Een idioot als alle anderen

Images

Ik gooi mijn plastic bekertje samen met het papiertje van mijn saucijzenbroodje in de prullenbak en wandel weg. Zoals gewoonlijk zitten mijn vingers onder de plakkerige saus.

Ik hoor haar voeten achter me aankomen, maar ik draai me niet om. Ik wil haar stem horen.

‘Ed?’

Onmiskenbaar.

Ik draai me om en glimlach naar een meisje met bloed op haar knieën en voeten. Vanaf haar linkerknie loopt het kronkelend langs haar scheenbeen. Ik wijs ernaar en zeg: ‘Daar zou ik maar even naar laten kijken.’

Kalm geeft ze antwoord. ‘Zal ik doen.’

Er hangt nu een ongemakkelijkheid tussen ons in, en ik weet dat ik hier niet langer thuishoor. Haar haar zit los en het is prachtig. Haar ogen zijn om in te verdrinken en haar mond praat tegen me.

‘Ik wilde je,’ zegt ze, ‘alleen even bedanken.’

‘Omdat je dankzij mij in een spijker bent gaan staan en jezelf pijn hebt gedaan?’

‘Nee.’ Ze weigert mee te gaan in mijn leugen. ‘Dankjewel, Ed.’

Ik geef het op. ‘Heel graag gedaan.’ Mijn stem klinkt als grind vergeleken met de hare.

Wanneer ik een stap dichterbij zet, valt me op dat ze dit keer niet wegkijkt. Ze houdt haar hoofd niet scheef en richt haar ogen niet op de grond. Ze staat zichzelf toe om te kijken en bij mij te zijn.

‘Jij bent beeldschoon,’ zeg ik tegen haar. ‘Dat weet je toch wel, hè?’

Ze bloost lichtjes terwijl ze dit van me aanneemt.

‘Zie ik je nog een keer?’ vraagt ze, en om eerlijk te zijn denk ik dat ik spijt ga krijgen van wat ik vervolgens zeg.

‘Niet zo verdomd vroeg als halfzes.’

Ze draait op een van haar voeten, en lacht stilletjes in zichzelf.

Ik sta op het punt om door te lopen als ze vraagt: ‘Ed?’

‘Sophie?’

Ze is geschokt dat ik haar naam weet, maar ze gaat verder. ‘Ben jij een soort heilige of zo?’

Ik lach vanbinnen. Ik? Een heilige? Ik som op wat ik allemaal ben. Taxichauffeur. Plaatselijke loser. Hoeksteen van de middelmatigheid. Seksuele dwerg. Waardeloze kaartspeler.

Ik zeg mijn laatste woorden tegen haar.

‘Nee, Sophie, ik ben geen heilige. Ik ben gewoon een idioot als alle anderen.’

We glimlachen een laatste glimlach en ik loop weg. Ik voel dat ze me nakijkt, maar ik kijk niet om.