16

grote passen klom Nick Bitterman de stenen trap van Belvedere Castle op en bleef toen bij de balustrade staan wachten tot Tanya er ook was. Onder hem lag de donkere massa van Central Park uitgespreid in het licht van de ondergaande zon. Nick voelde de ijzige koude van de fles Dom Perignon door de papieren zak onder zijn arm heen. Een lekker gevoel in de avondhitte. Bij iedere beweging rinkelden de glazen in de zak van zijn jasje. Automatisch tastte hij naar het vierkante doosje met de ring. Een briljant van één karaat in een platina zetting, die hem bij Tiffany op 47th Street vierduizend dollar gekost had. Goed gedaan. Daar kwam Tanya, giechelend en hijgend. Ze wist van de champagne maar niet van de ring. Ooit had hij een film gezien waarin twee mensen champagne dronken op Brooklyn Bridge en daarna de glazen in de rivier gooiden. Dat was niet gek, maar dit werd nog beter. Er was geen spectaculairder uitzicht over Manhattan denkbaar dan dat vanaf Belvedere Castle bij zonsondergang. Je moest alleen wel zorgen dat je het park uit was voor het donker werd.

Hij greep Tanya's hand toen ze de laatste treden opklom en samen liepen ze naar de rand van de stenen balustrade. Boven hen stond de toren, zwart in het schemerlicht, de gotische versieringen in grappig contrast met de weersapparatuur die boven de hoogste kantelen uitstak. Hij keek naar de trap die ze bestegen hadden. Aan hun voeten lag het kasteelvijvertje en daarnaast de Great Lawn die doorliep tot aan de boomsingel die het grote meer overschaduwde. Het meer zelf was een blad gehamerd goud in de zonsondergang. Rechts marcheerden de gebouwen van Fifth Avenue onverstoorbaar naar het noorden, met oranje weerspiegelende vensters; links de donkere omtrekken van de omheining van Central Park West, in de schaduw onder een wolkendek.

Hij trok de fles champagne uit het bruine papier, scheurde de folie eraf, richtte zorgvuldig en wrong met onervaren hand de kurk uit de hals. Ze keken toe hoe hij met een luide knal lossprong en uit het zicht vloog. Een paar seconden later klonk er een plons toen hij de vijver in de diepte raakte. 'Bravo!' riep Tanya.

Hij vulde de glazen en gaf haar er een van. 'Proost.' Ze klonken en in één teug dronk hij zijn glas leeg. Daarna keek hij hoe Tanya voorzichtig nipte. 'Doordrinken,' drong hij aan, en ze ledigde haar glas terwijl ze haar neus optrok. 'Het kietelt,' giechelde ze terwijl hij nogmaals inschonk en zijn glas opnieuw in een paar slokken leegdronk.

'Let op, burgers van Manhattan!' brulde hij vanaf de borstwering terwijl hij zijn lege glas hief. Zijn stem verstierf in de ruimte. 'Hier spreekt Nick Bitterman! Bij deze roep ik zeven augustus uit tot Tanya Schmidt-dag, tot in alle eeuwigheid!'

Tanya lachte en hij vulde de glazen voor de derde maal tot ze overstroomden en de fles leeg was. Toen de champagne op was, sloeg Nick zijn arm om het meisje heen. 'Nu moeten we ze volgens oud gebruik ook weggooien,' zei hij ernstig.

Ze wierpen de glazen de diepte in en leunden over het muurtje om te kijken hoe het glaswerk in een sierlijke boog naar beneden flonkerde en met een plons in de vijver landde. Terwijl hij toekeek merkte Nick dat zonaanbidders, rolschaatsers en overige parkbezoekers verdwenen waren. Onder aan het kasteel was niemand meer. Hij kon maar beter opschieten. Hij stak zijn hand in zijn zak, haalde het doosje eruit en gaf het aan haar. Hij deed een stap naar achteren en keek trots toe hoe ze het opende.

'Nick, mijn gód!' riep ze. 'Die moet een vermogen gekost hebben!' 'Jij bent een vermogen waard,' antwoordde Nick. Hij glimlachte toen ze de ring aan haar vinger schoof, trok haar naar zich toe en gaf haar een harde, snelle kus. 'Weet je wat dat betekent?' vroeg hij. Met stralende ogen keek ze hem aan. Achter haar schouders begon het tussen de bomen donker te worden. 'Nou?' drong hij aan.

Ze kuste hem terug en fluisterde in zijn oor. 'Tot de dood ons scheidt, liefje,' antwoordde hij en kuste haar nogmaals, dit keer langer, terwijl hij een van haar borsten aanraakte. 'Nick!' zei ze en lachend trok ze zich terug.

'Er is hier niemand,' zei hij terwijl hij zijn andere hand op haar billen legde en zijn heupen hard tegen de hare drukte. 'Alleen de hele stad maar,' zei ze.

'Laat maar kijken. Misschien steken ze er nog iets van op.' Zijn hand glipte haar bloes binnen en speelde met haar harde tepel terwijl hij om zich heen keek naar het naderende duister. 'We kunnen beter naar mijn fiat gaan,' fluisterde hij in haar oor.

Ze glimlachte en liep van hem vandaan naar de stenen trap. Terwijl hij naar haar keek en haar elegante manier van lopen bewonderde, voelde Nick de dure champagne door zijn aderen stromen. Nergens raak je zo lekker aangeschoten van als van champagne, dacht hij. Dat stijgt meteen naar je hoofd.

En meteen naar je blaas. 'Momentje,' zei hij hardop. 'Even wat aftappen.'

Ze draaide zich om en wachtte terwijl hij naar de toren liep. Aan de achterkant waren openbare toiletten, herinnerde hij zich, naast de metalen onderhoudstrap die omhoog naar de weersapparatuur leidde en, de diepte in, naar de vijver. Onder de schaduw van de toren was het stil; de geluiden van het verkeer op East Drive klonken gedempt en veraf. Hij vond de deur van het herentoilet en liep door. Hij ritste zijn gulp open terwijl hij langs de versleten tegels liep, langs de rij donkere hokjes naar de urinoirs. Er was niemand, zoals hij wel had geweten. Hij leunde tegen het koele porselein en sloot zijn ogen. Vlug deed hij zijn ogen weer open toen een zwak geluid zijn champagnedromen verstoorde. Nee, besefte hij, het was niets. Hij lachte en schudde zijn hoofd over de paranoia die constant aanwezig was onder de huid van zelfs de meest doorgewinterde New Yorkers. Het geluid klonk weer, veel harder ditmaal, en verrast en geschrokken draaide hij zich om, zijn pik nog in zijn hand. Hij zag dat er tóch iemand in een hokje had gezeten. Iemand die nu met grote snelheid naar buiten kwam.


 

Tanya stond bij het lage muurtje te wachten, een avondbriesje op haar wangen. Ze betastte de verlovingsring die zwaar en onwennig aan haar vinger zat. Nick deed er wel lang over. Het park was nu donker, de Great Lawn lag er verlaten bij, de heldere lichtjes van Fifth Avenue flonkerden in de weerspiegeling van de vijver. Ongeduldig liep ze naar de toren toe en begon er omheen te lopen. De deur van het herentoilet was dicht. Ze klopte, eerst timide en toen wat luider.

'Nick? Hé, Nick! Ben je daar?'

Er klonk geen geluid, alleen de wind die door de bomen zuchtte en een eigenaardige geur meedroeg: sterk, onaangenaam, zoiets als geitenkaas.

'Nick? Hou op met die spelletjes.' Ze duwde de deur open en stapte naar binnen. Even was het weer stil rond Belvedere Castle. En toen begon het gegil: stijgend en dalend, harder en harder doorscheurde het de zwoele zomeravond.