39

In het huis aan de kust lag zijn vader te slapen in zijn stoel bij het haardvuur. Hij schrok wakker toen Perez binnenkwam en keek even om zich heen alsof hij niet wist waar hij was.

‘Duncan heeft gebeld,’ zei hij. ‘Cassie wil je zien.’

Perez had het grootste deel van de nacht aan die opmerking liggen denken. Natuurlijk had hij toegezegd het meisje te willen zien. Op dit moment had hij alles voor haar over. Maar het was wel het laatste waar hij zin in had. Ze zou hem haar moeders dood zeker aanrekenen. Hij wist niet of hij dat aankon. Of haar sardonische glimlach, net zoals Fran die had gehad. De stem. Met een licht Shetlands accent na een aantal jaren school, maar nog altijd Fran’s vocabulaire. Woorden uit het zuiden die ze hem af en toe moesten uitleggen.

Ze spraken af in Lerwick, in de Olive Tree, het café in het Tollclock Centre. Het was neutraal terrein, waar Fran bovendien graag kwam. Het was meer haar smaak geweest dan de zijne. Dure salades en artistieke klanten. Ze zei altijd dat ze een moord deed voor hun koffie.

Perez’ verhouding met Duncan, haar ex-man, was moeizaam. Op school waren ze vrienden geweest, goede vrienden, ondanks hun verschillen in afkomst. Duncans familie stamde af van de grootgrondbezitters in Shetland – dichter bij de adel kon je op de eilanden niet komen – en woonde nog altijd in het grote huis aan de kust bij Brae. Ze waren uit elkaar gegaan voordat Perez Fran leerde kennen, en sindsdien was er sprake van een ongemakkelijke verstandhouding, voor het welzijn van Cassie. Perez maakte zich af en toe zorgen als Cassie bij haar vader was. Duncan dronk te veel, leidde een chaotisch leven vol feesten, afleiding en zo nu en dan bedenkelijke zaakjes. Meer lijken in de kast dan een hoogleraar geneeskunde. Fran had gezegd dat Cassie het contact met haar vader nodig had. ‘Je bent toch zeker niet jaloers, hè, Jimmy?’ Weer die sardonische grijns. En Perez had toegegeven dat hij misschien inderdaad jaloers was, een beetje maar. Hij was altijd trots als men hem aanzag voor Cassies vader en af en toe wenste hij dat Duncan niet in Shetland zou wonen, zodat zij met z’n drieën hun gezinnetje konden stichten.

Vandaag was Perez een halfuur te vroeg in het café. Dat was wel het minste wat hij doen kon. Hij wilde Cassie niet op hem laten wachten. Hij bestelde koffie. Hij herkende geen van de klanten. Waarschijnlijk toeristen in afwachting van de veerboot; de terminal lag iets verderop. Toen hij het kopje naar zijn lippen bracht, merkte hij dat zijn handen trilden. Hij stond op om te vertrekken. Hij kon Cassie niet onder ogen komen. Duncan zou het wel begrijpen en zich namens hem verontschuldigen. Hij stond daar, klaar om weg te gaan, toen Dougie Barr binnenstapte, duidelijk op weg naar de veerboot. Hij torste een enorme rugzak mee en was behangen met optische instrumenten.

De vogelaar zag Perez direct en bleef in de deuropening staan, rood van gêne. Hij wilde zich niet opdringen, maar voelde ook aan dat het onbeleefd zou zijn om zomaar weg te lopen. Perez kon zijn gestuntel niet langer aanzien en zwaaide naar hem om hem op zijn gemak te stellen. In zijn hoofd hoorde hij de stem van Fran: Hoe zit het, Jimmy Perez? Ben je een soort heilige? Dougie, gerustgesteld, kwam op hem af; hij zei niets maar stak zijn hand uit.

‘Vertel eens,’ zei Perez. ‘Wist je dat Fowler de moordenaar was?’ Deze vraag had hem dwarsgezeten. Hij bleef er ’s nachts maar aan denken. Hoe ver strekte verantwoordelijkheid?

‘Nee!’ Dougie reageerde geschrokken. ‘Dan zou ik het gezegd hebben. Ik had geen idee van de wulp. Ik geloofde de verhalen die Angela over Fowler de wereld in hielp. Ze heeft mij ook misleid.’ Hij zweeg. ‘Ik dacht dat Hugh de dader was. Ik kon zien dat ze hem niet mocht, dat ze misschien zelfs een beetje bang voor hem was. Wishful thinking. Ik had een hekel aan die gast.’

Hij strekte opnieuw zijn hand uit en raakte even Perez’ schouder aan, draaide zich toen om en verliet het café. Hij zou wel een andere plek vinden om iets te eten voordat de boot vertrok.

Dat was het moment dat Perez Cassie zag, die aan kwam lopen door het winkelcentrum. Ze hield Duncans hand niet vast maar liep vlak naast hem. Zes jaar oud. Klein voor haar leeftijd, mollig, haar bruine haar boven haar ogen in een pony geknipt. Enorme ogen, als een nachtkijkertje, die nog groter leken omdat ze had gehuild. Ze zag Perez, rende naar hem toe en hij tilde haar hoog op zoals hij altijd deed. Nu hield hij zich aan haar vast alsof zij hém moest redden. Hij zag dat hij werd aangestaard door een echtpaar aan een tafeltje in de buurt en hij voelde de tranen op zijn wangen. De mensen keken snel weg, bijna geschokt door zoveel emotie.

Duncan haalde koffie voor zichzelf, sinaasappelsap en chocoladetaart voor Cassie. Fran wilde nooit dat Cassie te veel slechte dingen at, maar Perez wuifde die gedachte weg. Het meisje kon krijgen wat ze maar wilde.

‘Ik wil naar huis,’ zei Cassie.

‘Ik heb je uitgelegd dat dat even moeilijk is.’ Duncan keek Perez aan. ‘Er moet een hoop geregeld worden.’

‘Ik wil naar school. Ik moet naar school.’ Ook een manier van verwerken, dacht Perez. Was hij niet naar zijn werk gegaan om Sandy de ondervragingen te zien doen? Hoewel hij nu, een paar dagen later, al niet meer kon begrijpen waarom hij dat toen belangrijk had gevonden.

‘Juf Frazer zal het wel begrijpen,’ zei Perez. Mevrouw Frazer was het schoolhoofd in Ravenswick, pas een paar jaar. Fran en zij waren vriendinnen geworden.

‘Ik doe mee aan het toneelstuk,’ legde Cassie geduldig uit. ‘Ik heb mijn tekst geleerd.’ Hierna: ‘Jessie zal me missen.’ Jessie, haar beste vriendin, kleindochter van Geordie, die de toeristen in zijn kleine bootje meenam naar Mousa.

‘Zou je een tijdje je intrek kunnen nemen in het huis in Ravenswick?’ Perez vroeg het aan Duncan, maar was zich er de hele tijd van bewust dat Cassie meeluisterde. ‘Het is waarschijnlijk het beste als alles weer zo normaal als mogelijk gaat.’ Hij huilde nog altijd en veegde zijn gezicht af met zijn servet, in de hoop dat Cassie het niet had gezien.

‘Uiteraard.’ Maar er klonk onzekerheid door in Duncans stem. Voor zijn werk was hij veel onderweg, hij vond het niet prettig om vast te zitten op één plek.

‘Ik zal helpen,’ zei Perez. ‘Waar ik maar kan.’

‘Fran’s ouders komen hierheen,’ zei Duncan. ‘Daarna zal alles wat makkelijker gaan.’

Voor even, dacht Perez. De gedachte kwam in hem op dat ze Cassie weleens zouden willen meenemen naar Londen. Ze waren tenslotte nog niet zo oud, en Cassie was dol op haar opa en oma. Dat zou misschien een oplossing kunnen zijn. Hij wist dat ze niet op het eiland wilden wonen. Het waren stadsmensen. Maar zou hij dan elk contact met het meisje kwijtraken?

Die avond, terug in zijn kleine huis pal aan het water in Lerwick, dronk hij whisky met zijn vader en tobde hij over Cassie. James was er nog. Perez had een paar halfslachtige pogingen ondernomen om de man naar huis te sturen en was elke keer dat de man geweigerd had, opgelucht geweest. ‘Het is goed voor de bemanning om het eens een tijdje zonder mij te doen.’ Hij vond de onbuigzaamheid van zijn vader, zijn massieve lichaam en zijn gebrek aan fantasie, op een bepaalde manier geruststellend. Perez had zijn bed aan hem afgestaan en sliep op de bank in de woonkamer. Het zou voor hem sowieso onmogelijk zijn geweest om de slaap te vatten in het bed dat hij af en toe met Fran had gedeeld. Hij vermoedde dat zijn vader dit doorhad. Misschien had die ouwe toch meer inbeeldingsvermogen dan hij had gedacht.

 

De volgende dag belde Rhona Laing, de aanklager, om hem te ontbieden. Zoals altijd als hij haar kantoor binnenstapte, had hij het gevoel dat hij modder aan zijn schoenen had, dat hij op een of andere manier haar steriele, keurige omgeving bevuilde. ‘We moeten het over het onderzoek hebben, Jimmy. Ik weet dat het niet makkelijk voor je is, maar het moet gebeuren.’ Geen woord over Fran, geen vriendelijke, troostende woorden. Hij was daar blij om. ‘Misschien ben je sowieso wel benieuwd.’

‘Nee,’ zei hij. Het schoot hem te binnen dat hij zijn ontslag nog niet had ingediend en dat hij dat snel moest doen. Als hij iets was wat ook maar leek op een agent, had hij Fran weten te beschermen; hij kon niet nog eens in een situatie verzeild raken waarbij een leven op het spel stond.

‘John Fowler heeft bekend.’ Alsof ze zijn ontkenning niet had gehoord. Ze rook in de verte naar citroen. Dure citroen. Ze had iets nieuws met haar haar gedaan. Misschien had ze een nieuwe vriend. Er deden altijd verhalen de ronde over de veroveringen van de aanklager. ‘Hij heeft het hele verhaal uit de doeken gedaan, maar we hebben ook een bekentenis aangetroffen op zijn laptop. Nou ja, meer een reeks excuses eigenlijk dan een bekentenis.’

‘Hij had geen keuze,’ zei Perez. ‘Bovendien was het hem daar al die tijd om te doen. Zijn verhaal vertellen.’

‘Je wist dat hij de dader was?’ Ze had een kan koffie besteld en schonk hem een kop in.

‘Aanvankelijk had ik niet meer dan een flauw vermoeden,’ gaf Perez toe. Hij keek op en voor het eerst brak er iets van een glimlach door. Hij wist wat advocaten deden met flauwe vermoedens. ‘Ik vond hem zo gespannen. Een beetje vreemd. En dan de naam van zijn boekwinkel.’

Rhona keek hem streng aan. ‘Die luidde?’

‘Boekhandel Numenius. Ik vond het een merkwaardige naam. Ik heb het opgezocht. Numenius is de wetenschappelijke benaming voor wulp. Maar het kon allemaal op toeval berusten en tot het dna van de veren was onderzocht hadden we geen bewijs en geen motief. Daarna sprak ik een aantal mensen en kwam erachter dat Fowler ongeveer gelijktijdig met Angela een reis maakte door de voormalige Sovjet-Unie. De bekentenis van Stella Monkton dat Angela de ontdekking van John Fowler had gestolen vormde natuurlijk de bevestiging. Angela had haar erover geschreven nadat ze om een ontmoeting had gevraagd.’

Rhona leunde achterover in haar stoel. ‘Waarom vertel je niet hoe jij denkt dat het is gegaan, Jimmy? In je eigen woorden.’

Perez stond op het punt om op te staan en weg te lopen. Je weet alles al. Sandy zal een rapport hebben opgesteld. Hoewel er van de spelling en de grammatica weinig zal kloppen, zal hij wel alle details beschreven hebben. Maar hij bleef zitten. Dit was zijn laatste zaak. Hij kon net zo goed nog één keer de gifbeker helemaal leegdrinken.

‘John Fowler was een gerespecteerd schrijver en journalist. Een freelancer, maar hij deed het aardig en verdiende goed. Het is niet waarschijnlijk dat hij Angela Moore niet al kende. Vogelaars zijn allemaal geobsedeerd, en die wetenschappers zijn zelfs nog erger. Kijk maar naar Ben Catchpole. Ze stuiten op een onderzoeksterrein en beginnen als gekken te graven.’ Ondanks alles voelde Perez zich langzaam in de huid kruipen van de moordenaar. Hij had met Fowlers voormalige collega’s gesproken; gezeten in de keuken van Springfield had hij lange gesprekken gevoerd over ’s mans geestelijke gesteldheid. Dit was de moordenaar van Fran, maar Perez had nooit in het bestaan van monsters geloofd. Fowler wegzetten als een monster was hetzelfde als hem een vrijbrief geven. Beter was het om hem te begrijpen en hem te dwingen de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn daden.

‘Nadat Angela haar stuk over de dunbekwulp had gepubliceerd begon zijn wereld in te storten,’ vervolgde Perez. ‘Hij verloor zijn geloofwaardigheid. Hij probeerde een aantal mensen ervan te overtuigen dat het zijn vondst was, maar wie wilde hem geloven? Angela was jong en mooi, de droom van iedere uitgever. Het zou veel moeilijker zijn om een hype te creëren rond een man van middelbare leeftijd, die de reputatie had zeldzame vogels te hebben gezien die nooit hadden bestaan. Iedereen was erop uit zijn ontdekkingen onderuit te halen. Hij gaf zijn werk als journalist op en begon zijn boekwinkel. Tegen wie het maar horen wilde zei hij dat hij het rustiger aan moest doen.’

‘Is hij naar een psychiater geweest?’ De aanklager keek op van haar papieren, waarop ze aantekeningen maakte. ‘Is hij in staat om voor te komen?’

Perez haalde zijn schouders op. Wat hem betreft kon je iemand die drie vrouwen had omgebracht gerust knettergek noemen. Hij gaf zichzelf de schuld. Ik wist het. Ik had hem moeten tegenhouden.

‘Hij is naar Fair Isle gekomen met de bedoeling Angela Moore om te brengen,’ zei Rhona Laing. ‘Het was met voorbedachten rade. Gepland. Hij heeft niet gehandeld in een vlaag van jaloezie en woede. Geen doodslag vanwege verminderde toerekeningsvatbaarheid. Daar kunnen ze niet op aansturen.’

Maar jaloezie had wel aan de basis gestaan, dacht Perez. Een sluimerend vuurtje dat Fowler vanbinnen had verteerd, dat bezit had genomen van zijn gedachten en zijn dromen, en hem had verwoest. De vrouwen had verwoest die zijn pad kruisten. Kon je dan spreken van een ziekte? Gelukkig hoefde Perez die beslissing niet te nemen.

‘Ga door, Jimmy,’ zei de aanklager, die daarbij haar ongeduld probeerde te maskeren. ‘Ik wil graag de rest van het verhaal horen.’

Hij keek op en even had hij de aanvechting om uit te halen naar dat gladde, met dure make-up beschilderde gezicht. Voor haar was dit gewoon werk. Werk en ambitie. Ze zou zijn woorden gebruiken om slim over te komen. ‘Waarom? Je weet alles al. Wat ben ik, je circusaap?’

Ze schrok van zijn uitval. ‘Het spijt me, Jimmy. Komt het te vroeg? Wil je ophouden?’

Hij schudde resoluut zijn hoofd. Hij kon haar medelijden niet uitstaan.

‘Het ging dus allemaal om een vogel,’ ging Perez door, alsof er niets was gebeurd. ‘De dunbekwulp. Sommige wetenschappers dachten dat de vogel was uitgestorven. Je zou niet zeggen dat hij zoveel emoties kon losmaken. Maar ik heb de vogelaars naar het eiland zien komen voor een Amerikaanse zwaan en ik heb gezien hoe ze kunnen doordraaien. Een aantal van hen was bijna in tranen toen ze doorkregen dat ze misschien te laat waren. Voor Fowler was het niet zomaar een hobby. Het was zijn werk. Het had te maken met respect, hij wilde bewijzen dat hij een volwaardige journalist was.’

‘Dus hij vond de wulp vóór Angela Moore, maar zij ging met de eer strijken.’ Rhona keek op haar horloge. Haar medeleven was van korte duur geweest. Perez meende dat de aanklager zich wilde beperken tot de feiten; ze had nooit veel belangstelling getoond voor de achtergronden van een verhaal. Daar hebben we maatschappelijk werkers voor uitgevonden, Jimmy.

‘Hij dokterde uit waar de vogels zich waarschijnlijk ophielden,’ zei Perez. ‘Het had iets te maken met de insecten die ze eten. Hij bestudeerde de kaarten, bakende gebieden af waar hij kans meende te hebben iets te zien. Ze noemen dat ground-truthing.’

Toen Perez er voor het eerst over hoorde, had dat ground-truthing hem wel aangesproken, het leek hem ook voor politieagenten een bruikbaar concept. Het had te maken met het toetsen van theorieën, op je verstand vertrouwen. Hij vroeg zich af waarom hij er zo enthousiast over was geweest; nu leek het hem irrelevant.

‘Het moet heel frustrerend voor hem zijn geweest om die erkenning mis te lopen,’ zei Laing, die eindelijk iets van begrip leek te tonen. Beroepsafgunst, dat snapte ze wel. Perez had nog nooit zo’n ambitieus persoon ontmoet. ‘Die vrouw werd dankzij dat boek een beroemdheid.’

‘Uiteraard.’ Perez stelde zich voor hoe Fowler het hoofd boven water probeerde te houden terwijl hij van alle kanten overspoeld werd door haar succes, en hij zijn inkomen bij elkaar schraapte dankzij de bestellingen via internet en de incidentele excentriekeling in zijn winkel. ‘Angela was elke vijf minuten op tv, de baas van Fair Isle, het meest vooraanstaande veldcentrum van het Verenigd Koninkrijk. Natuurlijk vrat het aan hem. Hij had dat moeten worden. Hij lag ervan wakker en droomde er ’s nachts over.’

Rhona trok haar wenkbrauwen op. Misschien dacht ze dat Perez ervaring had met obsessies. Hij moest ’s nachts wel wakker worden van de gedachten aan Fran die stierf in de duisternis van Fair Isle en ongetwijfeld had hij er ook nachtmerries over.

‘Had de echtgenote door wat er aan de hand was? Ik ben er nog steeds niet uit wat we haar ten laste kunnen leggen.’

‘Daar heb ik over nagedacht.’ En dat was zo. Van alle aspecten van deze zaak achtervolgde dit hem het meest. Soms zag hij Sarah als een soort Lady Macbeth, de kwade genius achter Fowler die hem vergiftigd had en hem er met haar woorden en haar droefenis van wist te overtuigen dat Angela moest sterven. Heeft ze Fran uit de vuurtoren gelokt, zodat Fowler haar kon vermoorden? Op andere momenten beschouwde hij Sarah als een slachtoffer. ‘Ik geloof niet dat ze erg rouwig was om Angela’s dood. Ze wilde heel graag een kindje. Ze had een zeer stressvolle ivf-behandeling achter de rug en had in een laat stadium van de zwangerschap haar baby verloren. Angela was in verwachting. Sarah was ook jaloers.’ Wat een echtpaar moet dat zijn geweest, dacht Perez. Beiden verteerd door teleurstelling en afgunst. Wat voor leven hadden zij gehad? Krampachtig gewoontjes? Bizar genoeg vroeg hij zich af of John en Sarah seks hadden gehad, achteraf. Er school iets erotisch in de wijze waarop de lichamen waren tentoongesteld. Weer een voorbeeld van John Fowlers rare gedrag?

‘Was Sarah Fowler op de hoogte van Angela’s zwangerschap?’ Rhona’s vraag verraste Perez, bracht hem terug naar de smaakvolle kamer met het hoge plafond en de foto’s van oude zeilschepen aan de muur, de urgentie van het onderzoek.

‘Dat denk ik,’ zei hij. ‘Hugh Shaw beweert dat hij de Fowlers erover heeft horen praten. Zij was opgeleid tot verpleegkundige. En omdat ze zelf zo graag een kind wilde was ze er bijzonder alert op, denk je niet?’ Hij vroeg zich af of Rhona Laing ooit een kinderwens had gehad.

‘Weet je wie de vader was?’

‘Ben Catchpole,’ zei Perez. ‘Qua timing kan het niemand anders zijn.’

‘Ik kan begrijpen waarom Fowler Moore heeft vermoord.’ Rhona pakte een zandkoekje van het witte porseleinen bord. Ze leek teleurgesteld in zichzelf, alsof ze had toegegeven aan een vreselijke verleiding. Perez vond dat zij een rare houding had tegenover voedsel. Behield ze haar figuur omdat ze eeuwig op dieet was of had het allemaal met zelfdiscipline te maken?

Ze ging verder: ‘Ik bedoel, ik zie dat het een bewuste wraakactie was, bedacht door een labiele persoon. Maar hij had niets tegen Jane Latimer.’

‘Dat had alles te maken met overleven,’ zei Perez. ‘Vanaf het begin was het duidelijk dat Jane dood moest omdat zij had bedacht dat Fowler de moordenaar was. Ik denk dat ze speurdertje aan het spelen was. Ze hield van puzzelen.’

‘Een gevaarlijk spelletje.’ De aanklager likte aan haar wijsvinger en viste een koekkruimel op van het bord.

‘De sleutels naar de toren van de vuurtoren werden bewaard in de keuken,’ zei Perez. ‘Daar ging Fowler naartoe om iedereen in de gaten te houden. Jane heeft hem misschien betrapt toen hij ze stal of weer terug wilde leggen. Ze heeft zijn kamer doorzocht. Daar vond ze de kladversie van zijn originele artikel over de mogelijke vindplaatsen van de wulp. Hij had het meegenomen om Angela ermee te confronteren. Ze had het in de vogelkamer gelezen en raakte in paniek toen Fowler het weer terugpakte. Natuurlijk wilde ze niet dat anderen het zouden lezen. Voor ons was het hocuspocus, maar Jane was al een halfjaar in het centrum en zij doorzag de implicaties.’ Hij zweeg. Hij probeerde zich Jane’s opwinding voor te stellen op het moment dat zij de puzzel had opgelost. Wanneer was ze van plan geweest het hém te vertellen?

‘Ze was niet zo dom om Fowler te confronteren met haar verdenkingen?’ Rhona keek weer op haar horloge. Hoeveel tijd had ze voor hem uitgetrokken? Wanneer begon haar volgende afspraak?

‘Nee, Fowler keerde naar de vuurtoren terug op een moment dat Jane hem niet verwachtte. Ik denk dat hij haar betrapt heeft terwijl ze zijn spullen doorzocht. Het was deels mijn schuld. Het was de ochtend dat Angela’s lichaam werd opgehaald door de helikopter. Ik heb Sarah en Fowler de zaal uit gestuurd waar ik de ondervragingen hield en gevraagd of ze later terug wilden komen. Als je het centrum binnenloopt kun je in alle slaapkamers kijken. De vloer is daar een beetje hoger, waardoor je een perfect zicht hebt in de kamers op de eerste verdieping. Jane zou niet verwacht hebben dat ze zo snel weer terug zouden zijn.’

‘En toen heeft hij haar vermoord?’ zei Rhona.

‘Op dat moment,’ zei Perez, ‘kon hij niet meer nadenken en had hij alle hoop opgegeven. Misschien heeft ze iets van haar verdenking laten doorschemeren. De naam van de boekwinkel zou haar ook zijn opgevallen, ik weet zeker dat zij het ook heeft opgezocht. Misschien was zij in zijn visie deelgenoot van het verraad van Angela, alleen al omdat ze in het centrum werkte. Het gegeven dat de plaats delict was bezaaid met veren lijkt dit te bevestigen. Fowler hield haar vanuit de toren in de gaten en zag haar naar de Pund lopen. Jane wist dat Angela daar haar mannen mee naartoe nam en haar geheimen bewaarde. Ik denk dat ze hoopte daar meer bewijzen aan te treffen die Fowlers schuld zouden bewijzen. Hij had uit het washok een kussen meegenomen, het in zijn rugzak gepropt en haastte zich na haar de heuvel over. Althans, ik denk dat hij dat gedaan heeft. Jij weet er meer van dan ik. Wat heeft Sandy erover in zijn rapport gezet?’

‘Je hebt gelijk,’ zei Rhona. ‘Natuurlijk heb je gelijk. Je bent de beste inspecteur met wie ik ooit heb gewerkt, Jimmy.’ Ze keek hem even aan voordat ze verder sprak. ‘Wat gebeurde er toen?’

Perez dacht dat hij het wist, maar ineens was hij het praten beu. Dit was niet zijn verhaal. Hij worstelde met de woorden. ‘Hij trof Jane aan op de vliering. Waarschijnlijk was ze op zoek naar brieven, een dagboek, alles wat ook maar helderheid kon verschaffen omtrent Angela’s verraad. Daar heeft hij haar vermoord.’ Rhona sloeg een geprint rapport op haar bureau open en las voor uit Fowlers bekentenis. ‘“Het ging allemaal erg snel. Ze moet mijn voetstappen achter de hare op de ladder hebben gehoord, maar ze had niet eens de tijd om zich om te draaien. Ik hou het erop dat ze niet heeft geleden.”’

‘Dat is niet waar,’ zei Perez boos. ‘Ze had verwondingen op haar handen en armen die wezen op zelfverdediging. Ze heeft weerstand geboden en natuurlijk heeft ze geleden. Ik denk zelfs dat hij daarvan genoten heeft. Hij had Fran niet hoeven doden. Tegen die tijd moet hij hebben geweten dat het spel uit was voor hem.’ Hij zweeg. ‘Hij heeft Jane omgebracht met een mes dat hij uit de keuken heeft gepikt.’

‘Wat moet jij die man haten, Jimmy.’

Perez negeerde deze observatie. Hij was uitgeput en wilde dat dit zo snel mogelijk achter de rug zou zijn. Hij dacht bijna met plezier aan zijn huis aan de kust, waar zijn vader op hem wachtte met een fles whisky en een eenvoudige maaltijd.

‘Angela had Stella Monkton verteld dat ze het resultaat van Fowlers onderzoek had gestolen,’ zei Perez. ‘Ik denk dat Angela wel degelijk een geweten had als het op haar wetenschappelijke werk aankwam en dat ze spijt had van haar daad. Toen Stella naar Fair Isle kwam, heeft ze alles aan Maurice verteld. Hij kon beslissen wat er moest gebeuren, Angela’s reputatie te grabbel gooien of de informatie gebruiken om haar moordenaar op te sporen.’

‘Hij besloot jou op de hoogte te brengen.’

‘Ja.’ Perez keek haar aan. ‘Als ik eerder naar hem had geluisterd, zou Fran nu misschien nog leven.’

‘Dat kun je niet zeggen, Jimmy.’

‘O jawel,’ zei hij. ‘Dat kan ik wel.’ Hij keek haar aan. ‘Ik heb natuurlijk besloten ontslag te nemen. Ik kan deze verantwoordelijkheid niet meer aan. En ik zou elke dag aan haar worden herinnerd.’

‘Wat ga je doen?’ Ze probeerde hem niet om te praten. Ze kon zien dat hij vastbesloten was.

‘Iets nuttigs,’ zei hij. ‘Iets praktisch. Meubels maken of schapen hoeden.’ Veel geld had hij niet nodig. Nu hoefde hij alleen nog maar voor zichzelf te zorgen.

‘Je zult diep in je hart altijd een rechercheur blijven, Jimmy. Je bent te nieuwsgierig om zomaar alles de rug toe te keren.’

Hij wist niet wat hij daarop moest zeggen.

‘Ga je op Fair Isle wonen?’ vroeg ze.

Hij gaf direct antwoord. ‘O nee. Ik weet niet eens of ik daar ooit nog een keer terug kan komen.’

 

Blauw Licht
titlepage.xhtml
blauw_licht-ebook_split_000.xhtml
blauw_licht-ebook_split_001.xhtml
blauw_licht-ebook_split_002.xhtml
blauw_licht-ebook_split_003.xhtml
blauw_licht-ebook_split_004.xhtml
blauw_licht-ebook_split_005.xhtml
blauw_licht-ebook_split_006.xhtml
blauw_licht-ebook_split_007.xhtml
blauw_licht-ebook_split_008.xhtml
blauw_licht-ebook_split_009.xhtml
blauw_licht-ebook_split_010.xhtml
blauw_licht-ebook_split_011.xhtml
blauw_licht-ebook_split_012.xhtml
blauw_licht-ebook_split_013.xhtml
blauw_licht-ebook_split_014.xhtml
blauw_licht-ebook_split_015.xhtml
blauw_licht-ebook_split_016.xhtml
blauw_licht-ebook_split_017.xhtml
blauw_licht-ebook_split_018.xhtml
blauw_licht-ebook_split_019.xhtml
blauw_licht-ebook_split_020.xhtml
blauw_licht-ebook_split_021.xhtml
blauw_licht-ebook_split_022.xhtml
blauw_licht-ebook_split_023.xhtml
blauw_licht-ebook_split_024.xhtml
blauw_licht-ebook_split_025.xhtml
blauw_licht-ebook_split_026.xhtml
blauw_licht-ebook_split_027.xhtml
blauw_licht-ebook_split_028.xhtml
blauw_licht-ebook_split_029.xhtml
blauw_licht-ebook_split_030.xhtml
blauw_licht-ebook_split_031.xhtml
blauw_licht-ebook_split_032.xhtml
blauw_licht-ebook_split_033.xhtml
blauw_licht-ebook_split_034.xhtml
blauw_licht-ebook_split_035.xhtml
blauw_licht-ebook_split_036.xhtml
blauw_licht-ebook_split_037.xhtml
blauw_licht-ebook_split_038.xhtml
blauw_licht-ebook_split_039.xhtml
blauw_licht-ebook_split_040.xhtml
blauw_licht-ebook_split_041.xhtml
blauw_licht-ebook_split_042.xhtml
blauw_licht-ebook_split_043.xhtml