23
Dougie had het grootste deel van de dag doorgebracht in de buurt van Golden Water. Hij was al begonnen het verslag van zijn ontdekking voor British Birds op papier te zetten en toen de lichtval beter was geworden, had hij nog een paar helderder foto’s gemaakt. Natuurlijk speelden er ook andere zaken door zijn hoofd – de spanning rond de moord en het politieonderzoek – maar als hij ging vogelen wist hij zich altijd volledig te concentreren. Het was zijn manier om te ontsnappen.
Nu het begon te schemeren keerde hij weer terug naar de vuurtoren. Onderweg stopte hij drie keer om zijn telefoon op te nemen. Hij had toen hij de zwaan observeerde al een handvol oproepen gemist. De ontvangst was slecht aan de noordkant van het eiland. Alle telefoontjes waren van vogelaars op het hoofdeiland van Shetland die plannen maakten om de volgende ochtend naar het eiland te komen en wilden weten of de vogel er nog zat.
‘Ik heb hem de hele dag geobserveerd,’ zei hij. Plagerig en bovendien overdreven, natuurlijk: hij was niet de hele dag bij Golden Water geweest. ‘Spectaculaire beelden… Ja, als je wilt, kan ik je bij het vliegtuig oppikken en met je meelopen.’ Hij meende respect te bespeuren in hun houding. Hij zou voor altijd te boek staan als de knaap die de eerste trompetzwaan van het Verenigd Koninkrijk had gespot. De storm en het wachten in Lerwick zouden alleen maar bijdragen aan de mythe.
Het was al behoorlijk donker toen hij bij het centrum aankwam. Hij dumpte zijn spullen in de slaapzaal en liep daarna door naar de zitkamer, waar hij een biertje pakte en het geld daarvoor in de speciale doos gooide, aangezien er niemand achter de bar stond. De plek leek verlaten en hij bedacht dat dat kwam doordat hij geen enkel geluid in de keuken hoorde. Meestal had Jane de radio aanstaan. Geen muziek maar een praatprogramma, dat als een soort achtergrondgebrom de zitkamer binnendrong. De stilte maakte hem nerveus en hoewel hij nog altijd gegeneerd terugdacht aan het spel met de fles, was hij opgelucht toen hij Hugh en Ben zag lopen. Er was iets wat hem niet beviel aan de lege vuurtoren.
‘We kwamen elkaar tegen op de weg naar het noorden,’ zei Hugh. Zijn blik kruiste die van Ben. Dougie vroeg zich af waarom Hugh het nodig had gevonden een verklaring aan te dragen voor hun ontmoeting. Keken ze elkaar net met een samenzweerderige blik aan?
Weer voelde hij zich als het dikste jongetje op het schoolplein dat niet mee mag doen. Hij vroeg zich af waar ze het over hadden gehad en vermoedde dat ze hem achter zijn rug om belachelijk maakten. Ben zei dat hij op zijn ronde een paar trekvogels had gezien en ze spraken over de kans dat er de volgende dag weer een zeldzaam exemplaar zou kunnen worden waargenomen.
‘Ik heb alle akkers in het zuiden gedaan vanmiddag,’ zei Hugh. Hij rekte zich uit alsof hij uitgeput was door deze exercitie. ‘Niets bijzonders, maar voor morgen ziet het er goed uit. Zeker als het een beetje miezert bij zonsopgang.’
Dit was het soort gesprek dat ze ook met Angela voerden.
‘Hoe ging je gesprek met Perez?’ Dougie vond het vreemd dat iedereen doorging alsof ze niet was vermoord, alsof er geen speurder in de zaal zat die hen ondervroeg.
‘Hij wilde dat ik hem de zwaan liet zien,’ zei Hugh. Dougie vond dat Hugh het haast triomfantelijk zei. ‘Ik durf werkelijk niet te zeggen hoe slim hij is. Nu het weer beter is, zullen ze zeker wel iemand van het vasteland sturen om het over te nemen.’
‘Volgens mij is hij slim genoeg.’ Ben had ook een biertje genomen. ‘Hij komt misschien sloom over, maar ik denk dat hij behoorlijk goed doorheeft wat zich hier heeft afgespeeld. Ik zou hem niet onderschatten.’
Toen kwamen de Fowlers binnen, zoals altijd gedoucht en gekleed voor het diner, alsof ze in een of ander luxe hotel logeerden. Ze zagen er altijd frisgewassen uit. Iedereen nam plaats in afwachting van het geluid van de bel ten teken dat het eten klaar was. Er hing een vreemde spanning. Over Perez en de ondervraging werd niet meer gesproken. Ze zaten daar maar, elkaar aanstarend. Alleen Hugh leek op zijn gemak, achteroverleunend in zijn stoel, verdiept in een oud vogelaarverslag over Shetland.
‘Jane neemt haar tijd vanavond.’ John Fowler keek op zijn horloge. ‘Niets voor haar. Maar het ruikt lekker.’ Na deze woorden viel het weer stil. Sarah, die naast haar echtgenoot zat, was kennelijk niet in staat om stil te zitten en had haar zakdoek samengeperst tot een prop, die ze voortdurend van de ene naar de andere hand overbracht. Haar onophoudelijke bewegingen werkten Dougie op de zenuwen. Als ze niet snel ophoudt ga ik gillen.
Een paar minuten later hoorden ze geluiden uit de keuken, een deur die openging, en even vloeide de spanning weg. Op dat moment realiseerde Dougie zich hoe afhankelijk ze waren van Jane. Dankzij de regelmaat van het onderzoekscentrum – vaste tijden voor inspectieronden, maaltijden, het eindverslag ’s avonds – waren ze niet massaal in paniek geraakt na de moord op Angela. Zonder Jane in de keuken zouden deze geruststellende rituelen niet standhouden. Nu ze er was zou alles weer goed komen.
Maar in plaats van Jane kwamen Poppy en Maurice binnengestormd en begonnen, zich verontschuldigend voor het oponthoud, de tafel te dekken.
‘Het leek ons leuk om met jullie mee te eten vanavond,’ zei Maurice. ‘Op Poppy’s laatste avond. Waar is Jane?’
Voordat iemand antwoord kon geven hoorden ze het vliegtuig boven hen. Heel laag, zo te horen; het motorgeluid viel des te meer op omdat het al een paar dagen geleden was dat ze het voor het laatst hadden gehoord.
‘Misschien is ze gearresteerd.’ Hugh, die grappig probeerde te doen. Dougie dacht dat hij een dreun zou krijgen van een van hen als hij nog een keer zo’n grap durfde te maken.
‘Daar is het vliegtuig om haar op te halen.’
‘Doe niet zo belachelijk!’ Maurice klonk assertiever dan Dougie hem ooit eerder gehoord had. Misschien kon hij de gedachte van een leven op het eiland zonder Jane die alles in goede banen leidde, niet verdragen. ‘Ze is waarschijnlijk in Springfield, bij Mary en Fran. Ze heeft een beetje lucht nodig, godbetert. Het eten is al klaar. Ik denk dat we er verder zelf wel uit komen.’
Het viel Dougie op dat niemand van hen enige interesse had getoond in Jane’s welzijn. Ze was het soort vrouw dat voor zichzelf kon zorgen. En niemand dacht verder na over de komst van het vliegtuig. Ze gingen ervan uit dat dat met het politieonderzoek te maken had. Ze kenden de series op tv. Op dit moment leek het erop dat voedsel het belangrijkste was in hun leven. In elk geval hadden ze iets om hun aandacht op te richten, net zoals hij helemaal op kon gaan in het kijken naar vogels als zijn hoofd vol problemen zat.
Ze gingen allemaal naar de keuken, waar de Fowlers het initiatief namen. Poppy dekte de tafel en Ben zorgde voor de borden. John Fowler ontdekte de rijst die in de oven op temperatuur werd gehouden, alsof Jane had geweten dat ze later zou zijn. Sarah droeg de grote schaal met gestoofde kip naar het doorgeefluik en begon de porties uit te serveren, precies zoals Jane dat zou hebben gedaan; ze droeg zelfs haar schort.
Tijdens het eten was het aan tafel zo stil dat ze allen de auto de oprit van de vuurtoren op hoorden rijden.
Weer trok er een golf van opluchting door de kamer. ‘Jane heeft vast een lift gekregen,’ zei Poppy geheel overbodig, omdat alle aanwezigen precies hetzelfde dachten. Ze had haar zwarte eyeliner weer opgedaan en gel in haar haar gesmeerd, waardoor ze bijna weer de oude was. Ze hoorden de buitendeur van de vuurtoren en daarna de eetkamerdeur opengaan. Dougie kreeg het gevoel dat iedereen klaarzat om zijn zegje te doen. Zie je, we redden het ook zonder jou. Heb je in Springfield gegeten? Het was vast niet zo lekker als wat wij hadden. Woorden die zouden verhullen hoe hulpeloos ze zich hadden gevoeld tijdens Jane’s afwezigheid.
Maar het was niet Jane die de kamer binnenstapte. Daar stond een onbekende vrouw hen aan te kijken. Ze was gekapt en opgemaakt als een nieuwslezeres. Achter haar stond Jimmy Perez. De vrouw deed een stap opzij ten teken dat ze erop rekende dat Perez het woord zou nemen.
‘Mag ik jullie voorstellen aan Rhona Laing,’ zei hij. ‘De openbaar aanklager. Ze heeft hier de leiding over het politieonderzoek. Het Schotse rechtssysteem wijkt af van het Engelse en zij zal tot en met de vervolging bij het onderzoek betrokken blijven.’
‘Weet je waar Jane is?’ Maurice stelde de vraag waarop iedereen het antwoord wilde weten. Op dat moment leek de verblijfplaats van Jane voor hem belangrijker dan de plotse verschijning van een advocatentype uit Lerwick. Wie moest de koffie zetten? ‘Ze lijkt spoorloos verdwenen. We dachten dat ze misschien bij jou in Springfield was.’
Dougie zag de blik die Perez en de aanklager uitwisselden.
‘Jane Latimer is dood,’ zei de vrouw kortaf. ‘Dat is de reden voor mijn komst.’
Ze gaapten haar allemaal aan.
‘Wat is er gebeurd?’ Hughs glimlach was verdwenen. Dougie vond dat hij er ineens een heel ander gezicht door kreeg.
‘We zijn hier om vragen te stellen, niet om ze te beantwoorden,’ zei Rhona Laing. ‘Ze is onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen. Meer hoeven jullie voorlopig niet te weten.’
Dougie vond haar aanpak nogal verschillen van die van Perez. Waarschijnlijk makkelijker om mee om te gaan, dacht Dougie. Meer recht voor z’n raap. De stiltes, die zwijgende instemming van Perez, joeg hem angst aan. Deze vrouw mocht dan een grofgebekte kenau zijn, ze had niet zoals de inspecteur het vermogen om gedachten te lezen.
‘Wanneer hebben jullie haar voor het laatst gezien?’ vroeg Rhona. Ze stond aan het hoofd van de tafel en keek hen allen een voor een aan. Ze vond het niet nodig iedereen te vragen zich voor te stellen. Perez zou haar wel bijgepraat hebben. Dougie had het idee dat ze er wel lol in had. Wie weet zat ze het grootste deel van haar tijd wel op kantoor en was de vlucht naar dit donkere eiland en de confrontatie met mogelijke verdachten voor haar één groot avontuur.
‘Ze was hier tijdens de lunch,’ zei John Fowler. ‘Die heeft ze opgediend en later weer afgeruimd. Ik heb haar daarna niet meer gezien.’
‘Heeft iemand anders haar na de lunch nog gezien?’
Niemand gaf antwoord. ‘Dit is een klein eiland,’ zei Rhona. ‘Zonder veel plekken om je te verstoppen. Het ziet ernaar uit dat ze op een zeker moment in de middag lopend het centrum heeft verlaten. Het lijkt er niet op dat ze met de auto is gegaan. Iemand moet haar gezien hebben. Wie was er buiten?’ Ze klonk als een schooljuf die lastige leerlingen tot een bekentenis wil dwingen.
Er kwam nog steeds geen antwoord. Dougies telefoon ging. Een van de vogelaars uit Bristol belde, een lid van de BBRC.
‘Zet dat ding uit!’ Rhona viel naar hem uit zonder om te kijken. Ze pakte een stoel en ging aan tafel zitten. Het was nu de beurt aan Perez.
‘We moeten nadenken over onze vervolgstappen,’ zei Perez. ‘Morgen vaart de boot uit. We zijn het er allemaal over eens dat Poppy mee moet. Haar moeder haalt haar op in Grutness en neemt haar mee naar huis. We weten dus waar ze is als we iets van haar willen weten. Wie was er verder van plan te vertrekken?’
‘In mijn contract staat dat ik tot half november moet blijven,’ zei Ben. ‘Iemand moet tijdens de vogeltrek doorgaan met ringen. Ik wil graag de jaarrapportage voorbereiden nu Angela er niet meer is om dat te doen.’
‘Ik wil blijven,’ zei Dougie. Hij was nog steeds boos dat hij de beroemde vogelaar die belde niet te woord had mogen staan. De wind kwam uit het zuidoosten. Wie weet wat er nog meer voor soorten te zien zouden zijn? Amerikaanse vogels waren leuk, maar lang niet zo spannend als de bijzondere exemplaren uit het oosten. Iedereen met voldoende geld kon naar Amerika afreizen om daar een trompetzwaan te zien. Vogels uit Siberië waren een stuk moeilijker op hun thuisgrond op te sporen. ‘Er zullen morgen heel veel vogelaars komen.’
‘We moeten kijken hoe we dat allemaal gaan regelen.’ Perez keek Rhona aan.
‘U kunt hun niet verbieden te komen!’ zei Dougie. ‘Ze vinden toch wel een manier. Als u de vliegtuigen aan de grond houdt, huren ze wel boten.’
‘We kunnen niet toestaan dat ze ons tijdens het onderzoek voor de voeten lopen,’ zei Rhona.
‘Dat zal niet gebeuren! Ik breng ze naar Golden Water en weer terug naar de landingsbaan. Ze hoeven niet te blijven logeren.’
Rhona keek naar Perez. ‘Kun je daarmee uit de voeten?’
‘Ik zou niet weten waarom niet.’ Hij zweeg. ‘De pers zou weleens grotere problemen kunnen opleveren.’
‘Maak je over de pers maar niet druk,’ zei ze. ‘Dat regel ik wel. Het beste kunnen we ze in één keer hiernaartoe halen en hun allemaal hetzelfde verhaal voeren.’
Ze geniet van het omgaan met de media, bedacht Dougie.
‘We moeten een ruimte hebben waar we een persconferentie kunnen beleggen. De grote zaal, wellicht?’
Perez knikte.
‘Ik had gehoopt dat wij met de boot mee zouden kunnen,’ zei Sarah Fowler. Ook in haar schoot kon ze haar handen niet stilhouden. ‘We hebben ook voor de volgende week geboekt, maar ik ben bang geworden. Twee moorden. Twee vrouwen. Ik wil naar huis.’
‘Ik kan u hier niet vasthouden,’ zei Perez. ‘Maar het zou mijn leven een stuk eenvoudiger maken als u vasthoudt aan uw oorspronkelijke plan. In het licht van de ontdekking van deze middag willen we iedereen opnieuw horen. Een tweede agent is vanochtend ingevlogen. Hij zal hier in de vuurtoren verblijven. U bent hier helemaal veilig.’
‘Natuurlijk is het hier veilig,’ zei Rhona. ‘Ik slaap hier tenslotte ook.’ Alsof zij beter dan Perez’ collega in staat zou zijn een nieuwe geweldsuitbarsting te voorkomen.
De Fowlers keken elkaar aan. Wat Dougie betrof zou het van meer lef getuigen om tegen de aanklager in te gaan en te vertrekken dan te besluiten om te blijven. Sarah legde haar hand op de arm van haar man. ‘Alsjeblieft, ik hou het hier niet meer uit.’
Fowler trok zijn wenkbrauwen op. Dougie zag dat hij worstelde met de keuze tussen het verzoek van zijn vrouw en zijn plichtsbesef. ‘Een paar dagen nog,’ zei hij. ‘Als de inspecteur denkt dat het zin heeft.’
Sarah keek haar man aan en zag dat ze was verslagen. ‘Goed dan, we blijven.’
‘Wie gaat er koken?’ vroeg Dougie.
Voor de eerste keer die avond verscheen er een glimlach om de mond van Perez. ‘Ik vraag wel iemand van het eiland om te helpen. We zullen ervoor zorgen dat jullie te eten krijgen.’ Hij wendde zich tot Hugh. ‘En jij? Moet jij naar huis?’
De kenmerkende glimlach was alweer terug. ‘Ik wil natuurlijk blijven tot dit allemaal voorbij is. Tot de moordenaar is gepakt.’