72

‘Hé, Ned.’

Roy liep door de hal in de richting van de kantoorliften. Hij had die nacht slecht geslapen, want hij had voortdurend het idee gehad dat er moordenaars in huis waren. Hij had de bus naar zijn werk genomen en was van plan met de Marquis naar huis te rijden. Ned zat met een opgewonden gezicht achter zijn marmeren balie.

‘Roy, heb je gehoord van de brand die hier gisteravond is geweest?’

Roy deed zijn best om verrast te kijken. ‘Was er brand? Waar?’

‘Nou, eigenlijk was er geen brand. Iemand had alarm geslagen. Dat is een misdrijf!’

‘Ja, ik weet het. Wie zou dat hebben gedaan?’ zei hij met een onbewogen gezicht.

‘Die kerels van de brandweer waren woedend. Ze schijnen te hebben ontdekt dat het op de vierde verdieping is gebeurd. Ze zullen wel in de gegevens van de sleutelkaarten gaan kijken om te zien wie er gisteravond waren.’

Bij die woorden trok Roys achterste zich samen als de vuist van een bokser. Hij had zijn sleutelkaart gebruikt om met Mace het gebouw binnen te komen. Dat zou in de database te vinden zijn. Als er de vorige avond niemand anders in het gebouw was geweest, hoe praatte hij zich er dan uit? Welke straf stond er op vals brandalarm?

Het kan vandaag niet nog erger worden , dacht hij.

Daar vergiste hij zich in.

‘Roy?’

Hij kwam net de hal van de firma binnen en keek op. Chester Ackerman keek hem aan.

‘Ja, Chester?’

‘Wat is er met je gezicht gebeurd?’

Roy streek over zijn nog gezwollen oog en gekneusde wang. ‘Tegen een deur opgelopen.’

‘Ik moet je spreken. Nu meteen.’ Ackerman draaide zich om en liep weg.

Roy keek naar Jill, de jonge receptioniste, die de twee mannen aandachtig had gadegeslagen. ‘Enig idee wat er aan de hand is, Jill?’

‘Je zit in de problemen, Roy.’

‘Zo ver was ik zelf ook al. Enig idee waarom?’

‘Daar kom je gauw genoeg achter.’

Roy zette zijn tas in zijn eigen kamer neer en ging naar Ackerman toe. Hij deed de deur achter zich dicht en ging tegenover de man zitten.

‘Je ziet er minder gestrest uit, Chester,’ begon Roy vriendelijk.

‘Dat verbaast me,’ zei Ackerman meteen terug, ‘want ik heb het gevoel dat mijn hoofd op ploffen staat.’

Roy sloeg zijn benen over elkaar en deed zijn best om lichtelijk nieuwsgierig te kijken. ‘Nou, wat is er aan de hand?’ Alsjeblieft, God, laat het niet over dat verrekte brandalarm gaan.

‘Wat hoor ik nou voor onzin dat jij de man vertegenwoordigt die ze voor de moord op Diane hebben gearresteerd? Alsjeblieft, zeg dat het volslagen nonsens is.’

‘Wacht even. Ik kan het uitleggen...’

Ackerman stond op. Zo te zien wond hij zich nog meer op. ‘Dus het is waar?’

‘Ik heb met de man gepraat. Hij wil dat ik zijn advocaat word. Ik heb niet...’

‘Je ként Dianes moordenaar? Je kent die schoft persoonlijk?’

‘Wacht eens even. Het is niet bewezen dat hij Dianes moordenaar is, Chester.’

‘O, in godsnaam. Hij was die ochtend in het gebouw. Nee, hij had daar ingebróken. En ik heb begrepen dat de politie sporen heeft gevonden die hem met de moord in verband brengen.’

‘Wie heeft je dat verteld?’

‘Wat ik nu wil weten is hoe jij het je in je hoofd hebt gehaald dat je die man zou kunnen verdedigen?’

‘Nou, je weet wel, het principe dat iedereen onschuldig is tot zijn schuld is bewezen. Dat leren ze je tijdens je studie.’

‘Bespaar me dat gelul. En trouwens, je werkt voor deze firma. Wij doen geen strafzaken. Je kunt zo’n opdracht niet aannemen zonder toestemming van de firma, met name die van mij.’ Op snauwende toon voegde Ackerman eraan toe: ‘En je maakt geen schijn van kans dat je die toestemming krijgt.’

‘Ik heb de man maar één keer ontmoet. Ik heb hem verdedigd in de tijd dat ik nog pro-Deoadvocaat was. Hij was opgepakt voor mishandeling. Maar ik denk niet dat hij het heeft gedaan, Chester.’

‘Het kan me geen donder schelen wat je denkt. Jij vertegenwoordigt hem niet. Punt uit.’

Roy stond op. ‘Je toon staat me niet aan.’

‘Geloof me: als je zo doorgaat, zal mijn toon je nog veel minder aanstaan.’

‘Ik kan ontslag nemen.’

‘Ja, dat kun je doen. Maar waarom zou je? Deze goudmijn opgeven voor een moorddadige dakloze gek?’

Roy voelde dat zijn gezicht rood aanliep. ‘Hij is geen gek. Hij is een veteraan. Hij heeft voor dit land gevochten en gebloed. Een paar millimeter bij zijn wervelkolom vandaan zitten nog steeds Noord-Vietnamese granaatscherfjes.’

‘Ja, ja. En hij heeft Diane vermoord. Je moet kiezen.’

Roy draaide zich om naar de deur. ‘Ik laat het je weten.’

‘Kingman!’

‘Ik zéí dat ik het je laat weten.’

Roy gooide de deur achter zich dicht.

In het geheim
titlepage.xhtml
In_het_geheim_split_0.xhtml
In_het_geheim_split_1.xhtml
In_het_geheim_split_2.xhtml
In_het_geheim_split_3.xhtml
In_het_geheim_split_4.xhtml
In_het_geheim_split_5.xhtml
In_het_geheim_split_6.xhtml
In_het_geheim_split_7.xhtml
In_het_geheim_split_8.xhtml
In_het_geheim_split_9.xhtml
In_het_geheim_split_10.xhtml
In_het_geheim_split_11.xhtml
In_het_geheim_split_12.xhtml
In_het_geheim_split_13.xhtml
In_het_geheim_split_14.xhtml
In_het_geheim_split_15.xhtml
In_het_geheim_split_16.xhtml
In_het_geheim_split_17.xhtml
In_het_geheim_split_18.xhtml
In_het_geheim_split_19.xhtml
In_het_geheim_split_20.xhtml
In_het_geheim_split_21.xhtml
In_het_geheim_split_22.xhtml
In_het_geheim_split_23.xhtml
In_het_geheim_split_24.xhtml
In_het_geheim_split_25.xhtml
In_het_geheim_split_26.xhtml
In_het_geheim_split_27.xhtml
In_het_geheim_split_28.xhtml
In_het_geheim_split_29.xhtml
In_het_geheim_split_30.xhtml
In_het_geheim_split_31.xhtml
In_het_geheim_split_32.xhtml
In_het_geheim_split_33.xhtml
In_het_geheim_split_34.xhtml
In_het_geheim_split_35.xhtml
In_het_geheim_split_36.xhtml
In_het_geheim_split_37.xhtml
In_het_geheim_split_38.xhtml
In_het_geheim_split_39.xhtml
In_het_geheim_split_40.xhtml
In_het_geheim_split_41.xhtml
In_het_geheim_split_42.xhtml
In_het_geheim_split_43.xhtml
In_het_geheim_split_44.xhtml
In_het_geheim_split_45.xhtml
In_het_geheim_split_46.xhtml
In_het_geheim_split_47.xhtml
In_het_geheim_split_48.xhtml
In_het_geheim_split_49.xhtml
In_het_geheim_split_50.xhtml
In_het_geheim_split_51.xhtml
In_het_geheim_split_52.xhtml
In_het_geheim_split_53.xhtml
In_het_geheim_split_54.xhtml
In_het_geheim_split_55.xhtml
In_het_geheim_split_56.xhtml
In_het_geheim_split_57.xhtml
In_het_geheim_split_58.xhtml
In_het_geheim_split_59.xhtml
In_het_geheim_split_60.xhtml
In_het_geheim_split_61.xhtml
In_het_geheim_split_62.xhtml
In_het_geheim_split_63.xhtml
In_het_geheim_split_64.xhtml
In_het_geheim_split_65.xhtml
In_het_geheim_split_66.xhtml
In_het_geheim_split_67.xhtml
In_het_geheim_split_68.xhtml
In_het_geheim_split_69.xhtml
In_het_geheim_split_70.xhtml
In_het_geheim_split_71.xhtml
In_het_geheim_split_72.xhtml
In_het_geheim_split_73.xhtml
In_het_geheim_split_74.xhtml
In_het_geheim_split_75.xhtml
In_het_geheim_split_76.xhtml
In_het_geheim_split_77.xhtml
In_het_geheim_split_78.xhtml
In_het_geheim_split_79.xhtml
In_het_geheim_split_80.xhtml
In_het_geheim_split_81.xhtml
In_het_geheim_split_82.xhtml
In_het_geheim_split_83.xhtml
In_het_geheim_split_84.xhtml
In_het_geheim_split_85.xhtml
In_het_geheim_split_86.xhtml
In_het_geheim_split_87.xhtml
In_het_geheim_split_88.xhtml
In_het_geheim_split_89.xhtml
In_het_geheim_split_90.xhtml
In_het_geheim_split_91.xhtml
In_het_geheim_split_92.xhtml
In_het_geheim_split_93.xhtml
In_het_geheim_split_94.xhtml
In_het_geheim_split_95.xhtml
In_het_geheim_split_96.xhtml
In_het_geheim_split_97.xhtml
In_het_geheim_split_98.xhtml
In_het_geheim_split_99.xhtml
In_het_geheim_split_100.xhtml
In_het_geheim_split_101.xhtml
In_het_geheim_split_102.xhtml
In_het_geheim_split_103.xhtml
In_het_geheim_split_104.xhtml
In_het_geheim_split_105.xhtml
In_het_geheim_split_106.xhtml
In_het_geheim_split_107.xhtml
In_het_geheim_split_108.xhtml
In_het_geheim_split_109.xhtml
In_het_geheim_split_110.xhtml
In_het_geheim_split_111.xhtml
In_het_geheim_split_112.xhtml
In_het_geheim_split_113.xhtml
In_het_geheim_split_114.xhtml
In_het_geheim_split_115.xhtml
In_het_geheim_split_116.xhtml
In_het_geheim_split_117.xhtml
In_het_geheim_split_118.xhtml
In_het_geheim_split_119.xhtml