56
De volgende morgen reed Julia Alicia naar het vliegveld.
‘Het was geweldig,’ zei Alicia toen ze in de vertrekhal stonden. ‘Precies wat ik nodig had. En ik moet toegeven,’ zei ze, haar nu sproetige neus optrekkend, ‘dat ik geen zin heb om naar huis te gaan.’
‘Nou, kom maar terug wanneer je wilt. Met of zonder je gezin,’ voegde Julia eraan toe. ‘En denk erom, het is prima om zo nu en dan alleen aan jezelf te denken.’
‘Dat zal ik doen.’ Alicia knikte. ‘Bedankt, Julia. Ik heb veel geleerd.’
‘Is dat zo?’
‘Ja.’ Alicia was bijna in tranen. Ze trok Julia tegen zich aan en omhelsde haar. ‘Dit is een nieuw begin voor mij, nietwaar? En voor ons ook?’
‘Ja, dat is het zeker,’ zei Julia glimlachend. ‘Hou je taai, Alicia.’
‘Jij ook.’
Julia reed langzaam naar huis, nadenkend over Alicia en hopend dat de plotselinge nieuwe verstandhouding tussen hen en de gelijkheid in hun relatie zouden voortduren. Ze bedacht ook hoezeer ze ernaar had verlangd samen met haar op het vliegtuig naar Engeland te stappen.
Ook zij had geen zin om terug naar huis te gaan. Ook al wist ze dat Xavier zijn best deed en dat ze hun relatie de tijd moest geven, voelde ze toch een bepaalde spanning, onbehagen en irritatie jegens hem, die ze niet kon onderdrukken.
En het ergst van al was dat terwijl ze vroeger zo veel liefde voor hem had gevoeld, daar nu helemaal niets meer van over was.
Julia parkeerde de auto en liep naar het huis. Ze ademde diep in en nam zich voor die avond te doen wat ze kon om er verandering in te brengen. Ze had immers geen keus?
Ze opende de voordeur en rook een verrukkelijk aroma van vers vlees, gebraden boter en kruiden. Xavier stond in de keuken bij het fornuis en draaide twee steaks om in de pan.
‘Voilà! Je bent thuis. Ik heb besloten vanavond zelf te koken en ik heb Agnes naar huis gestuurd. Ga op het terras zitten, chérie, dan breng ik je zo iets te drinken.’
Verrast en verbijsterd deed Julia wat hij zei. Ze had Xavier nog nooit zien koken. Hij kwam naar buiten met een fles champagne en schonk twee glazen in.
‘Op ons,’ zei hij.
‘Ja, op ons,’ antwoordde ze, en ze dronken.
Hij kwam naast haar zitten, pakte haar hand beet en kuste die. ‘Ik kon niet wachten tot je zus weg was, zodat we alleen konden zijn. Ik wil je vertellen dat ik begrijp hoe moeilijk het voor je is om te accepteren dat ik terug ben, en me mijn aandeel in Gabriels dood te vergeven. Maar ik zweer je dat ik het zal goedmaken als je me vertrouwt. Geloof je me?’
‘Ik geloof dat het is wat jij wilt, Xavier.’ Julia voelde zich schuldig omdat hij niets kon zeggen of doen om het verdoofde gevoel in haar binnenste weg te nemen. Maar ze moest het blijven proberen. Er was gewoon geen alternatief.
‘Ik wil je ergens mee naartoe nemen, Xavier.’
‘Waar je maar wilt, chérie, dat weet je,’ antwoordde hij gretig.
‘Ik wil dat je meegaat naar de plaats waar Gabriel is gestorven. Net de dag voordat jij weer opdook had ik twee jonge cipressen geplant: een voor jou en een voor hem. Ik wil dat je daar mee naar gaat kijken.’
Het bleef even stil voor zich uit kijken voor hij zei: ‘Natuurlijk, wat je maar wilt.’
‘Ik wil morgenvroeg gaan.’
‘Bien sur, chérie. Dan doen we dat.’
‘Dank je, Xavier.’
Voor het eerst sinds zijn terugkeer viel Julia die avond in slaap met haar hoofd op Xaviers schouder.
Zoals altijd wanneer ze samen thuis waren en geen verplichtingen hadden, was Julia de volgende morgen het eerst op. Xavier kwam zelden voor halfelf uit bed en Julia maakte daar dankbaar gebruik van om te oefenen.
Om elf uur strompelde Xavier eindelijk de keuken binnen. Julia was koffie aan het zetten.
‘Bonjour, mijn Julia.’ Xavier sloeg zijn armen om haar heen. ‘Mmm, die koffie ruikt lekker.’
Julia gaf hem een kop. ‘Waarom ga je niet even douchen? Ik wil zo snel mogelijk gaan.’
Xavier fronste. ‘Waarheen ook weer?’
‘Naar de plek waar Gabriel is gestorven, waar ik de boompjes heb geplant, weet je nog?’
‘Ja, ja, natuurlijk. Ik kom zo.’
Julia onderdrukte haar irritatie toen Xavier de kamer uit liep. Ze begreep zijn tegenzin. Het moest voor hem net zo moeilijk zijn als voor haar. Maar… ze wilde hem zien rouwen.
Twintig minuten later kwam Xavier, aangekleed, weer de keuken binnen.
‘Alors! Laten we gaan.’
Julia reed, zoals ze meestal gedaan had, en Xavier zat passief naast haar.
‘Morgen ga ik naar Parijs voor de laatste ronde interviews, dan is het voorbij,’ merkte hij op.
Julia zei niets. Ze weigerde te reageren.
‘En Olav zei gisteren dat de uitgever zal bellen om te proberen me over te halen een boek te schrijven. Ik heb het geloof ik nog nooit zo druk gehad als nu.’
Weer reageerde Julia niet.
Ze parkeerde de auto in de parkeerhaven langs de weg en liep zwijgend de heuvel af naar de plek waar ze de twee jonge cipressen had geplant. Julia had wat water meegebracht en goot dat over de boompjes heen.
Haar gedachten waren voor de helft bij Gabriel, voor de andere helft bij Xavier, die wat slecht op zijn gemak naast haar stond. Uiteindelijk pakte hij haar hand vast.
‘Wat je hebt gedaan is heel mooi. Het is een plek van vrede die voortkomt uit een tragedie. Vind je dat we het ene boompje, dat naar ik aanneem mij vertegenwoordigt, uit de grond moeten trekken?’
‘Misschien. Ik…’
Xaviers mobiele telefoon ging. Julia keek naar hem terwijl hij hem uit zijn broekzak haalde en naar het nummer keek.
‘Pardon, chérie, het is de uitgever uit Londen. Ik moet hem spreken.’
Julia keek Xavier na, die wegliep om het gesprek aan te nemen.
Ze keek naar de twee cipresjes, trok toen de grootste uit de grond en gooide hem zo ver mogelijk weg van de plek die de dood van haar geliefde zoontje markeerde. En van haar liefde voor Xavier.
De zomer duurde voort en Julia was zich sterk bewust van de ironie van het feit dat ze eindelijk de tijd had die ze altijd had gewild om met Xavier door te brengen, maar nu alleen maar verlangde naar de momenten waarop hij niet thuis was.
Ze vervielen in een routine: Julia oefende ’s ochtends voordat Xavier opstond en hij nam het ’s middags over terwijl Julia het huis ontvluchtte en naar het strand ging en zich probeerde te ontspannen. Hoe ze ook haar best deed, ze merkte vaak dat haar gedachten onwillekeurig naar Kit uitgingen, dat ze zich afvroeg waar hij was, wat hij aan het doen was en ze er hevig naar verlangde haar gekwelde hart bij hem uit te kunnen storten en naar zijn kalme, wijze adviezen te luisteren.
Op een avond tegen eind augustus trof Julia Xavier in de keuken toen ze thuiskwam. Hij was bezig een lijst te maken.
‘Ik vind dat we een feest moeten geven, chérie. Wat zeg jij daarvan?’
Julia trok haar wenkbrauwen op. ‘Wat voor feest?’
‘Om te vieren dat ik terug ben, om iedereen te laten zien hoe gelukkig we zijn. Ik ben een lijst aan het maken van alle mensen die ik wil uitnodigen.’
‘Als je dat wilt.’ Julia vond het hele idee grof en ongepast, maar ze was te moe om met hem te redetwisten. ‘Wanneer was je van plan het te geven?’
‘Zo snel mogelijk. Veel mensen verlaten de Rivièra binnenkort weer, dus aanstaande zaterdag lijkt me perfect.’
‘Zoals je wilt,’ antwoordde Julia. Ze pakte een glas, vulde het met water en ging naar haar werkkamer om haar e-mails te beantwoorden.
Het was al snel zaterdagavond en Agnes had geholpen alles voor te bereiden in de korte tijd die ze hadden. Xavier gedroeg zich als een opgetogen kleuter in de aanloop naar zijn verjaardag, paste drie verschillende shirts aan en vroeg Julia om haar goedkeuring.
Julia voelde een dergelijke opwinding niet toen ze zich omkleedde en haar mascara aanbracht. Xavier had meer dan honderd mensen uitgenodigd, van wie ze sommigen nauwelijks kende. Ze had Alicia haar twijfels over het feest toevertrouwd.
‘Maar Xavier doet wel zijn best, Julia,’ had Alicia geantwoord. ‘Jullie hebben allebei zo veel pijn geleden, waarom is het verkeerd van hem om feest te vieren? Toegegeven, het is niet helemaal een happy end, maar het is toch wel beter dan vorig jaar om deze tijd.’ Daarna bleef het heel even stil voor Alicia eraan toevoegde: ‘Sorry, lieverd, maar wanneer ben je van plan Xavier te vergeven dat hij is blijven leven toen Gabriel stierf?’
Dat was twee dagen geleden geweest en hoewel Julia het moeilijk had gevonden die woorden aan te horen, wist ze dat Alicia gelijk had. En ze nam zich voor dat ze vanavond – ook al wist ze dat haar hart voor altijd gesloten was voor Xavier – haar best zou doen samen met hem feest te vieren.
Ze wierp nog een laatste blik in de spiegel en ging naar beneden om een glas champagne met hem te drinken voor de gasten arriveerden.
‘Chérie, je ziet er vanavond erg mooi uit.’
Julia liet zich door hem omhelzen.
Hij nam twee glazen champagne aan van een kelner die al met zijn dienblad in de gang stond te wachten op de gasten.
‘Op ons,’ zei Xavier terwijl hij haar glas aanstootte, ‘en op een nieuw begin.’
Toen hij haar kuste, belden de eerste gasten aan en Xavier ging hen begroeten. Al snel waren het huis en de tuin vol mensen, van wie de meesten zich in de buurt van een jazztrio hadden verzameld dat in een hoek van het terras zat te spelen.
Julia deed haar uiterste best om de blije vrouw van de onlangs teruggekeerde echtgenoot te spelen. Xavier hield om middernacht een emotionele toespraak, waarin hij zijn lieftallige vrouw prees, en de liefde die ze deelden. Hij zei dat ze helemaal kapot waren van het verlies van hun dierbare zoontje, maar hij verzekerde iedereen dat er nog genoeg kinderen zouden komen.
Om een uur was het feest nog in volle gang en vloeide de champagne nog rijkelijk. Julia zag Madelaine, die destijds de noodlottige barbecue had gehouden, duidelijk aangeschoten naar haar toe komen.
‘Lieverd!’ Madelaine stak haar armen uit en drukte Julia tegen haar royale boezem. ‘Het is zo fantastisch jullie beiden herenigd te zien,’ sprak ze onduidelijk met haar Texaanse accent. ‘Het was een dag die ik nooit verwacht had te zullen meemaken.’
‘Ik heel zeker niet,’ zei Julia met een wrange glimlach.
‘En we voelden ons vreselijk schuldig. Ik bedoel, het was ons feest waar ze geweest waren voor het… ongeluk.’
‘Dat is niet nodig,’ zei Julia, niet op haar gemak. ‘Zoals je zei, het was een ongeluk.’
Madelaine week iets achteruit en staarde haar met glazige ogen aan. ‘Lieverd,ik bewonder je. Je bent zo vergevingsgezind!’
‘Vergevingsgezind, omdat het een ongeluk was?’ zei Julia, enigszins verbaasd.
‘Maar natuurlijk! We hadden allemaal nog tegen Xavier gezegd dat hij beter kon blijven slapen, maar natuurlijk wilde hij niet luisteren.’
‘Hoezo?’ wist Julia uit te brengen.
‘Omdat, lieverd, we allemaal wisten dat hij niet in staat was te rijden. Niet dat de rest van ons dat wel was,’ voegde ze er enigszins wankelend aan toe.
‘Bedoel je dat Xavier dronken was?’
‘Dat wist je toch zeker al? Hij vertelde ons toen hij een paar weken geleden kwam lunchen dat hij het je had uitgelegd. En dat jij het begreep en hem had vergeven.’
De blik in Julia’s ogen moest tot Madelaine zijn doorgedrongen, want ze sloeg haar hand voor haar mond. ‘Jeetje, ik hoop dat ik niets te veel heb gezegd. Ik bedoel, we drinken allemaal toch wel eens wat, niet dan? Kijk maar naar iedereen hier.’ Ze gebaarde naar de luidruchtige, dronken menigte. ‘Ik wed dat de meesten geen chauffeur hebben om ze thuis te brengen! Hoe dan ook, het had ieder van ons kunnen gebeuren. En ik zou de laatste zijn om de steen te werpen. Je bent herenigd met de man van wie je houdt,’ zei ze al te lief. ‘Kom gauw weer eens bij ons langs, wil je, lieverd?’
Het feest duurde voort terwijl Julia zo veel mogelijk spullen in de ene kleine tas pakte waarmee ze gekomen was. Xavier zat aan de piano de overgebleven gasten te vermaken met zijn virtuositeit.
Hij zou pas veel later opmerken dat ze weg was.
Ze liet haar tas bij de slaapkamerdeur staan, ze liep op haar tenen over de overloop en de kamer binnen die ze nog niet eerder had durven betreden. Zijn geur trof haar als een dreun en bracht tranen in haar ogen. Julia negeerde de vele herinneringen aan het leven van haar zoontje en liep naar zijn bedje.
Op het kussen lag Pomme, Gabriels dierbare teddybeer. Ze pakte Pomme op en drukte hem tegen zich aan. Daarna liep ze naar de kleine kleerkast en pakte ze een van Gabriels T-shirts.
Terwijl ze naar de deur liep, blies ze een laatste kus naar de herinnering van wat deze kamer was geweest. Daarna stopte ze haar twee schatten in haar tas, liep de trap af en het huis uit.