41
Smithback duwde een man in een seersucker-pak opzij en stak zijn elleboog in iemand anders in zijn pogingen om zich een weg te banen door de dichter wordende menigte. Hij had ernstig onderschat hoe lang het zou duren voor hij hier arriveerde; de mensen stonden al als haringen in een ton over een breedte van bijna drie huizenblokken aan Fifth Avenue en met de minuut kwamen er meer mensen bij. Hij had Wishers openingstoespraak voor de kathedraal al gemist. Nu wilde hij bij de eerste kaarslichtwake komen voordat de massa weer in beweging kwam.
'Kijk uit, klootzak,' balkte een jongeman op luide toon terwijl hij een zilveren heupflacon net lang genoeg van zijn lippen haalde om de zin te kunnen uitspreken.
'Krijg wat aan je obligatie,' antwoordde Smithback over zijn schouder terwijl hij zich naar voren vocht. Hij hoorde hoe de politie aan de randen van de massa tevergeefs probeerde om de straat weer vrij te krijgen. Een paar nieuwsploegen waren gearriveerd en Smithback zag cameralieden op het dak van hun bestelwagens klimmen om een mooi plaatje te schieten. Het zag ernaar uit dat de rijkdom en macht van de eerste demonstratie was uitgebreid met een veel grotere, veel jongere menigte. En de hele toestand kwam als een volslagen verrassing voor de stad.
'Hé! Smithback!' De journalist draaide zich om en zag Clarence Kozinsky, een verslaggever van de Post die het financiële nieuws voor zijn rekening nam. 'Dit is toch niet te geloven? Het nieuws ging als een lopend vuurtje rond.'
'Dat zal dan wel door mijn artikel gekomen zijn,' zei Smithback trots. Kozinsky schudde zijn hoofd. 'Sorry dat ik je moet teleurstellen, vriend, maar jouw artikel lag pas een halfuur geleden in de kiosken. Ze wilden niet het risico lopen dat de politie te vroeg gealarmeerd zou raken. Laat in de middag was het nieuws op de radio. Je weet wel, die zenders voor beurshandelaars, quotron, lexis en de rest. Zo te horen zien de jongens op Wall Street wel wat in die hele Wisher-toestand. Volgens hen is zij het antwoord op al hun luxeproblemen.' Hij gnoof. 'Dit gaat niet meer om misdaad alleen. Vraag me niet hoe het zo gekomen is. Maar er wordt gefluisterd dat zij tweemaal zoveel kloten heeft als de burgemeester. Ze denken dat zij de uitkeringen wil verlagen, de daklozen opruimen, een republikein terugzetten in het Witte Huis, de Dodgers terughalen naar Brooklyn en dat allemaal tegelijk.'
Smithback keek om zich heen. 'Ik wist niet dat er in de hele wereld zoveel mensen in de financiën zaten, laat staan in Manhattan alleen.' Kozinsky gnoof weer. 'Iedereen denkt dat Wall Street-types van die retro-yuppies zijn, van die hardwerkende types in saaie pakken met twee komma vijf kinderen, een huis in een buitenwijk in Jersey en van die afgezaagde leventjes. Niemand weet dat er ook een ongure kant aan zit. Je hebt daar allerhande boodschappenjongens, bond strippers, wisselkoers-ruilhandelaren, zwijnsbuikhandelaren, monteurs, witwassers, noem maar op. En we hebben het hier niet bepaald over de toplaag. Dit zijn echte Archie Bunker-types. Het is ook niet meer echt Wall Street. Berichten worden verstuurd per pieper, netwerk en openbare fax. De kantoorgribussen van alle banken en verzekeringsmaatschappijen stromen hier samen.' Voor zich, tussen de rijen hoofden, zag Smithback mevrouw Wisher. Hij nam haastig afscheid van Kozinsky en drong verder naar voren. Mevrouw Wisher stond in de statige schaduw van Bergdorf Goodman, geflankeerd door een katholieke priester, een protestantse dominee en een rabbijn. Achter haar lag een meterhoge berg verse bloemen en kaarten. Een vrouwelijk uitziende langharige jongeman met een krijtstreeppak en dikke paarse sokken stond er treurig naast. Smithback herkende het gezicht als van een geslagen hond: het was de Viscount Adair, Pamela Wishers vriend. Mevrouw Wisher zag er eenvoudig en waardig uit, haar lichte haar strak achterovergekamd en haar gezicht zonder make-up. Terwijl hij zijn cassetterecorder aanzette en de microfoon naar voren stak, betrapte Smithback zich op de gedachte dat zij een geboren leider was.
Mevrouw Wisher bleef een tijdje zwijgend en met gebogen hoofd staan. Toen wendde ze zich tot de verzamelde menigte en stelde een snoerloze microfoon bij. Op theatrale wijze schraapte ze haar keel. 'Burgers van New York!' riep ze. Er viel een stilte over de massa en Smithback keek om zich heen, verbijsterd over de helderheid en het volume van haar stem. Op strategische plekken in de menigte zag hij mensen met draagbare luidsprekers aan metalen palen staan. Ondanks het spontane aanzien van de mars hadden mevrouw Wisher en de haren de zaken duidelijk tot in de kleinste details gepland. Toen het volkomen stil was, hervatte ze met rustiger stem: 'We zijn hier om Mary Ann Cappiletti te gedenken, die op 14 maart op deze plek is beroofd en doodgeschoten. Laat ons bidden.' Tussen haar zinnen door hoorde Smithback de megafoons van de politie, helderder nu, die de menigte bevalen om zich te verspreiden. Politie te paard was gearriveerd maar de mensen stonden zo dicht opeen dat het niet veilig was om zich ertussen te begeven, en de paarden stonden aan de randen van de demonstratie te dansen van frustratie. Smithback wist dat mevrouw Wisher ditmaal opzettelijk geen vergunning had aangevraagd, zodat ze voor optimale verbazing en verwarring op het gemeentehuis zou zorgen. Zoals Kozinsky gezegd had, de aankondiging van de mars via de particuliere zenders zorgde voor een doeltreffende communicatie. Ook had het het voordeel dat de politie, de publieke omroep en het gemeentebestuur omzeild werden, zodat die pas lucht kregen van de gebeurtenis als het al te laat was om de zaken een halt toe te roepen. 'Het is lang geleden,' zei mevrouw Wisher, 'het is heel lang geleden dat een kind zonder angst in New York City kon rondlopen. Maar nu zijn zelfs volwassenen bang. We zijn bang om over straat te gaan, bang om door het park te wandelen... om de metro te nemen.' Bij die verwijzing naar de recente slachtpartij ging een boos gemompel op. Smithback deed mee, hoewel hij wist dat mevrouw Wisher waarschijnlijk nog nooit van haar leven in een overvolle metro had gestaan.
'Vanavond!' riep ze plotseling, terwijl ze met glinsterende ogen de menigte overzag. 'Vanavond brengen wij daar verandering in. En we beginnen met het terugnemen van Central Park. Om middernacht staan wij onbevreesd op de Great Lawn!'
Er steeg een gebrul op, dat steeds sterker werd totdat Smithback de druk bijna op zijn borst kon voelen. Hij zette zijn cassetterecorder uit en stopte hem in zijn zak; het ding kon de herrie niet aan en bovendien zou hij geen geheugensteuntje nodig hebben om zich deze bijeenkomst te kunnen herinneren. Hij wist dat intussen ook andere journalisten in groten getale gearriveerd moesten zijn, zowel van de landelijke als van de regionale pers. Maar hij, Smithback, was de enige journalist met exclusieve toegang tot Anette Wisher, de enige verslaggever die de details van de tocht gekregen had. Niet lang geleden was er een speciale middageditie van de Post gestart. Daarin zat een bijlage met kaarten van de tocht en een lijst met alle punten waar halt gehouden werd om de slachtoffers van moorden te herdenken. Smithback voelde zich trots. Hij zag dat een groot aantal mensen een exemplaar van die bijlage in handen had. Kozinsky wist niet alles. Hij, Smithback, had geholpen om het nieuws zo breed mogelijk te verspreiden. De verkoop bij de kiosken zou ongetwijfeld recordcijfers halen, en dit was het beste soort publiek; niet alleen mensen uit de werkende klasse, maar ook een groot aantal rijke en invloedrijke mensen die anders de Times lazen. Die sukkel van een Harriman moest dat fenomeen maar eens verklaren aan zijn fossiele, ondergestofte hoofdredacteur.
De zon was verdwenen achter de torens en minaretten van Central Park West, en een warme zomeravond kondigde zich aan. Mevrouw Wisher stak een kaarsje aan en knikte naar de geestelijken dat zij dat ook moesten doen.
'Vrienden,' zei ze terwijl ze de kaars boven haar hoofd hield, 'laat onze kleine lichtjes, laat onze zwakke stemmen zich verenigen tot een laaiend vuur en een onmiskenbare schreeuw. Wij hebben slechts één doel, een doel dat niet mag worden genegeerd of weerstreefd. Wij willen onze stad terug!'
De menigte nam de kreet over en mevrouw Wisher ging op weg naar Grand Army Plaza. Met een laatste duw drong Smithback langs de voorste rij, de kleine entourage binnen. Het was alsof hij in het oog van een orkaan stond.
Mevrouw Wisher keerde zich naar hem om. 'Ik ben blij dat je hebt kunnen komen, Bill,' zei ze, zo rustig alsof hij op theevisite kwam. 'Ik ben blij hier te zijn,' antwoordde Smithback met een brede glimlach.
Terwijl ze langzaam langs het Plaza Hotel naar Central Park South liepen, draaide Smithback zich om en keek naar de gigantische mensenmassa die achter hen aan kwam, als een gigantische slang die langs de grenzen van het park slingerde. Nu zag hij ook voor hen mensen uit Sixth en Seventh Avenue komen om zich vanuit westelijke richting bij de optocht te voegen. Er was een gezond percentage notabelen te zien, statig en grijs. Maar Smithback zag ook steeds meer jongemannen zoals Kozinsky beschreven had, werknemers van de beurs, van banken, van handelshuizen. Ze dronken, floten en juichten en zagen eruit alsof ze klaar waren voor actie. Hij herinnerde zich hoe weinig er voor nodig was geweest om ze zover te krijgen dat ze flessen gingen gooien naar de burgemeester, en hij vroeg zich af hoeveel greep Wisher op de menigte zou hebben als het dreigde mis te gaan.
De chauffeurs van de auto's langs Central Park South waren opgehouden met toeteren en waren hun auto's uit gekomen om te kijken of mee te doen, maar vanuit Columbus Circle klonk nog steeds een vreselijk geclaxonneer. Smithback haalde diep adem en dronk de chaos in als een goede wijn. Zo'n massa in beweging heeft iets ongelooflijk verkwikkends, dacht hij.
Een jongeman kwam naar mevrouw Wisher toegehold. 'De burgemeester,' hijgde hij terwijl hij een mobiele telefoon naar haar uitstak.
Mevrouw Wisher stak de microfoon in haar zak en nam de telefoon aan. 'Ja?' zei ze op koele toon zonder haar pas te vertragen. Het bleef een tijdje stil. 'Jammer dat u er zo over denkt, maar de tijd voor vergunningen is voorbij. U lijkt niet te beseffen dat deze stad in een noodtoestand verkeert. En u krijgt nog één waarschuwing. Dit is uw laatste kans om de vrede op straat te herstellen.' Er volgde een pauze terwijl ze luisterde. Ze hield een hand over haar vrije oor om het lawaai van de massa buiten te sluiten. 'Ik betreur het dat onze mars uw politiemensen hindert. En ik ben blij te horen dat de korpschef zelf bezig is met een operatie. Maar ik wil u een vraag stellen. Waar waren uw politiemensen toen mijn Pamela vermoord werd? Waar waren uw...'
Ze luisterde ongeduldig. 'Nee. Beslist niet. De stad verdrinkt in de misdaad en u dreigt mij met een bekeuring? Als u verder niets te zeggen hebt, hang ik op. We hebben het hier tamelijk druk.' Ze gaf de telefoon terug aan haar assistent. 'Als hij weer belt, zeg dan maar dat ik bezig ben.'
Ze wendde zich tot Smithback en stak haar hand onder zijn arm. 'Deze volgende halte is de plek waar mijn dochter is vermoord. Daarvoor moet ik sterk zijn, Bill. Jij helpt me wel, wil je?' Smithback likte zijn lippen. 'Jazeker, mevrouw,' antwoordde hij.