De politie komt langs

Images

Die avond krijg ik bezoek – eerst van pastoor O’Reilly en daarna van de politie.

De pastoor klopt bij me aan en blijft daar staan, zonder iets te zeggen.

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik hem.

Maar de pastoor zegt geen woord. Hij staat daar maar en kijkt me aan. Onderzoekend, in een poging een antwoord te vinden op wat er vandaag is gebeurd. Uiteindelijk geloof ik dat hij het opgeeft om woorden te vinden. Hij doet alleen een stap naar voren, legt zijn handen op mijn schouders en kijkt me diep in mijn ogen. Ik kan zien hoe zijn gezicht verandert door de emotie. Het vertrekt helemaal, op een heel vreedzame, heel heilige manier.

Ik denk dat dit de eerste keer is dat de pastoor dankjewel moet zeggen. Normaal gesproken bedanken mensen hém. Volgens mij is dat de reden dat zijn gezichtsuitdrukking zo vastzit en vindt de erkenning op zijn gezicht het daarom zo lastig om mij te bereiken.

‘Geen probleem,’ zeg ik. Er hangt een onuitgesproken blijdschap tussen ons in. Die houden we een tijdje vast.

Wanneer hij zich omdraait en wegloopt, blijf ik hem nakijken tot hij uit het zicht verdwijnt.

De politie komt rond halfelf langs. Ze hebben borstels en een soort vloeibare oplossing in hun handen.

‘Om de graffiti mee van de weg te halen.’

‘Hartelijk bedankt,’ antwoord ik.

‘Dat was wel het minste wat we konden doen.’

En weer zit ik om drie uur ’s ochtends in de hoofdstraat, ditmaal om de verf van de weg te schrobben.

‘Waarom ik?’ vraag ik aan God.

God zegt niks.

Ik lach en de sterren kijken toe.

Het leven is mooi.