31

Pendergast liep snel de brede trappen op naar de ingang van de openbare bibliotheek van New York, een grote, met leer afgezette, canvas koffer in zijn hand. Achter hem bleef Hayward staan om naar de gigantische marmeren leeuwen te staren die de trappen flankeerden.

'U hoeft niet zo bezorgd te kijken, brigadier,' zei Pendergast. 'Ze zijn vandaag al gevoederd.' Ondanks de warmte van die dag droeg hij een strak dichtgeknoopte olijfgroene stofjas die bijna tot aan zijn enkels reikte.

Binnen was de marmeren entreehal schemerig en verkwikkend koel. Pendergast zei zachtjes iets tegen een bewaker, liet zijn badge zien en stelde een paar vragen. Toen knikte hij dat Hayward hem kon volgen door een deur onder de indrukwekkende dubbele trap. 'Brigadier Hayward, u kent de tunnels onder Manhattan beter dan wij,' zei Pendergast terwijl ze in een kleine, met leer beklede lift stapten. 'U hebt me al van onschatbare adviezen gediend. Een laatste woord?'

De lift begon schuddend af te dalen. 'Ja,' antwoordde Hayward. 'Ga niet.'

Pendergast glimlachte smalletjes. 'Ik vrees dat dat niet tot de mogelijkheden behoort. Alleen door zelf te gaan kijken komen we te weten of de moordenaar werkelijk afkomstig is uit de Astor Tunnels.' 'Neem mij dan mee,' zei Hayward onmiddellijk. Pendergast schudde zijn hoofd. 'Geloof me, ik wou dat het kon. Maar ditmaal wil ik onopgemerkt blijven. Twee lichamen maken een onacceptabele geluidssignatuur.'

De lift stopte op het laagste niveau, 3-B en ze stapten naar buiten, een donkere gang in. 'Kijk dan goed uit je doppen,' zei Hayward. 'De meeste mollen zitten onder de grond om confrontaties te ontwijken, niet om ze aan te gaan. Maar het wemelt er van de roofdieren. Drugs en alcohol maken de zaken er niet beter op. Vergeet niet dat zij beter zien en beter horen. En dat ze de tunnels kennen. Hoe je er ook naar kijkt, jij verkeert altijd in het nadeel.' 'Dat is waar,' zei Pendergast. 'Dus zal ik doen wat ik kan om mijn kansen te verbeteren.' Hij bleef staan voor een oude deur, opende die met een sleutel en liet Hayward voorgaan. Het vertrek waarin ze belandden was van vloer tot plafond volgestapeld met metalen rekken vol oude boeken. De doorgangen tussen de rekken waren amper vijftig centimeter breed. De geur van stof en meeldauw was bijna overweldigend.

'Wat doen we hier eigenlijk?' vroeg Hayward terwijl ze achter Pendergast aan liep tussen de rekken door.

'Van alle structuren die ik bestudeerd heb,' zei Pendergast, 'bestonden van dit gebouw de beste tekeningen. En het heeft de beste toegang tot de Astor Tunnels. Ik moet nog een heel eind omlaag, en ik ga iets ten zuiden van mijn eindbestemming, maar het leek verstandig om het risico tot een minimum te beperken.' Hij bleef een tijdje om zich heen staan kijken. 'Aha,' zei hij met een hoofdgebaar naar een van de smalle boekrijen. 'Dit moet het zijn.' Hij ontsloot een tweede, veel kleinere deur in de achterwand en leidde Hayward een trap af naar een overvol vertrekje met een onafgewerkte vloer. 'Recht onder ons zit een toegangspijp,' zei hij. 'Daar zijn ze in 1925 aan begonnen als onderdeel van een pneumatisch systeem om boeken af te leveren bij de Mid-Manhattan-bibliotheek. Het project is stopgezet tijdens de Depressie en nooit weer opgepakt. Maar via deze route zou ik in een hoofdtunnel moeten komen.' Pendergast zette de koffer neer, inspecteerde met een lantaarn de vloer en veegde het stof weg van een oud luik. Samen met Hayward tilde hij het op, zodat een smalle, betegelde zwarte buis in zicht kwam. Hij stak zijn lantaarn het donker in en keek even rond. Klaarblijkelijk tevredengesteld kwam hij overeind en knoopte intussen zijn lange stofjas open.

Hayward kneep verbaasd haar ogen samen. Onder de stofjas droeg de FBI-agent een militaire overall met een patroon van grijze en zwarte vlekken. De ritsen en gespen waren van plastic, matzwart gelakt. Pendergast glimlachte. 'Aparte camouflage, nietwaar?' zei hij. 'Vooral die grijstinten in plaats van het gebruikelijke bruin. Ontworpen voor gebruik in verduisterd gebied.' Hij knielde voor de koffer, verwijderde de sloten en zette hem wijd open. Uit een van de compartimenten haalde hij een tube zwarte militaire gezichtsverf die hij op zijn gezicht en handen smeerde. Daarna haalde hij een stuk vilt te voorschijn. Terwijl Pendergast dit aan het controleren was, zag Hayward dat langs de binnenrand een aantal zakken was genaaid. 'Een draagbare vermommingskit,' zei Pendergast. 'Scheermes, handdoekjes, spiegel, sneldrogende lijm. Ditmaal wil ik onopgemerkt blijven. Ik wil niets of niemand tegenkomen. Maar voor de zekerheid neem ik het toch maar mee.' Hij stopte de tube verf in een van de zakken en rolde toen de kit op en stak hem in zijn borstzak. Hij greep in de koffer en haalde er een pistool met een korte loop uit. De matte glans deed Hayward eerder aan kunststof denken dan aan metaal.'Wat is dat?' vroeg ze nieuwsgierig.

Pendergast draaide het wapen om in zijn handen. 'Een experimentele 9-millimeter, van Anschluss GmbH. Daar gaan kogels van keramiek en teflon in.' 'Wou je op jacht?'

'Misschien heb je gehoord over mijn ontmoeting met het Mbwun-beest,' antwoordde Pendergast. 'Die ervaring heeft me geleerd dat je altijd voorbereid moet zijn. Met dit pistooltje schiet ik recht door een olifant heen. In de lengte.'

'Een gemeen wapen,' zei Hayward. 'In meerdere opzichten.' 'Dat vat ik dan maar op als een uiting van goedkeuring,' zei Pendergast. 'En verder heb ik de volgende verdediging. Mijn eigen harnas.' Hij trok het legerpak opzij en liet een kogelvrij vest zien. Na nog een duik in de koffer had hij een Kevlar-muts in zijn hand, die hij over zijn hoofd trok. Daarna haalde hij onder Haywards blikken nog een waterzuiveringssetje en een paar andere artikelen te voorschijn en stopte die in de diverse zakken van zijn pak. Uiteindelijk pakte hij twee zorgvuldig verzegelde plastic zakjes met stroken van iets wat eruitzag als zwart schoenleer. 'Pemmican,' zei hij. "Wat?'

'Filet mignon, in stroken gesneden en gedroogd, en daarna worden er bessen, vruchten en noten in geslagen. Het bevat alle vitaminen, mineralen en proteïnen die je nodig hebt. En het is verrassend eetbaar. Niemand heeft ooit beter expeditievoedsel uitgevonden dan de oorspronkelijke Indiaanse bewoners van Amerika. Lewis en Clark hebben er maanden op geleefd.'

'Nou, je hebt in ieder geval wat bij je,' zei Hayward hoofdschuddend. 'Als je maar niet verdwaalt.'

Pendergast ritste de bovenkant van zijn pak los en liet de binnenvoering zien. 'Misschien wel mijn belangrijkste bezit: kaarten. Net als de piloten in de Tweede Wereldoorlog heb ik die op mijn jas getekend, zogezegd.' Hij knikte naar het gecompliceerde stelsel van lijnen, tunnels en niveaus dat met grote precisie op de roomkleurige voering was getekend.

Hij ritste de camouflagekleding weer dicht en groef alsof hij zich plotseling iets herinnerde in zijn zakken. Daarna gaf hij een set sleutels aan Hayward. 'Die wilde ik vastplakken om te voorkomen dat ze zouden rinkelen. Maar het is nog beter als jij ze bij je houdt.' Uit een andere zak haalde hij zijn portemonnee en zijn FBI-badge, die hij ook aan de brigadier gaf. 'Kun je deze aan inspecteur D'Agosta geven. Die zal ik beneden niet nodig hebben.'

Hij liet snel zijn handen over zijn kleding glijden, alsof hij zichzelf wilde verzekeren dat alles op zijn plaats zat. Toen draaide hij zich nogmaals om naar het luik en liet zich voorzichtig in de pijp zakken. 'Bedankt dat jij hiervoor zorgt,' zei hij met een hoofdgebaar naar de koffer.

'Geen probleem,' antwoordde Hayward. 'Stuur maar een kaartje.' Het luik ging dicht boven de muffe, zwarte pijp en Hayward draaide hem op slot met een snel gebaar van haar pols.