1
Fran sloot haar ogen. Het kleine vliegtuig daalde plotseling, leek uit de lucht te vallen en stabiliseerde even voordat het vooroverkantelde als een achtbaan. Ze opende haar ogen en zag een grijze rots voor hen opdoemen. Hij was zo dichtbij dat ze de witte strepen vogelpoep en restanten van oude nesten kon onderscheiden. Onder haar kolkte de zee. Opspattend water en wit schuim werden door de krachtige wind over het wateroppervlak gejaagd.
Waarom doet de piloot niets? Waarom blijft Jimmy daar maar zitten, wachtend tot we allemaal dood zijn?
Ze zag de klap al voor zich, het moment dat het vliegtuig de stenen zou raken, verwrongen staal en uiteengereten lichamen. Nul overlevingskansen. Ik had mijn testament moeten opmaken. Wie zal er voor Cassie zorgen? Op dat moment realiseerde ze zich dat ze voor het eerst in haar leven bezorgd was over haar fysieke veiligheid; ze werd bevangen door een irrationele paniek die haar hersenen bedwelmde en haar denkvermogen bevroor.
Toen steeg het vliegtuig licht, leek de rand van de rots net te missen. Perez wees bekende herkenningspunten aan: North Haven, het onderzoekscentrum bij de noordelijke vuurtoren, Ward Hill. Fran had de indruk dat de piloot nog steeds moeite had het vliegtuig recht te houden en dat Perez hoopte haar te kunnen afleiden terwijl hij hortend en stotend de landing inzette. Even daarna hobbelden ze over de landingsbaan.
Neil, de piloot, bleef zwijgend zitten, zijn handen om de stuurknuppel. Fran bedacht dat hij bijna net zo bang moest zijn geweest als zij.
‘Geweldig gedaan,’ zei Perez.
‘Ach,’ Neil grijnsde kort. ‘We moeten oefenen voor de medische vluchten. Maar op een gegeven moment dacht ik echt even dat we rechtsomkeert moesten maken.’ Hij voegde daar op dwingende toon aan toe: ‘En nu eruit, jullie tweeën. Ik heb een lading bezoekers die ik moet rondvliegen, en volgens de voorspelling wordt het weer slechter. Ik wil hier niet de rest van de week vastzitten.’
Een kleine groep mensen stond bij de startbaan te wachten; ze worstelden om rechtop te blijven staan, met hun rug naar de wind gekeerd. De tassen van Fran en Perez waren al van boord gehaald en Neil zwaaide naar de wachtende passagiers ten teken dat ze aan boord konden komen. Fran merkte nu pas dat ze trilde. Ze had het ineens koud gekregen nadat ze uit de bedompte cabine van het kleine vliegtuig was gestapt, maar ze wist ook dat het een reactie was op haar angst, en op het vooruitzicht van de ontmoeting met Perez’ familie en vrienden, die op haar wachtten. Deze plek, Fair Isle, had hem gevormd. Hij was hier opgegroeid en zijn familie woonde hier al vele generaties. Wat zouden ze van haar vinden?
Ze stelde zich voor dat het zou verlopen als een heel stroef sollicitatiegesprek, en bij aankomst was ze dan ook niet kalm, beheerst en getooid met een glimlach. Normaal gesproken kon ze net zo charmant zijn als ieder ander, maar de doodsangsten tijdens de vlucht, die nog door haar lijf gierden, hadden van haar een stotterend en trillend hoopje zenuwen gemaakt.
Ze hoefde niet direct in actie te komen, omdat Neil de passagiers het vliegtuig in had gedirigeerd. Hij taxiede richting het einde van de startbaan, om klaar te staan voor de terugvlucht naar Tingwall in Shetland. Het geluid van de motoren was dichtbij en te hard om een comfortabel gesprek te kunnen voeren. Even was het stil voordat de motoren opnieuw tot leven kwamen en het vliegtuig schuddend langs hen heen joeg, de lucht in. Nu al leek het klein en kwetsbaar als het speelgoedvliegtuigje van een kind, een speelbal in de sterke wind. Het vloog over hun hoofden, stabiel nu, in noordelijke richting en verdween uit het zicht. Iedereen in de buurt van Fran slaakte een zucht van verlichting. Ze vond dat ze de gevaren van de vlucht niet had overdreven. Het was niet de hysterie van een vrouw uit het zuiden. Dit was geen gemakkelijke plek om te wonen.