46
‘Waar zijn jouw auto en mijn motor?’ vroeg Mace. Roy en zij stonden voor het wijkbureau, terwijl de zon boven hen opsteeg.
‘Door de politie in beslag genomen,’ zei hij, en hij strekte zijn armen boven zijn hoofd.
‘Meen je dat nou?’
‘Dat zeiden ze binnen tegen me.’
Mace kreunde. ‘Geweldig. Waarschijnlijk is mijn Ducati al voor de onderdelen uit elkaar gehaald en over het hele noordoosten van het land verspreid.’
‘Ik denk dat je zus daar wel een stokje voor steekt. Mijn Audi daarentegen zag er niet zo goed meer uit. Zullen we een taxi nemen?’
Na enkele minuten zagen ze kans een oeroude taxi aan te houden. De chauffeur leek het vreemd te vinden dat ze hem aanhielden.
‘Wat is er met hem?’ vroeg Roy.
‘We zien er niet uit alsof we hier thuishoren, Roy.’
‘Hoezo, omdat we blank zijn?’
‘Nee, omdat we niet onder bedreiging van een pistool al zijn geld opeisen.’
Toen de taxi wegreed, keek ze Roy aan. ‘Nou, hoe kwam het dat je daar vannacht ineens was? Was je me gevolgd?’
‘Dat niet precies, nee.’
‘Hoe bedoel je, niet precies?’
‘Ik stond op je te wachten op de plek waar die auto achter je aan kwam.’
‘Ik geloof dat dit de verkeerde kant op gaat.’
‘Hé, ik speel niet onder een hoedje met die kerels in die zwarte auto.’
‘O, goed dat je dat uit de wereld helpt. Ik neem aan dat onze wegen zich hier scheiden?’ Ze tikte op de schouder van de chauffeur. ‘Hé, kunt u me er hier...’
‘Mace, laat me nou uitpraten! Ze hebben gisteravond bijna mijn kop van mijn romp geknald.’
Ze keek hem weer aan. ‘Goed. Ik luister.’
‘Je zei dat je naar de stad ging. Ik wist wat dat betekende, tenminste, dat dacht ik. Je ging terug naar de plaats waar je bent ontvoerd.’
‘Maar hoe wist je dan waar dat was?’
‘Ik heb je gegoogeld op mijn iPhone.’
‘Wat?’
‘Ik heb de krantenberichten gegoogeld. In twee daarvan stond vermeld waar het gebeurd is. Ik ging daarheen en heb gewacht. Ik dacht dat je op een gegeven moment wel zou komen opdagen. Dat gebeurde ook. Toen kwam die auto op je af, en toen... eh, toen...’
‘Toen kwam je me te hulp?’
‘Een beetje beter dan bij de kapitein, denk ik.’
‘Dus je hebt Scheermes niet gezien?’
‘Wie?’
‘Laat maar. Waarom deed je het? Ik bedoel, het was nogal stom om daar op dat uur van de nacht in die dure Audi van je naartoe te gaan.’
‘Net zo stom als een meid op een Ducati?’
‘Dat is iets anders.’
‘Hoe het ook zij, ze zullen wel hebben gedacht dat ik daar kwam voor drugs of een hoer.’
Ze sloeg haar armen over elkaar. De argwanende blik verdween uit haar ogen. ‘Als jij er niet was geweest, zou ik nu in het lijkenhuis liggen. Bedankt. Ik sta bij je in het krijt.’
‘Door mijn grote mond zijn we ook gearresteerd.’
‘Ik vluchtte zelf naar die politiehangplek. Jij reed alleen maar achter me aan.’
‘Denk je dat iemand uit je verleden op je heeft geschoten?’
‘Er zijn niet veel straatbendes die met geluiddempers werken en in Town Cars rijden. Bij hen is het meestal een kwestie van twee kogels snel achter elkaar in het hoofd pompen en dan hard ervandoor.’
‘Wat doen we nu?’
‘Ik haal mijn motor op. Hopelijk is hij nog intact. Jij krijgt je Audi terug, en hopelijk zijn de stukken weer aan elkaar te zetten.’
‘En de sleutel van die postbus bij A-1? Wil je dat ik dat ga uitzoeken?’
‘Nee, dat doe ik.’
‘Als we het nu eens samen deden?’
‘Mensen letten op ons, weet je. Waarschijnlijk is het niet goed als ze ons samen zien.’
‘Hé, ik ben de afgelopen twee dagen meer bij jou geweest dan bij welke vriendin ook die ik ooit heb gehad.’
‘O ja? Geen wonder dat het nooit iets is geworden met die vriendinnen.’
De taxi zette hen bij het terrein af waar de politie in beslag genomen auto’s stalde. Beth had geregeld dat ze niets hoefden te betalen. De Ducati van Mace stond naast het kantoortje. Er zat een dikke, in plastic verpakte ketting om de voorvork, en het andere eind van de motor was met een hangslot aan een drie meter hoge stalen paal verbonden. De motor verkeerde in maagdelijke staat. Het leek zelfs of iemand hem had gewassen.
‘Zoals ik al dacht, waakt je zus over je,’ zei Roy.
Mace keek ergens naar. ‘Maar om jou maakt ze zich blijkbaar niet zo druk.’ Ze wees naar voren.
Roys Audi stond aan de andere kant van het terrein, dicht bij de omheining aan de achterkant. De hele linkerkant was ingedeukt door de botsing met de Town Car en de zware vuilnisbakken. Toch had iemand in de loop van de nacht blijkbaar kans gezien nog meer schade aan te richten. Alle wielen waren weg, evenals de deur aan de passagierskant. Iemand had ook de hele carrosserie van de auto verscheidene keren onder handen genomen en het cabrioletdak kapotgesneden. Toen ze erheen liepen en naar binnen keken, zagen ze dat het stuur, de versnellingspook, de cd-speler en het ingebouwde navigatiesysteem ontbraken. De zittingen waren opengesneden en het schuim was eruit getrokken. Iemand had antivries of zoiets op de vloer laten vallen, en daar had het zich vermengd met glasscherven en twee gebruikte condooms. De kofferbak was opengewrikt en de reserveband weggehaald. Al Roys dure basketbalspullen waren ook verdwenen.
‘Ik vind het heel erg van je auto,’ zei ze.
Hij zuchtte. ‘Ach, daarvoor heb je een verzekering. Heb je honger?’
‘Razende honger.’
Hij keek op zijn horloge. ‘Ik weet een goede tent. De omelet is er goed, de koffie heet.’
‘Je hebt zeker een lift nodig?’
‘Daar ziet het wel naar uit, maar ik heb geen helm en ik wil niet nog een keer worden opgepakt. Eén keer per week is mijn maximum.’
‘Geen probleem.’
Mace liep naar het kantoortje terug en kwam even later met een motorhelm naar buiten. Een politiehelm.
‘Hoe heb je dat geregeld?’ vroeg hij.
‘Dat wil je niet weten.’
Ze stak haar hand in een ritsvakje dat ze jaren geleden onder de zitting van de Ducati had laten maken en haalde haar pepperspraytelefoon en stroomstootbeugels tevoorschijn.
‘Ik wilde niet dat de politie die dingen op me vond.’ Ze stopte ze in de zak van haar jasje. ‘Ik heb ze daar weggestopt toen we voor die schurken op de vlucht waren.’
‘Slim van je,’ zei Roy. ‘Want ik heb het gevoel dat je die dingen nog eens nodig zult hebben.’