11
Toen Mace het hoofdbureau uitkwam, stonden twee politieagenten, een oudere en een jongere, haar Ducati te bewonderen.
‘Mooi ding,’ zei een van de agenten toen Mace zich op het zadel liet zakken.
‘Ja, dat is het,’ zei ze.
‘Ducati?’ zei de ander met een blik op de naam.
‘Een Italiaanse straatmachine. Heb je er eenmaal op gereden, dan blijf je ervan dromen.’
De jongere agent keek naar haar magere, afgetrainde figuur en aantrekkelijke gezicht, en zijn mond vormde een grijns. ‘Mag ik een keer een ritje met je maken? Misschien kunnen we samen dromen.’
‘Ga aan je werk en verspil geen tijd aan praatjes met ex-gedetineerden!’ De opmerking kwam van zo’n harde blafstem dat de twee agenten en Mace ervan schrokken. Toen Mace zag bij wie de stem hoorde, ging haar hand automatisch naar de plaats waar ze vroeger haar pistool had gedragen.
De twee agenten dropen af en de vrouw kwam met grote passen naar haar toe.
Mona Danforth droeg haar gebruikelijke dure Armani-pakje. Een volle aktetas, groot genoeg om het lot van verscheidene slachtoffers van haar persoonlijke ambitie te bevatten, sloeg tegen haar welgevormde been. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, was Mona lang, beeldschoon en nog geen veertig. Met veel tegenzin moest Mace toegeven dat Mona’s blonde haar, zoals dat om haar zwanenhals golfde, de meeste mannen het hoofd op hol zou brengen. Haar benen waren haast even lang als Mace’ hele lichaam. Ze had rechten gestudeerd in Stanford, waar ze natuurlijk hoofdredacteur van het juristenblad was geweest. Ze was getrouwd met een vijfenzestigjarige multimiljonair die in New York woonde, en haar alle financiële middelen verstrekte die ze ooit nodig zou hebben en zich verder niet veel liet zien. Ze woonde in de buurt van Penn Quarter in een prachtig penthouse dat hij voor haar had gekocht, met rondom terrassen. En haar uiterlijk, geld en machtspositie waren niet eens de voornaamste redenen waarom Mace de pest aan haar had, al speelden ze wel een rol.
Mace wist dat de functie van procureur-generaal van Washington voor deze vrouw alleen maar een volgende sport op de carrièreladder was. Mace had gehoord dat Mona haar leven al helemaal in kaart had gebracht: een tijdje procureur-generaal van Washington, dan onderminister van Justitie, daarna een zetel in het hof van appel en ten slotte de hoofdprijs: een benoeming voor het leven bij het hooggerechtshof van de Verenigde Staten. Als ze niet bezig was zaken te winnen met alle middelen die het doel heiligden, waarbij ze de regels naar haar hand zette tot ze kromgetrokken waren, vulde ze haar zakken met alle politieke gunsten die ze nodig had om haar ambities tot werkelijkheid te maken.
Ze had al in het Witte Huis gedineerd, niet één keer, maar twee keer. Manlief had een grote bijdrage geleverd aan de verkiezingscampagne van de huidige president. Beth Perry, die met lef, hard werken en respect voor de regels de top van haar vak had bereikt, was nog niet één keer uitgenodigd. Dat zat haar jongere zus nog steeds dwars.
Mona bleef staan en keek Mace aan, die schrijlings op haar Ducati zat, haar helm bungelend aan haar hand.
‘Allemachtig,’ zei Mona. ‘Je ziet er belabberd uit. Ik dacht al dat je lang niet zo hard was als ze zeiden, en ik denk dat ik gelijk had. En dan te bedenken dat je maar twéé jaar in een kleutergevangenis hebt gezeten. Stel je voor wat een heks je zou zijn geworden als je de normale tijd in een strengbeveiligde inrichting had moeten zitten. Twee jaar voor wat jij hebt gedaan – dat was een aanfluiting. Je mag heel blij zijn dat je grote zus er was om je zweethandje vast te houden.’
Mace zette haar helm op en startte haar motor. Toen lichtte ze het vizier op om de vrouw recht in de ogen te kunnen kijken. ‘Hé, Mona, ik ben twee jaar weg geweest, en in al die tijd ben jij niks verder gekomen dan procureur-generaal ad interim ? Je moet het politieke neukwerk wat opvoeren, schatje, voordat je uiterlijk helemáál naar zijn moer is.’
Mace liet de koppeling opkomen en spoot weg. In haar spiegeltje zag ze dat mevrouw Interim haar nakeek. Dat was nogal dom geweest, moest Mace toegeven, maar eigenlijk had ze zich nog ingehouden. Het liefst zou ze een houtversnipperaar nemen, Mona erin stoppen en meteen aan het werk gaan.
Ze had nog heel wat tijd voordat ze naar de rijke Altman ging en wist precies hoe ze haar eerste dag in vrijheid zou doorbrengen. Ze zette de Ducati in een hoge versnelling.
Ze denderde langs de rivier. Meeuwen doken omlaag om glimmend afval uit de modderige Potomac te plukken alvorens hun vleugels schuin te houden en omhoog te zeilen. De monumenten baadden in de glans van de verwarmende zon. Toeristen liepen rond met een kaart in hun hand. Agenten van de Secret Service stonden voor 1600 Pennsylvania Avenue om over de veiligheid van de president te waken. Op Capitol Hill waren senatoren, afgevaardigden en legers van assistenten en welbespraakte lobbyisten druk in de weer om het land op een ingewikkelde manier naar de verdoemenis te helpen.
In veel opzichten was de stad ziek, corrupt, irritant, frustrerend en betuttelend. Toch kon Mace een glimlach niet onderdrukken toen de Ducati langs een historische tram reed met een lading mensen van buiten de stad die vol ontzag naar de schrijnen voor Jefferson en Lincoln en de grote witte obelisk voor George Washington keken.
Daarom was dit háár stad.
Mace Perry was terug.