17

Smithback koos een plaats aan de bar van zijn favoriete Griekse koffieshop en knikte naar de eigenaar dat hij zijn gebruikelijke ontbijt wilde: twee gepocheerde eieren op een dubbele portie bonen. Hij nam een slok van de koffie die voor zijn neus werd neergezet, slaakte een tevreden zucht en haalde de kranten onder zijn arm vandaan. Eerst keek hij naar de Post, waarbij hij licht fronste toen hij Hank Mc-Closkeys voorpagina-artikel las over de moord bij Belvedere Castle. Zijn eigen stuk over de demonstratie was verschoven naar pagina vier. Normaal gesproken had hij die dag de voorpagina moeten halen, met zijn verhaal over de rol van het museum en de informatie over de tandafdrukken. Maar hij had het Margo beloofd. Morgen zou het anders zijn. Bovendien kon zijn geduld hem misschien nog meer nieuwtjes opleveren.

Het ontbijt werd gebracht en met smaak viel hij op het eten aan, onderwijl de Post opzij leggend en de New York Times openslaand. Meesmuilend liet hij zijn blik glijden over de koppen, smaakvol bescheiden en keurig opgesteld. Toen bleef zijn blik hangen bij een kop over één kolom, op de onderste helft van het blad. Er stond niet meer dan: Museumbeest terug? Van Bryce Harriman, speciaal verslaggever van de Times. Smithback las verder en het eten veranderde in zijn mond in behangerslijm.


 

8 augustus - Wetenschappers van het Natural History Museum te New York zijn nog steeds bezig met het onderzoek van de onthoofde stoffelijke overschotten van Pamela Wisher en een onbekende om te proberen te achterhalen of de tandafdrukken op het gebeente het postmortemwerk van wilde dieren zijn, dan wel mogelijkerwijze de doodsoorzaak zelf.


 

De schokkende moord op, en onthoofding van, Nicholas Bitterman gisteravond bij Belvedere Castle in Central Park heeft het forensische team extra onder druk gezet. Ook een aantal sterfgevallen van de afgelopen maanden onder de daklozen kan binnen dit patroon vallen. Het is niet bekend of ook deze stoffelijke overschotten naar het museum zullen worden gebracht. Pamela Wishers lichaam is intussen vrijgegeven aan de familie. De begrafenis vindt hedenmiddag om drie uur plaats tijdens een plechtigheid op de begraafplaats Holy Cross in Bronxville.


 

De autopsieën hebben achter gesloten deuren plaatsgevonden in het Museum. 'Ze willen geen paniek zaaien,' volgens een van onze bronnen, 'maar het onuitgesproken woord op ieders lippen is Mbwun.'


 

Mbwun, zoals wetenschappers het museumbeest noemen, was een ongebruikelijk schepsel dat na een mislukte expeditie naar het Amazone-gebied per ongeluk mee teruggenomen was naar het museum. April vorig jaar, toen een aantal museumbezoekers en bewakers werden gedood, kwam de aanwezigheid van het dier in de onderste museumkelders aan het licht. Het schepsel viel verder een grote menigte aan tijdens een openingsceremonie in het museum, waarbij grote paniek ontstond en het alarmsysteem van het museum abusievelijk in werking werd gesteld. Dit resulteerde in zesenveertig doden en bijna driehonderd gewonden, een van de ergste rampen van de afgelopen jaren in New York.


 

De naam Mbwun kreeg het dier van de tegenwoordig uitgestorven stam der Kothoga, die langs de bovenloop van de rivier de Xingú in het Amazone-dal woonde, de oorspronkelijke habitat van het dier. Tientallen jaren lang hadden antropologen en rubberplanters geruchten vernomen over een groot beest, klaarblijkelijk een reptiel, langs de bovenloop van de Xingü. In 1987 organiseerde een antropoloog van het museum, Julian Whittlesey, een expeditie naar de Xingú om op zoek te gaan naar aanwijzingen over de stam en het schepsel. Whittlesey verdween in het regenwoud en de overige leden van de gedoemde expeditie kwamen bij een tragisch ongeval om het leven toen hun vliegtuig tijdens de terugreis naar de vs neerstortte.


 

Een aantal kratten met vondsten van de expeditie is aangekomen in New York. De kunstwerken waren verpakt in plantaardig materiaal waarin een stof zit die Mbwun tot voedsel diende. Hoewel niet bekend is op welke wijze het dier het museum heeft bereikt, luidt de theorie van het museumpersoneel dat het per ongeluk is opgesloten in een vrachtcontainer, samen met het expeditiemateriaal. Het hield zich in leven in de onderste kelders van het museum totdat de natuurlijke voedselvoorraad uitgeput was en het bezoekers en personeel ging aanvallen.


 

Tijdens de hierna ontstane opschudding is het dier gedood. Het karkas is door de gezaghebbende instanties verwijderd en vernietigd voordat gedetailleerd taxonomisch onderzoek kon worden uitgevoerd. Hoewel het dier omgeven blijft door raadselen, is vast komen te staan dat het leefde op een geïsoleerde hoogvlakte in het Amazone-dal, een zogenaamde tepui. Sinds korte tijd wordt met hydraulische apparatuur naar goud gegraven langs de bovenloop van de Xingú, en dat heeft zware gevolgen gehad voor de soort, die hierdoor waarschijnlijk uitgestorven is. Professor Whitney Cadwalader Frock van de afdeling antropologie van het museum en auteur van Fractal Evolution, was van mening dat het dier een evolutionaire afwijking was, voortgekomen uit de afgelegen habitat in het regenwoud.


 

Onze bron sprak het vermoeden uit dat de recente moorden het werk zouden kunnen zijn van een tweede Mbwun, misschien de partner van het eerste dier. Dit schijnt ook de onuitgesproken angst te zijn van de politie van New York. Naar verluidt heeft de politie het museumlaboratorium verzocht om te bepalen of de tandafdrukken op de beenderen overeenkomen met die van een wilde hond of van iets veel groters - zoiets als Mbwun.


 

Met een hand die trilde van woede schoof Smithback de ongegeten eieren van zich af. Hij wist niet wat erger was: dat die klootzak van een Harriman zijn nieuws had ingepikt, of de wetenschap dat hij, Smithback, die informatie al had en dat hij zich had laten overhalen om die niet te gebruiken.

Nooit weer, zwoer Smithback zichzelf. Dat gebeurt me nooit weer.


 

Op de veertiende verdieping van het hoofdbureau van politie legde D'Agosta met een knetterende vloek diezelfde krant weg. De voorlichtingsdienst van de politie zou overuren moeten maken om massahysterie te vermijden. Degene die dat verhaal had laten uitlekken, dacht hij, moesten ze roosteren op een zacht vuurtje. Maar in ieder geval was het ditmaal niet die eikel van een Smithback. Toen greep hij de telefoon en draaide het nummer van het kantoor van de korpschef. Nu hij het toch over roosteren had, kon hij er maar beter voor zorgen dat hemzelf dat lot bespaard bleef. Met Horlocker kon je beter zelf bellen dan wachten tot je gebeld werd. Hij kwam niet verder dan het antwoordapparaat van de secretaresse van de korpschef.

D'Agosta reikte weer naar de krant maar duwde die meteen weer van zich af terwijl de frustratie in hem opwelde. Zo dadelijk zou Waxie hier zijn, ongetwijfeld jammerend over de moord bij Belvedere Castle en de deadline die Horlocker gesteld had. Bij de gedachte aan Waxie sloot D'Agosta onwillekeurig zijn ogen, maar de vermoeidheid die zich meester van hem maakte was zo overweldigend dat hij ze onmiddellijk weer opendeed. Hij had maar twee uur geslapen en was tot op het merg vermoeid, nadat hij een groot deel van de nacht over Belvedere Castle had rondgeklauterd na de moord op Bitterman. Hij stond op en liep naar het raam. In de diepte kon hij, tegen de grauwe achtergrond van de stadsbebouwing, een klein zwart vierkantje zien liggen: de speelplaats van PS 362. Als piepkleine vormpjes holden er kinderen rond, tikkertje spelend en hinkelend in de ochtendpauze, ongetwijfeld onder begeleiding van een daverend gegil en gejoel. God, dacht hij, hij zou er wat voor geven om op dat moment een van die kinderen te zijn.

Toen hij terugliep naar zijn bureau zag hij dat hij met de rand van de krant de ingelijste foto van zijn tienjarig zoontje, Vinnie Junior, had omgegooid. Zorgvuldig zette hij hem weer rechtop, met een onwillekeurige glimlach naar het gezicht dat teruglachte. Met een iets beter gevoel diepte hij uit de zak van zijn jasje een sigaar op. Horlocker kon doodvallen. Kome wat komen moge. Hij stak de sigaar op, gooide de lucifer in een asbak en wandelde naar een grote kaart van de westkant van Manhattan die met punaises op een prikbord was vastgemaakt. De kaart van zijn gebied was overdekt met witte en rode pinnen. Op een briefje in de hoek stond dat witte pinnen verdwijningen in de laatste zes maanden aangaven terwijl de rode pinnen stonden voor moorden die overeenkwamen met de veronderstelde modus operandi. D'Agosta viste in een plastic bakje, greep een rode pin, zocht de grote vijver in Central Park op en stak de pin zorgvuldig precies in het zuiden. Toen deed hij een stap achteruit en staarde ernaar in een poging door de visuele ruis heen het patroon te zien.

Er waren tienmaal zoveel witte als rode pinnen. Een groot aantal daarvan zou uiteraard niets opleveren. Er waren vele redenen waarom mensen in New York verdwenen. Toch was het een ongebruikelijk hoog aantal, meer dan driemaal zoveel als normaal in een periode van zes maanden. En een bijzonder groot percentage verdwijningen leek in de buurt van Central Park te hebben plaatsgevonden. Hij bleef staren. De stippen zagen er op een of andere manier niet willekeurig uit. Zijn brein zei dat er een patroon was, maar hij had geen idee wat dat patroon kon zijn.

'Aan het dagdromen, inspecteur?' klonk een bekende, hese stem. D'Agosta draaide zich verrast en met een ruk om. Het was Hayward, die nu officieel aan het onderzoek was toegewezen, met Waxie in haar kielzog.

'Ooit gehoord van kloppen?' snauwde D'Agosta. 'Ja, heb ik van gehoord, ja. Maar u zei dat u dit spul zo snel mogelijk wilde hebben.' Hayward hield een dikke stapel computerprints in haar slanke hand. D'Agosta pakte de papieren aan en begon ze door te bladeren: nog meer moorden onder de daklozen, tot zes maanden geleden, voor het merendeel onder Waxies jurisdictie in Central Park/West Side. Naar niet één moord was onderzoek gedaan, uiteraard.

'Christus,' mompelde hij hoofdschuddend. 'Tja, laten we deze ook maar op de kaart zetten.' Hij begon de lokaties op te lezen terwijl Hayward rode pinnen in de kaart stak. Toen zweeg hij even en keek naar haar donkere haar en haar bleke huid. Hoewel hij uiteraard niets gezegd had, was D'Agosta heimelijk blij met Haywards assistentie. Haar onverstoorbare zelfvertrouwen was een kalme haven in het oog van een huilende orkaan. En hij moest toegeven dat ze ook niet onplezierig was om naar te kijken.

Vanuit de gang klonken hollende voetstappen en luide stemmen. Iets zwaars viel met een dreun om. Fronsend knikte D'Agosta naar Hayward dat ze kon gaan kijken wat er was. Al gauw klonk er nog meer geschreeuw en D'Agosta hoorde zijn eigen naam, uitgesproken door een zeurende, hoge stem. Nieuwsgierig stak hij zijn hoofd om de hoek van de deur. Een bijna ongelooflijk smerige man verzette zich in de hal van de afdeling moordzaken tegen twee agenten die hem in bedwang wilden houden. Hayward stond erbij te kijken, gespannen alsof ze wachtte op een kans om tussenbeide te komen. D'Agosta wierp een blik op het haar met vuile klitten, de grauwe, ongezonde huid, het smalle, uitgehongerde lichaam en de onvermijdelijke zwarte vuilniszak waarin 's mans bezittingen zaten.

'Ik moet de inspecteur spreken!' krijste de dakloze met een magere, hoge stem. 'Ik heb informatie! Ik eis...'

'Kerel,' zei een van de agenten met een blik vol walging terwijl hij de man bij zijn vettige jas tegenhield, 'als jij iets te zeggen hebt, dan zeg je dat tegen mij, begrepen? De inspecteur is bezig.' 'Daar heb je hem!' De man wees met een trillende vinger naar D'Agosta. 'Zie je nou wel, hij is helemaal niet bezig! Haal je handen weg, jij, of ik dien een aanklacht in, hoor je me? Ik bel mijn advocaat!' D'Agosta trok zich terug in zijn kantoor, deed de deur dicht en ging weer naar de kaart staan kijken. Het gebakkelei ging door. Het schrille, bijzonder raspende gejank van de dakloze werd afgewisseld door de steeds heviger geïrriteerde tonen van Hayward. Die vent wilde echt niet weg.

Plotseling schoot de deur open en kwam de man half vallend, half struikelend naar binnen zeilen met een razende Hayward achter zich aan. De man schoof naar een hoek van het kantoor met de vuilniszak beschermend voor zich. 'U moet naar me luisteren, inspecteur!' kefte hij. 'Een nogal glibberig type,' hijgde Hayward terwijl ze haar handen afveegde aan haar slanke dijen. 'Letterlijk.' 'Blijf daar!' piepte de dakloze man naar Hayward. D'Agosta slaakte een vermoeide zucht. 'Laat maar, brigadier,' zei hij. Daarna wendde hij zich tot de dakloze man. 'Oké. Vijf minuten. Maar dat daar laat je buiten.' Hij gebaarde naar de zak, waarvan de rijpe geur zijn neus bereikt had. 'Dan wordt hij gejat,' zei de man hees.

'Dit is een politiebureau,' grauwde D'Agosta. 'Hier wordt die zooi van jou niet gejat.'

'Het is geen zooi,' jammerde de man, maar niettemin gaf hij de vettige zak aan Hayward, die hem snel buiten zette en de deur dichtdeed tegen de stank.

Plotseling onderging het gedrag van de dakloze een ingrijpende verandering. Hij krabbelde naar voren en ging in een van de bezoekersstoelen zitten. Hij sloeg zijn benen over elkaar en deed alsof de tent van hem was. De geur was nu sterker. D'Agosta moest ergens en tegen zijn zin denken aan de geur in de spoorwegtunnel. 'Ik hoop dat u lekker zit,' zei D'Agosta terwijl hij zijn sigaar strategisch voor zijn neus plaatste. 'U hebt nog vier minuten.' 'Nou, Vincent,' zei de dakloze, 'ik zit zo lekker als mogelijk is, gezien de omstandigheden waarin je me hier aantreft.' D'Agosta liet langzaam zijn sigaar op het bureau vallen, verbijsterd. 'Jammer dat je nog steeds rookt.' De dakloze keek naar de sigaar. 'Ik zie echter dat je smaak in sigaren vooruitgegaan is. Tabak Dominican Republic, als ik me niet vergis, met een Connecticut Shadedekblad. Als je dan toch moet roken, lijkt me dit een grote verbetering ten opzichte van dat vlas dat je eerder rookte.' D'Agosta was nog steeds sprakeloos. Hij kende die stem, hij kende dat melodieuze zuidelijke accent, maar kon die niet koppelen aan de stinkende, smerige schooier die daar voor hem zat. 'Pendergast?' ademde hij. De dakloze knikte. 'Wat?'

'Ik hoop dat je me deze theatrale binnenkomst wilt vergeven,' zei Pendergast. 'Ik wilde controleren hoe goed mijn vermomming was.' 'O,' zei D'Agosta.

Hayward kwam naar voren en keek naar D'Agosta. Voor het eerst leek ze met haar mond vol tanden te staan. 'Inspecteur...?' begon ze. D'Agosta haalde diep adem. 'Brigadier, dit...' hij gebaarde naar de sjofele figuur die nu met zijn handen in zijn schoot gevouwen zat, het ene been zorgvuldig over het andere geslagen, 'dit is special agent Pendergast van de FBI.'

Hayward keek van D'Agosta naar de dakloze man. 'Gelul,' zei ze zonder meer.

Pendergast lachte verheugd. Hij legde zijn ellebogen op de armleuningen van de stoel, plaatste zijn vingertoppen tegen elkaar, leunde met zijn kin op zijn vingers en keek naar Hayward. 'Het doet me genoegen met u kennis te maken, brigadier. Ik zou u graag de hand schudden, maar...'

'Doe geen moeite,' zei Hayward haastig en met een laatste blik van ongeloof op haar gezicht.

Plotseling liep D'Agosta naar voren en klemde de ranke, smoezelige hand van zijn bezoeker vast. 'Christus, Pendergast, goed om jou te zien. Ik vroeg me al af wat er van je geworden was. Ik hoor dat je geen directeur van het kantoor in New York wilde worden, maar ik heb je niet meer gezien sinds...'

'Sinds de museummoorden, zoals ze bekend geworden zijn.' Pendergast knikte. 'Ik zie dat die alweer voorpaginanieuws zijn.' D'Agosta ging weer zitten. Hij trok een gezicht en knikte. Pendergast keek naar de kaart. 'Je zit wel met een probleem, Vincent. Een reeks smerige moorden boven en onder de grond, de elite gekweld door angst en nu geruchten dat Mbwun terug is.' 'Pendergast, je hebt er geen idee van.'

'Sorry dat ik je tegenspreek, maar ik heb daar een bijzonder goed idee van. In feite ben ik hier om te zien of je behoefte hebt aan assistentie.'

D'Agosta's gezicht klaarde even op maar betrok meteen weer. 'Officieel?' vroeg hij.

Pendergast glimlachte. 'Meer dan semi-officieel kan ik het niet doen, vrees ik. Tegenwoordig kies ik zelf in zekere mate mijn klussen uit. Het afgelopen jaar heb ik gewerkt aan technische projecten waar we later nog op in kunnen gaan. En laten we het erop houden dat ik toestemming heb om de politie van New York in deze zaak bij te staan. Uiteraard zal ik nooit enige betrokkenheid mogen toegeven. Tot nu toe is er geen aanwijzing dat er een federale misdaad is gepleegd.' Hij wuifde met zijn hand. 'Mijn probleem is, simpel gesteld, dat ik bij zo'n interessante zaak altijd mee wil doen. Een lastige gewoonte, maar moeilijk af te leren.'

D'Agosta keek hem nieuwsgierig aan. 'Waarom heb ik jou de afgelopen bijna twee jaar dan niet gezien? Volgens mij heeft New York heel wat interessante zaken.'

Pendergast boog zijn hoofd. 'Niet interessant genoeg,' antwoordde hij.

D'Agosta wendde zich tot Hayward. 'Dit is de eerste gunstige ontwikkeling sinds het begin van deze zaak,' zei hij. Pendergast keek van D'Agosta naar Hayward en terug. Zijn bleekblauwe ogen vormden een sterk contrast met zijn smerige huid. 'Je vleit me, Vincent. Maar, aan de slag! Nu mijn vermomming jullie beiden heeft kunnen overtuigen, hoop ik die zo spoedig mogelijk ondergronds uit te proberen. Dat wil zeggen, als jullie me op de hoogte brengen.'

'U denkt dus net als wij dat de moord op Wisher en de moorden op de daklozen met elkaar te maken hebben?' vroeg Hayward, nog steeds een beetje achterdochtig.

'Dat is mijn stellige mening, brigadier... Hayward, nietwaar?' zei Pendergast. Toen ging hij met een ruk rechtop zitten. 'Toch niet Laura Hayward, of wel soms?'

'Hoezo?' vroeg Hayward, plotseling op haar hoede. Pendergast leunde weer achterover in zijn stoel. 'Prima,' zei hij op zachte toon. 'Mag ik je feliciteren met je artikel in de Journal of Abnormal Sociology van afgelopen maand? Een bijzonder verhelderende kijk op de hiërarchie tussen de ondergrondse daklozen.' Voor het eerst sinds D'Agosta haar had leren kennen, leek Hayward niet op haar gemak. Ze bloosde en wendde haar blik af, niet gewend aan complimenten. 'Brigadier?' vroeg hij.

'Ik ben bezig met mijn doctoraal aan NYU,' zei ze, nog steeds met afgewende blik. Toen draaide ze zich snel terug en keek naar D'Agosta alsof ze hem wilde uitdagen om iets kleinerends te zeggen. 'Mijn scriptie gaat over het kastenstelsel in ondergrondse samenlevingen.' 'Dat is fantastisch,' zei D'Agosta, verbaasd over haar defensieve houding maar zelf ook lichtelijk defensief. Waarom heeft ze dat nooit verteld? Ben ik soms te stom?

'Maar waarom stond je artikel in zo'n onbekend blad?' vervolgde Pendergast. 'Ik zou toch denken dat Law Enforcement Bulletin een veel logischer keuze zou zijn.'

Hayward lachte kort, hersteld van de schok. 'Meent u dat nou?' zei ze.

Plotseling snapte D'Agosta het. Het was al zwaar genoeg om een tenger gebouwd, mooi en vrouwelijk lid te zijn van het overvalteam, dat voor het merendeel bestond uit bomen van kerels. Maar om dan ook nog eens te werken aan een academische titel over dezelfde mensen die zij moest opjagen... Hij schudde zijn hoofd terwijl hij zich voorstelde hoe verschrikkelijk ze dan gepest zou worden door haar collega's.

'Aha, ik snap het,' zei Pendergast knikkend. 'Hoe dan ook, het is me een genoegen om je te leren kennen. Maar kom, aan het werk. Ik wil graag de analyses zien van de plaatsen waar de delicten hebben plaatsgevonden. Hoe meer we leren over de ondergrondse moordenaar, hoe eerder we hem vinden. Of hen. Het is geen verkrachter, correct?' 'Correct.'

'Misschien een fetisjist. Hij, of de groep, beleeft duidelijk plezier aan zijn souvenirs. We zullen de dossiers over inactieve seriemoordenaars of moordenaarstypes erop na moeten slaan. Ook vraag ik me af of ze bij Dataverwerking misschien kruisverwijzingen kunnen opzoeken met alle bekende gegevens over alle slachtoffers. Misschien moet je ook een tweede zoekopdracht loslaten op alle vermiste personen. We moeten zoeken naar alle punten van overeenkomst, hoe subtiel ook.' 'Daar zorg ik voor,' zei Hayward.

'Uitstekend.' Pendergast stond op en kwam naar het bureau toe. 'En als ik nu de dossiers mag inzien...'

'Ga alsjeblieft zitten,' zei D'Agosta haastig terwijl hij zijn neus optrok. 'Je vermomming is iets té overtuigend, als je snapt wat ik bedoel.'

'Uiteraard,' zei Pendergast luchtig, en hij ging weer zitten. 'Overtuigend tot in de kleinste details. Brigadier Hayward, wilt u me die stapel even aangeven?'