56
De mensen bij de sociale dienst die met Abe Altman samenwerkten, waren uiterst behulpzaam en spraken vol lof over de rijke hoogleraar.
‘Hij is een man met visie,’ zei het afdelingshoofd, Carmela, een jonge latina met sluik donker haar. Ze droeg een plooirok, een blouse en platte schoenen. ‘Hij behaalt resultaten.’
‘Nou, ik hoop dat ik ze ook behaal,’ zei Mace.
Ze zaten in de kamer van de vrouw, een vertrek van drie bij drie meter, met in het raam een roestige airco die het niet deed. Er zaten vochtvlekken op het plafond en de muren. Het meubilair zag eruit alsof het van de vuilstort was gered en de lompe computer op haar bureau was minstens tien jaar oud. Toen deze kamer moest worden ingericht, was de portemonnee van de gemeente blijkbaar niet ver opengegaan.
‘Meneer Altman zei dat je vroeger bij de politie was,’ zei ze.
‘Dat moet je me niet aanrekenen.’
‘Dat doe ik ook niet. Mijn oudere broer rijdt patrouilles in district 7.’
‘Dan heeft hij zijn handen vol.’
‘Je kent die buurt?’
‘Het was vroeger mijn eigen territorium.’ Mace keek naar de stapel papieren in haar hand. ‘Dus dit zijn alle namen?’
‘Ja. We hebben contact gelegd en als je ons zegt wanneer je met ze wilt praten, verwachten ze je. Toen je belde om te zeggen dat je op weg was, heb ik contact opgenomen met Alisha Rogers, de eerste op de lijst. Ze verwacht je binnen een halfuur.’ Ze keek Roy even aan. ‘Jij lijkt me een advocaat.’
‘Meneer Kingman assisteert me bij dit project.’
De vrouw keek hem onderzoekend aan. ‘Ooit in dat deel van de stad geweest?’
‘Ik was vannacht nog in district 6, als dat telt.’
Ze keek verrast. ‘Waarvoor?’
‘Op zoek naar een beetje opwinding. En die heb ik gevonden.’
‘Ongetwijfeld. Nou, de wijken waar u heen zult gaan, zijn niet de beste.’
‘Dat is ook de reden dat we erheen gaan,’ merkte Mace op. ‘We redden ons wel.’
‘Hoe erg is het daar?’ wilde Roy weten.
‘Zelfs mijn broer gaat niet graag naar adressen in sommige wijken op uw lijst, tenzij hij een paar wagens als ondersteuning heeft.’
Roy keek Mace zorgelijk aan. ‘O ja?’
‘Dank je, Carmela,’ zei Mace, en ze trok aan Roys arm. ‘We houden contact.’
Eenmaal buiten stapten ze weer in de gedeukte Honda. Mace zei: ‘Oké, Alisha Rogers, we komen eraan.’
Roy had de map. Hij zei: ‘Ze is pas zestien en heeft al een kind van drie.’
‘Doe niet zo verbaasd. We hebben de wereld van Lassie allang achter ons gelaten.’
Hij gaf haar het adres van Alisha Rogers. ‘Weet je waar dat is?’
‘Ja. Midden in Cheerio Alley. Van welke Cheerio’s hou je het meest, Roy?’
‘Die zonder OxyContin. Is het de bedoeling dat we naar plaatsen gaan waar de politie niet wil komen? En dat we daar dan redelijk gezond weer uitkomen?’
‘Daar kom je een beetje laat mee, hè?’
‘Doe me een lol.’
‘We gaan mensen helpen. We gaan ze geen kwaad doen. Dat scheelt.’
‘Echt? Is al het gevaar geweken als we gewoon tegen ze zeggen dat we ze komen helpen? Dit is geen Disney-film.’
‘Ik wist niet dat je zo cynisch was.’
‘Ik ben niet cynisch. Ik wil alleen vanavond levend naar huis.’
Mace’ glimlach verflauwde. ‘Dat is geen slecht doel.’