44
Dit was de deal. Toen Celine Dion haar longen uit haar lijf had gezongen, toen Tatiana de fruitschaal had leeggegeten, stak ze haar hand in haar beha, toverde er een geheugenstick uit en zei: ‘Weet je wat dit is, Gloria?’
‘Een geheugenstick, meen ik,’ zei Gloria.
‘Van wie is die geheugenstick, Gloria? Van wie?’
‘Van jou?’ gokte Gloria, die zich afvroeg of ze werd onderworpen aan een soort Slavische socratische ironie. ‘Ik weet dat hij niet van mij is,’ voegde ze eraan toe.
Tatiana gaf haar de geheugenstick en zei: ‘Nee, hij is van óns, Gloria. Je deelt met mij, fiftyfifty.’
‘Deel wat?’
‘Alles.’
Het boek van de magiër. Grahams geheime boekhouding, allemaal op één klein stukje plastic dat Tatiana uit de zak van Grahams pak van lichte wol had gepakt terwijl hij op het Apexbed had liggen spartelen als een vis.
‘Ik dacht dat je geprobeerd had hem te reanimeren,’ zei Gloria nadenkend. Tatiana trok een ongelukkig clownsgezicht. ‘Niet doen,’ zei Gloria huiverend.
Er was die ochtend iets op de radio geweest over paarden. Iemand had tientallen paarden opgesloten in een stal laten staan en was zelf vertrokken en alle paarden waren verhongerd. Gloria dacht aan de grote bruine ogen van paarden, ze dacht aan Black Beauty, het treurigste boek dat ooit was geschreven. Ze dacht aan alle paarden met treurige bruine ogen die je kon helpen als je veel geld had. De katjes zonder kop, de met plakband omwikkelde parkieten, de gemangelde jongens.
‘Hm,’ zei ze.
Gloria staarde een tijdje nadenkend naar haar schermbeveiliging van jonge bordercollies en tikte toen op de spatiebalk om haar computer weer tot leven te wekken. Ze tikte ‘Ozymandias’ in en ze bevond zich zomaar in Grahams geheime boeken.
‘Hoe wist je het wachtwoord?’ vroeg ze aan Tatiana.
‘Ik weet alles.’ Gloria kon talloze dingen bedenken waar Tatiana vermoedelijk niets van wist (hoe je scones moest bakken, waar de Scilly Isles lagen, de angst om oud te worden) maar ze deed geen moeite haar op de proef te stellen. Ze was eigenaardig geroerd dat Graham de titel van het gedicht van Shelley als wachtwoord had gebruikt. Misschien had hij het cadeau dat ze hem had gegeven dan toch gewaardeerd. Of misschien had hij alleen het duisterste woord gezocht dat hij kon vinden.
Grahams geheugenstick bevatte heel wat dorre zakengegevens: haalbaarheidsstudies, begrote cijfers, smalle marges. De wereld leek te wemelen van zoveel vage denkbeelden dat je je wel moest afvragen of ze werkelijk van belang waren. (Waren ze zelfs maar echt?) Zou iemands leven niet gebaseerd moeten zijn op eenvoudige, meer tastbare dingen: een rij opgebonden lathyrus in een tuinborder, een kind op een schommel, schuin neervallend licht in de winter. Een mandje jonge katjes.
Er was een ontstellend grote voorraad e-mails van Maggie Louden die Graham had bewaard, kleine elektronische billets-doux van het type: ‘O lieveling, wat er tussen ons bestaat is zo geweldig.’ Tatiana las ze voor, met een lijzig vampieraccent dat de draak stak met de gevoelens: ‘Heb je het al met Gloria over de scheiding gehad? Je hebt belóófd dat je dit weekend met haar zou praten.’
Aan een van de e-mails zat als bijlage een map met foto’s, sommige van Graham en Maggie, maar de meeste van Maggie alleen, vermoedelijk genomen door Graham. Gloria kon zich niet herinneren wanneer Graham voor het laatst een foto van haar had gemaakt.
‘Vateenkreng,’ zei Gloria.
Hij had haar voor de Ladies’ Day meegenomen naar de York Races, iets wat Gloria aan Graham had voorgesteld om samen te doen, ‘een dagje uit’. Maggie en Graham hadden gelogeerd in Middlethorpe Hall (‘Echt zalig, lieveling, je bent een god’). Hij had een roze diamant voor haar gekocht – ‘Schitterend, schitterend, schitterend. Hij is gigántisch! (Net als jij!) Iemand zal vanavond worden verwend!’
Zijn e-mails aan haar waren over het algemeen prozaïscher. ‘De nieuwe Ivanhoe wordt een rijtjeshuis met vijf kamers en ingebouwde garage. We proberen te zorgen dat alles is verkocht voor we met de bouw beginnen. Benadruk vooral de bijkeuken. Dat verkoopt heel goed.’ Alles was zaken, zelfs de liefde.
Gloria kon geen roze gootsteen krijgen maar zijn maîtresse kon wel een roze diamant ter grootte van Balmoral krijgen. Het leek nu zonde dat Grahams naderende verscheiden Gloria zou beroven van het genoegen hem tijdens een echtscheidingsproces het vuur na aan de schenen te leggen. Zijn halve inkomen, zijn halve zaak.
‘Helft van niets, Gloria,’ zei Tatiana tegen haar. ‘Weet je nog wel, wet Opbrengsten uit Misdaden, 2002?’
Het verbaasde Gloria op een of andere manier niet dat Tatiana volkomen op de hoogte was van het strafrecht.
‘Het is er allemaal, Gloria,’ zei Tatiana en ze had gelijk, dat was zo: de valse boekhouding, de illegale bankoverschrijvingen, de lege vennootschappen, de belastingontduiking. Het geld dat Graham via de rekeningen van Hatter Homes had doorgesluisd, niet alleen voor zichzelf maar ook voor andere mensen – de man was te huur als witwasser, boende het vuige gewin alsof het een roeping was. Er waren codes en wachtwoorden voor bankrekeningen in Schotland en op Jersey, op de Kaaimaneilanden en in Zwitserland. Het was verbazend hoe groot het was en hoe het was uitgedijd. De hele wereld was van hem.
‘Is Gunsten van hem?’ vroeg Gloria, turend naar het scherm. ‘En van Murdo?’
‘Alles is zaken, Gloria. Zaken en leugens. Je bent oude vrouw, dat zou je inmiddels moeten weten. Schuif op,’ gelastte ze. Gloria gleed van haar stoel en Tatiana nam de computer over, met haar handen boven het toetsenbord als een virtuoze pianist die het concert van haar carrière gaat geven.
Gloria was geïntrigeerd. ‘Wat doe je precies? Maak je geld over? Naar de huishoudrekening?’ voegde ze er hoopvol aan toe.
‘Als ik je dat vertel moet ik je doden,’ zei Tatiana. Ze klonk als een Russin uit een komedie. Gloria vroeg zich af of ze wel Russisch was. Er was geen enkele reden waarom ze zou zijn wie ze zei dat ze was. Geen enkele reden waarom iemand zou zijn wie hij of zij volgens eigen zeggen was. De mensen geloofden wat hun werd verteld. Ze geloofden dat Graham in Thurso zat. In de toekomst, in de toekomst die aan het eind lag van het met leeuwenbekken en salvia’s omzoomde pad, kon Gloria zijn wie ze wilde.
Tatiana barstte in lachen uit, gaf Gloria een klap op haar arm (heel hard) en zei: ‘Ik maak grapje, Gloria. Ik zet het op een van de Zwitserse rekeningen. Het zal fraudepolitie eeuwen kosten om die te vinden, lang nadat andere rekeningen zijn geblokkeerd en dan zijn jij en ik…’ Ze knipte met haar vingers in de lucht. ‘Poef! We zijn verdwenen.’
‘Maar hoe halen we het geld eraf?’ piekerde Gloria.
‘Gloria, wat ben je toch idyot! Het is rekening van Hatter Homes, jij bent directeur van bedrijf, jij kunt opnemen wat je wilt. Je bent belangrijke zakenvrouw. Ik zou ze maar bellen om te zeggen dat we eraan komen want het is veel geld. Maak je geen zorgen, Gloria. Vergeet niet, ik werk op bank.’
De bel ging. Het was Pam.
‘Het komt nu eigenlijk niet uit,’ zei Gloria.
‘Je veiligheidshek staat wijd open,’ zei Pam, die de hal in wandelde. ‘Iedereen kan naar binnen lopen. Ik kom net terug van het Book Festival.’ Ze stapte, zonder daartoe te zijn uitgenodigd, de woonkamer in en nam plaats op de bank van perzikkleurig damast. Gloria volgde haar, zich afvragend hoe ze van haar af kon komen. Misschien kon ze gewoon met haar vingers knippen en ‘Póéf!’ ze was verdwenen.
‘Ik moet zeggen dat je weinig hebt gemist,’ zei Pam. ‘Vergeleken met andere bijeenkomsten was het zeer onbevredigend. Het was tegelijkertijd zowel twistziek als saai. En die belegde broodjes konden me niet bekoren. Dougal Tarvit kon ermee door maar die Alex Blake, wat een teleurstelling.’
‘O?’
‘Heel klein. Hij had beslist iets verdachts. Het verbaast me dat de politie hem nog niet in hechtenis heeft genomen voor de moord op Richard Moat.’
‘O?’
‘Ik heb een gesigneerd boek voor je gekocht.’
‘O?’
‘Hou op met dat “o”, Gloria, je klinkt als een wandelende nul. Ga je nog theezetten? Ik hoorde dat die arme ouwe Graham vastzit in Thurso.’
De deurbel ging opnieuw. ‘O, verdorie,’ zei Gloria.
‘Adjudant Brodie,’ zei de man die naar voren stapte en haar een hand gaf.
‘Huisbezoek van een adjudant,’ zei Gloria. Ze vermoedde dat hij van de fraudebestrijding was, maar jaagde die niet in meutes? Hij volgde haar de woonkamer in. Ze wenste dat ze hem op de stoep had gehouden, als een Jehova’s getuige. Al die ongewenste bezoekers vormden een onwelkome afleiding van de internationale bankfraude die Tatiana in de keuken aan het plegen was, onder het toeziend oog van Gloria’s rode KitchenAid-apparatuur en Delia Smiths Complete Cookery Course.
‘Thee?’ bood Gloria beleefd aan, terwijl ze zich probeerde te herinneren of hij haar een legitimatie had laten zien. Waar was zijn politiekaart? Hij zei iets over een verkeersruzie toen Tatiana vanuit de keuken naar binnen zweefde en als een slechte actrice in een klucht zei: ‘Dag, allemaal.’
‘O,’ zei Pam.
‘We moeten ermee ophouden elkaar zo te ontmoeten,’ zei de politieman tegen Tatiana. ‘De mensen zullen er nog over gaan praten.’
Wat er daarna eventueel had kunnen worden gezegd is nooit uitgesproken omdat Grahams golem dat moment uitkoos om met een honkbalknuppel de openslaande deuren in te slaan, en Pam begon te gillen alsof ze alle demonen uit de hel probeerde op te roepen, en ze hield pas op met gillen toen de vreemde man in de tuin verscheen en de golem in het hart schoot.