106

Mace sprong zo ongeveer uit de trein toen die eindelijk op Union Station tot stilstand kwam. Wat een korte trip had moeten zijn, had een hele dag in beslag genomen. Buiten was het al donker. Ze zou wachten tot ze buiten was en dan Roy bellen. Hopelijk had hij iets ontdekt bij de firma die de overboekingen verzorgde.

Ze werd zo door haar gedachten in beslag genomen dat ze de man niet zag opkijken toen ze in het station langs hem liep, op weg naar de taxistandplaats. Ze zag niet dat hij zijn mobiele telefoon tevoorschijn haalde en een kort gesprek voerde. Ze zag niet dat hij achter haar aan liep. Ze merkte hem pas op toen hij een pistool tegen het onderste van haar rug duwde.

‘Hou je mond of je bent dood.’

Ze wilde achteromkijken, maar hij drukte nog harder met het pistool. ‘Recht naar voren kijken.’

‘Het wemelt hier van de politie,’ zei ze. ‘Als ik nu eens ga schreeuwen?’

‘Zie je die kinderen daar?’

Mace keek naar links, waar een groep kinderen in schooluniform met twee oudere vrouwen stond.

‘Ik zie ze.’

‘En zie je de man vlak achter hen?’

Mace zag de man. Groot en dreigend. ‘Ja.’

‘Nou, hij heeft een granaat in zijn zak. Als je moeilijk doet, trekt hij aan de pen, gooit hem in die afvalbak daar en loopt weg. En dan gaan die kinderen van boem.’

‘Waarom doe je dit?’

‘Hou je bek en loop door!’

Hij duwde haar de roltrap op, naar de parkeergarage, en toen naar een verre hoek daarvan, waar niemand anders was en waar maar één auto geparkeerd stond, een zwarte Escalade. Daar stapten vier mannen uit.

Mace kromp ineen toen ze hem zag.

Deze keer glimlachte Psycho niet. Hij had geen fonkeling in zijn ogen en er ging niets luchtigs van zijn houding uit. Het was hem menens.

‘Je bent dood, kreng,’ zei hij grimmig.

‘Ik dacht dat we een afspraak hadden,’ zei Mace. ‘Je zou ons laten gaan.’

Dat leverde haar alleen een klap met de rug van Psycho’s hand op, waardoor ze op haar achterste neerplofte. Ze bleef zitten om het bloed van haar wang te vegen, maar toen trok een van de jongens haar overeind, waarna Psycho haar weer met een uppercut in haar maagstreek tegen de grond sloeg.

Mace was hard, maar nog één zo’n stoot en ze zou niet veel meer doen dan in een verpleegtehuis liggen en in een bekertje kwijlen. Ze draaide zich op haar zij en gaf over, voordat ze weer overeind werd gerukt. Ze bleef wankelend staan.

Terwijl het bloed uit haar neus en tussen haar kapotte lippen door sijpelde, zei ze: ‘Eén verzoek.’

‘Begrijp je dat ik je ga doden?’

‘Ja. Daarom wil ik het nu maar vragen.’

‘Wat?’

‘Je bent een grote stoere kerel. Je hebt me net twee keer tegen de vlakte geslagen. Je gaat me vermoorden.’

‘En?’

‘Laat mij dan ook één stoot uitdelen. In jóúw maag. Je mag zelfs je sixpack spannen voor ik het doe.’

‘Hoeveel weeg je? Vijftig kilo?’

‘Ongeveer. En jij bent minstens honderd kilo. Ik weet het.’

‘Wat heb je er dan aan?’

‘Het geeft me een goed gevoel, voordat ik doodga.’

‘Hoe weet ik dat jij niet een of andere kung fu-kampioene bent?’

‘Als ik dat was, zou ik me dan door jou laten neerslaan?’ Ze spuwde bloed uit haar mond en streek met haar tong over een losgeraakte tand. ‘Hé, jij bent bang voor een meisje.’

Psycho haalde uit om haar nog een keer te slaan, maar zag daarvan af toen ze ineenkromp. Hij grijnsde. ‘Jij bent geen kung fu-niks. Dat weet ik, want ik ben het wel. Dubbele zwarte band.’

‘Dat verbaast me niet,’ zei Mace vermoeid. Met haar mouw veegde ze bloed van haar mond. ‘Dus het is ja?’

Psycho keek naar zijn jongens, die allemaal geamuseerd naar hem terugkeken. Mace keek ook om zich heen. Er was niemand om haar te helpen. Ze stonden in een donkere, verlaten hoek, ergens diep in de parkeergarage. Ze kon zich de longen uit het lijf schreeuwen en dan nog zou niemand haar horen. Plotseling wist ze één ding dat haar misschien zou helpen. Als ze lang genoeg leefde.

‘Oké, maar zodra je je tikje hebt gegeven, stoppen we je in die suv , brengen je naar een favoriet plekje van mij, pompen een kogel in je kop en laten je achter in Rock Creek Park.’

‘Span je spieren maar, Psycho. Ik leg al mijn kracht erin.’

Psycho trok de rits van zijn jasje open en legde daarmee een platte buik bloot waarvan Mace wist dat hij waarschijnlijk zo hard als staal was. Het verbaasde haar dat niemand iets had gezien, maar het was hier donker en blijkbaar was het hun ontgaan wat ze had gedaan. Haar stoot was goed gericht, recht tegen het diafragma van de man. Mace had gelijk gehad; het was zo hard als steen. Maar dat deed er niet toe. Voor de negenhonderdduizend volt in haar stroomstootbeugels maakte het niet uit hoe hard iemands buik was. Psycho dreunde tegen de betonnen vloer alsof hij een stroomdraad had vastgegrepen. Zijn mond maakte boerende geluiden en zijn ogen puilden uit.

Zijn bende stond alleen maar verbijsterd toe te kijken.

Mace rende weg.

De man die haar op het station had bedreigd riep: ‘Hé!’

Mace wist dat ze het niet zou redden. Terwijl ze daar rende, bereidde ze zich mentaal voor op de schoten die haar nu elk moment konden treffen. Toen ze banden hoorde gieren, keek ze naar links. Een Nissan kwam recht op haar af. Ze dook weg en zag dat hij haar opzettelijk voorbijvloog, keerde en tot stilstand kwam tussen haar en de bende van Psycho.

‘Stap in!’

Mace sprong overeind.

‘Stap in!’

‘Darren?’

Alisha’s broer had zijn pistool in zijn hand en richtte het op de aanstormende leden van Psycho’s bende. Hij schoot twee keer over hen heen, en de voorste twee mannen doken naar de vloer en trokken al vallend hun pistool.

Mace rukte het portier aan de passagierskant van de Nissan open en dook naar binnen. De banden gierden weer en de Nissan vloog naar voren. Mace dook weg. Kogels sloegen in het metaal en één patroon maakte een barst in de achterruit. Ze gingen een hoek om en Darren trapte het gaspedaal helemaal in. Nog twee hoeken om en ze waren de parkeergarage uit. Vijf minuten later waren ze drie kilometer verder en ging Mace eindelijk rechtop zitten.

‘Waar kwam jij nou vandaan?’ riep ze uit. ‘Hoe wist je eigenlijk dat ik daar was?’

‘Dat wist ik niet. Ik volgde Psycho. Ik zag wat er gebeurde en dacht dat je misschien wel een beetje hulp nodig had.’

Mace deed haar gordel om. ‘Nu weet ik waarom ze je Scheermes noemen.’

‘Ik heb papieren zakdoekjes in het dashboardkastje liggen. Ik wil niet dat mijn stoel onder het bloed komt,’ zei hij nors.

‘Dank je.’ Ze veegde haar gezicht af. ‘Waarom volgde je die kerel?’

‘Waarom denk je?’

‘Zo’n plan kan op verschillende manieren aflopen, en geen van die manieren is goed.’

‘Wat wil je dat ik doe? Dat ik hem vrij laat rondlopen?’

‘Hij blijft niet vrij.’

‘Dat klopt. Jij gaat iets aan hem doen. Dat zei je. Nou, je hebt hem hard aangepakt. Als ik er niet was geweest, zou je dood zijn.’

‘Hé, vergeet mijn stroomstootbeugels niet.’

Darren grijnsde, waarschijnlijk zonder dat hij het wilde. ‘Het was goed om hem op zijn reet te zien liggen als iemand die afkickt van de meth.’

Mace pakte haar telefoon. ‘Oké, we hebben dus ontvoering, mishandeling...’

Hij keek haar aan. ‘Waar heb je het over?’

‘De misdrijven die Psycho en zijn mannen vanavond hebben gepleegd.’

‘Ja. Hij heeft wel tien mensen die zeggen dat hij hier dertig kilometer vandaan was.’

‘Je hebt hem dus niet gezien?’

‘Wat niet gezien?’

‘De bewakingscamera in de hoek van de garage.’ Ze toetste een nummer in. ‘Beth, met Mace. Ja, het gaat goed met me. Net in Washington aangekomen. Ik heb wat voor je. Een zekere Psycho, in cadeauverpakking met een strik eromheen.’

In het geheim
titlepage.xhtml
In_het_geheim_split_0.xhtml
In_het_geheim_split_1.xhtml
In_het_geheim_split_2.xhtml
In_het_geheim_split_3.xhtml
In_het_geheim_split_4.xhtml
In_het_geheim_split_5.xhtml
In_het_geheim_split_6.xhtml
In_het_geheim_split_7.xhtml
In_het_geheim_split_8.xhtml
In_het_geheim_split_9.xhtml
In_het_geheim_split_10.xhtml
In_het_geheim_split_11.xhtml
In_het_geheim_split_12.xhtml
In_het_geheim_split_13.xhtml
In_het_geheim_split_14.xhtml
In_het_geheim_split_15.xhtml
In_het_geheim_split_16.xhtml
In_het_geheim_split_17.xhtml
In_het_geheim_split_18.xhtml
In_het_geheim_split_19.xhtml
In_het_geheim_split_20.xhtml
In_het_geheim_split_21.xhtml
In_het_geheim_split_22.xhtml
In_het_geheim_split_23.xhtml
In_het_geheim_split_24.xhtml
In_het_geheim_split_25.xhtml
In_het_geheim_split_26.xhtml
In_het_geheim_split_27.xhtml
In_het_geheim_split_28.xhtml
In_het_geheim_split_29.xhtml
In_het_geheim_split_30.xhtml
In_het_geheim_split_31.xhtml
In_het_geheim_split_32.xhtml
In_het_geheim_split_33.xhtml
In_het_geheim_split_34.xhtml
In_het_geheim_split_35.xhtml
In_het_geheim_split_36.xhtml
In_het_geheim_split_37.xhtml
In_het_geheim_split_38.xhtml
In_het_geheim_split_39.xhtml
In_het_geheim_split_40.xhtml
In_het_geheim_split_41.xhtml
In_het_geheim_split_42.xhtml
In_het_geheim_split_43.xhtml
In_het_geheim_split_44.xhtml
In_het_geheim_split_45.xhtml
In_het_geheim_split_46.xhtml
In_het_geheim_split_47.xhtml
In_het_geheim_split_48.xhtml
In_het_geheim_split_49.xhtml
In_het_geheim_split_50.xhtml
In_het_geheim_split_51.xhtml
In_het_geheim_split_52.xhtml
In_het_geheim_split_53.xhtml
In_het_geheim_split_54.xhtml
In_het_geheim_split_55.xhtml
In_het_geheim_split_56.xhtml
In_het_geheim_split_57.xhtml
In_het_geheim_split_58.xhtml
In_het_geheim_split_59.xhtml
In_het_geheim_split_60.xhtml
In_het_geheim_split_61.xhtml
In_het_geheim_split_62.xhtml
In_het_geheim_split_63.xhtml
In_het_geheim_split_64.xhtml
In_het_geheim_split_65.xhtml
In_het_geheim_split_66.xhtml
In_het_geheim_split_67.xhtml
In_het_geheim_split_68.xhtml
In_het_geheim_split_69.xhtml
In_het_geheim_split_70.xhtml
In_het_geheim_split_71.xhtml
In_het_geheim_split_72.xhtml
In_het_geheim_split_73.xhtml
In_het_geheim_split_74.xhtml
In_het_geheim_split_75.xhtml
In_het_geheim_split_76.xhtml
In_het_geheim_split_77.xhtml
In_het_geheim_split_78.xhtml
In_het_geheim_split_79.xhtml
In_het_geheim_split_80.xhtml
In_het_geheim_split_81.xhtml
In_het_geheim_split_82.xhtml
In_het_geheim_split_83.xhtml
In_het_geheim_split_84.xhtml
In_het_geheim_split_85.xhtml
In_het_geheim_split_86.xhtml
In_het_geheim_split_87.xhtml
In_het_geheim_split_88.xhtml
In_het_geheim_split_89.xhtml
In_het_geheim_split_90.xhtml
In_het_geheim_split_91.xhtml
In_het_geheim_split_92.xhtml
In_het_geheim_split_93.xhtml
In_het_geheim_split_94.xhtml
In_het_geheim_split_95.xhtml
In_het_geheim_split_96.xhtml
In_het_geheim_split_97.xhtml
In_het_geheim_split_98.xhtml
In_het_geheim_split_99.xhtml
In_het_geheim_split_100.xhtml
In_het_geheim_split_101.xhtml
In_het_geheim_split_102.xhtml
In_het_geheim_split_103.xhtml
In_het_geheim_split_104.xhtml
In_het_geheim_split_105.xhtml
In_het_geheim_split_106.xhtml
In_het_geheim_split_107.xhtml
In_het_geheim_split_108.xhtml
In_het_geheim_split_109.xhtml
In_het_geheim_split_110.xhtml
In_het_geheim_split_111.xhtml
In_het_geheim_split_112.xhtml
In_het_geheim_split_113.xhtml
In_het_geheim_split_114.xhtml
In_het_geheim_split_115.xhtml
In_het_geheim_split_116.xhtml
In_het_geheim_split_117.xhtml
In_het_geheim_split_118.xhtml
In_het_geheim_split_119.xhtml