52

Snow keek op de grote wandklok. De smalle wijzers achter de metalen beschermkooi stonden op kwart over tien. Zijn blik gleed door de lege patrouillekamer, langs de extra tanks en regulators, de gescheurde zwemvliezen en de gigantische maskers. Zijn ogen bleven uiteindelijk rusten op de berg papieren boven op het bureau voor hem, en innerlijk kreunde hij. Daar zat hij dan, zogenaamd te herstellen van een bacteriële infectie van de longen. Maar hij wist evengoed als de rest van het politieduikteam dat hij in feite op non-actief gesteld was. De duikbrigadier had hem terzijde genomen en verteld wat een fantastisch werk hij gedaan had, maar Snow had hem niet geloofd. Zelfs het feit dat de skeletten die hij ontdekt had het begin hadden gevormd van een gigantisch politie-onderzoek, maakte geen echt verschil. Het feit bleef dat hij in paniek geraakt was bij zijn eerste duik. Zelfs Fernandez nam niet meer de moeite om hem te pesten.

Hij zuchtte en keek uit het stoffige raam naar de allang verlaten kade en het zwarte, vettige water daarachter, dat in de onrustige avondduisternis lag te glinsteren. De rest van zijn team was weg vanwege een in de East River neergestorte helikopter, eerder die avond. En in de stad was ook iets groots aan de hand: zijn politieradio kwaakte onophoudelijk over demonstraties, oproer, mobilisatie, maatregelen om de massa in de hand te houden. Zo te zien gebeurde overal iets, behalve in zijn eigen kleine hoekje in de havens van Brooklyn. En hier zat hij dus rapporten in te vullen.

Hij zuchtte, niette een paar papieren in een map, sloot die en gooide hem in de bak met uitgaande post. Dode hond, opgevist uit Gowanus-kanaal. Doodsoorzaak: schotwond, eigenaar onbekend, zaak gesloten. Hij haalde een nieuwe map van de stapel. Randolf Rowell, gesprongen van Triborough Bridge, leeftijd: 22. Afscheidsbriefje gevonden in zak. Doodsoorzaak: verdrinking. Zaak gesloten. Terwijl hij het dossier in de bak gooide, hoorde hij het gebrom van een dieselboot die de haven invoer. Vroeg terug. De motor klonk op een of andere manier anders, heser, dacht hij. Misschien moest hij worden bijgesteld of zo.

Hij hoorde voetstappen op de houten vlonders en plotseling zwaaide de deur open: mannen in zwarte wetsuits, geen insignes, hun gezichten zwart en groen van de camouflageverf. Rond hun nekken bungelden identieke haverzakken van rubber en latex. 'Waar is het duikteam?' blafte de voorste man, een grote figuur, zo te horen afkomstig uit Texas.

'Neergestorte helikopter in de East River,' zei Snow. 'Zijn jullie de tweede patrouille?' Hij keek het raam uit en zag tot zijn verbazing niet de bekende blauw-witte politieboot, maar een krachtige raceboot met binnenboordmotor, diep in het water liggend en even zwart geschilderd als de mannen. 'Allemaal?' vroeg de man. 'Ja, behalve ik. Wie bent u?'

'Niet je moeders lang verloren neefjes, schat,' zei de man. 'We hebben iemand nodig die de kortste route kent naar West Side Lateral, en wel nu meteen.'

Snow voelde even iets kriebelen. 'Ik zal de duikbrigadier oproepen en...'

'Geen tijd. Weet jij er zelf iets van?'

'Nou, ik ken de stromingspatronen rond de kust van Manhattan. Dat hoort bij de basisopleiding, iedereen die een politieauto wil...' 'Gewoon antwoord geven: ja of nee?' 'Volgens mij wel,' zei Snow ietwat aarzelend. 'Naam?'

'Snow. Agent Snow.' 'De boot in.'

'Maar mijn tanks en pak...'

'We hebben alles wat je nodig hebt. Je kunt je in de boot verkleden.' Snow krabbelde uit zijn stoel en volgde de mannen naar buiten, de kade op. Het leek niet het soort uitnodiging waarop je nee kon zeggen. 'Ik weet nog steeds niet wie...'

De man bleef staan, een voet op de dolboord van de boot. 'Commandant Rachlin, patrouilleleider, SEAL-team Blauw Zeven. En nu opschieten.'

De stuurman zwenkte de boot de haven uit. 'Let op je roer,' zei de commandant, en toen gebaarde hij Snow dichterbij. 'Het gaat hierom,' zei hij. Hij tilde een gematte stoelzitting omhoog en viste een stapel waterbestendige papieren uit de bergruimte daaronder. 'Er zijn vier teams, twee man per team.' Hij keek om zich heen. 'Donovan!'

'Meneer!' zei de man die kwam aanlopen. Zelfs in het dikke pak zag hij er graatmager uit. Snow kon achter het neopreen en de camouflageverf geen enkele gelaatstrek ontwaren. 'Donovan, jij vormt een team met Snow hier.'

Er viel een stilte die Snow interpreteerde als afschuw. 'Wat is er aan de hand?' vroeg hij.

'Het is een os-klus,' zei Rachlin.

'Een wat?'

De commandant keek hem scherp aan. 'Onderwatersloop. Meer hoef je niet te weten.'

'Heeft dit te maken met de onthoofde lijken?' vroeg Snow. De commandant staarde hem aan. 'Voor een stompzinnig, tietzuigend, badkuipduikend kikkervisje van een politiechauffeur stel je wel een heleboel vragen, schat.'

Snow zweeg. Hij durfde niet naar Donovan te kijken. 'Vanaf dit punt is de route duidelijk,' zei Rachlin terwijl hij een van de kaarten afrolde en met zijn duim op een blauwe stip tikte. 'Maar de nieuwe zuiveringsinstallatie heeft deze toegangsgebieden onbruikbaar gemaakt. Dus moet jij ons naar dat punt brengen.' Snow boog zich over de geplastificeerde kaart. Bovenaan, in drukletters, stond 1932-ONDERZOEK WEST SIDE STORM- EN RIOOLSTELSEL, LAAGSTE KWADRANT. Daaronder een doolhof van zwakke, elkaar kruisende lijnen. Iemand had drie groepjes stippen onder de westzijde van Central Park geplaatst. Hij staarde naar de ingewikkelde lijnen en dacht koortsachtig na. De Humboldt Kill was de gemakkelijkste route, maar om daarvandaan naar de Lateral te komen, dat was een vreselijk eind. Bovendien ging hij daar nooit meer heen, als het aan hem lag. Hij probeerde zich de praktijklessen te herinneren, die eindeloze dagen op boten die langzaam modderkanalen opvoeren. De West Side Lateral had toch nog een afvoer?

'Het is geen examenvraag,' zei Rachlin rustig. 'Schiet op. We zitten op een bijzonder strak schema.'

Snow keek op. Hij wist één zeer rechtstreekse route. Tja, dacht hij. Ze vragen er zelf om. 'De rioolzuiveringsinstallatie van Lower Hudson zelf,' zei hij. 'We kunnen naar binnen gaan door de grootste bezinkingstank.'

Het bleef stil, en Snow keek om zich heen.

'Duiken in stront? Godverdomme,' zei een heel diepe stem.

De commandant draaide zich om. 'Je hebt hem gehoord.' Hij wierp Snow een wetsuit toe. 'En nu naar beneden met dat lekkere kontje van je en verkleden. We moeten om zes minuten voor middernacht weer bij het ophaalpunt zijn.'