9

Roy Kingman had eenendertig keer achtereen het balletje door de basketbalring op zijn deur gegooid. Binnen enkele minuten nadat hij 911 had gebeld was de politie over het kantoor uitgezwermd. Roy kon nog steeds niet bevatten dat hij koffie wilde gaan zetten, de koelkast openmaakte en Diane Tollivers dode lichaam tegen zich aan kreeg voordat het op de vloer viel. Er waren hem heel veel vragen gesteld door heel veel mensen, sommigen in uniform, sommigen niet. Toen de andere advocaten op hun werk kwamen, verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje. Nogal wat medewerkers en ook een paar compagnons waren naar hem toe gekomen om hem bemoedigend toe te spreken en blijk te geven van hun medeleven, verbazing en angst. Eén collega-advocaat had zelfs de indruk gewekt hem persoonlijk te verdenken.

De politie wilde hem niets vertellen. Hij wist dus niet hoe lang Diane al dood was. Hij wist niet waardoor de vrouw om het leven was gekomen. Hij had geen bloed of wonden gezien. Hoewel hij in de tijd dat hij pro-Deoadvocaat was mensen had verdedigd die van moord werden beschuldigd en zijn portie sectiefoto’s had gezien, was hij niet bepaald een expert op het gebied van gewelddadige sterfgevallen.

Hij keek naar zijn bureau dat vol lag met werk en wendde toen zijn ogen af. Niet vandaag. De cliënten konden wachten. Hij was niet echt een vertrouweling van Diane Tolliver geweest, maar hij had nauw met haar samengewerkt en mocht haar graag. Ze had hem veel geleerd. En iemand had haar vermoord en naast een bakje oude aardappelsalade in een koelkast gelegd.

Hij nam het rubberen balletje in zijn hand, hield zijn arm naar achteren en maakte met een soepele beweging zijn tweeëndertigste worp. Het balletje beschreef een volmaakte boog en ging precies op de ring af. Alleen ging de deur open en trof het balletje Beth Perry op haar hoofd. Ze bukte zich om het op te rapen en gooide het naar hem terug terwijl hij van zijn stoel opstond. Zijn mond hing open en hij keek met grote ogen naar de vier sterren. Niet dat hij die nodig had om te weten wie ze was. De korpscommandant was vaak genoeg in het nieuws.

Mensen liepen achter haar aan naar binnen. De laatste sloot de deur. Die laatste was Mace, die haar best deed om in de menigte op te gaan. Beth stelde zichzelf en de anderen voor. Ze had al gepraat met de politieagenten die als eersten ter plaatse waren geweest, en ze had naar het lijk gekeken. Afgezien van Roy waren er geen getuigen, tenminste niet voor zover ze tot dan toe hadden ontdekt. De ziekenbroeders hadden geconstateerd dat Tolliver dood was, en de patholoog-anatoom was onderweg om haar officieel dood te verklaren.

Terwijl twee rechercheurs notities maakten, praatte de korpscommandant de gebeurtenissen van die ochtend met Roy door en vroeg ze hem wat hij over de dode vrouw wist. Haar vragen waren zakelijk en systematisch. Dat was geen toeval; ze had twee jaar op Moordzaken gewerkt.

Ten slotte zei Roy: ‘Doet u altijd de ondervragingen, mevrouw? Ik dacht dat u, eh, wel andere muggen dood te meppen had.’ Hij voegde er vlug aan toe: ‘Ik bedoelde dat met alle respect.’

Achter in de kamer glimlachte Mace om zijn opmerking. Beth glimlachte ook.

‘Ik houd de touwtjes graag zelf in handen,’ zei Beth. ‘Dus u bent pro-Deoadvocaat geweest?’

‘Dat klopt.’

‘Dat beviel u niet?’

‘Dit bevalt me beter.’

‘Dus u weet geen reden waarom iemand Diane Tolliver kwaad zou willen doen?’

‘Ik zou niets kunnen bedenken. Ze was niet getrouwd. Ze ging wel met mannen om, maar het was nooit serieus, tenminste niet voor zover ze mij vertelde.’

‘Zou ze met u over dat soort dingen praten?’

‘Waarschijnlijk niet,’ gaf hij toe.

‘Was u een van de mannen met wie ze niet-serieus omging?’

‘Nee. Zo was het niet tussen ons. Ze was veel ouder dan ik.’

‘Zevenenveertig.’

‘Ja. En ik word binnenkort dertig.’

‘Oké. Gaat u verder.’

‘Haar cliënten waren vooral grote ondernemingen, de meeste in het buitenland. Ze reisde veel. Ikzelf trouwens ook. Ze heeft het nooit over problemen gehad.’

‘Als u zegt dat u reisde, bedoelt u dan samen met haar?’

‘Soms wel, ja.’

‘Waarheen bijvoorbeeld?’

‘We hebben een kantoor in Londen en ook een in Dubai.’

‘Een kantoor in Dubai?’

‘Er worden daar veel projecten ontwikkeld, dus er gaat veel geld om. En ze hebben advocaten nodig.’

‘Werkte ze meestal laat door?’

‘Nu en dan. Ik soms ook.’

‘Hebt u ooit samen laat doorgewerkt?’

‘Een paar keer.’

‘U was de eerste die hier vanmorgen aankwam? Om ongeveer halfacht?’

‘Ja. Ik heb tenminste niemand anders gezien.’

‘Heeft dit kantoor een beveiligingssysteem?’

‘Ja. We hebben allemaal een sleutelkaart. Daarop kunt u precies zien wanneer zij is binnengekomen.’

‘En ook precies wanneer ú bent binnengekomen,’ zei een stem.

Iedereen draaide zich om naar Mace, die al geschrokken keek voordat ze haar zin had afgemaakt. Haar zus fronste haar wenkbrauwen en wendde zich weer tot Roy, die strak naar Mace bleef kijken. Hij kneep in het rubberen balletje, dat hij nog in zijn hand had.

‘Maar u hebt de sleutelkaart niet nodig om het kantoor na werktijd te verláten?’ vroeg Beth.

‘Nee. Dan druk je op een knop naast de deur.’

‘En tijdens kantooruren staat het beveiligingssysteem natuurlijk uit?’

‘Dat klopt,’ zei hij.

‘Voor de lift naar de garage is ook geen sleutelkaart nodig?’

‘Nee, maar je moet er wel een hebben om in de garage te komen.’

‘Als je met de auto bent.’

‘Ja, dat is een hiaat in de beveiliging. Dat weet ik.’

‘Een groot hiaat,’ zei ze, en ze keek Roy aandachtig aan.

Hij schoof onbehaaglijk op zijn stoel. ‘Hé, ben ik een verdachte?’

‘We verzamelen alleen informatie.’

Hij kreeg een kleur. ‘Ik heb 911 gebeld. Ik heb dat lijk in mijn armen opgevangen. Ik wilde alleen maar koffie gaan zetten. En ik had geen reden om haar te vermoorden.’

‘Nu loopt u op de zaken vooruit, meneer Kingman. Rustig maar.’

Roy haalde diep adem. ‘Oké. Wilt u nog iets anders van me weten?’

‘Nee, maar mijn rechercheurs hebben vast nog wel meer vragen. U bent niet van plan binnenkort naar Dubai te gaan, hoop ik?’ Ze glimlachte niet toen ze dat vroeg.

‘Nee, ik geloof van niet.’

Beth stond op. ‘Geweldig. Laten we dat zo houden. We houden contact.’

Ze liepen achter elkaar de kamer uit. Toen de anderen door de gang verdwenen, bleef Mace staan.

Hij keek haar aan. ‘Kan ik iets voor u doen?’

‘Ik weet het niet. Hebt u haar vermoord?’

Roy stond op en torende boven haar uit. ‘Bent u rechercheur?’

‘Nee, ik ga gewoon voor de lol mee.’

‘U vindt moord grappig? Hebt u een zieke geest?’

‘Nou, zo kunt u het misschien wel stellen.’

‘Ik heb werk te doen.’ Hij keek naar de deur.

In plaats van weg te gaan pakte Mace het balletje uit zijn hand. Met één beweging draaide ze zich om en gooide ze het naar de ring. Het raakte alleen het net.

‘Goeie techniek,’ zei hij.

‘Schoolbasketbal. Het meisjesteam. In het laatste jaar zijn we kampioen van de staat geworden.’

Hij keek nog eens goed naar haar. ‘Laat me raden. U was de point-guard die op het hele veld te vinden was, die kon scoren en ook verdomd goed kon verdedigen en daarbij niet terugdeinsde voor een grove overtreding om het andere team op zijn bek te laten gaan.’

‘Ik ben onder de indruk.’

‘Ik niet.’

‘Wat?’

‘U hebt me zonet in zoveel woorden van moord beschuldigd. Maak verdomme dat u wegkomt.’

‘Oké, ik ga al.’

‘Dat is het beste nieuws wat ik de hele dag heb gehoord.’

In het geheim
titlepage.xhtml
In_het_geheim_split_0.xhtml
In_het_geheim_split_1.xhtml
In_het_geheim_split_2.xhtml
In_het_geheim_split_3.xhtml
In_het_geheim_split_4.xhtml
In_het_geheim_split_5.xhtml
In_het_geheim_split_6.xhtml
In_het_geheim_split_7.xhtml
In_het_geheim_split_8.xhtml
In_het_geheim_split_9.xhtml
In_het_geheim_split_10.xhtml
In_het_geheim_split_11.xhtml
In_het_geheim_split_12.xhtml
In_het_geheim_split_13.xhtml
In_het_geheim_split_14.xhtml
In_het_geheim_split_15.xhtml
In_het_geheim_split_16.xhtml
In_het_geheim_split_17.xhtml
In_het_geheim_split_18.xhtml
In_het_geheim_split_19.xhtml
In_het_geheim_split_20.xhtml
In_het_geheim_split_21.xhtml
In_het_geheim_split_22.xhtml
In_het_geheim_split_23.xhtml
In_het_geheim_split_24.xhtml
In_het_geheim_split_25.xhtml
In_het_geheim_split_26.xhtml
In_het_geheim_split_27.xhtml
In_het_geheim_split_28.xhtml
In_het_geheim_split_29.xhtml
In_het_geheim_split_30.xhtml
In_het_geheim_split_31.xhtml
In_het_geheim_split_32.xhtml
In_het_geheim_split_33.xhtml
In_het_geheim_split_34.xhtml
In_het_geheim_split_35.xhtml
In_het_geheim_split_36.xhtml
In_het_geheim_split_37.xhtml
In_het_geheim_split_38.xhtml
In_het_geheim_split_39.xhtml
In_het_geheim_split_40.xhtml
In_het_geheim_split_41.xhtml
In_het_geheim_split_42.xhtml
In_het_geheim_split_43.xhtml
In_het_geheim_split_44.xhtml
In_het_geheim_split_45.xhtml
In_het_geheim_split_46.xhtml
In_het_geheim_split_47.xhtml
In_het_geheim_split_48.xhtml
In_het_geheim_split_49.xhtml
In_het_geheim_split_50.xhtml
In_het_geheim_split_51.xhtml
In_het_geheim_split_52.xhtml
In_het_geheim_split_53.xhtml
In_het_geheim_split_54.xhtml
In_het_geheim_split_55.xhtml
In_het_geheim_split_56.xhtml
In_het_geheim_split_57.xhtml
In_het_geheim_split_58.xhtml
In_het_geheim_split_59.xhtml
In_het_geheim_split_60.xhtml
In_het_geheim_split_61.xhtml
In_het_geheim_split_62.xhtml
In_het_geheim_split_63.xhtml
In_het_geheim_split_64.xhtml
In_het_geheim_split_65.xhtml
In_het_geheim_split_66.xhtml
In_het_geheim_split_67.xhtml
In_het_geheim_split_68.xhtml
In_het_geheim_split_69.xhtml
In_het_geheim_split_70.xhtml
In_het_geheim_split_71.xhtml
In_het_geheim_split_72.xhtml
In_het_geheim_split_73.xhtml
In_het_geheim_split_74.xhtml
In_het_geheim_split_75.xhtml
In_het_geheim_split_76.xhtml
In_het_geheim_split_77.xhtml
In_het_geheim_split_78.xhtml
In_het_geheim_split_79.xhtml
In_het_geheim_split_80.xhtml
In_het_geheim_split_81.xhtml
In_het_geheim_split_82.xhtml
In_het_geheim_split_83.xhtml
In_het_geheim_split_84.xhtml
In_het_geheim_split_85.xhtml
In_het_geheim_split_86.xhtml
In_het_geheim_split_87.xhtml
In_het_geheim_split_88.xhtml
In_het_geheim_split_89.xhtml
In_het_geheim_split_90.xhtml
In_het_geheim_split_91.xhtml
In_het_geheim_split_92.xhtml
In_het_geheim_split_93.xhtml
In_het_geheim_split_94.xhtml
In_het_geheim_split_95.xhtml
In_het_geheim_split_96.xhtml
In_het_geheim_split_97.xhtml
In_het_geheim_split_98.xhtml
In_het_geheim_split_99.xhtml
In_het_geheim_split_100.xhtml
In_het_geheim_split_101.xhtml
In_het_geheim_split_102.xhtml
In_het_geheim_split_103.xhtml
In_het_geheim_split_104.xhtml
In_het_geheim_split_105.xhtml
In_het_geheim_split_106.xhtml
In_het_geheim_split_107.xhtml
In_het_geheim_split_108.xhtml
In_het_geheim_split_109.xhtml
In_het_geheim_split_110.xhtml
In_het_geheim_split_111.xhtml
In_het_geheim_split_112.xhtml
In_het_geheim_split_113.xhtml
In_het_geheim_split_114.xhtml
In_het_geheim_split_115.xhtml
In_het_geheim_split_116.xhtml
In_het_geheim_split_117.xhtml
In_het_geheim_split_118.xhtml
In_het_geheim_split_119.xhtml