18

Fran trof Poppy aan in haar slaapkamer, met haar iPod op. Ze lag op bed, nog steeds in haar pyjama, en staarde naar het plafond. De gordijnen waren gesloten en er was dus weinig licht, maar Fran ontwaarde een stapel vuile kleren in de hoek, en een kaptafel overladen met meisjesprullen: make-up, armbanden, lange zwarte kralenkettingen. Toen ze Fran zag haalde Poppy de dopjes uit haar oren en ging rechtop zitten, maar zei niets.

‘Wat vind je ervan om hier weg te gaan?’ Fran stond vlak bij de deur. Ze wilde zich niet aan het meisje opdringen.

‘Is het vliegtuig onderweg?’ Door de stelligheid van de vraag merkte Fran hoe ongelukkig Poppy was. Ze sloot zich op in haar slaapkamer en wachtte op het moment dat ze het eiland kon ontvluchten.

‘Vandaag niet. Misschien morgen. De boot vertrekt zeker morgenochtend. Maar ik bedoelde weggaan uit het centrum. Ik vroeg me af of je het leuk zou vinden om de dag met mij en Mary door te brengen.’

Ze twijfelde. Het duurde even voordat Poppy de teleurstelling dat ze niet direct van het eiland af kon, had verwerkt. ‘Prima,’ zei ze uiteindelijk. ‘Waarom ook niet?’

‘Ik laat je even alleen zodat je kunt douchen, goed?’ Het meisje kon wel een grondige schrobbeurt gebruiken. ‘Ik zal in de keuken op je wachten, bij Jane.’

Toen Poppy tevoorschijn kwam droeg ze een te kleine spijkerbroek en een grote grijze trui. Haar haar was nog nat van de douche, maar ze leek niet echt veel schoner. Ze had geen moeite gedaan zich op te maken en zag er erg jong uit: een te zwaar, ongezond bleek kind met een slechte huid. Maar zo zagen we er allemaal uit in onze tienerjaren, dacht Fran. Of dat dachten we in elk geval.

Ze merkte dat ze Poppy beschouwde als een iets oudere uitgave van Cassie. Ze heeft wat frisse lucht nodig, een beetje beweging. ‘Zullen we gaan lopen? We kunnen met Mary afspreken voor de lunch in Springfield. Ik moet ook even langs het postkantoor, ik heb postzegels nodig.’ Misschien was Poppy te moe om te protesteren, of misschien was ze opgelucht dat een ander de besluiten nam, in elk geval liep ze zonder een woord te zeggen achter Fran aan, de vuurtoren uit.

Ze liepen en zwegen. Poppy verschool zich in haar jas, haar handen in de zakken.

‘Hoe is het om het met een juut te doen?’ Net toen ze de knik in de weg bij de noordelijke haven hadden bereikt, kwam de vraag uit de lucht vallen; Poppy’s poging om haar zelfvertrouwen terug te krijgen of te provoceren.

‘Ik zie hem niet als een juut. Hij is een goede, hardwerkende man.’ Fran hield haar stem in bedwang. Sommigen van haar vrienden uit Londen hadden haar die vraag immers ook gesteld, in min of meer vergelijkbare bewoordingen. Weer viel er een stilte.

Verder zuidwaarts werd Fran’s blik naar Sheep Rock getrokken, in het oosten. Hij was al ontelbare malen geschilderd en gefotografeerd, maar iets in de vorm, de glooiende groene vlakte boven op de rotsen, zorgde ervoor dat ze haar ogen er niet van kon afhouden. Toen Perez nog een jongetje was, graasden daar hun schapen; de mannen maakten de oversteek in een klein bootje en gebruikten een ketting om de rots op te komen. Zou zij iets nieuws aan het plaatje kunnen toevoegen? Ze had Perez gevraagd wat ze Mary en James kon geven. ‘Maak een schilderij voor ze,’ had hij gezegd. ‘Dat zouden ze meer dan wat dan ook waarderen.’ Ze had geen passend cadeau kunnen vinden. Nu kreeg ze het idee om een tekening te maken waaruit haar persoonlijke visie op Fair Isle en de iconische Sheep Rock sprak. Die moest dit licht hebben, vond ze. Heel fel, na de regen.

Ze had het plaatje in haar hoofd en werd zo in beslag genomen door haar pogingen het te fixeren, dat ze schrok van Poppy’s tweede vraag. Ze was bijna vergeten dat het meisje met haar meeliep.

‘Ze denken allemaal dat ik Angela vermoord heb, toch?’

‘Ik weet niet wat ze denken.’

‘Ik haatte haar,’ zei Poppy. ‘Ik ben blij dat ze dood is.’

‘De scheiding van je ouders moet zwaar voor je zijn geweest. Je was nog behoorlijk jong.’ Maar niet zo jong als Cassie toen Duncan en ik uit elkaar gingen, en zij lijkt het overleefd te hebben. Ik hoop dat ze het overleefd heeft. Het eeuwige schuldgevoel van de alleenstaande ouder.

Poppy stopte midden op de weg. ‘Ik haatte haar niet omdat mijn ouders gescheiden zijn. Ik bedoel, dat was rot. Ik dacht dat mijn vader en moeder gelukkig waren samen. Maar het gebeurt zo vaak. Ik kon er wel mee omgaan. Ik heb niet veel vrienden die nog bij hun twee ouders wonen. Ik haatte haar gewoon.’

‘Waarom?’

‘Ze was een stomme koe en ze behandelde mijn vader als oud vuil.’

Fran wist niet wat ze hierop moest zeggen. Natuurlijk maakte het haar nieuwsgierig. Voor het eerst begreep ze iets van Perez’ fascinatie voor de details die hij in zijn werk tegenkwam, het wroeten in andermans problematische leven. Maar welk recht had zij om te gaan spitten? Zij had niet het excuus van een baan waar ze zich achter kon verschuilen. Uiteindelijk deed ze er het zwijgen toe. Poppy was al doorgelopen.

‘Weet je dat Angela alleen maar met mijn vader getrouwd is om de baan op het eiland te kunnen krijgen? Ik bedoel, kijk eens goed naar hem. Wat kan het anders zijn geweest?’

‘Hij is vriendelijk,’ zei Fran. ‘Begripvol.’

‘Hij is oud en opgebrand. Hij draagt corduroy broeken en gebreide vesten. Hij wordt kaal.’

Fran grinnikte. Poppy zag het en begon ook te grinniken. Fran dacht dat het helemaal zo erg niet was om een tienerdochter te hebben. Mary doemde achter hen op in de auto. Ze stopte en vroeg of ze een lift wilden naar Springfield.

‘Wij redden het lopend wel, of niet soms?’ vroeg Fran.

‘Tuurlijk.’ Poppy glimlachte opnieuw. ‘Mijn moeder zegt altijd dat ik meer beweging nodig heb.’ Net als jij.

‘Waarom wil je zo graag van het eiland af?’ vroeg Fran. ‘Was dat omdat je het niet met Angela kon vinden?’

De stilte hield even aan. ‘Toen papa hier net woonde vond ik het heerlijk om hiernaartoe te komen. Het was een soort avontuur. Samen met mama ging ik met de trein naar Aberdeen en daar haalde papa mij op. Vandaar namen we de veerboot. Ik was de jongste thuis en voelde me altijd het buitenbeentje, dus die momenten met hem vond ik heel bijzonder. ’s Nachts de boottocht en dan met het vliegtuig naar Fair Isle. En destijds deed Angela ook meer moeite om het mij naar de zin te maken. Ze nam me weleens mee als ze vogels ging ringen. In de rubberboot zeevogels tellen.’

‘Waar is het misgegaan?’

Poppy haalde haar schouders op. ‘Ik werd gewoon ouder, denk ik. Ik kreeg door hoe ze mijn vader behandelde. Alsof hij haar bediende was. Hij was hoofddocent aan de universiteit voordat hij met haar trouwde, een positie die hij aan zichzelf had te danken. Zij had geen enkel recht om zo tegen hem te praten.’

‘Dus deze keer wilde je eigenlijk niet naar het eiland komen?’

‘Ze wilden me niet over de vloer hebben.’ Poppy’s stem klonk steeds ijler.

‘Wie?’

‘Mijn moeder, de school. Ik werd te lastig voor ze, dus besloten ze me naar het verre noorden te sturen. Alsof het een of ander Russisch strafkamp is. Alsof ik godverdomme een of andere Russische krijgsgevangene ben.’

Fran zei niets. Dit zou Jimmy nu doen. Hij zou wachten. Ze is zo kwaad dat ze vanzelf verdergaat.

Boven hen vloog een raaf. Fran hoorde hem krassen voordat ze hem in het oog kreeg, en het geluid bezorgde haar kippenvel en bracht nare herinneringen uit het verleden naar boven, waardoor ze weer bijna het naast haar sjokkende meisje vergat.

‘Ze mogen mijn vriendje niet,’ ging Poppy verder. ‘Hij is ouder dan ik. Andere achtergrond. Ze zeggen dat ze ruimdenkend zijn, maar ze kijken op hem neer omdat hij zijn handen vuilmaakt als hij werkt en niet zo praat als wij. Alleen omdat zijn ouders geen dure school voor hem konden betalen. Ze nemen het hem kwalijk dat ik af en toe door het lint ga. Maar zij maken me juist zo kwaad. Ik wil hun af en toe wel iets aandoen.’

‘Het kan soms geen kwaad om elkaar een tijdje niet te zien.’ Jezus, dacht Fran, ik klink als Lieve Mona uit de roddelbladen.

‘Ik heb geprobeerd hem te sms’en,’ zei Poppy. ‘En te bellen. Maar hij reageert niet. Hij heeft waarschijnlijk al een ander.’

Fran begreep dat dit de oorzaak was van de wanhoop van het meisje. Dit greep haar meer aan dan Angela’s dood en het verdriet van haar vader; ze voelde zich in de steek gelaten. Ze wilde zo ontzettend graag van het eiland af om erachter te komen waarom haar oudere vriend niets van zich liet horen. Toen ze in haar kamer lag, waren haar gedachten bij hem geweest, niet bij het geweld of de dood van Angela.

‘Angela wist het,’ zei Poppy. ‘Ze wist dat Des niets van zich had laten horen. Ze maakte er grapjes over: “Wat kan een volwassen man nou in jou zien?” Ze hield haar commentaar voor zich als papa in de buurt was, maar als we alleen waren begonnen de pesterijen: “Al iets van je vriendje gehoord? Nog steeds geen nieuws?” Ik dacht dat ik gek werd. In het appartement, terwijl de wind buiten gierde, zonder iemand om mee te praten. In mijn dromen vermoordde ik haar. Toen het daadwerkelijk gebeurde, was ik bijna geneigd te geloven dat ik het had gedaan, zo vurig had ik haar doodgewenst. Ik was dronken en kan me niet veel meer van de avond van je feest herinneren. Misschien heb ik het echt wel gedaan.’

Ze draaide haar gezicht naar Fran, die nu duidelijk kon zien hoe bang ze was. Ze wilde van Fran een geruststelling, die ze echter niet kon geven. Fran haakte haar arm in die van Poppy en samen stapten ze de winkel binnen. ‘Chocolade,’ zei Fran op de no-nonsensetoon waarmee ze tegen Cassie sprak als een nachtmerrie haar gewekt had. ‘Dat is wat je nodig hebt.’

Ze gingen op het bankje buiten de winkel zitten en begonnen de zoetigheden te eten die ze hadden gekocht. ‘Heb je enig idee wie Angela vermoord kan hebben?’ vroeg Fran. Ze kon zich niet bedwingen. ‘Jij was daar de hele dag. Elke dag.’

Poppy schudde haar hoofd. ‘Ze gedroeg zich de hele week al vreemd,’ zei ze. ‘Ze deed nog vreemder dan gewoonlijk. Iets zat haar dwars. Wat ze bij mij deed, deed ze bij iedereen: jennen, uitlokken. Het kan ieder van hen geweest zijn.’

 

Later probeerden zij en Mary Poppy af te leiden met lange sessies scrabble en cluedo. Ze zaten aan de keukentafel en hoorden eindelijk het geluid van schapen en meeuwen uitstijgen boven de wind. James was in de haven om de tewaterlating van de Good Shepherd in goede banen te leiden. In de boerderij kroop Poppy weer in haar schulp, aan tafel werd vaak langdurig gezwegen. Ze leek wel te mokken. Fran had het idee dat het meisje in luttele seconden van kind tot vrouw kon transformeren en vice versa. Ze vroeg zich af welke ouders om zouden weten te gaan met deze stemmingswisselingen. Ze kon het zich voorstellen dat Poppy’s moeder het even met haar had gehad.

Om vier uur bood Fran aan Poppy terug te brengen naar de vuurtoren. Ze hoopte Perez daar nog even te treffen, al was het maar voor een paar minuten, en ze realiseerde zich dat ze hem net zo aanbad als het meisje haar ongewenste vriend. Maar Poppy antwoordde dat ze wilde lopen.

‘Weet je het zeker? Het is best een eindje. Het zal zo goed als donker zijn tegen de tijd dat je er bent.’

‘Zoals je al zei, kan ik best wat beweging gebruiken.’

‘Ik zal met je meelopen.’ Fran was al uit haar stoel opgestaan.

‘Nee,’ zei Poppy. ‘Ik wil graag even alleen zijn.’ Ineens was ze bijna gracieus. ‘Je kunt je wel voorstellen hoe ik me voel. Ik heb bijna een week met al die mensen binnen gezeten. Maar bedankt voor deze dag. Het was heel leuk. Het heeft me echt goedgedaan.’

Fran liep naar buiten naar het pad en zag haar in oostelijke richting afbuigen en de route langs Kenaby nemen. De kleine, donkere gestalte, de capuchon van haar jas over haar hoofd getrokken, verdween in de verte. Het begon al te schemeren en vlak voordat Fran haar uit het oog verloor, kreeg ze de neiging om achter haar aan te rennen. Misschien had ze haar niet alleen moeten laten gaan. Misschien zou Perez het haar wel kwalijk nemen dat ze haar alleen liet gaan. Maar Poppy moest de kans krijgen om haar eigen beslissingen te nemen en Fran ging weer naar binnen.

 

Blauw Licht
titlepage.xhtml
blauw_licht-ebook_split_000.xhtml
blauw_licht-ebook_split_001.xhtml
blauw_licht-ebook_split_002.xhtml
blauw_licht-ebook_split_003.xhtml
blauw_licht-ebook_split_004.xhtml
blauw_licht-ebook_split_005.xhtml
blauw_licht-ebook_split_006.xhtml
blauw_licht-ebook_split_007.xhtml
blauw_licht-ebook_split_008.xhtml
blauw_licht-ebook_split_009.xhtml
blauw_licht-ebook_split_010.xhtml
blauw_licht-ebook_split_011.xhtml
blauw_licht-ebook_split_012.xhtml
blauw_licht-ebook_split_013.xhtml
blauw_licht-ebook_split_014.xhtml
blauw_licht-ebook_split_015.xhtml
blauw_licht-ebook_split_016.xhtml
blauw_licht-ebook_split_017.xhtml
blauw_licht-ebook_split_018.xhtml
blauw_licht-ebook_split_019.xhtml
blauw_licht-ebook_split_020.xhtml
blauw_licht-ebook_split_021.xhtml
blauw_licht-ebook_split_022.xhtml
blauw_licht-ebook_split_023.xhtml
blauw_licht-ebook_split_024.xhtml
blauw_licht-ebook_split_025.xhtml
blauw_licht-ebook_split_026.xhtml
blauw_licht-ebook_split_027.xhtml
blauw_licht-ebook_split_028.xhtml
blauw_licht-ebook_split_029.xhtml
blauw_licht-ebook_split_030.xhtml
blauw_licht-ebook_split_031.xhtml
blauw_licht-ebook_split_032.xhtml
blauw_licht-ebook_split_033.xhtml
blauw_licht-ebook_split_034.xhtml
blauw_licht-ebook_split_035.xhtml
blauw_licht-ebook_split_036.xhtml
blauw_licht-ebook_split_037.xhtml
blauw_licht-ebook_split_038.xhtml
blauw_licht-ebook_split_039.xhtml
blauw_licht-ebook_split_040.xhtml
blauw_licht-ebook_split_041.xhtml
blauw_licht-ebook_split_042.xhtml
blauw_licht-ebook_split_043.xhtml