15
Margo jogde de hoek om en liep 65th Street in, haar draagbare radio afgestemd op een nieuwszender. Plotseling bleef ze staan, want tot haar verbazing zag ze een bekende, slungelige figuur leunen tegen de gevel van het gebouw waarin ze woonde, zijn kuif boven het lange gezicht uitstekend als een bruin gewei.
'O,' hijgde ze terwijl ze de radio afzette en de luidsprekertjes uit haar oren viste. 'Ben jij het.'
Met een uitdrukking van geveinsd ongeloof deinsde Smithback achteruit. 'Is dit mogelijk? Scherper dan de tand van een serpent is toch wel een ondankbare vriend. Na alles wat we samen doorstaan hebben, dat gigantische reservoir van gedeelde herinneringen, ben ik niet meer waard dan "o, ben jij het"?'
'Ik probeer voortdurend dat gigantische reservoir van herinneringen achter me te laten,' zei Margo terwijl ze de radio in haar tas propte en vooroverboog om haar kuiten te masseren. 'Bovendien, als ik jou tegenwoordig ergens zie, heb je het altijd over maar één ding: Mijn carrière en Hoe verschrikkelijk goed ik het doe.' 'Raak, onweerlegbaar raak.' Smithback haalde zijn schouders op. 'Je hebt gelijk. Laten we dus zeggen dat ik het weer goed wil maken, lotusbloesem. Ga mee iets drinken.' Hij bekeek haar bewonderend. 'Nou, nou, jij ziet er tegenwoordig goed uit, zeg. Ga je meedoen aan de Miss Universe-verkiezingen?' Margo kwam overeind. 'Ik heb het druk.'
Terwijl ze zich langs hem naar de deur wrong, pakte hij haar arm. 'Café des Artistes,' zei hij op plagende toon. Margo bleef staan en slaakte een zucht. 'Oké dan,' zei ze met een lichte glimlach. Ze trok haar arm los. 'Goedkoop ben ik niet, maar kennelijk heb ook ik een prijs. Geef me een paar minuten om te douchen en iets anders aan te trekken.'
Ze kwamen het gerenommeerde café binnen via de lobby van het Hotel des Artistes. Smithback knikte naar de maître d'hôtel en ze zetten koers naar de oude bar, waar het nog rustig was. 'Ziet er goed uit,' zei Margo met een hoofdgebaar naar het dienblad met stukjes quiche, klaar om rondgedeeld te worden. 'Hé, iets te drinken zei ik, geen acht-gangendiner.' Smithback koos een tafeltje en nam plaats onder het Howard Chandler Christie-schilderij van naakte vrouwen die smaakvol aan het spelemeien waren in een tuin.
'Volgens mij heb ik sjans bij die roodharige,' zei hij met een knipoog, terwijl hij met zijn duim naar het schilderij wees. Een oeroude kelner met een sterk gerimpeld gelaat en een eeuwige glimlach kwam hun bestelling opnemen.
'Ik kom hier graag,' zei Smithback terwijl de kelner wegschuifelde, een studie in zwart-wit. 'Aardige mensen. Ik heb er een hekel aan als kelners je het gevoel geven dat je tuig van de richel bent.' Hij betrapte Margo op een onderzoekende blik. 'Oké. Vragenuurtje. Heb je al mijn artikelen gelezen sinds we elkaar voor het laatst hebben gezien?' 'Ik vrees dat ik me moet beroepen op mijn recht om te zwijgen,' antwoordde Margo. 'Maar je artikelen over Pamela Wisher heb ik wel gezien. Vooral dat tweede vond ik heel erg goed. Zoals je haar beschreef als een wezen van vlees en bloed, niet zomaar een onderwerp om uit te melken. Dat is wel iets heel nieuws voor jou, nietwaar?' 'Zo ken ik je weer,' zei Smithback. De kelner kwam terug met hun bestelling en een kommetje hazelnoten, en vertrok. 'Ik kom net van de demonstratie,' vervolgde Smithback. 'Die mevrouw Wisher is een fantastische vrouw.'
Margo knikte. 'Ik hoorde het op de radio. Klinkt heftig. Ik vraag me af of die mevrouw Wisher weet wat ze ontketend heeft.' 'Tegen het eind werd het bijna angstaanjagend. De lieden met geld en invloed hebben plotseling de macht van de volksmassa ontdekt.' Margo lachte maar bleef op haar hoede. Met Smithback in de buurt moest je heel voorzichtig zijn. Het zou haar niet verbazen als op datzelfde moment de cassetterecorder in zijn jaszak aanstond. 'Toch is het vreemd,' vervolgde Smithback. 'Wat?'
Hij haalde zijn schouders op. 'Hoe weinig ervoor nodig is, een paar borrels, misschien de wetenschap dat je deel uitmaakt van een grote groep, om het geciviliseerde bovenlaagje weg te schaven zodat je een grauwende massa overhoudt.'
'Als je iets wist over antropologie,' zei Margo, 'zou je niet zo verbaasd zijn. Trouwens, voor zover ik heb gehoord bestond die groep niet voor honderd procent uit hogere klassen, hoewel een deel van de pers dat graag denkt.' Ze nam nog een slok en leunde achterover. 'Hoe dan ook, ik neem aan dat we hier niet voor de gezelligheid zitten. Ik heb nog nooit meegemaakt dat jij geld uitgaf zonder achterliggende reden.'
Met een oprecht gewonde uitdrukking op zijn gezicht zette Smithback zijn glas neer. 'Daar sta ik van te kijken. Echt waar. Dit klinkt niet als de Margo die ik ooit kende. Ik zie je amper, tegenwoordig. En als ik je spreek, praat je dit soort onzin. En moet je jezelf zien: helemaal gespierd, je lijkt wel een gazelle. Waar is die sjofele Margo met dat kromme ruggetje die ik ooit kende en liefhad? Wat is er eigenlijk met je aan de hand?'
Margo wilde antwoorden, maar bedacht zich. God wist wat Smithback zou zeggen als hij wist dat ze tegenwoordig een pistool in haar tas had. Wat ís er met me aan de hand, vroeg ze zich af. Maar meteen wist ze het antwoord. Ze had Smithback inderdaad amper gesproken. Maar om diezelfde reden had ze ook met haar vroegere mentor, dr. Frock, nauwelijks contact gehad. Of Kawakita, of FBI-agent Pendergast, of alle anderen die ze gekend had in haar begintijd bij het museum. De gezamenlijke herinneringen waren te vers, te afschuwelijk. De nachtmerries die nog steeds haar slaap verstoorden, waren al erg genoeg; het laatste waaraan ze behoefte had, waren nog meer herinneringen aan die vreselijke tijd.
Maar terwijl ze zat te peinzen veranderde Smithbacks gekwetste uitdrukking in een glimlach. 'O god, we hoeven niet te doen alsof,' kakelde hij. 'Daarvoor ken je me te goed. Ik heb inderdaad een achterliggende reden. Ik weet waarmee je bezig bent, als je overwerkt.' Margo verstijfde. Hoe kwam hij aan die informatie? Maar al snel herstelde ze zich: Smithback was een sluwe visser en misschien had hij minder aas aan zijn lijn dan hij wilde doen voorkomen. 'Dat verbaast me niets,' zei ze. 'Dus wat doe ik precies, en hoe ben jij daarachter gekomen?'
Smithback haalde zijn schouders op. 'Ik heb zo mijn bronnen. Dat zou jij toch het allerbest moeten weten. Ik ben bij een paar oude museumvrienden langsgegaan en heb gehoord dat het lijk van Pamela Wisher samen met het nog niet geïdentificeerde lichaam afgelopen donderdag naar het museum is gebracht. Jij en Frock doen mee aan de autopsie.' Margo zei niets.
'Maak je geen zorgen, ik ben niet op bevestiging uit,' zei Smithback. 'Ik geloof dat mijn glas leeg is,' zei Margo. 'Ik ga maar weer eens.' Ze stond op.
'Wacht even.' Smithback legde zijn hand op haar pols. 'Eén ding weet ik niet. Ben jij erbij gehaald vanwege de tandafdrukken op de botten?' Margo draaide zich met een ruk om. 'Hoe weet jij dat?' vroeg ze op hoge toon.
Smithback grijnsde triomfantelijk en met een akelig gevoel besefte Margo dat ze in de val gelopen was. Hij had dus toch zitten gissen. Maar haar reactie had zijn vermoeden bevestigd.
Ze ging weer zitten. 'Jij bent echt een klootzak, weet je dat?' De journalist haalde zijn schouders op. 'Het was niet uitsluitend giswerk. Ik wist dat de lijken naar het museum waren gebracht. En als je mijn interview met Mefisto gelezen had, die ondergrondse leider, dan zou je weten wat hij te zeggen heeft over kannibalen die onder Manhattan wonen.'
Margo schudde haar hoofd. 'Dit kun je niet in de krant zetten, Bill.' 'Waarom niet? Niemand hoeft ooit te weten dat het van jou kwam.' 'Daar ben ik niet bezorgd over,' snauwde ze. 'Denk nou eens heel even ietsje verder dan je volgende deadline. Kun je je voorstellen wat de gevolgen van zo'n verhaal kunnen zijn voor New York? Besef je wat je je vriendin mevrouw Wisher aandoet? Zij weet van niets. Hoe zou zij het vinden als ze hoorde dat haar dochter niet alleen vermoord en onthoofd is, maar ook nog eens gedeeltelijk opgegeten?' Even trok er een blik van pijn over Smithbacks gezicht. 'Dat weet ik. Maar het is nieuws, Margo.' 'Wacht nog één dag.' 'Waarom?' Margo aarzelde.
'Je kunt me maar beter een reden geven, lotusbloesem,' drong Smithback aan.
Margo zuchtte. 'O, oké dan. Omdat die tandafdrukken van een hond kunnen zijn. Kennelijk hebben de lijken een tijdlang onder de grond gelegen voordat ze tijdens een onweer in het riool belandden. Waarschijnlijk heeft een zwerfhond er een paar happen uit genomen.' Smithbacks gezicht betrok. 'Bedoel je dat het dus geen kannibalen waren?'
Margo schudde haar hoofd. 'Sorry dat ik je moet teleurstellen. Morgen weten we meer, als de labtests klaar zijn. Dan krijg jij een exclusief interview, dat beloof ik je. Er staat voor morgenmiddag een vergadering gepland. Daarna zal ik er zelf met Frock en D'Agosta over spreken.'
'Maar wat maakt die ene dag dan uit?'
'Dat heb ik je al gezegd. Als je het verhaal nu naar buiten brengt, creëer je een vreselijke paniek. Je hebt die bovenklassers vandaag gezien; dat heb je zelf gezegd. Wat zal er gebeuren als ze denken dat er een of ander monster rondloopt, zeg maar een nieuwe Mbwun, of een of andere vreemde kannibalistische seriemoordenaar? Dan vertellen we de volgende dag dat het een hond was en dan sta jij voor paal. De politie is al razend vanwege die toestand met die beloning. Als je de hele stad in paniek brengt zonder goede reden, dan word je de stad uitgezet.'
Smithback leunde achterover. 'Hmm.'
'Wacht één dag, Bill,' pleitte Margo. 'Het is nog geen verhaal.' Smithback zat zwijgend na te denken. 'Oké,' zei hij uiteindelijk, onwillig. 'Mijn instinct zegt dat ik gek ben. Maar je krijgt nog één dag. En dan krijg ik een exclusief interview, weet je nog. Niemand anders krijgt informatie in handen.' Margo glimlachte even. 'Maak je geen zorgen.' Even bleven ze zwijgend zitten. Uiteindelijk slaakte Margo een zucht. 'Je vroeg daarnet wat er met me aan de hand was. Ik weet het niet. Ik denk dat die moorden gewoon alle nare herinneringen weer oprakelen.'
'Het museumbeest, bedoel je,' zei Smithback. Op systematische wijze at hij het schaaltje nootjes leeg. 'Dat waren zware tijden.' 'Zo zou je het kunnen zeggen, ja.' Margo haalde haar schouders op. 'Na alles wat er gebeurd is... tja, ik wilde het gewoon achter me laten. Ik had nachtmerries, ik werd iedere nacht badend in het koude zweet wakker. Toen ik naar Columbia ging, werd het beter. Ik dacht dat het over was. Maar toen ik terugkwam bij het museum, begon dit hele gedoe...' Even zweeg ze.
'Bill,' vroeg ze plotseling. 'Weet jij misschien wat er gebeurd is met Gregory Kawakita?'
'Greg?' vroeg Smithback. Het schaaltje hazelnoten was leeg en hij draaide het om, alsof hij wilde kijken of er aan de onderkant nog iets zat. 'Niet gezien sinds hij bij het museum wegging. Hoezo?' Met een sluwe uitdrukking kneep hij zijn ogen samen. 'Jij had toch niets met hem, of wel?'
Margo maakte een afwerend gebaar met haar hand. 'Nee, niets daarvan. We waren altijd aan het strijden om Frocks aandacht. Alleen, een paar maanden geleden heeft hij geprobeerd me te bellen en ik heb hem nooit teruggebeld. Volgens mij was hij ziek, of zo. Zijn stem klonk anders dan ik me herinnerde. Hoe dan ook, ik voelde me er een beetje schuldig over dus uiteindelijk heb ik zijn nummer opgezocht in het telefoonboek van Manhattan. Hij stond er niet in. Ik vroeg me af of hij verhuisd was, of dat hij ergens anders was gaan werken.' 'Geen idee,' zei Smithback. 'Maar Greg is zo iemand die altijd op zijn pootjes terechtkomt. Waarschijnlijk klust hij bij in een of andere think tank, voor drie ton per jaar.' Hij keek op zijn horloge. 'Ik moet voor negen uur mijn verhaal over de demonstratie inleveren. We hebben dus tijd voor nog een drankje.'
Margo keek hem met gespeelde verbazing aan. 'Bill Smithback die iemand een tweede rondje aanbiedt? Dan kan ik toch niet opstappen? Hier wordt geschiedenis geschreven.'