18
Het kostte Louise twintig minuten om Archie wakker te krijgen. Als ze die moeite niet nam zou hij nog in zijn nest liggen als ze uit haar werk kwam. Hij was al bijna een halfuur in de badkamer. Het zou haar niks verbazen als hij daar weer in slaap was gevallen, hij zag er beslist nooit schoner uit als hij eruit kwam. Ze dacht er liever niet over na wat voor andere dingen hij daarbinnen met zijn mannen/jongenslichaam kon doen. Ze kon zich moeilijk herinneren dat hij ooit spiksplinternieuw was geweest, even roze en onbezoedeld als de kussentjes onder Jellybeans poten toen hij een jong katje was. Nu ontsproten er haren en stoppels op zijn gezicht, kwamen er pukkels opzetten en bevond zijn stem zich in een achtbaan, waardoor hij willekeurig omhoog en omlaag schoot. Archie onderging een soort natuurlijke transformatie, alsof hij van een jongen in een dier veranderde, meer weerwolf dan jongen.
Je kon nu haast niet meer geloven dat Archie uit haar eigen lichaam was gekomen, ze begreep niet hoe hij er ooit in had gepast. Eva was uit Adams lichaam geschapen, maar in werkelijkheid kwamen mannen uit het inwéndige van een vrouw – geen wonder dat ze daardoor de kluts kwijt waren. De man die uit een vrouw wordt geboren leeft kortstondig en is een bron van ellende. Soms vroeg je je af waarom iemand ooit de moeite nam uit de wieg te kruipen als het leven dat voor je lag zo verdraaid moeilijk was. Zo moest ze niet denken, depressieve moeders kregen depressieve kinderen (ze had een klinische studie gelezen); ze had gedacht dat zij de cyclus kon doorbreken, maar ze had het er niet erg best afgebracht.
Ze dronk koffie en keek kwaad naar de urn, die nog altijd op de afdruipplaat stond. De vrouw wordt uit een vrouw geboren. Misschien kon ze de inhoud gewoon als kunstmest door de tuin verspreiden. Er was buiten nauwelijks enige teelaarde – bedankt, Graham Hatter – dus dan kon haar moeder voor het eerst van haar leven een nuttige functie uitoefenen. Ze besefte dat ze tot bloedens toe op haar lip had gebeten. Ze hield van de smaak van haar eigen bloed, zout en ijzerachtig. Ze wist zeker dat ze ergens had gelezen dat er zout in het bloed zat omdat al het leven in zee was begonnen, maar dat kon ze moeilijk geloven – dat leek eerder poëtisch dan wetenschappelijk. Ze dacht aan Archie als embryo, meer vis dan vogel, opgerold in zijn waterige omgeving, terwijl hij als een zeepaardje in haar rondbuitelde.
Ze zuchtte. Ze kon haar moeder nu nog niet afhandelen. ‘Ik zal er morgen over nadenken,’ mompelde ze. De geest van Scarlett trok door haar heen en ze erkende haar aanwezigheid met een kleine groet: ‘Leuk u te zien, mevrouw O’Hara.’
Het had de eerste moordzaak kunnen zijn waar zij de leiding over had, maar in plaats daarvan begon het een fata morgana te worden. De duikers waren die ochtend begonnen zodra het licht was en hadden niets gevonden. Ze had Sandy Mathieson er als haar plaatsvervanger naartoe gestuurd. Op een of andere manier had ze geweten dat de duikers niets naar boven zouden halen. Ze zou waarschijnlijk een veeg uit de pan krijgen omdat ze geld en middelen had verspild. Ze zou graag willen dat de dode vrouw opdook; niet omdat ze wilde dat er een vrouw dood was maar omdat ze graag wilde bewijzen dat het lijk geen hersenspinsel van Jackson Brodie was. Ze wilde Jackson rechtvaardigen. De gerechtvaardigde zondaar. Was hij een zondaar? Dat was iedereen toch?
Gisteren had Jessica Drummond zijn referenties nagetrokken bij de politie van Cambridge. Ja, hij had als adjudant bij hen gewerkt, bij de recherche, maar hij was een paar jaar geleden weggegaan om als privédetective te beginnen. ‘Een speurhond, een speurneus,’ snoof Jessica (ze snoof echt). ‘Fantasieën uit een jongensblad.’
Louise had gehoord dat Jessica ‘uitslover’ werd genoemd. Ze deed zo haar best om een van de jongens te worden, dat ze eruitzag alsof ze zich wellicht was gaan scheren. Vergeleken met haar voelde Louise zich een grote, volle, luchtige, roze marshmallow van vrouwelijkheid.
En het was nog erger, vervolgde Jessica, want Brodie had geld geërfd van een cliënt en was ertussenuit geknepen om stil te gaan leven in Frankrijk.
‘Hoeveel geld?’ vroeg Louise.
‘Twee miljoen.’
‘Dat meen je niet.’
‘Jazeker. Twee miljoen pond van een zeer oude dame. Je moet je wel afvragen hoeveel dwang eraan te pas is gekomen. Een verwarde oude dame verandert haar testament ten gunste van iemand met mooie praatjes. Volgens mij mankeert er iets aan onze meneer Brodie,’ ze tikte tegen haar voorhoofd, ‘je weet wel, een ingewikkelde grappenmaker, die het mist dat hij niet meer bij de politie is, die geen echte baan heeft en aan de slag gaat om alle aandacht te krijgen. Een fantast.’
‘Dat heeft wel een heel hoog soapgehalte,’ zei Louise. ‘En ik heb geen mooie praatjes kunnen ontdekken.’ Integendeel eerder. Hij had twee miljoen op de bank en hij nam de bus? Hij zag er niet uit als iemand die de bus nam. ‘Niet iedereen heeft iemand die het zal merken als je er niet bent.’ Had hij het over zichzelf gehad? Hij had haar recht aangekeken toen hij dat zei. Dacht hij soms dat zij niemand had die haar zou missen? Archie zou haar missen. Jellybean zou haar missen. Jellybean zou haar meer missen dan Archie. Archie zou zich in zijn slaapkamer terugtrekken om Mercenaries: Playground of Destruction te spelen, om naar Punk’d en Cribs en Pimp My Ride te kijken en met haar creditcard pizza te bestellen.
Maar wat dan, als het geld op was? Hij was een jongen die nauwelijks een blik bonen kon opendraaien. Als ze voor haar tijd zou overlijden, zou Archie als wees achterblijven. Het idee van Archie als wees was een trap tegen haar hart, het ergste na zijn eigen dood (dat moet je niet denken). Maar aan de andere kant werd iedereen toch uiteindelijk een wees? Ze was nu zelf uiteraard een wees, hoewel het verschil tussen haar moeder die nog leefde en haar moeder die dood was minimaal leek.
Eerder ten behoeve van Archie dan van haarzelf hoopte Louise dat ze in haar eigen bed een natuurlijke dood zou sterven als ze een tevreden oude vrouw was en Archie volkomen volwassen op eigen benen stond, klaar om haar los te laten. Hij zou een vrouw en kinderen en een goede baan hebben. Hij zou vast zo’n rechtse vermogensbeheerder worden en tegen zijn kinderen opmerkingen maken in de trant van: ‘Op jouw leeftijd had ik ook wat rebelse trekjes.’ Ze zou dood zijn, maar dat zou niemand echt erg vinden, Louise zelf evenmin, en haar genen zouden verdergaan in haar kind en vervolgens in zijn kind en op die manier was de wereld aan elkaar gestikt.
Louise kon zich voorstellen dat ze oud was, maar ze kon zich niet voorstellen dat ze tevreden was.
‘Vrouwen staan er niet om bekend dat ze verdrinken.’ Ze nam aan dat Jackson Brodie gelijk had. Louise maakte in gedachten een lijstje van vrouwen die waren verdronken: Maggie Tulliver, Virginia Woolf, Natalie Wood, Rebecca de Winter. Die bestonden weliswaar niet allemaal echt en technisch gesproken was Rebecca niet verdronken, hè? Ze was vermoord en ze had kanker gehad. De raspoetin van de romantische lectuur: slechte vrouwen moesten kennelijk diverse keren worden gedood. Een goede vrouw kon je onder de duim houden, een slechte niet. Louise was meteen bij de politie gaan werken nadat ze cum laude was afgestudeerd in Engels aan de St Andrews-universiteit. Zonder een enkele blik achterom naar de academische wereld. Men had gewild dat ze ging promoveren, maar wat had dat nou voor zin? Bij de politie was je buiten, op straat, kon je iets doen, verschil maken, deuren intrappen en kleine hulpeloze kinderen vinden die waren overgeleverd aan de genade van hun dronken moeder. En je zou de macht hebben om die kleine hulpeloze kinderen bij hun dronken moeder vandaan te halen en hen te redden, hen aan pleegouders te geven, hen in een weeshuis te stoppen, alles was beter dan hen thuislaten om getuige te zijn van hun eigen verwoeste jeugd. Jackson Brodie leek geen grappenmaker, maar aan de andere kant was dat natuurlijk het punt bij grappenmakers en oplichters, dat ze ogenschijnlijk te vertrouwen waren. Misschien was hij in het water gevallen en in paniek geraakt, had hij gehallucineerd, niets opgeblazen tot iets. Een lijk verzonnen uit boosaardigheid of waanideeën of simpele ouderwetse krankzinnigheid. Hij had haar aanvankelijk op het verkeerde been gezet doordat hij zo professioneel was geweest – zijn beschrijving van het stoffelijk overschot, van de omstandigheden waaronder het was gevonden, was precies wat ze van iemand van haar team zou verwachten –, maar wie zei dat hij geen aartsleugenaar was? Hij had foto’s gemaakt maar er was nergens een camera te bekennen, hij had een kaartje gevonden maar dat was verdwenen, hij had geprobeerd een dode vrouw uit het water te trekken maar er was geen stoffelijk overschot. Het was allemaal heel dubieus.
Het was mogelijk dat hij er eerder naartoe was gegaan, zijn jasje had achtergelaten en vervolgens gewoon bij Cramond het water in was gegaan, maar grappen gingen meestal niet zo ver.
Of misschien was er wel degelijk een dood meisje en had Jackson Brodie haar gedood. De eerste die het lijk vindt is altijd een belangrijke verdachte. Hij was een getuige en toch was hij voor haar gevoel een verdachte. (Hoe kwam dat?) Hij zei dat hij haar uit het water had proberen te trekken om te voorkomen dat ze op het tij zou wegdrijven, maar hij had haar net zo goed in het water kunnen deponeren. De verdenking van zichzelf afwenden door de politie erbij te halen.
Ze hoorde Archie stommelend de trap af komen, de keuken binnenvallen, iets grommen wat vrijwel zeker niet ‘Goeiemorgen’ was. Zijn gezicht was kapot van de puistjes en zijn ham-achtige huid leek wel gekookt. Stel nu eens dat Archie geen transformatie onderging? Stel nu eens dat dit niet zijn verpopping was. Stel nu eens dat dit de definitieve versie was?
Ze strooide Weetabix in een kom, schonk er melk op en gaf hem een lepel. ‘Eet,’ zei ze. Een hond zou bekwamer zijn geweest. Omdat hij veertien was, was hij langs de evolutionaire ladder teruggegleden naar een soort presociale sport. Enkele mannen uit Louises kennissenkring waren nooit meer naar boven geklommen.
Ze wilde met hem over de winkeldiefstal praten. Ze wilde er op een redelijke manier met hem over praten, niet haar geduld verliezen, niet tegen hem schreeuwen, hem niet zeggen wat een verdomde stomme idioot hij was. Massa’s kinderen pikten dingen in winkels en gingen niet verder met een criminele carrière, zoals zijzelf bijvoorbeeld. Hoewel zij natuurlijk wel verder was gegaan met een criminele carrière, alleen stond ze aan de goede kant. Hopelijk.
Misschien deed hij het regelmatig, misschien was het een eenmalige gebeurtenis geweest, dat wist ze niet. Louise was op dat moment bij hem geweest, dus moest ze wel veronderstellen dat het een soort opstandigheid tegen haar was, een manier om zijn psychologische toestand te uiten. Ze waren bij Dixons in het St James Centre, waar ze haar moeders dood vierden door in afwachting van het verzekeringsgeld een grote televisie met een plat scherm te kopen. Louise had jaren geleden een levensverzekering op haar moeder afgesloten, nadat ze tot de conclusie was gekomen dat ze nooit enig voordeel van haar leven zou hebben en dus net zo goed financieel kon profiteren van haar dood. Het was een kleine polis, grote betalingen had ze nooit kunnen volhouden en het was een of twee keer in haar opgekomen dat als het om een echt groot bedrag was gegaan (twee miljoen), ze in de verleiding had kunnen komen haar moeder naar de andere wereld te helpen. Een eenvoudig ongeluk, dronken mensen vallen per slot van rekening doorlopend van de trap. En een rechercheur weet hoe ze haar sporen moet uitwissen.
Archie had iets stoms gepakt – een pakje aa-batterijen dat hij gemakkelijk had kunnen betalen. Het ging natuurlijk niet om het betalen. Ze stond aan de andere kant van de zaak toen het deuralarm afging en vervolgens rende er iemand van de bewaking langs haar heen en greep Archie, die net de winkel uit liep, bij zijn lurven, legde vastberaden een hand op een schouder en een elleboog, draaide hem om en dreef hem weer naar binnen. De professionele kant van haar hersenen registreerde het als een zakelijke en efficiënte aanpak. De onprofessionele kant van haar hersenen overwoog op de rug van de bewakingsman te springen en haar duimen in zijn ogen te steken. Niemand waarschuwde je er ooit voor hoe fel moederliefde kon zijn. Laten we er niet omheen draaien, niemand waarschuwde je ook maar ergens voor.
Ze overwoog hulpeloos te doen en zich aan zijn genade over te leveren. Helaas behoorde het niet tot haar grootste talenten om een hulpeloze indruk te maken. In plaats daarvan stapte ze resoluut op het tweetal af, trok haar legitimatie van de politie en vroeg koel of ze iets kon doen. De bewakingsman stak van wal met zijn verklaring en ze zei: ‘Alles is in orde, ik neem hem mee naar het bureau om met hem te praten,’ waarna ze Archie de winkel uit duwde voor de bewakingsman kon protesteren, voor Archie iets stoms kon zeggen (zoals ‘mam’). Ze hoorde hoe de bewakingsman haar naschreeuwde: ‘We vervolgen altijd!’ Louise wist dat ze op de videobanden stonden en wachtte een tijdje angstig af of het muisje nog een staartje zou krijgen, maar dat was goddank niet gebeurd. Ze had vast een manier kunnen bedenken om de band te laten verdwijnen. Ze had de band zo nodig opgegeten.
Buiten, in de onderaardse schemering van de meerdere verdiepingen tellende parkeergarage, hadden ze samen in de koude auto door de voorruit zitten staren naar de vloer vol olievlekken, de betonnen pilaren, de moeders die peuters in autozitjes en wandelwagentjes zetten en hen er weer uit haalden. O god, ze verfoeide winkelcentra. Het had niet eens zin hem naar het waarom te vragen want hij zou alleen maar zijn schouders ophalen, naar zijn sportschoenen staren en ‘Kweenie’ mompelen. Ze had geen enkele greep op hem.
Ze snapte dat het vanuit zijn standpunt bekeken niet eerlijk was: zij had heel veel macht en hij absoluut niet. Haar ingewanden krompen pijnlijk samen. Een volgende draai van de kurkentrekker. Dat was nou liefde. Even sterk als toen ze hem voor het eerst had aangeraakt nadat hij was geboren en als een zeepok op haar borst had gelegen in de verloskamer van het oude Simpson Memorial Maternity Pavilion (nu, in het nieuwe ziekenhuis, had de afdeling de naam Simpson Centre for Reproductive Health gekregen; dat was op een of andere manier niet hetzelfde). Louise had bij die eerste aanraking geweten dat ze hoe dan ook voorgoed met elkaar waren opgezadeld.
Zittend in de parkeergarage had ze het idee dat hij op dat ogenblik even hulpeloos was als toen en ze wilde zich naar hem toe draaien om hem een harde klap voor zijn kop te geven. Ze had hem nooit geslagen, nooit, niet één keer, maar het had duizend keer weinig gescheeld, en dat was vooral het afgelopen jaar gebeurd. In plaats daarvan had ze haar hand op de claxon gelegd en hem daar gehouden. In de parkeergarage keken mensen om zich heen, in de veronderstelling dat het een autoalarm was. ‘Mam,’ zei hij ten slotte rustig, ‘niet doen. Hou alsjeblieft op,’ wat de duidelijkste opmerking was die hij in weken tegen haar had gemaakt. Dus hield ze op. Het leek alles bij elkaar een hoge prijs voor wat wanhopige dronken seks met een getrouwde collega die zelfs nooit had geweten dat hij een kind had verwekt.
Ze zag ineens, in een onwelkome flashback, het stoten en wippen van Archies ontstaan voor zich. Agente Louise Monroe achter in een ongemarkeerde politieauto met adjudant Michael Pirie van de recherche, op de avond van zijn afscheidsfeestje. Zijn promotie was spiksplinternieuw en zijn vrouw had hij al jaren, maar dat had hem niet tegengehouden. Vroeger dachten de mensen dat de omstandigheden waaronder een kind was verwekt bepalend waren voor zijn karakter. Ze hoopte van niet.
‘Wat?’ zei Archie, die haar dreigend aankeek, met een melksnor om zijn mond.
‘Ophelia,’ zei Louise. ‘Die is verdronken. Ophelia is verdronken.’
Louise ging naar de badkamer en zette het raam open, maakte de douchecel schoon, raapte doorweekte handdoeken op en trok de wc door. Ze vroeg zich af of hij ooit zindelijk zou worden. Het was onmogelijk zijn gedrag bij te schaven. Ze vroeg zich af wat er onder druk met martelingen met hem zou gebeuren; misschien moest ze hem aan de wetenschap of aan het leger verkopen. De cia zou hem fascinerend vinden: de jongen die niet te breken is.
Ze deed haar contactlenzen in, bracht make-up op, genoeg om haar goede bedoelingen te laten zien, niet genoeg om opvallend vrouwelijk te zijn, een witte bloes onder een keurig zwart pakje van Next, pumps met een hakje, geen andere sieraden dan een horloge en een paar bescheiden gouden knopjes in haar oren. Ze zou zo snel mogelijk weer naar Cramond gaan om zich bij haar team te voegen en de puntjes op de i te zetten in de zaak die nooit had bestaan, maar vanochtend moest ze getuigen voor de rechtbank van Alistair Crichton: autozwendel, zeer dure auto’s die in Edinburgh werden gestolen en met een nieuw nummerbord in Glasgow werden verkocht. Ze had samen met een brigadier, Jim Tucker, koppig doorgewerkt om de zaak voor het Openbaar Ministerie rond te krijgen. Crichton was een oude klootzak met een overdreven belangstelling voor vormvereisten en ze wilde niet dat haar verschijning haar getuigenverklaring hoe dan ook zou belemmeren. Ze had Jim het afgelopen jaar een grote dienst bewezen. Hij had een dochter, een tiener, Lily, zo’n verzorgd type, dik haar, prachtig werk van de orthodontist, al haar overgangsrapporten op de piano. Lily had zojuist getriomfeerd in haar eindexamenjaar en zou met een beurs van de Royal Navy medicijnen gaan studeren, en toen had Louise eraan meegewerkt haar te vangen bij een drugsinval in een flat in Sciennes. Het bleek alleen om wat hasj te gaan, zesdejaars van de Gillespie en wat eerstejaars van de universiteit. Louise had Lily meteen herkend. Iedereen was meegenomen naar het bureau en enkelen waren aangeklaagd wegens drugsbezit. Het was zo’n klus geweest die achteraf overdreven had geleken: veel geschreeuw en deuren die waren ingetrapt, en in de verwarring had Louise Lily in de houdgreep genomen, haar de flat uit gevoerd, ‘Smeer hem’ in haar oor gesist en haar min of meer de trap af geduwd, de nacht in, naar haar veilige toekomst waarin ze veel zou bereiken.
Jim was een goeie vent, hij was zo dankbaar dat hij een ledemaat zou hebben afgestaan om het haar in een glazen kistje aan te bieden als ze daarom had gevraagd. Lily moest buitengewoon eerlijk zijn geweest, want ze had het aan haar vader verteld. Louise kon zich niet voorstellen dat ze het zelf op die leeftijd had opgebiecht. Of op enige andere leeftijd wat dat betreft. Louise zou niets over de inval tegen Jim hebben gezegd, vond het niet aardig om te klikken. Ze bekeek het als volgt: als Jim zich ooit in een soortgelijke situatie met Archie zou bevinden, zou Archie een verlaat-de-gevangenis-zonder-betalenkaart op zak hebben en zou er minstens één lid van de Lothian and Borders Police aan zijn kant staan. Twee natuurlijk, zijn moeder meegerekend.
Ze leegde een half doosje tic tacs in haar mond en was er helemaal klaar voor.