog aan toe.' Horlocker hief zijn hand op. 'Genoeg, zo. Inspecteur, we weten allemaal dat er fouten gemaakt zijn. De beschuldigingen komen later aan de orde.'

D'Agosta leunde achterover. Margo had hem nog nooit zo boos gezien. Het was bijna alsof hij alle aanwezigen, inclusief zichzelf, de schuld gaf van de tragedie in de metro.

'Momenteel zitten we met een ongelooflijk ernstige toestand,' vervolgde Horlocker. 'De burgemeester zit me op de nek, en krijst om actie. En nu, met die moordpartij, doet de gouverneur ook mee.' Hij veegde zijn voorhoofd af met een vochtige zakdoek. 'Oké. Volgens dr. Green hier hebben we te maken met een groep drugsverslaafden die hun spul kregen van die wetenschapper Kawakita. Alleen is Kawakita nu dus dood. Misschien zijn ze door hun voorraad heen, of misschien zijn ze losgeslagen. Ze leven diep onder de grond in die Astor Tunnels waar D'Agosta het net over had, en die lang geleden verlaten zijn wegens overstroming. En ze worden gek van de onthoudingsverschijnselen. Wanneer ze niet aan de drug kunnen komen, moeten ze een menselijk brein opeten. Net als het Mbwun-beest. Vandaar al die moorden de laatste tijd.' Hij keek met brandende blik om zich heen. 'Bewijzen?'

'De Mbwun-planten die we in Kawakita's lab hebben gevonden,' zei Margo.

'Het merendeel van de moorden parallel met de route van de Astor Tunnels,' voegde D'Agosta daaraan toe. 'Daar kwam Pendergast op.' 'Indirect bewijs,' snoof Waxie.

'En de getuigenis van talloze daklozen, die allemaal zeiden dat de Duivelszolder gekoloniseerd is?' zei Margo. 'Geloof jij een stel zwervers en drugsverslaafden?' vroeg Waxie. 'Waarom zouden die in godsnaam liegen?' informeerde Margo. 'En wie verkeert in een betere positie om de waarheid te weten dan zij?' 'Prima!' De commandant hief zijn hand. 'Gezien deze bewijzen moeten we het met de stelling eens zijn. Tot nu toe heeft geen enkele andere lijn van onderzoek iets opgeleverd. En de heren magistraten willen actie zien. Niet morgen of overmorgen, maar nu.' Frock schraapte stilletjes zijn keel. Het was het eerste geluid nadat hij geruime tijd gezwegen had. 'Professor?' zei Horlocker.

Frock rolde langzaam naar voren. 'Sorry dat ik zo sceptisch ben, maar ik vind dit iets té fantastisch,' begon hij. 'Het lijkt te zeer een extrapolatie van de feiten. Aangezien ik geen deel heb genomen aan de meest recente tests, kan ik uiteraard niet met enig gezag spreken.' Hij keek Margo licht verwijtend aan. 'Maar de simpelste verklaring is meestal de juiste.'

'En wat is die simpele verklaring dan?' onderbrak D'Agosta hem. Frock verplaatste zijn blik naar de inspecteur. 'Vergeeft u mij,' zei hij ijzig.

Horlocker wendde zich tot D'Agosta. 'Hou even je mond, Vincent.' 'Misschien werkte Kawakita inderdaad met de Mbwun-plant. En ik zie geen reden om te twijfelen aan Margo's bewering dat onze eigen veronderstellingen van anderhalf jaar geleden ietwat overhaast tot stand gekomen waren. Maar waar is het bewijs voor een drug, of voor de distributie van een drug?' Frock spreidde zijn handen. 'Jezus, Frock, hij kreeg een stroom van bezoekers daar bij zijn lab in Long Island City...'

Frock richtte weer een kille blik op D'Agosta. 'Ik wil wedden dat ú ook weleens bezoek krijgt in uw appartement in Queens,' de afkeer in zijn stem was duidelijk te horen, 'maar dat wil nog niet zeggen dat u een drugsdealer bent. Kawakita's activiteiten konden misschien niet helemaal door de professionele beugel, maar dat heeft niets te maken met wat volgens mij een jeugdbende op het moordenaarspad is. Kawakita was een slachtoffer, net als de rest. Ik zie hier werkelijk geen verband.'

'Hoe verklaart u Kawakita's misvormingen dan?' 'Oké, hij maakte die drug, en misschien nam hij er zelf ook van. Uit respect voor Margo wil ik nog wel verder gaan en stellen, zonder enig bewijs uiteraard, dat die drug wellicht bepaalde fysieke veranderingen veroorzaakt bij de gebruiker. Maar ik heb nog geen schijntje bewijs gezien dat hij het spul distribueerde of dat zijn, eh, klanten verantwoordelijk zouden zijn voor de moorden. En het idee dat Mbwun vroeger Julian Whittlesey was geweest... kom nou. Dat gaat recht tegen de evolutietheorie in.' Ja, tegen jóúw evolutietheorie, dacht Margo.

Horlocker streek met een vermoeide hand over zijn voorhoofd en duwde rommel en papier weg van een kaart die over de tafel lag. 'Uw tegenwerpingen zijn genoteerd, dr. Frock. Maar het doet er niet langer toe wié die mensen zijn. We weten wat ze doen en we hebben een idee van waar ze leven. Het enige dat we nu nog moeten doen, is actie ondernemen.'

D'Agosta schudde zijn hoofd. 'Volgens mij is het nog te vroeg. Ik weet dat iedere minuut telt, maar we tasten nog over te veel zaken in het duister. Ik was erbij, weet u nog, in het Natural History Museum. Ik heb Mbwun gezien. Als die drugsgebruikers ook maar een schijntje van de krachten van dat ding hebben...' Hij haalde zijn schouders op. 'U hebt de dia's van Kawakita's skelet gezien. Ik geloof niet dat we iets moeten ondernemen voordat we weten waarmee we te maken hebben. Pendergast is meer dan twee etmalen geleden afgedaald om zelf op verkenning te gaan. Volgens mij moeten we wachten tot hij terug is.'

Frock keek verbaasd op en Horlocker snoof. 'Pendergast? Ik mag die vent niet en ik heb nooit een hoge pet op gehad van zijn methoden. Hij heeft hier niets over te zeggen. En eerlijk gezegd, als hij in zijn eentje naar beneden gegaan is, is dat zijn pakkie-an. Hij zal intussen wel verleden tijd zijn. We hebben de vuurkracht om te doen wat er gedaan moet worden.' Waxie knikte energiek.

D'Agosta keek weifelend. 'Op zijn best zou ik een soort beheersingstactiek willen voorstellen totdat we meer informatie krijgen van Pendergast. Geef me vierentwintig uur, commandant.' 'Behéérsingstactiek,' herhaalde Horlocker sarcastisch terwijl hij om zich heen keek. 'Het is het een of het ander, D'Agosta. Heb je me

niet gehoord? De burgemeester wil actie zien. Hij wil geen beheersing. Onze tijd is om.' Hij wendde zich tot zijn assistent. 'Bel het kantoor van de burgemeester. En zoek Jack Masters op.' 'Persoonlijk,' zei Frock, 'deel ik D'Agosta's mening. We moeten niet te snel...'

'De beslissing is al genomen, Frock,' beet Horlocker hem toe, en hij richtte zijn aandacht weer op de kaart.

Frock kleurde donkerrood. Toen draaide hij zijn rolstoel van de tafel weg en schoof naar de deur. 'Ik ga een ronde door het museum maken,' zei hij tegen niemand in het bijzonder. 'Ik zie wel dat ik hier weinig meer kan bijdragen.'

Margo wilde opstaan, maar D'Agosta legde zijn hand op haar arm om haar tegen te houden. Met spijt zag ze de deur dichtgaan. Frock was een man met een visie geweest, degene die haar had geïnspireerd bij de keuze van haar vak. Maar nu kon ze alleen nog maar medelijden voelen met de grote wetenschapper die zo vastgeroest was in zijn manier van denken. Het zou veel minder pijnlijk geweest zijn, dacht ze, als hij gewoon in pais en vree van zijn pensioen had mogen genieten.