De rechter en de spiegel
Mijn volgende aangename verrassing is een fijne dagvaarding. Ik moet naar het plaatselijke gerechtsgebouw om mijn versie te vertellen van wat er zich in de bank heeft afgespeeld. Het gebeurt eerder dan ik had verwacht.
Het tijdstip is halfdrie ’s middags. Ik neem wel een paar uur vrij van mijn werk zodat ik met de auto terug de stad in kan rijden, naar de rechtbank.
Op de dag zelf kom ik aan in mijn uniform en moet ik buiten de rechtszaal wachten. Wanneer ik naar binnen ga om het bewijs te leveren, kijk ik de zaal rond. De eerste die ik zie is de overvaller. Zonder masker is hij nog lelijker. En hij kijkt wat kwader uit zijn ogen. Dat is waarschijnlijk ook niet zo gek voor iemand die een week in voorarrest heeft gezeten. De zielige pechvogelblik is verdwenen.
Hij draagt een pak.
Een goedkoop pak. Dat is nogal duidelijk.
Zodra hij me in het oog krijgt, kijk ik meteen de andere kant op omdat zijn ogen vuur spuwen.
Kom je mooi laat mee, denk ik, maar alleen maar omdat hij helemaal daar zit en ik hier, in mijn veilige getuigenbankje.
De rechter begroet me.
‘Zo, ik zie dat u voor de gelegenheid uw mooiste pak hebt aangetrokken, meneer Kennedy.’
Ik bekijk mijn outfit. ‘Dank u.’
‘Dat was sarcastisch bedoeld.’
‘Dat weet ik.’
‘Gaan we brutaal worden?’
‘Nee, meneer.’
Ik heb inmiddels in de gaten dat de rechter mij ook wel zou willen laten terechtstaan.
De advocaten stellen me vragen, die ik naar eer en geweten beantwoord.
‘Dus dit is de man die de bank heeft beroofd?’ wordt me gevraagd.
‘Ja.’
‘Weet u dat zeker?’
‘Absoluut.’
‘Maar vertelt u eens, meneer Kennedy, hoe kunt u dat zo zeker weten?’
‘Omdat ik die lelijke klootzak overal zou herkennen. Dat, en omdat het precies dezelfde kerel is die ze die dag in de boeien sloegen.’
De advocaat kijkt me vol minachting aan en verklaart zich nader. ‘Sorry, meneer Kennedy. Maar we moeten deze vragen stellen zodat we alles wat behandeld moet worden, ook echt volgens het boekje behandelen.’
Ik geef me gewonnen. ‘Dat lijkt me redelijk.’
Nu komt de rechter tussenbeide. ‘En wat die lelijke klootzak betreft – meneer Kennedy, zou u zich alstublieft willen onthouden van dergelijke belasteringen? U bent zelf ook niet bepaald moeders mooiste, weet u.’
‘Hartelijk bedankt.’
‘Graag gedaan.’ Hij glimlacht. ‘Beantwoordt u nu de vragen maar.’
‘Goed, edelachtbare.’
‘Dank u.’
Wanneer ik klaar ben, loop ik langs de overvaller, die zegt: ‘Hé, Kennedy.’
Gewoon negeren, zeg ik tegen mezelf, maar ik kan er niks aan doen.
Ik blijf staan en kijk hem aan. Zijn advocaat zegt dat hij zijn mond moet houden, maar dat doet hij niet.
Zachtjes zegt hij: ‘Jij bent dood. Wacht maar…’ Zijn woorden overvallen me een beetje. ‘Onthoud wat ik je zeg. Denk er iedere dag aan wanneer je in de spiegel kijkt.’ Hij moet bijna glimlachen. ‘Dood.’
Ik doe alsof.
Ik doodkalm ben.
Ik knik en zeg: ‘Oké,’ en loop verder.
God, bid ik, geef hem levenslang.
De deuren van de rechtszaal vallen achter me dicht en ik loop de foyer in. Die is zonovergoten.
Een politieagente roept me terug en zegt: ‘Ik zou me daar niet druk om maken, hoor, Ed.’ Zij heeft makkelijk praten.
‘Ik heb de neiging om de stad uit te vluchten,’ zeg ik tegen haar.
‘Moet je horen,’ zegt ze. Ik mag haar wel. Ze is klein en gedrongen en ziet er lief uit. ‘Tegen de tijd dat die sukkel weer uit de gevangenis komt, is teruggaan het laatste wat-ie zal willen.’ Ze denkt er even over na en lijkt zeker van haar zaak. ‘Sommige mensen verharden in de gevangenis.’ Ze gebaart weer met haar hoofd naar de rechtszaal. ‘Daar hoef je bij hem niet bang voor te zijn. Die heeft de hele ochtend zitten huilen. Ik zie hem niet zo gauw achter jou aan komen.’
‘Bedankt,’ antwoord ik. Ik voel enige opluchting, maar ik betwijfel of die lang zal duren.
Jij bent dood. Weer hoor ik zijn stem en ik zie de woorden op mijn gezicht geschreven wanneer ik terug de taxi ben ingestapt en in de achteruitkijkspiegel kijk.
Het dwingt me mijn leven te overdenken, mijn niet-bestaande prestaties en mijn algemene vaardigheden in onbekwaamheid.
Dood, denk ik.
Hij zit er niet ver naast. En ik rij het parkeerterrein af.