92
Mace kocht een treinkaartje naar Newark voor de volgende morgen. Vervolgens reed ze met Roy naar de kapitein om met hem te praten. Toen ze in het huis van bewaring waren, stond hun een onaangename verrassing te wachten. Mona Danforth en twee rechercheurs praatten in een kleine verhoorkamer met de kapitein. Mona had haar schrijfblok op tafel liggen en maakte snel aantekeningen.
Toen Roy hen door het draadglazen ruitje in de deur zag, schopte hij de deur bijna open.
‘Wat zijn jullie in godsnaam aan het doen?’ riep hij.
Mona en de rechercheurs keken op, terwijl de kapitein een hele Twinkie in zijn mond stopte.
‘Hallo, Roy,’ zei hij tussen twee kleverige happen door.
‘U hebt zojuist uw hele bewijsvoering verknoeid!’ zei Roy tegen Mona, die alleen maar zat te glimlachen.
‘En u bent?’ zei ze soepel.
‘Zijn advocaat, dame! Dat ben ik.’
Mona’s glimlach verflauwde. ‘De naam is Mona Danforth, niet ‘‘dame’’. Ik ben de procureur-generaal van Washington. Dus u dient enig respect te tonen.’
Mace kwam achter Roy aan naar binnen. ‘Interim procureur-generaal, Mona,’ merkte ze op. ‘Loop maar niet op de zaken vooruit.’
‘Wat doe jij hier nou weer?’ riep Mona uit.
‘Ze hoort bij mij. Dat betekent dat ze hier mag komen. Maar u niet. En zoals ik al zei: u hebt zojuist uw hele bewijsvoering verknoeid.’
‘O ja? En hoe heb ik dat precies gedaan, meneer...’
‘Kingman. Mijn cliënt is in staat van beschuldiging gesteld. Ik ben officieel zijn advocaat. Hij heeft rechten volgens het Zesde Amendement. U mag geen contact met hem hebben tenzij ik erbij aanwezig ben.’
‘Nou, dan loopt u een beetje achter, meneer Kingman.’
‘Pardon?’
‘Dat wás de wet. Maar nu niet meer. Het hooggerechtshof heeft dat vereiste opgeheven. Als de verdachte erom vraagt met de politie te praten, kan hij dat doen zonder dat zijn advocaat erbij aanwezig is. Alles wat hij zegt, mag voor zijn vervolging worden gebruikt, tenzij u kunt bewijzen dat er dwang is uitgeoefend. Ik kan u een exemplaar van die uitspraak toesturen, als u dat wilt, dan kunt u op de hoogte komen van het elementáíre strafrecht.’
‘En u wilt beweren dat hij erom vróég met u te praten?’
‘Waarom vráágt u het hem niet zelf?’ Mona keek de kapitein aan en gaf een klopje op zijn hand. ‘Toe maar, Lou, je mag met ze praten.’
‘Lou? Hij is mijn cliënt,’ riep Roy uit. ‘Niet de uwe!’
Mace zag dat de arme kapitein zijn blik strak op het verrukkelijke lichaam van de aanklaagster gericht hield. Mona droeg een kort rokje en haar blouse stond ver genoeg open om iets van haar boezem te laten zien.
‘Wees nou niet gemeen tegen schat, Roy,’ zei de kapitein. Hij gaf een kneepje in Mona’s hand voordat ze hem vlug wegtrok.
‘Ze is geen schat,’ legde Roy hem uit. ‘Zij is de dame die jou voor de rest van je leven in de gevangenis probeert te krijgen, Lou.’
‘Ze heeft Twinkies voor me meegebracht.’
‘Hij vroeg erom,’ zei Mona vlug. ‘En toen zei hij tegen mijn mensen dat hij met ons wilde praten.’
‘Is dat waar, kapitein?’ vroeg Mace hem.
‘Ik geloof van wel, ja. Die Twinkies zijn verdomd goed. Deze zijn niet muf, Roy, niet zoals die andere.’
Mona stond op. De twee rechercheurs gingen ook staan. Ze zei: ‘Nou, ik denk dat we voorlopig wel klaar zijn. U kunt nu een tijdje met hem alleen zijn.’
‘Ik heb daar recht op, dus doet u maar niet alsof u mij een dienst bewijst.’ Hij keek naar de vele notities die ze op haar schrijfblok had gemaakt. ‘En ik dien evengoed een verzoek in om alles wat hij u heeft verteld ongeldig te laten verklaren. En ik eis een volledig onderzoek naar deze zaak, want dit stinkt, uitspraak van het hooggerechtshof of niet.’
‘Ik ben nieuwsgierig naar één ding,’ zei Mona onverstoorbaar.
‘Waarnaar dan?’
‘Ik heb u in deze zaak als getuige op de lijst staan. Per slot van rekening hebt u het lijk gevonden en kunt u nog steeds worden beschouwd als iemand die van belang is voor de zaak. Hoe is het dan mogelijk dat u meneer Dockery in deze zaak vertegenwoordigt? Is dat geen grote tegenstrijdigheid?’
Roy keek alsof iemand zojuist met een hakbijl al zijn ingewanden eruit had gehaald.
Mona’s glimlach werd nog breder. ‘Ik kan aan je pokergezicht zien dat je daar nog niet echt over hebt nagedacht. Ik zal je wat vertellen, Róy. Ik doe afstand van alle bezwaren die ik op dit juridisch ethische punt zou kunnen maken, en als de rechter het goedvindt, mag jij meneer Dockery’s advocaat zijn.’
‘En waarom zou je dat doen?’ vroeg Roy behoedzaam.
‘O, je bedoelt: voor wat hoort wat? Nou, laten we het zo stellen. Ik heb er een hekel aan om verzoeken van verdedigers te bestrijden. En ik heb ook een hekel aan verzoeken om onderzoek. Ik denk dat we in deze zaak met een schone lei moeten beginnen.’ Ze keek hem afwachtend aan. Hij had nog nooit iemand zo neerbuigend en triomfantelijk zien kijken.
‘Met andere woorden: als ik de stunt vergeet die jij zojuist hebt uitgehaald, vind jij goed dat ik mijn cliënt vertegenwoordig?’
‘Ik heb geen stunt uitgehaald. Ik stond volkomen in mijn recht.’
‘Ik kan de rechtbank om toestemming vragen.’
‘Niet als ik daar bezwaar tegen maak.’
‘Even voor alle duidelijkheid. Als je beweert dat je niets verkeerds hebt gedaan, waarom geef je me dan toch de kans om mijn cliënt te vertegenwoordigen?’
‘Omdat ik wil dat je Lous advocaat blijft.’
‘Waarom?’
Mona boog zich naar voren en sprak zo zacht dat alleen Roy en Mace het konden horen. ‘Als jij wordt gediskwalificeerd, benoemen ze misschien een échte advocaat en dan wordt het voor mij veel moeilijker. Er zijn een heleboel hooggekwalificeerde pro-Deoadvocaten die staan te popelen om deze zaak over te nemen, en die weten allemaal wat ze doen. Waarom zou ik tegen een kampioen spelen als er ook een amateur beschikbaar is?’ Ze pakte haar aktetas op en stopte haar schrijfblok erin. ‘Ik zie je morgen op de rechtbank.’ Toen keek ze de kapitein aan. ‘O, Lou, voor ik het vergeet.’ Ze haalde nog een Twinkie uit haar jaszak en gooide hem naar de kapitein toe, alsof ze een hond een bot toewierp. Meteen daarop waren de rechercheurs en zij weg. De kapitein stak het nieuwe romige cakeje gretig in zijn mond.