19

Margo liep door de draaideur van het politiebureau van het 27ste district, sloeg linksaf en liep op een drafje de lange, steile trap af naar het souterrain. Reeds tientallen jaren geleden was de leuning van de oude gele wand verwijderd, en ze moest uitkijken dat ze niet uitgleed op de betonnen treden. Ondanks de dikte van de stenen fundering kon ze lang voordat ze beneden was aangekomen, de gedempte knallen horen.

Toen ze de zware geluidsgeïsoleerde deur openrukte, veranderden de gedempte knallen plotseling in een gebrul. Met een tegen het lawaai vertrokken gezicht stapte ze naar de registratiebalie. De agent herkende haar en maakte een wegwuivend gebaar toen ze haar vergunning uit haar tas wilde halen. 'Neem nummer zeventien maar,' zei hij over de knallen heen. Hij gaf haar een tiental papieren schietschijven en een paar gehavende gehoorbeschermers.

Margo krabbelde haar naam en het tijdstip van binnenkomst in het boek, draaide zich om en liep de galerij af terwijl ze de gehoorbeschermers opzette. Meteen werd het gebrul draaglijk. Links van haar stond een bijna ononderbroken rij politiemensen met open laarzen, bezig met laden, vastmaken van schietschijven en bekijken van resultaten. Vroeg in de avond was het altijd druk. En van het tiental overdekte vijfentwintigmeter-banen in alle politiebureaus van New York had het 27ste district de grootste en best toegeruste. Toen ze bij hokje zeventien aankwam pakte ze haar wapen, een doos 120-grijns FMJ-munitie en een aantal reservepatronen uit haar tas. Ze legde de munitie op het blad naast zich en inspecteerde het kleine pistool. Haar bewegingen waren al niet meer zo onwennig als een jaar geleden, toen ze het wapen pas had aangeschaft. Na de inspectie ramde ze een vol patroon op zijn plaats, speldde een standaarddoelschijf aan de lijn en liet die tien meter van haar vandaan glijden. Toen zette ze zich in de Weaver-positie die ze geleerd had: rechterhand aan de trekker, linkerhand om de rechter heen in de klassieke duw-trekhouding. Ze concentreerde zich op haar doel en haalde de trekker over, waarbij ze haar gebogen ellebogen de klap liet opvangen. Even wachtte ze om naar haar doel te turen en toen leegde ze snel achter elkaar de rest van haar tiendelige patroon. Bijna mechanisch schoot ze nog een aantal patronen leeg, waarbij ze verviel in de standaardroutine van schietbanen: opnieuw laden, doel verplaatsen, schieten. Toen de munitiedoos halfleeg was, ging ze over op silhouet-doelen op vijfentwintig meter. Eindelijk was het laatste patroon leeg en ze draaide zich om om haar wapen te reinigen. Tot haar verbazing zag ze inspecteur D'Agosta met over elkaar geslagen armen staan kijken.

'Hallo,' zei ze terwijl ze haar gehoorbeschermers afzette en over de herrie heen schreeuwde.

D'Agosta knikte naar haar doel. 'Kijken hoe het gegaan is,' mimede hij. Hij wachtte totdat ze het silhouet binnen had. 'Mooie rozet,' zei hij goedkeurend.

Margo lachte. 'Bedankt,' zei ze. 'Dat heb ik aan jou te danken. Zoals ik ook mijn vergunning aan jou te danken heb.' Ze plaatste de lege patronen in haar tas en bedacht hoe vreemd dat D'Agosta indertijd toegeschenen moest hebben: hoe ze drie maanden na afloop van de museummoorden zijn kantoor binnengevallen was en hem gevraagd had om een vergunning voor een handwapen voor haar te regelen. Ter zelfbescherming, had ze gezegd. Hoe had ze zich ertoe kunnen zetten om de nog steeds aanwezige angst te verklaren, de met zweet doordrenkte nachtmerries, het gevoel van kwetsbaarheid dat haar nog steeds dwarszat?

'Volgens Brad was je een goede leerling,' zei D'Agosta. 'Ik dacht wel dat jullie het goed zouden kunnen vinden, daarom heb ik hem aangeraden. Maar wat betreft die vergunning, daar hoefje mij niet voor te bedanken. Daar heeft Pendergast persoonlijk voor gezorgd. Nou, laat eens kijken wat voor pistool Brad je heeft gegeven.' Margo overhandigde het wapen. 'Een baby-Glock. Model 26, met een in de fabriek aangepaste New York-trekker.' D'Agosta woog het wapen in zijn hand. 'Lekker licht. Maar wel een korte vizierradius.'

'Daarbij was jouw vriend Brad erg behulpzaam. Die heeft me de Kentucky-windcompensatie geleerd en geholpen het verstelbare vizier te gebruiken. Daar heb ik al mijn training mee gedaan. Waarschijnlijk ben ik met iets anders volledig waardeloos.'

'Dat betwijfel ik.' D'Agosta gaf haar het pistool terug. 'Met dit soort scores kun je waarschijnlijk zo'n beetje alles aan.' Hij knikte naar de uitgang. 'Kom, laten we weggaan uit die herrie. Ik loop met je mee naar buiten.'

Margo liep naar de balie om af te tekenen en de gehoorbeschermers terug te geven. Tot haar verbazing zag ze dat ook D'Agosta het logboek tekende. 'Heb jij geschoten?' vroeg ze.

'Waarom niet?' D'Agosta keek haar aan. 'Zelfs oude rotten als ik worden roestig.' Ze verlieten de schietbaan en begonnen de lange, steile trap op te klimmen. 'Ik kan je wel zeggen dat dit soort zaken iedereen op de zenuwen werkt,' zei hij. 'Een beetje oefening kan geen kwaad. Vooral na die briefing.'

Margo nam niet de moeite om te antwoorden. Boven aan de trap bleef ze op de inspecteur staan wachten. Hij kwam licht hijgend naar boven en ze liepen door de draaideur 31st Street op. Het was een koele avond en er was niet veel verkeer. Margo keek op haar horloge: bijna acht uur. Ze kon naar huis joggen, iets lichts te eten maken en proberen wat bij te slapen.

'Ik wil wedden dat die rottrap meer hartinfarcten heeft veroorzaakt dan alle taart van New York bij elkaar,' zei D'Agosta. 'Hoewel jij nergens last van lijkt te hebben.'

Margo haalde haar schouders op. 'Ik doe tegenwoordig aan fitness.' 'Dat zie ik, ja. Je bent niet meer dezelfde persoon die ik anderhalf jaar geleden heb ontmoet. Van buiten niet, althans. Wat doe je?' 'Krachttraining, voornamelijk. Je weet wel, zware gewichten, langzame bewegingen.'

D'Agosta knikte. 'Paar keer per week?'

'Om de andere dag doe ik de hogere en de lagere spiergroepen. Ik probeer ook wat aan intervaltraining te doen.'

'Wat voor gewichten doe je momenteel? Vijfenvijftig?'

Margo schudde haar hoofd. 'Zestig. Dat is fijn, want voor het eerst hoef ik niet al die kleine gewichtjes te vervangen. Ik kan nu gewoon de twintigjes nemen.'

D'Agosta knikte nogmaals. 'Niet gek.' Ze liepen richting Sixth Avenue. 'En werkt het?' 'Pardon?'

'Ik zei, werkt het?'

Margo fronste haar wenkbrauwen. 'Ik weet niet wat je bedoelt,' antwoordde ze, maar op datzelfde moment begreep ze het. 'Nee,' zei ze even later, zachter. 'Althans niet helemaal.' 'Ik wil me er niet mee bemoeien,' antwoordde D'Agosta terwijl hij op zijn zakken klopte, verstrooid op zoek naar een sigaar. 'Ik ben een bot type, mocht je dat nog niet weten.' Hij vond een sigaar, pulkte met zijn nagel het bandje eraf en bestudeerde het dekblad. 'Die zooi in het museum heeft op ons allemaal diepe indruk gemaakt, denk ik.'

Ze kwamen aan bij de avenue en Margo aarzelde even terwijl ze naar het noorden keek. 'Sorry,' zei ze. 'Ik vind het moeilijk om erover te praten.'

'Weet ik,' zei D'Agosta. 'En nu al helemaal.' Even bleef het stil terwijl hij zijn sigaar aanstak. 'Pas goed op jezelf, dr. Green.' Margo glimlachte even. 'Jij ook. En bedankt hiervoor.' Ze klopte op haar tas en begon toen door het verkeer naar het noorden te joggen, naar de West Side en naar huis.