DISCUSSIEVRAGEN
1. Het thema uitdaging loopt als een rode draad door dit boek. Ed gaat zowel fysieke, emotionele als intellectuele uitdagingen aan. Wat is zijn grootste beproeving?
2. Het gebruik van kaarten als symbool hiervan krijgt nog meer betekenis wanneer je bedenkt dat elke ‘kleur’ gekoppeld is aan een verschillend soort uitdaging of taak. Deze kunnen worden ingedeeld in vijf soorten daden: Bescherm Ruiten; Overleef Klaveren; Graaf diep met Schoppen; Voel Harten; Hang de Joker uit. Bespreek dit.
3. De hoofdstukken en delen hebben stuk voor stuk intrigerende titels. Bespreek de betekenis van enkele hoofdstuktitels.
4. Ed heeft het over het concept van seks en hoe intimiderend dat voor mannen kan zijn (p. 27-28). Daarnaast vertelt hij hoe zijn liefde voor Audrey niet op het fysieke vlak wordt beantwoord, aangezien zij alleen met mannen naar bed gaat op wie ze niet verliefd kan worden. Hoe komt het dat dit soort relaties in onze maatschappij vaker voorkomen?
5. ‘Ik ging liever zelf de zon achterna dan erop te wachten’ (p. 275). Dit is een van de vele wijsheden die Zusak in dit boek verkondigt. Andere zijn: ‘Is het je ooit opgevallen dat idioten een hoop vrienden hebben? Het is maar een observatie.’ (p. 38); ‘Ik wil woorden op mijn begra fenis. Maar waarschijnlijk moet je dan wel leven hebben in je leven.’ (p. 270); ‘Traditie kan een smerig woord zijn, en al helemaal rond kerst’ (p. 273). Zoek zelf nog een paar andere wijsheden op en bespreek die met anderen.
6. ‘Nu is het wel zo dat ik veel boeken heb gelezen’ (p. 202). Deze bekentenis van Ed is ook een verwijzing naar de aard van de rest van de tekst. Ook alle taken die hem gesteld worden, zijn doordrongen van Zusaks liefde voor en kennis over literatuur. Bespreek dit.
7. De twee schurken Keith en Daryl spelen een klassieke rol in het verhaal. Hun functie in dit verhaal is die van ‘licht vermaak’, terwijl ze ook als boodschappers fungeren en kunnen worden vergeleken met vergelijkbare personages van ongelukkige handlangers in bijvoorbeeld toneelstukken van Shakespeare. Bespreek dit.
8. ‘Niks is echt voorbij wanneer het voorbij is. Het zal allemaal blijven doorgaan zo lang als je geheugen het toelaat, en altijd een zwakke plek in je gedachten weten te vinden, erdoorheen breken en naar binnen gaan’ (p. 261). Bespreek dit.
9. ‘Ik kreeg Harten, en om de een of andere reden voelt dit aan als de gevaarlijkste van allemaal’ (p. 263). Is de liefde werkelijk zo gevaarlijk?
10. ‘Het zal niet goed met me komen, alleen maar omdat het nou eenmaal altijd goed komt. Zo werkt het niet langer’ (p. 263). In hoeverre is dit een boek over zelfgenoegzaamheid?
11. Het lot en het toeval zijn belangrijke thema’s in dit boek. Bespreek dit.
12. Het boek eindigt met de woorden: ‘Ik ben helemaal niet de boodschapper. Ik ben de boodschap’ (p. 349). Wat betekent dit?
13. In dit boek draait het allemaal om het idee dat je voor elkaar moet zorgen. Bespreek dit.