De envelop

Images

Ik zou je nu zo graag vertellen dat de Portier me overeind helpt, maar natuurlijk doet-ie dat niet. Hij komt naar me toe en likt me een paar keer voor ik genoeg kracht vind om weer op mijn benen te staan.

Het licht duikt boven op me.

De pijn steekt de kop op.

Terwijl ik mijn evenwicht probeer te bewaren, staat de Portier een beetje heen en weer te wiegen. Ik vraag hem wanhopig om hulp. Maar alles waar hij toe in staat is, is heen en weer wiegen en staren.

Vanuit mijn ooghoek zie ik iets op de vloer liggen.

Ik weet het weer.

De envelop.

Hij is van mijn rug af gevallen en ligt onder de keukenstoel, tussen al het haar van de Portier.

Ik buig voorover en raap hem op, houd hem tussen mijn vingers als een klein kind dat iets smerigs vasthoudt, een gebruikte zakdoek of zo.

Met de Portier achter me aan trek ik me terug in de woonkamer en plof gracieus neer op de bank. De envelop aarzelt, neemt zijn eigen gevaar niet serieus, alsof hij wil zeggen: Het is maar papier. Het zijn maar woorden. Geen moment vermeldt hij erbij dat het weer woorden over dood of verkrachting of andere vreselijke, bloederige plichten kunnen zijn.

Of Sophies of Milla’s, zeg ik tegen mezelf.

Maar in ieder geval, we zitten dus op de bank.

De Portier en ik.

Nou? vraagt hij, zijn kin op de grond.

Ik weet het.

Het moet gebeuren.

Ik scheur de envelop open en Klaveren Aas valt eruit, met een brief erbij.

Beste Ed,

Als je dit leest, lijkt alles goed te gaan. Ik hoop in elk geval dat je hoofd niet al te veel pijn doet. Keith en Daryl hebben je ongetwijfeld laten weten dat we allemaal behoorlijk te spreken zijn over je vorderingen. Als mijn intuïtie me niet bedriegt, hebben ze waarschijnlijk ook laten vallen dat we weten dat je die man van Edgar Street niet hebt vermoord. Heel goed. Je hebt het op een nette manier afgehandeld. Heel indrukwekkend. Gefeliciteerd.

Verder, mocht je benieuwd zijn, heeft meneer Edgar Street niet zo lang geleden de trein genomen naar een of ander oud mijnwerkersstadje. Dat vind je vast fijn om te horen…

Nu staan je wat nieuwe uitdagingen te wachten.

Klaveren zijn geen kattenpis, mijn jongen.

De vraag is: ben je er klaar voor?

Of doet die vraag er niet toe? Want je was overduidelijk niet klaar voor Ruiten Aas.

En toch deed je het.

Veel succes en ga zo door! Ik geloof dat je wel doorhebt dat je leven ervan afhangt.

Tot ziens.

Fantastisch.

Echt fantastisch.

Ik ril bij de gedachte aan Klaveren Aas die zijn bedoelingen kenbaar gaat maken. Mijn gezonde verstand zegt me dat ik hem moet laten liggen. Het slaat nergens op, maar ik stel me zelfs voor hoe de Portier hem opeet.

Het enige probleem is dat ik hem vlak bij mijn grote teen voel liggen. Die verdomde kaart is net als de zwaartekracht. Als een kruis dat ik op mijn rug moet torsen.

Nu heb ik hem in mijn handen.

Ik houd hem vast.

Ik heb hem in mijn blikveld.

Ik lees hem.

Ken je dat, dat je iets doet en je je pas een paar seconden later realiseert dat je het ook daadwerkelijk gedaan hebt? Dat heb ik nu dus, waardoor ik de Klaveren Aas bekijk en weer een nieuwe lijst adressen verwacht te zien.

Ik heb het mis.

Zo gemakkelijk kom ik er natuurlijk niet van af. Dit keer staan er geen adressen op. Er zit geen enkel systeem in dit hele verhaal. Er is niets dat me ook maar een klein beetje houvast biedt. Elk onderdeel is een test, en het onverwachte is daarvan weer een onderdeel.

Dit keer zijn het woorden.

Alleen maar woorden.

Op de kaart staat:

Images

Kun jij me alsjeblieft vertellen wat ik hiermee moet? Wat dit zou kunnen betekenen? Die adressen waren tenminste nog kant-en-klaar. De stenen van thuis zou van alles kunnen betekenen. Waar dan ook. Wie dan ook. Hoe vind ik een plek waarvan ik niet weet hoe die eruitziet, zonder ook maar een enkel aanknopingspunt?

De woorden klinken zachtjes in mijn oor.

De kaart fluistert zichzelf zachtjes mijn oor in alsof er meteen een lichtje bij me zou moeten gaan branden.

Maar er komt niets.

De kaart en ik zijn alleen, samen met een slapende hond die zachtjes snurkt.

Even later word ik wakker, ineengekrompen op de bank, en realiseer me dat mijn achterhoofd weer heeft gebloed. Er zit bloed op de bank en ik voel korstjes in mijn nek. De pijn is terug, maar niet meer zo scherp of snijdend. Gewoon aanhoudend.

De kaart ligt nu op de salontafel, te zweven op het stof. Hij wordt steeds groter.

Buiten is het donker.

Het keukenlicht is oorverdovend.

Ik word helemaal doof terwijl ik ernaartoe loop.

Het opgedroogde bloed schuurt in mijn nek en loopt door tot aan mijn rug. Onderweg besluit ik dat ik alcohol moet hebben, doe het licht aan en loop struikelend in het donker naar de ijskast. Helemaal onderin vind ik een biertje en ik ga terug naar de woonkamer, om te proberen een feestje voor mezelf te bouwen. In mijn geval houdt een feestje bouwen in dat ik de kaart negeer. Ik aai de Portier met mijn voeten, terwijl ik me afvraag welke dag het is en hoe laat, en wat er op tv is, mocht ik zin krijgen om hem aan te zetten. Er liggen wat boeken op de vloer. Die zal ik niet lezen.

Er stroomt iets over mijn rug.

Mijn hoofd bloedt weer.